Woensdag 30/09/2020

Racisme in het voetbal

‘Mist Lukaku de beslissende penalty voor België, dan wordt het hem nooit vergeven. De Bruyne wel, want hij is één van ons’

Beeld Geert Van de Velde

Nieuw is het niet, racisme in de voetbaltribunes. Dat spelers zich en masse bevrijden van de schroom om hun woede daarover uit te schreeuwen, is dat wel. Geïnspireerd door grote namen als Romelu Lukaku en Mario Balotelli gaan ook de slachtoffers uit het amateurvoetbal in de tegenaanval. ‘Het gebeurt in elke match. Moet ik dan elke week van het veld stappen? Dan kunnen we het voetbal beter opdoeken.’

In de kantine van de Oost-Vlaamse derdeprovincialer FCE Moortsele druppelen de spelers binnen na de avondtraining. Aan een tafeltje bij het raam doet Attilay Emeksiz, nog steeds ietwat aangedaan, het verhaal waarmee hij tegen wil en dank nationaal nieuws is geworden. Twee dagen eerder is hij in het duel tegen FC Smetlede van het veld gestapt, waarna de scheidsrechter de wedstrijd noodgedwongen stopzette. 

Attilay Emeksiz: “De eerste helft was er nog niets aan de hand, maar na de rust begon het. Telkens als ik de bal had, was er één supporter van Smetlede die ‘taliban, taliban’ naar me riep. Eerst nog stil, daarna steeds luider. Hij stond in een groepje van zo’n twintig supporters. Tien minuten voor het einde ben ik naar de scheidsrechter gestapt en heb ik gezegd dat ik op die manier niet wilde verderspelen. Hij zei dat hij het ook gehoord had. Ik ben naar binnen gelopen en de hele ploeg is mij gevolgd. Ik was erg emotioneel, stond met tranen in de ogen. Ik ben hier geboren, heb een job en betaal belastingen. En ja, ik ben moslim, maar ben ik daarom een terrorist?

Attilay Emeksiz.Beeld Geert Van de Velde

“Wat later kwam de scheidsrechter zeggen dat hij het groepje supporters had weggestuurd: ‘Als jullie willen, kunnen we verderspelen.’ Onze trainer nam het woord: ‘Als Attilay niet verder wil, stoppen we allemaal.’ Ik kon niet meer.”

Sarkodie Foley (ploegmaat): “Ik vóélde zijn verdriet: twee jaar geleden maakte ik hetzelfde mee toen ik op apengeluiden werd onthaald. In vierde provinciale, stel je voor! We hadden een nieuwe club opgericht, Rangers Merelbeke, met hoofdzakelijk gekleurde spelers. Al in onze eerste wedstrijd werden we geviseerd. Uit het publiek kwamen apengeluiden en toen ook enkele spelers van de tegenpartij die overnamen, stonden we binnen de kortste keren neus aan neus. Alles escaleerde en er ontstond een gevecht met spelers én supporters. De politie is eraan te pas moeten komen. Even hebben we overwogen om in de kleedkamer te blijven, maar uiteindelijk beslisten we om terug te keren. Dat hadden we beter niet gedaan, want enkele weken later gebeurde het opnieuw. Over Afrikanen bestaat het vooroordeel dat ze hard en vuil spelen. De scheidsrechter floot om de haverklap in ons nadeel en de tegenstander begon ons uit te dagen, daarin bijgetreden door hun supporters. Geloof me, het is lastig om je dan te beheersen. Maar ik heb het geleerd: ‘Draai je om en reageer niet.’ Een Ghanese vriend van mij deed het ooit wel, door met zijn schoenen te gooien. Resultaat: twee jaar schorsing.”

Sarkodie Foley.Beeld Geert Van de Velde

Emeksiz: “Mijn geluk was dat de scheidsrechter het ook gehoord had.”

