Donderdag 19/05/2022

Mission impossible in Oekraïne

Een 'mission impossible', dat leek Nederlands opdracht om de achtergebleven slachtoffers van vlucht MH17 op te halen in Oekraïne. In het heetst van de emoties werd zelfs overwogen een militair konvooi te sturen. Na veel wikken en wegen is het een politiemissie die vertrekt.

"Het is een zelfmoordmissie! Een no-go!" Het oordeel van de commandant der strijdkrachten, Tom Middendorp, is onverbiddelijk als hij op donderdag 24 juli met zijn hoogste militairen spreekt over het idee gewapend naar Oekraïne te gaan om daar de laatste slachtoffers van vlucht MH17 op te halen.

Het idee voor een gewapende missie is geboren uit politieke frustratie. Op donderdag 17 juli kwamen 298 onschuldige mensen om bij een aanslag op een passagiersvliegtuig van Malaysia Airlines. Er zijn 196 Nederlanders bij. Rebellen sjouwen met hun lichamen rond. Mobieltjes worden gestolen, kredietkaarten gebruikt, zelfs een trouwring aan de vinger van de overledene is niet veilig. "Stuur onze commando's erop af om onze mensen op te halen!", klinkt het in Nederland het eerste weekend na de ramp.

Maandagavond 21 juli spreekt premier Mark Rutte daarom met het kleine groepje militairen over de optie van het gewapend optreden. "Inderdaad, na de roep uit de samenleving", zegt een betrokkene. "Toen werd besloten in een heel klein comité met Rutte als aanvoerder: laten we kijken wat er nodig zou zijn voor zo'n gewapende missie. Wat zijn de risico's? Is het realistisch?"

Al snel blijkt het echter een onmogelijke missie te worden. Het aantal benodigde militairen zou ver boven de duizend liggen. En zelfs dan. "We kunnen daar geen militair overwicht krijgen. "En Oekraïne is zo'n kruitvat", verzucht een bron. Het duurt een paar dagen voordat Rutte een alternatief plan ontvouwt: maar een ongewapende groep hulpverleners gaat de laatste lichamen ophalen uit het rampgebied. Rondom de crashsite woedt dan al een hevige burgeroorlog tussen separatisten en Oekraïense strijdkrachten.

Het kabinet weet van tevoren al dat het waarschijnlijk een mission impossible wordt. Tientallen lichamen zullen blijven liggen, omdat hulpverleners gedwarsboomd zullen worden door gevechten. Maar hoe moeten ze dat vertellen aan de nabestaanden?

'Dit moet boven tafel'

Rutte kijkt op de middag van maandag 21 juli de nabestaanden voor het eerst in de ogen. In Nieuwegein is een besloten bijeenkomst georganiseerd voor de mensen die hun geliefden verloren. Ruim duizend personen komen er opdagen. Rutte beseft ten volle welke wond de vliegramp heeft geslagen in de Nederlandse samenleving.

In de dagen ervoor wordt er in het Nationaal CrisisCentrum (NCC) aan een stuk door gewerkt om de nabestaanden te vinden. Dat gaat aanvankelijk moeizaam. Het duurt lang voordat Malaysia Airlines op donderdagavond 17 juli een passagierslijst overdraagt aan het crisiscentrum in Den Haag.

De irritatie daarover neemt met de minuut toe op de zevende verdieping van het ministerie van Veiligheid. Dick Schoof, de nationale crisiscoördinator, wordt op de huid gezeten door minister Opstelten (Veiligheid). "Waarom is die passagierslijst er nog niet?" krijgt hij te horen. "Dit moet wel boven tafel, Dick!"

Aan het eind van die donderdagavond krijgt Schoof eindelijk een namenlijst te zien. Minstens honderdvijftig zijn Nederlands.

Opstelten heeft zijn leidende positie als crisisminister dan al overgedragen aan Rutte. Dit is zo groot, weten ze meteen, dit is een klus voor de premier. De taken zijn snel verdeeld. Rutte houdt het overzicht en denkt voortdurend in 'wat als'-scenario's. Opstelten is de thermometer in de samenleving. Hij weet welke woorden hij moet kiezen om mensen te troosten. Frans Timmermans meldt zich die avond in een conference call vanuit Heerlen. Als een soort superdiplomaat zal hij de wereld over reizen. Zijn opdracht: Nederlandse onderzoekers bij de rampplek krijgen en zoveel mogelijk lichamen van slachtoffers in Nederland krijgen.

