Donderdag 29/07/2021

Mister Sanji: grootmeester in mysterieuze wapendeals

Internationale wapensmokkelaar Sanjivan Ruprah, mister Sanji voor de vrienden, zit veilig en wel in een Belgische cel. Geen misdaadroman die kan tippen aan de manier waarop hij met oude Russische vliegtuigen honderden tonnen wapens naar Liberia smokkelde. Hij maakte daarbij handig gebruik van het criminele scheeps- en offshorebedrijvenregister van krijgsheer-president Charles Taylor.

Koen Vidal Maarten Rabaey

Op 15 juli 2000 landt op de luchthaven van Bisjkek in Kirgizië (Centraal-Azië) een Iljoesjin18-transportvliegtuig. Op de romp van het vliegtuig staan de letters EL-ALY, de registratiecode voor het West-Afrikaanse land Liberia. Tijdens de twee dagen dat het viermotorige propellervliegtuig aan de grond blijft, worden wisselstukken en schroeven voor helikopters ingeladen. Het materieel, 7 ton in totaal, is afkomstig uit de stocks van het ministerie van Defensie en werd via een tussenpersoon verkocht aan het leger van het West-Afrikaanse land Guinee-Conakry. Dat blijkt ook uit de boorddocumenten van de piloot. De lading wordt officieel omschreven als "reserveonderdelen voor uitrusting vliegtuig". Wat er niet bij staat, is dat het om onderdelen van een MI24-gevechtshelikopter gaat, een van de zwaarste gunships ter wereld.

Op 17 juli stijgt de Iljoesjin18 op in Bisjkek om enkele uren later een tussenstop te maken in Caïro. Een dag later vliegt het naar Conakry. Althans, zo staat het toch in zogenaamde end user certificate, een document waaruit de eindbestemming van de vracht moet blijken. In werkelijkheid maakt het vliegtuig op het einde van zijn tocht een bocht naar links en landt uiteindelijk op Roberts International, de luchthaven van de Liberiaanse hoofdstad Monrovia. De levering is flagrant in strijd met een wapenembargo voor Liberia dat dateert van 1992.

Pas maanden later raakt bekend wie het brein is achter deze ingenieus gemaskeerde wapentrafiek: Sanjivan Ruprah - Mister Sanji voor de vrienden - de Indiase Keniaan die vorige week door de Brusselse onderzoeksrechter Freyne werd gearresteerd en sindsdien achter tralies zit. (DM 9,12 en 15/2). Uit een onderzoek van VN-experts blijkt dat Ruprah gespecialiseerd was in het opzetten van mysterieuze wapentransacties. Zo bleek dat de Iljoesjin18 niet ingeschreven was in het Liberiaanse luchtvaartregister. Het ging om een spookvliegtuig waarop gewoon de vliegtuigcode van Liberia was geschilderd. Iets wat Ruprah ongestoord kon doen, vermits hij de vertegenwoordiger was van het Liberiaanse luchtvaartregister. Ruprahs luchtvaartmaatschappij West Africa Air Services Company werd evenmin geregistreerd.

Ook voor de betaling van de helikopteronderdelen creëerden Ruprah en co. een rookgordijn. Eerst betaalde Ruprah aan San Air, een bedrijf in de Verenigde Arabische Emiraten dat nauw gelieerd is met die andere belangrijke wapendealer: de Rus Victor Bout. Volgens een vervalst contract dat mee ondertekend werd door Ruprah, leverde San Air aan Ruprah onderdelen voor een Russische Mi2-helikopter, de stoomboot der Russische helikopters die enkel gebruikt wordt voor passagiersvervoer. Over de aankoop van een Mi24-gevechtshelikopter wordt in alle talen gezwegen. San Air schreef het bedrag vervolgens over op de rekening van een tussenpersoon in Kirgizië en via hem kwam het geld uiteindelijk terecht bij het Kirgizische ministerie van Defensie.

Uit het VN-onderzoek blijkt dat Ruprah zijn luchtvaartmaatschappij West Africa Air Services Company enkel en alleen heeft opgericht om wapens te transporteren. Dat blijkt ook uit het vluchtschema van de mysterieuze Iljoesjin. Enkele uren na de levering van helikopteronderdelen vliegt het toestel naar de Ivoriaanse hoofdstad Abidjan om er 113 ton munitie op te halen. Omdat de Iljoesjin18 een relatief klein vliegtuig is, moet het zesmaal over en weer vliegen naar Monrovia. De munitie, allemaal kaliber 7.62 mm, was met een reusachtig Antonov-transportvliegtuig vanuit het Oekraïense Gostomel naar Abidjan gevlogen en was officieel bestemd voor de toenmalige president van Ivoorkust, generaal Robert Gueï.