Foley: “De meeste scheidsrechters gebaren van niets. Dan sta je machteloos. Ik zeg niet dat we er ons moeten bij neerleggen, maar wat moeten we dan wel doen? In het gewone leven maak ik dit dágelijks mee. Dan laat ik het ook wel even passeren op het voetbalveld.”

Emeksiz: “Ik ben 32 en heb alles meegemaakt, maar nog nooit was ik voor taliban uitgescholden. ‘Vuile Turk’, ja, dat wel. Maar dat hoort erbij, vind ik: je mag elkaar gerust uitmaken op een voetbalveld. Eén keer, twee keer ook, maar dan moet het gedaan zijn. En voor alle duidelijkheid: buiten het voetbalveld aanvaard ik het niet.”

Dat wijst op een zekere gewenning.

Emeksiz: “Maar het gebeurt elke match! Moet ik dan elke week van het veld stappen? Dan kunnen we het voetbal beter opdoeken.”

WITTE VOETBALTOP

Onlangs werd Rode Duivel Romelu Lukaku nog het slachtoffer van racisme tijdens het Champions League-duel van zijn club Inter Milaan op bezoek bij Slavia Praag. Dat was geen unicum, want sinds Lukaku afgelopen zomer Manchester United inruilde voor Inter Milaan, is hij met de regelmaat van een klok een racistisch doelwit. Drie maanden geleden werd hij bij het nemen van een penalty tegen Cagliari bijvoorbeeld getrakteerd op apengeluiden, waarna hij op Instagram opriep tot actie: ‘We mogen geen enkele vorm van discriminatie tolereren die onze sport te schande maakt. Ik hoop dat voetbalfederaties krachtig optreden. We zeggen dit al jaren, en nog altijd is er geen actie ondernomen. Dames en heren, het is 2019! In plaats van vooruit te gaan, gaan we achteruit.’ Wat later volgde nog een sneer naar de UEFA: ‘We kunnen allemaal een bordje ‘No to racism’ ophouden, maar als dat niet met acties gepaard gaat, heeft het geen enkele zin.’

Bij Sky Sports nam Vincent Kompany het op voor zijn ploegmaat bij de Rode Duivels: ‘Alles is terug te voeren tot degenen die hiertegen zouden moeten optreden. Het echte racisme bestaat erin dat bij geen enkele van de instellingen waarvan zij deel uitmaken, ook maar iemand werkelijk begrijpt wat Romelu doormaakt. Het zijn wel die besluitvormers die hem zeggen wat hij moet voelen en denken, zonder dat ze ook maar het minste idee hebben van wat hij in zijn leven al heeft meegemaakt. Dát is waar het om gaat: een schrijnend gebrek aan diversiteit bij de UEFA en de FIFA, de Italiaanse en de Engelse liga’s. Zonder diversiteit in de bestuurskamers kun je onmogelijk de juiste sancties treffen, zo simpel is het.’

Iemand die Lukaku al kent van in z’n jeugdjaren bij Anderlecht, is Arnold Rijsenburg. De in Suriname geboren Leuvenaar zag hoe Lukaku toen al racistisch bejegend werd.

 Arnold Rijsenburg: “Tijdens een wedstrijd met de U16 tegen Charleroi werd hij het mikpunt van een toeschouwer die hem de hele tijd uitschold voor ‘sale noir’. Zijn stoppen sloegen door en zijn vader – gelukkig was hij er die dag – heeft hem toen moeten kalmeren. Achteraf hebben we erover gesproken: ‘Het is unfair, maar laat het een stimulans zijn om nog harder te werken en zulke mensen lik op stuk te geven.’ Wat moest ik doen? Zij die moeten optreden, doen het niet: straffeloosheid is de norm. Dan kun je in een hoekje kruipen en jezelf heel zielig vinden, of je kunt er nog harder tegenaan gaan.

Arnold Rijsenburg. Beeld Geert Van de Velde

“Maar beeld je eens in dat Lukaku straks de beslissende penalty mist waardoor België geen Europees kampioen wordt: het zou hem nooit vergeven worden. Mocht het De Bruyne overkomen, zal het na een tijdje vervagen, want De Bruyne is één van ons.”

