Dinsdag 17/09/2019

Misschien kan vooral deze man beter niet komen op 21 juli

Defileren in Brussel op 21 juli in Brussel zit er voor de Congolese generaal Bosco Ntaganda niet in, maar fileren kan hij als geen ander. Bij voorkeur oren, achillespezen en darmen. Al sinds 2008 vraagt het Internationaal Strafhof in Den Haag de uitlevering van generaal Ntaganda wegens dwangrekrutering van kindsoldaten. Tot vandaag weigert de Democratische Republiek Congo. door maarten rabaey

Wat er ook gebeurt, het Congolese regime blijft generaal Bosco Ntagandaeen hand boven het hoofd houden

“Hij sneed traag in mijn oor, heen en weer. Hij zei dat hij me zou snijden tot ik zou sterven, beetje bij beetje. De omstaanders protesteerden. De soldaat liet me achter om ze met het achterste van zijn machete op de hoofden te slaan. Daarna begon hij aan de achterkant van mijn nek te snijden. Toen de omstaanders nog harder riepen, dwong de soldaat een andere man om naakt op de grond te liggen en sneed met de machete in zijn billen.”

Het waren onderzoekers van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch die het folterrelaas eind 2008 optekenden uit de mond van Jean, een Congolees uit de oostelijke Kivu-regio, die ze aantroffen in een ontheemdenkamp. Jean en elf anderen waren opgepakt door soldaten van het Congrès National pour la Défense du Peuple (CNDP), de rebellenbeweging onder leiding van de krijgsheren Laurent Nkunda en Bosco Ntaganda.

Nkunda werd in januari 2009 gearresteerd door zijn vroegere broodheer, Rwanda. Bosco Ntaganda verklaarde op 16 januari 2009 dat hij en zijn troepen zich bij het Congolese regeringsleger (FARDC) zouden voegen om samen te strijden tegen de Forces Democratiques de Liberation du Rwanda (FDLR), een extremistische Hutumilitie waarvan sommige leiders in 1994 deelnamen aan de Rwandese genocide. Het FARDC ontving Bosco Ntaganda met open armen. Onder het motto ‘de vijand van mijn vijand is mijn vriend’ werd hij benoemd tot generaal.

In Den Haag hebben ze het nog altijd moeilijk om het te geloven. Op 29 april 2008 maakte het Internationaal Strafhof (ICC) bekend dat er sinds 22 augustus 2006 een internationaal arrestatiebevel loopt tegen Ntaganda, op beschuldiging van de rekrutering, het dienstplichtig maken en het actief inzetten van kindsoldaten jonger dan vijftien tijdens het conflict in het noordoostelijke district Ituri in de periode 2002-2003.

Als ondertekenaar van het Romeverdrag, dat het ICC oprichtte, heeft Kinshasa de wettelijke verplichting mee te werken met het Strafhof, wat ook de gevolgen zijn van de arrestatie en de overdracht van gezochte voortvluchtigen.

Bosco Ntaganda leidde in Ituri militaire operaties voor de beruchtste milities van de Hema-bevolkingsgroep, de Forces Patriotiques pour la Libération du Congo (FPLC) en de Union des Patriotes Congolais (UPC), dat hij pas in 2006 verruilde voor het CNDP. Ntaganda wordt zo verantwoordelijk geacht voor de moord op en het folteren van honderden burgers die behoren tot de Lendu- en Ngiti-bevolking.

Tijdens een offensief in de goudmijnstad Mongbwalu, dat op 18 november 2002 begon, was hij verantwoordelijk voor een bloedbad waarbij minstens 800 burgers omkwamen. “UPC-strijdkrachten slachtten burgers af op etnische basis, jaagden op zij die naar het woud vluchtten, arresteerden en vermoordden anderen aan wegblokkades”, schreef Human Rights Watch in juni 2005 in het gedetailleerde rapport The Curse of Gold. “De troepen onder leiding van commandant Bosco vielen aan ten zuiden van de luchthaven. Een ooggetuige verhaalde hoe de aanvallers systematisch te werk gingen, en van het ene naar het andere huis trokken. Als ze iemand gevangennamen, dan vroegen ze naar zijn afkomst. Als ze niet vijandig waren, werden ze vrijgelaten. Maar ze vermoordden de Lendu. Het UPC schreeuwde het zelfs uit: ‘We gaan jullie uitroeien. De regering zal jullie nu niet helpen.’”

Het moorden stopte niet gedurende zes dagen. Een groep van tien man met speren, geweren en machetes vermoordde twee mannen in Cité Suni, in het centrum van Mongbwalu. “Ze onttrokken Kasore, een Lendu, van zijn familie en vielen hem aan met messen en hamers. Van zijn twintigjarige zoon werden de keel doorgesneden en de borst open gekliefd. Ze sneden ook zijn achillespezen door, sloegen op zijn hoofd en namen zijn darmen weg”, vertelde een getuige aan HRW. “De vader werd afgeslacht en in brand gestoken. Onderweg zagen we andere lichamen.” Het UPC jaagde ook op vluchtende Lendu. Een vluchtende ooggetuige zag hoe het UPC 120 mensen vermoordde aan een wegblokkade in Yedi.