Behalve Ruprah en Gueï was ook Charles 'Chuckie' Taylor jr., de zoon van de Liberiaanse president Charles Taylor, bij deze wapendeal betrokken. De man achter de schermen in Oekraïne was Leonid Minin, een Israëli van Oekraïense origine die in augustus 2000 in een hotelkamer in het Italiaanse Monza zou worden gearresteerd. Op het moment van zijn aanhouding vertoefde Minin in het gezelschap van enkele prostituees en was hij zwaar onder de invloed van cocaïne.

Dat Ruprah erg close was met Taylor en Gueï, blijkt uit het feit dat hij in september 2000 de antiterrorisme-eenheid van Charles Taylor naar Abidjan overvliegt om Gueï uit de handen van enkele coupplegers te redden.

Eind 2000 haalt Ruprah opnieuw een tour de force uit. Op 22 november landt in Monrovia een van zijn vliegtuigen met meer dan duizend machinegeweren aan boord. Het vliegtuig was officieel gestationeerd in Moldavië, maar was al drie weken vermist in de luchthavenregisters. Later zou blijken dat het toestel enkele dagen op de luchthaven van Sharjah had gestaan, de thuisbasis van Victor Bout en co., vervolgens naar Entebbe in Oeganda was gevlogen om daar enkele verzegelde kisten met in Slowakije geproduceerde wapens op te halen. De machinegeweren waren oorspronkelijk door Oeganda besteld, maar bleken niet aan de contractuele vereisten te voldoen. De Oegandese autoriteiten bevolen de handelaar om de wapens terug naar Slowakije te vervoeren. Die laatste zag zijn winst in rook opgaan, en sloot een geheime deal af met Ruprah. De Oegandese autoriteiten werden om de tuin geleid met een end user certificaat voor Guinee-Conakry.

Zonder al te veel probleem arriveerde de lading in Monrovia. Daarna vertrok het toestel terug naar Entebbe om een tweede lading op te pikken. Op dat moment ontdekten de Oegandese autoriteiten dat de wapens bestemd waren voor Liberia en werden vliegtuig en bemanning aan de grond gehouden. Opmerkelijk is dat ook Carlos Alberto La Plaine op het vliegtuig zat. La Plaine, alias Beto, is diamanthandelaar en de handlanger van Ruprah die eveneens vorige week in Brussel werd aangehouden.

Het staat vast dat een deel van de munitie die via Ruprah in Liberia terechtkwam, doorgesluisd werd naar het Sierra Leoonse Revolutionary United Front (RUF), een rebellenbeweging die berucht is om haar moordpartijen en systematische verminkingen.

"De rebellen sleurden hele families uit hun huizen", zegt een rapport van de Amerikaanse mensenrechtenorganisatie Human Rights uit de tijd dat Ruprah op het hoogtepunt van zijn smokkelcarrière stond. "Iedereen werd vermoord. De rebellen hakten de handen af van kinderen en volwassenen. Mensen werden levend verbrand in hun huizen en honderden jonge vrouwen werden ontvoerd en later verkracht. Het RUF neemt niemand krijgsgevangen."

De rechtstreekse banden tussen het 'roversnest' Liberia en de mensenrechtenschenners van het RUF noopten de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties tot sancties tegen 'president-krijgsheer' Charles Taylor en zijn medeplichtigen, zoals een reisverbod. Ook Ruprah ontsnapte daar vorig jaar in mei niet aan. Het is rond die periode dat de Britse inlichtingendiensten hem opspoorden in het Belgische Ukkel, en begonnen te schaduwen. Onderzoeken van de VN en politiediensten hadden immers aangetoond dat Ruprah een spilfiguur was in de internationale misdaadtrafieken vanuit, via en door Liberia. De 'man van Monrovia' bleek een grootmeester van talrijke dekmantelvennootschappen te zijn. Zo vond de Italiaanse politie bij de arrestatie van de Israëlisch-Oekraïense maffioso Leonid Minin 1.500 documenten waaruit de nauwe verbondenheid bleek van zijn wapenhandel met de Liberiaanse houtkapindustrie waarin Ruprah kind aan huis is.

Een Iljoesjin18-vliegtuig bleek na onderzoek van de VN-experts en het Italiaanse gerecht geleast te zijn door Liberiaanse regeringsfunctionarissen na akkoord met een Moldavisch bedrijf en Ruprah. Het houtkapbedrijf Exotic Tropical and Timber Enterprises (ETTE) diende als dekmantel, en bleek eigendom te zijn van Minin.