Rijsenburg zelf was als speler actief voor onder meer Stade Leuven, Beerschot en Verbroedering Geel, maar kwam pas na zijn spelerscarrière bij de grootste clubs van het land terecht, als jeugdtrainer bij Anderlecht en Standard. Hij was ook assistent bij Oud-Heverlee Leuven, maar het hoofdtrainerschap heeft er voor hem nooit in gezeten.

Rijsenburg: “Ik had jeugdploegen kunnen blijven trainen, maar ik wilde méér. Blijkbaar kan ik als zwarte coach wel een goede assistent of jeugdtrainer zijn in België, maar geen hoofdcoach.

“Er leeft veel onderhuids racisme in het voetbal. Bij OHL was ik één van de eerste zwarte assistent-trainers in eerste klasse. Réginal Goreux (Haïtiaanse speler van Standard, red.) volgt nu de trainerscursus, samen met Sébastien Pocognoli. ‘Als ze moeten kiezen tussen mij en Pocognoli, wie gaan ze dan nemen?’ vroeg hij me al lachend. ‘Daar moeten we toch geen tekening bij maken?’, antwoordde ik hem.”

Wanneer werd jij voor het eerst geconfronteerd met racisme in het voetbal?

Rijsenburg: “Als jeugdspeler. ‘Vuile zwarte’, ‘zwarte aap’, dat soort dingen. Als jongetje van 9 kun je dat niet plaatsen. Zodra ik als 17-jarige in de eerste ploeg van Stade Leuven kwam, is het nooit meer weggegaan. Beging ik een overtreding, dan was mijn huidskleur het eerste waarop ik werd aangevallen.

“Ik herinner me een aanvaring met een jeugdcoördinator. Een 15-jarig zwart spelertje van zijn ploeg was huilend van het veld gestapt na spreekkoren. Ik sprak hem aan: ‘Dit kán toch niet? Die jongen komt zich amuseren!’ Hij was het daar niet mee eens: ‘Hij moet daartegen kunnen.’ Ik heb jonge gastjes gehad die me met vragende ogen aankeken: ‘Waaróm, coach?’ Tja, wat zeg je dan? Dat het domme mensen zijn die niet beter weten.”

Heb je ook racisme in de bestuurskamer meegemaakt?

Rijsenburg: “Eén keer. Ik was jeugdtrainer bij Standard en kon naar Anderlecht. Standard deed me een tegenvoorstel waar ik oren naar had, op voorwaarde dat ik professioneel aan de slag kon. Maar Pierre François (toen directeur van Standard, nu CEO van de Pro League, red.) was categoriek: ‘Geen budget!’ Hij voegde eraan toe dat hij Herman Van Holsbeeck (toen manager van Anderlecht, red.) zou bellen om mij niet aan te nemen. ‘Dat moet je dan maar doen,’ antwoordde ik hem, ‘maar als jij denkt dat hier iemand zit die jou nodig heeft, dan vergis je je.’ Hij was razend: ‘Tu me traites comme un raciste!’ Ik glimlachte: ‘Dat heb ik toch niet gezegd? Maar ik ben niet bang van jou.’ Dat uitgerekend híj dat colloquium tegen racisme op de voetbalbond leidde, zegt genoeg: hij is er totaal niet geschikt voor. Het is veelzeggend dat hij racisme in het voetbal ‘een complex probleem’ noemde. Daarmee is voor hem de kous af.”

Waar ligt het volgens jou aan?

Rijsenburg: “Blanke mensen kunnen zich niet inleven in onze situatie. Als je nooit zelf gediscrimineerd bent, als jou nooit de toegang tot een discotheek ontzegd is, dan weet je niet waarover het gaat. De top van het voetbal is wit. Zo krijg je een beleid dat tekortschiet.