Ondertussen worden burgemeesters van de woonplaatsen van de slachtoffers op de hoogte gesteld en die schakelen op hun beurt 'familierechercheurs' in. Zij bellen aan bij vaders en moeders, bij broers en zussen van Nederlanders die zijn verongelukt in Oekraïne. Ze verzekeren hen: we gaan er alles aan doen om uw familieleden terug naar Nederland te brengen. "Dat is prioriteit één", verklaart ook premier Rutte.

Aan de rechthoekige vergadertafel in het Catshuis wordt op woensdagavond 23 juli de optie van gewapend ingrijpen voor het eerst in grotere kring besproken. De ministerraad heeft meteen al veel zorgen over het inzetten van de militaire optie. De scheidslijn loopt grofweg langs de lijnen van VVD en PvdA. De liberalen zijn eerder voor (Rutte, Hennis, Opstelten), de socialisten tegen (Timmermans, Ploumen, Asscher). Echt enthousiast is niemand.

De ervaren diplomaat Timmermans neemt het woord: "Je geeft de Russen hierdoor een reden om in te grijpen. Hun landsgrens ligt slechts een paar kilometer van de rampplek. Voor we het weten, raken we verstrikt in een conflict waar we absoluut niet in terecht willen komen." Hoofden van ministers om hem heen knikken.

"Eigenlijk is het idee die avond al min of meer gekelderd", weet een bron. Maar de ministers willen niet met lege handen naar de nabestaanden gaan. Besloten wordt om de volgende dag een brief te sturen aan de Tweede Kamer waarin staat dat "de modaliteiten worden onderzocht om het overbrengen naar Nederland van stoffelijke overschotten te ondersteunen". De formulering van de brief is met opzet vaag, zodat ook een alternatief uitgewerkt kan worden.

Rode lap op stier

Zo krijgt vanaf donderdag 24 juli de politiemissie vorm, met ongewapende agenten en de marechaussee, het Nederlandse militaire politiekorps.

"De politiemissie is geboren uit het besef dat je zeker een vorm van bescherming nodig hebt, maar wel een die niet provocerend overkomt. Als we met groene legeruniformen het rampgebied zouden betreden, wisten we zeker dat het als een rode lap op een stier zou werken", zegt een betrokkene.

Op vrijdag wordt razendsnel een commandant gevonden voor een ongewapende missie. Dat mag geen militair zijn, om te voorkomen dat rebellen en Oekraïeners denken dat Nederland zich wil mengen in hun strijd. Het is de landelijke korpschef Gerard Bouman die Amsterdams politiecommissaris Pieter-Jaap Aalbersberg voordraagt. "Hij heeft ervaring met leiding geven aan grote groepen, kan mensen aan elkaar binden, is diplomatiek en analytisch. Ook naar de media toe is hij oprecht en open", verklaart een bron de keus. Er is geen moment discussie over. Aalbersberg zelf denkt in eerste instantie dat een militair de klus beter kan klaren. Hij heeft geen enkele ervaring met Oekraïne en moet Kiev opzoeken op de kaart.

Iedereen is het erover eens: deze missie zijn we verplicht aan de nabestaanden. Dat is de reden dat de onderzoekers elke dag op weg gaan naar het rampgebied, ook al moeten ze na tien kilometer weer omkeren.

Tegelijkertijd krijgen de familierechercheurs de opdracht niet te hoge verwachtingen te wekken. Zij bereiden de nabestaanden er voorzichtig op voor dat het lang kan duren voordat ze hun familieleden kunnen begraven. Dat het zelfs misschien nooit zal gebeuren.

In de dagen erna blijkt hoe moeilijk het wordt om alleen al bij de brokstukken van het vliegtuig te komen. Steeds opnieuw proberen de forensische experts en de marechaussees de rampplek te bereiken, en steeds keren ze onverrichter zake om. Woensdagavond 30 juli stuurt Aalbersberg een bericht uit: het gaat ook de komende dagen waarschijnlijk niet lukken. Het volk lijkt te worden voorbereid op de ultieme mededeling: we hebben alles gedaan wat we konden, maar zijn er niet in geslaagd.

Dan krijgen de Nederlandse onderzoekers het op vrijdag 1 augustus ineens wel voor elkaar om de rampplek te bereiken en menselijke resten mee te nemen. Maar in het rampgebied is gelopen en gegraven. En dan komt het hoge woord eruit. "De kans is niet heel groot dat we alle stoffelijke overschotten en spullen terugkrijgen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234