Naderhand botsten de VN-experts op nog hardere bewijzen die de grootschaligheid van de wapentrafiek via de houtkap aantonen. Ze kregen een bankdocument in handen waaruit blijkt dat betalingen voor wapenleveringen gebeurden via de bankrekening van de onderneming Borneo Jaya Pte Ltd, het moederbedrijf van de Oriental Timber Company. OTC is een van de grootste houtkapbedrijven in Liberia, waarmee president Charles Taylor zoveel Liberiaans woud heeft ingepalmd dat het in de volksmond Only Taylor Chops heet. Het bankdocument toont aan hoe OTC via Sanjivan Ruprah 500.000 dollar betaalde aan het bedrijf San Air (een van de bedrijfjes van Victor Bout). OTC heeft in Liberia een kwalijke reputatie. Zonder enige scrupule voor mens en milieu pleegt de onderneming niet alleen roofbouw op de tropische wouden, Taylors regime gebruikt de houtschepen ook om wapens te importeren voor zichzelf en bevriende rebellen van het RUF. De rebellen betalen vervolgens de wapens met diamant, die ze onder dwang lieten opgraven door de lokale bevolking. Wie weigerde te delven, kreeg de keuze: short or long sleeves, afgehakte handen of onderarmen.

De wapenleveringen gebeurden in Liberiaanse havens zoals Buchanan, die door milities van Taylor streng worden bewaakt.De trucks van OTC zijn in Liberia te herkennen aan de AK47-kalasjnikovs die de chauffeurs bij zich hebben. De Nederlandse OTC-directeur Gus Kouwenhoven, die ook geketend zit aan het VN-reisverbod, wordt door VN-experts voor Sierra Leone bestempeld als "verantwoordelijke voor de logistieke afwikkeling van vele wapenleveringen (met het RUF)". Kouwenhoven, naar wie in Nederland nog onderzoeken hebben gelopen wegens drugshandel en banden met georganiseerde misdaadsyndicaten, was volgens de Britse ngo Global Witness een van de belangrijkste handelaars die Taylors rebellen tijdens de burgeroorlog voorzagen van wapens.

Naast het OTC was er voor deze arms-for-timber en arms-for-diamonds-handel echter nog een belangrijke tussenschakel nodig: het Liberiaanse scheepsregister 'Liberian International Ship and Corporate Register' (LISCR). Op zich heeft dat 'open register' in de maritieme wereld al decennialang een slechte reputatie: wie wil, kan in Liberia tegen grof geld een 'vlag' kopen voor een schip zonder controle op zeewaardigheid en scheepvaartreglementen. Veel reders laten die kans niet liggen: wereldwijd varen nu maar liefst 1.500 schepen met een Liberiaanse vlag. Zij betalen jaarlijks zoveel 'belastingen' dat ze 50 tot 75 procent van het nationale Liberiaanse inkomen genereren. Het geld gaat evenwel niet naar de bevolking, maar naar Taylor, die de strikte controle over het LISCR behoudt.

De VN-experts wijzen erop dat criminelen gretig gebruikmaken van dergelijk regime waar niemand vragen stelt, vooral sinds Taylor in 1997 als president besliste dat in het register ook off-shorevennootschappen mogen worden ondergebracht. Sanjivan Ruprah werd een spilfiguur binnen deze 'thuishaven voor de georganiseerde misdaad'. Met een diplomatiek Liberiaans paspoort op zijn eigen naam en zijn alias Samir M Nasr werd hij door Taylor benoemd tot Deputy Commissioner of Maritime Affairs van het LISCR. Die functie stelde hem in staat allerhande dubieuze transacties - wapens, diamant, maar ook andere bodemrijkdommen - te vergemakkelijken. In VN-document S2000/1195 leggen experts uit hoe zijn systeem werkt. Toen ze de facturen natrokken van bedrijven die zich voordeden als Liberiaanse diamantexporteurs naar België, bleek dat het om spookvennootschappen ging. Koerierbedrijven kregen wel de opdracht de post naar het LISCR te brengen. De VN achterhaalde dat de bedrijven niet meer dan papieren dekmantels waren voor transport en betaling van conflictdiamant.

Met zijn kennis over het LISCR pakte het Belgische gerecht vorige week donderdag dan ook een man op die niet alleen een boekje kan opendoen over wapen- en ertsentrafiek maar ook over de werking van de globale georganiseerde misdaad. Het was immers zijn hoge post binnen het LISCR die Ruprah in contact bracht met maffiosi zoals Minin, maar die hem vorige week ook de das omdeed.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234