“In Engeland kreeg Millwall, dat bekendstaat voor zijn extreemrechtse aanhang, 10.000 pond boete wegens oerwoudgeluiden. Vergelijk dat met de 50.000 pond die een andere club kreeg opgelegd omdat ze met de verkeerde reclame op zijn shirts speelde. Dan klopt er toch iets niet? Of neem het stadsbestuur van Bologna, dat Brescia-spits Mario Balotelli wil aanklagen voor laster, nadat hij door hun supporters was uitgescholden en hen racistisch had genoemd. Akkoord, Balotelli is een moeilijke jongen, maar wat heeft dat ermee te maken? Het is een pervers mechanisme om net de slachtoffers van racisme een schuldgevoel aan te praten.

“In eigen land werd Charleroi-speler Marco Ilaimaharitra vorige maand tegen KV Mechelen het slachtoffer van een Hitlergroet. Toch vond KV Mechelen het nodig om ook de kant van de supporter te horen. Maar welk begrip kun je tonen voor iemand die de Hitlergroet brengt? Ilaimaharitra kreeg zelfs een gele kaart. Waar is de empathie van die scheidsrechter? Op zo’n moment hoort hij in de eerste plaats een méns te zijn.”

Kassandra Missipo : ‘Als ik Lukaku zie lijden, vóél ik zijn pijn.’ (Foto: Lukaku neemt wraak op de racistische Cagliari-supporters door een penalty te scoren)Beeld BelgaImage

Jonathan Lardot, scheidsrechter in het duel tussen KV Mechelen en Charleroi, had niet de moed om de wedstrijd stil te leggen, ook al rolden de tranen Ilaimaharitra over de wangen. Het voorval kreeg de dagen nadien wel media-aandacht. Unisono klaagden voetbalanalisten, -commentatoren en sportpsychologen de aanpak van de scheidsrechter aan.

Twee weken geleden legde de scheidsrechter een wedstrijd in Nederland wél stil toen Excelsior-speler Ahmad Mendes Moreira door het publiek van FC Den Bosch voor ‘kutzwarte’, ‘kutneger’ en ‘katoenplukker’ werd uitgejouwd. De match werd erna uitgespeeld, en Moreira gaf de racistische voetbalfans zelfs lik op stuk door een doelpunt te maken, maar het incident zindert er nog altijd na. Er wordt gesproken over strengere straffen voor racistische gedragingen in voetbalstadions en ook het Nederlandse elftal roerde zich. Bondscoach Ronald Koeman en aanvoerder Georgino Wijnaldum namen het voor Moreira op: ‘Je moet gewoon weggaan van het veld. Dat zouden wij als Nederlands team ook doen.’

TWEE JAAR BROMMEN

De aandacht en het begrip die Ilaimaharitra, Moreira maar ook amateurvoetballer Attilay Emeksiz kregen, was Samir D., speler bij derdeprovincialer VC Zwijnaarde, twee jaar geleden nog niet gegund. Samir keek uit naar zijn terugkeer na een zware rugoperatie, die hem twee jaar aan de kant had gehouden, maar het liep bij zijn wederoptreden al meteen mis.

Samir D.: “Ik had er enorm veel zin in, maar wat een mooie dag moest worden, draaide uit op een nachtmerrie. Eén van mijn Afrikaanse ploegmaats werd voor ‘zwarte aap’ uitgemaakt door de aanvoerder van de tegenstander. Niet één keer, maar de hele tijd. ‘Stop daarmee,’ zei ik, ‘je gaat te ver.’ Vervolgens schold hij mij uit voor ‘bruine aap’. Ik had de scheidsrechter er al een paar keer op gewezen, maar die hield vol dat hij niets gehoord had.

Samir D.Beeld Geert Van de Velde

“In de rust beklaagde ik me bij onze ploegafgevaardigde: ‘Ik kan hier echt niet meer mee lachen.’ Na de zoveelste ‘bruine aap’ kon ik me niet inhouden en heb ik een klap uitgedeeld. De scheids aarzelde niet en gaf me de rode kaart. ‘Maar hij heeft me uitgemaakt!’ riep ik en ik gaf hem een duw. De adrenaline raasde door mijn lijf, mijn ploegmaats trokken me weg: ‘Ga naar binnen, Samir, je maakt het alleen maar erger.’

“Onze ploegafgevaardigde beval me mijn excuses te gaan aanbieden, anders zou de scheids een nog zwaarder rapport opmaken. Ik was al gedoucht en stond hem na de wedstrijd op te wachten, toen ik hem lachend van het veld zag stappen met de speler die me had uitgescholden. Toen wist ik genoeg. Zijn antwoord aan onze ploegafgevaardigde was kort: hij wilde mijn excuses niet.”

Je moest voor de voetbalbond verschijnen.

Samir: “Daar werd zijn rapport voorgelezen: ‘Ik draaide me om en zag Samir iemand slaan.’ Met geen woord repte hij over de beledigingen van die andere speler. Dat deed pijn. ‘Waarom zou ik ruzie maken als die persoon mij niets had aangedaan?’ verdedigde ik me. Maar nog altijd wilde die scheids niet toegeven wat er echt gebeurd was. Meer nog: ze vroegen me waarom ik mijn excuses niet had aangeboden. Ik wist niet wat ik hoorde: híj was degene die ze had afgewezen!

“Gelukkig had onze ploegafgevaardigde me naar die zitting vergezeld. Hij nam het voor me op – met succes: ik riskeerde vijf jaar schorsing, maar kreeg er uiteindelijk twee. Over drie maanden mag ik weer voetballen.”

Jij bent twee jaar geschorst, degene die je uitschold blijft vrolijk voetballen.

Samir: “Rechtvaardig is dat niet, nee. Ik had een vriend bij hem in de ploeg. ‘Bro,’ stuurde ik hem, ‘ik moet weten wie hij is.’ Ondertussen interesseert hij me niet meer.

“Ik denk dat het alleen maar erger wordt met het racisme. Door het negatieve beeld dat in de media wordt opgehangen van moslims, gaan zelfs mensen die nooit met moslims in contact komen, denken dat we allemaal terroristen zijn. Die overtuiging nemen ze mee naar het voetbal. Zolang dat gebeurt, zal het nooit stoppen.”

Attilay Emeksiz: ‘Telkens als ik de bal had, was er één supporter die ‘taliban, taliban’ naar me riep. Eerst nog stil, daarna steeds luider.’Beeld Geert Van de Velde

MUUR OPTREKKEN

Als meisje met een kleurtje was Red Flame Kassandra Missipo in haar kindertijd een dubbel buitenbeentje. Pas toen ze het jongensvoetbal inruilde voor het vrouwenvoetbal, begreep ze hoe hard het wereldje was dat ze net verlaten had.

Kassandra Missipo: “Als kind werd ik er vaker op aangesproken dat ik een meisje was dan op mijn kleur. Misschien omdat ik bij de jongens voetbalde en dat het eerste verschil was dat ze zagen. Ik had een trainer die niet in mij geloofde: ‘Jij bent een meisje, jij kunt niet zo hard lopen.’ Ik wilde stoppen met voetballen, zo aangedaan was ik, maar ik heb er nooit iets racistisch achter vermoed. Mijn kleur kwam pas op de tweede plaats.

“Toen ik 11 jaar was, noemde een jongen van de tegenpartij mij eens ‘makak’. ‘Ga maar in de bossen lopen, want daar hoor je thuis,’ voegde hij eraan toe. Ik voelde me aangevallen en ben huilend naar huis gegaan. Maar zelfs bij die jongen kwam mijn huidskleur pas op de tweede plaats: hij raakte gefrustreerd omdat hij me niet voorbij kon. Een jongen die moet toegeven dat hij het niet kan halen van een meisje? Dat gaat niet, dus zei hij ‘makak’.

“Pas toen ik 17 was en de overstap naar het vrouwenvoetbal maakte, ben ik me gaan afvragen: ‘Wie ben ik eigenlijk?’ Mijn papa komt uit Kameroen, mijn mama is Belgische, en zelf ben ik in Asse geboren: ik voel me meer Brusseleir dan wat anders (lacht). Waarom werd ik dan zo dikwijls op mijn huidskleur aangesproken? Ik begon te beseffen dat het niet normaal is om ‘makak’ of ‘zwette’ genoemd te worden, en dat het sfeertje in het mannenvoetbal, van ‘We mogen roepen wat we willen’, niet oké is. Bij de vrouwen heerst meer respect. Niet alleen voor ras, trouwens: ook voor geaardheid.”

Racistische leuzen horen erbij, wordt weleens gezegd.

Kassandra Missipo: ‘Ik zal nooit laten zien dat racisme mij raakt. Ik trek een muur op en put er kracht uit: ‘Die makak is er toch maar mooi geraakt.’’ Beeld Geert Van de Velde

Missipo: “Hoe dikwijls heb ik dat niet gehoord: ‘Je moet ook wel tegen iets kunnen, hè.’ Is dat zo? ‘Wat zou jij ervan vinden mocht ik jou de hele tijd lopen uitschelden?’ kaats ik dan terug. Meestal volgt er dan een stuntelig ‘ja, maar’: ‘het is maar een mopje’ of ‘ik bedoelde het niet slecht.’ Of ‘Maar jij bent een uitzondering.’ Door iets voor humor te laten doorgaan, probeert men het aanvaardbaar te maken.”

Hoe reageer je als je vandaag racistisch bejegend wordt?

Missipo: “Ik zal nooit laten zien dat het mij raakt. Mij zul je dus nooit kwaad zien worden, want dat is net wat ze willen. Integendeel, ik trek een muur op en put er kracht uit: ‘Die makak is er toch maar mooi geraakt!’ Ik vond het prachtig hoe Ahmad Mendes Moreira van Excelsior na zijn doelpunt met zijn armen wijd open voor de supporters van Den Bosch ging staan: ‘Kijk!’”

Je probeert het niet te laten zien, maar ráákt het jou?

Missipo: “Ja, als ik Lukaku of Balotelli zie lijden, voel ik hun pijn.”

Wat vind je van de sterke standpunten die Lukaku en Kompany al hebben ingenomen in het racismedebat?

Missipo: “Fantastisch! Wat Lukaku postte, deed me opveren: ‘Hij heeft gelijk!’ Ik zou daar weleens een boompje over willen opzetten met hem. Ik mag dan wel een Red Flame zijn, onze werelden zijn zó verschillend dat zijn impact veel groter is dan de mijne. Hij kan écht iets in beweging brengen. Het is aan ons om hem te steunen zodat hij de kracht blijft vinden om hierover te blijven communiceren: ‘Wij staan achter u, Romelu!’ Want als we niet op die nagel blijven kloppen, verdwijnt het weer uit de aandacht. Racisme moet een hot topic blijven.”

Waar kunnen slachtoffers in het voetbal terecht?

Missipo: “Nergens. Veel spelers die ermee te maken krijgen, voelen zich alleen. Die paar gekleurde jongens uit mijn jeugd maakten hetzelfde mee als ik. Soms kruisten onze blikken en zag ik de radeloosheid in hun ogen: ‘Wat moet ik doen?’ Een kreet om hulp was het, die onbeantwoord bleef. We begrepen elkaar, maar ik was even radeloos. En omdat je je zo alleen voelt, negeer je het. Anders riskeer je nóg meer bagger over je heen te krijgen.

“Het probleem in het voetbal is dat het helemaal verblankt is. Voor hun handleiding tegen discriminerende spreekkoren is de Pro League her en der op zoek gegaan naar input. Zo zijn ze ook bij mij terechtgekomen. Zij wisten zich immers geen raad: alle zogenaamde inzichten over discriminatie komen uit blanke hoofden die het nooit zelf aan den lijve hebben ervaren. Meer kleur in het beleid, dát hebben we nodig.

“Ik geloof oprecht dat je het racisme kunt verminderen zodat de samenleving wat meer aan elkaar gaat hangen. Daar draag ik graag mijn steentje aan bij. Want veel steentjes kunnen een lawine veroorzaken.”

Arnold Rijsenburg: ‘Marco Ilaimaharitra werd op een nazigroet getrakteerd en kreeg zelfs een gele kaart. Waar is de empathie van die scheidsrechter op zo'n moment?’

AGRESSIEVE NUMMER 9

Zijn tongval kan niet Gentser, maar toch werd Julio Pereira Bravo – in Portugal geboren uit Angolese ouders – bij verschillende amateurclubs waarvoor hij speelde, racistisch benaderd. De impact van die negatieve ervaringen is zwaar: tot op vandaag gaat hij nog geregeld langs bij de psycholoog.

Julio Pereira Bravo: “Raar maar waar: als jeugdspeler ben ik er zelden mee geconfronteerd geweest. Er was alleen die keer dat de vader van onze keeper – een grote sponsor die niet van mij moest weten – tegen mij stond te schreeuwen. Een moeder van een ploegmaatje heeft hem toen stevig aangepakt: ‘Nog één keer en ik sleur je hier weg!’ Fijn, dacht ik: als ik later groot ben, zal er altijd iemand voor mij opstaan. Wist ik veel...

Julio Pereira Bravo: ‘Vroeger vond ik holebi's vies, maar omdat ik weet hoe diep zo'n veroordeling iemand kan kwetsen, ben ik het gesprek met hen aangegaan. Dat heeft me de ogen geopend.’Beeld Geert Van de Velde

“Het is begonnen bij Sparta Ursel. Bij een hoekschop kleefde ik aan mijn tegenstander om hem het koppen te beletten, toen ik vanuit de neutrale zone hoorde roepen: ‘Vuile neger, ga je stoppen met duwen?’ Ontdaan liep ik van het veld om te vragen wie dat geroepen had. De scheids en mijn ploegmaats probeerden me tegen te houden, waarop ik me met een armbeweging losrukte. Maar wat schreef de scheids in zijn verslag? ‘Nummer 9 wilde mij slaan.’

“Mijn ploegmaats praatten op me in: ‘Julio, zulke dingen gebeuren nu eenmaal, laat het.’ Dat deed extra pijn: zelfs mijn eigen ploeg steunde me niet. Toen ik me voor de voetbalbond moest verdedigen – de scheids had rood getrokken omdat ik van het veld gestapt was – zaten er twintig mannen, twintig blánke mannen. Niet één die mij begreep.”

Je postte een noodkreet op Facebook waarin je overwoog te stoppen met voetballen.

Bravo: “Dat was na een andere wedstrijd, tegen Aalter. Zij hadden tegen ons de titel gepakt en hebben me de hele tijd uitgedaagd: ‘Hou je kalm, of moet ik het in een andere taal zeggen?’ En: ‘Hey aap, ga nog wat bananen eten.’ Na afloop ben ik hun kleedkamer binnengestormd en heb ik die speler een boks verkocht. Die avond ben ik huilend thuisgekomen. Na overleg met mijn vriendin heb ik dat bericht op Facebook gezet. Je kunt iemand neerschieten of een mes in de rug steken, maar je kunt iemand ook met woorden pijn doen. Nog altijd ga ik naar een psycholoog omdat ik het af en toe nodig heb om het er allemaal uit te gooien en een plaats te geven.

“Na Ursel nam ik me voor: nooit wil ik me nog zo opgejaagd voelen dat ik agressief word.”

Kassandra Missipo: ‘In het vrouwenvoetbal heerst meer respect. Niet alleen voor ras, trouwens, ook voor geaardheid.’Beeld Geert Van de Velde

Dat lukte, ondanks het racisme waarmee je te maken bleef hebben.

Bravo: “Ik speelde ondertussen bij Dendermonde en liep me op te warmen, toen één van onze eigen supporters vieze dingen naar mij riep – ‘hakuna matata’ en zo – terwijl iemand van het bestuur naast hem zat. Achteraf ben ik naar dat bestuurslid gestapt: ‘Waarom liet jij dat toe?’ Hij deed alsof hij van niets wist, en de club trad hem bij: ‘De mensen betalen om te roepen wat ze willen.’ Dat kwam zo hard binnen dat ik heb gezegd: ‘Hier stopt het!’ Ik heb er geen woorden meer aan vuilgemaakt en ben het afgetrapt.

“Toen ik afgelopen zomer bij FC Latem tekende, deed ik dat onder één uitdrukkelijke voorwaarde: ‘Als er dingen gezegd worden die niet door de beugel kunnen, verwacht ik dat jullie optreden. Anders ben ik weg.’ Daar hadden ze begrip voor, zij weten waarom ik bij Dendermonde ben vertrokken.

“Nu, binnenkort is het Sinterklaas en de grapjes zijn er al: ‘Julio, kun jij geen Zwarte Piet spelen?’ De hele kleedkamer lacht dan, behalve ik: ik vind het niet zo grappig om met een knecht geassocieerd te worden. Ze bedoelen het niet kwaad en ik neem het hun niet echt kwalijk, maar ik lach niet, want dan denken ze dat het oké is. Soms zwijg je beter.”

Heb je je nooit gesteund gevoeld?

Bravo: “Eén keer, bij De Pinte. Na de zoveelste racistische opmerking sprong de keeperstrainer recht en maakte hij zich even kwaad als ik. Dat heb ik niet vaak gezien.

“Dialoog is de enige remedie. Vroeger vond ik holebi’s vies, maar omdat ik weet hoe diep zo’n veroordeling iemand kan kwetsen, ben ik het gesprek met hen aangegaan. Dat heeft me de ogen geopend. Stel dat ik later een zoon heb die me komt zeggen dat hij homoseksueel is, zal ik hem geruststellen: ‘Als jij gelukkig bent, ben ik het ook.’

“Ook tegen racisme kun je als kleine club meer doen dan je denkt. Waarom zou je niet eens luisteren naar de beweegredenen van supporters die problemen hebben met spelers met een andere kleur? Zelf zou ik supergraag samenzitten met een racist om van hem te horen waarom ik hier voor hem ongewenst ben. Of nodig eens een gevluchte Syriër uit om de aftrap te geven. Tussen kerst en nieuw ben ik van plan om me in te zetten in een asielcentrum. Omdat ik weet hoe erg het is om niemand te hebben tijdens de feestdagen: mijn eerste vier jaar in België heb ik zelf met mijn ouders in zo’n centrum verbleven. Waarom zou je als voetbalploeg niet eens een bezoek brengen aan zo’n centrum? Maar ze zullen me uitlachen als ik het voorstel. Teambuilding in het voetbal, dat is eens goed gaan zuipen.”

Hoe hou je het vol?

Bravo: “Veel van mijn zwarte vrienden voetballen niet meer. Door het racisme, maar ook omdat ze zich altijd meer dan een ander moesten bewijzen. Van buitenlanders wordt verwacht dat ze de pannen van het dak spelen. Ik mag niet even goed zijn als mijn ploegmaats, nee, ik moet béter zijn. Is dat racisme? Ik weet het niet. Maar ik begrijp Lukaku heel goed: hij geeft het beste van zichzelf gegeven voor het land waarin hij is opgegroeid, en toch wordt hij niet aanvaard. Daar word je boos van.

“Maar goed, ik voel me de winnaar: mij hebben ze niet klein gekregen, ik sta er nog elke week. Onlangs werd ik gebeld door de krant: ik had vier keer gescoord in vijf wedstrijden. Dát is mijn overwinning. Want als ik stop, wie blijft er dan over? De racisten. Dat wil ik niet.”

©HUMO 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234