In november 2005 kwam Bosco Ntaganda op een VN-sanctielijst wegens het overtreden van het wapenembargo. Volgens VN-blauwhelmen zijn troepen onder zijn commando ook verantwoordelijk voor de moord op een Keniaanse blauwhelm in januari 2004, en voor de ontvoering van een Marokkaanse VN-soldaat een jaar later.

Ook na zijn overstap naar het CNDP maakte Ntaganda van bloeddorst zijn waarmerk, met 4 en 5 november 2008 als triest hoogtepunt.Tijdens die twee dagen vermoordden troepen onder zijn commando naar schatting 150 mensen in het dorp Kiwanja, een van de ergste slachtpartijen die de voorbije twee jaar in Noord-Kivu plaatsvonden.

Officieel op zoek naar Mai-Mai-strijders richtten zijn rebellen een bloedbad aan in de wijken Buhunda, Buzito, Buturande, Mabungo, Nyongera, en Kachemu. Zich baserend op meer dan honderd interviews met ooggetuigen beschreef Human Rights Watch later hoe de meeste slachtoffers kogelwonden hadden aan het hoofd, of wonden veroorzaakt door machetes, speren of honkbalknuppels, wat erop wijst dat ze standrechtelijk werden geëxecuteerd. Minstens veertien slachtoffers waren kinderen, acht waren vrouwen en zeven bejaard.

“In het huis zaten zeven jongens”, vertelde een bejaarde vrouw die de slachting overleefde. “Ik verborg me in de slaapkamer onder het bed. Ik hoorde de soldaten binnenvallen en het geschreeuw van de jongens toen ze werden doodgeschoten. Ze probeerden hen niet te arresteren, ze schoten alleen maar - bam, bam, bam. Een van hen wou mij ook doodschieten, maar een andere zei me te sparen vanwege mijn leeftijd. Toen ik na hun vertrek in de andere kamer kwam, zag ik de lichamen van de dode jongens. Vier onder hen waren broers.”

Het internationale recht is duidelijk: bewuste, onrechtmatige executie is een oorlogsmisdaad, of het nu om burgers dan wel om gevangen tegenstanders gaat. De betrokkenheid van huidig FARDC-generaal Bosco Ntaganda staat vast. Hij werd volgens HRW op de dag van het bloedbad, op 5 november, gefilmd in Kiwanja. De CNDP respecteerde geen enkele internationale conventie. Zes vrouwen en meisjes werden op 27 november verkracht in een VN-ontheemdenkamp.

Huidig FARDC-generaal Bosco Ntaganda paste ook opnieuw zijn modus operandi toe waarvoor hij nu gezocht wordt in Den Haag. Na de bezetting van Rutshuru en Kiwanja ontvoerde het CNDP tientallen jongens, die gedwongen werden om als kindsoldaten te vechten aan hun volgende front. Velen zijn nooit teruggekeerd.

Tot vandaag weigert president Joseph Kabila generaal Bosco Ntaganda uit te leveren. In hun nieuwste Congorapport van 8 maart dit jaar wezen zeven experts van de Verenigde Naties het bewind van Joseph Kabila er nog maar eens voor terecht. “De strijd tegen de straffeloosheid wordt ondermijnd door een schijnbaar gebrek aan politieke wil om hooggeplaatste verdachten, onder wie Bosco Ntaganda, tegen wie een ICC-arrestatiebevel loopt, te arresteren en te vervolgen.” Meer, ze stellen dat hij nog altijd actief deel uitmaakt van de commandostructuur van het FARDC.

“Ondanks beweringen van de regering dat Ntaganda niet langer commandofuncties bekleedt binnen het FARDC, geven berichten aan dat hij betrokken blijft bij de FARDC-commandostructuur, ook in de context van de Kimia II-operatie.” Kimia II was het offensief dat het FARDC vorig jaar voerde tegen Huturebellen van het FDLR. Gewapende strijders van beide partijen werden tijdens de gevechten beschuldigd van moorden, verkrachting en plunderingen.

Anneke Van Woudenberg, Congo-onderzoekster van HRW, bevestigt. “Bosco Ntaganda was de facto vicecommandant van Kimia II”, zegt ze. “Hij is vandaag nog altijd generaal. Hij maakt deel uit van de FARDC-commandostructuur in Oost-Congo. Hij speelt tennis, eet in de beste restaurants van Goma maar is nog altijd een bedreiging voor de lokale bevolking.”

Nu voert het FARDC een nieuw, beperkter offensief in Noord-Kivu: Amani Leo (‘Vrede Vandaag’). Op vraag van de VN-vredesmacht MONUC maakt Bosco Ntaganda op papier geen deel uit van deze operatie, maar gezien zijn enorme informele invloed volstaat dat volgens Van Woudenberg niet. “De VN moet zich er concreet van verzekeren dat Bosco Ntaganda geen rol meer speelt.”

Momenteel is er grote bezorgdheid dat hij aan de touwtjes trekt via zijn handlangers. Eén van hen, Ntaganda’s neef en strijdmakker FARDC-luitenant-kolonel Innocent Zimurinda, pocht volgens Van Woudenberg vandaag in Kivu dat hij “onaantastbaar is omdat hij bescherming krijgt van de generaal”. Van Woudenberg: “Ondertussen maakt Zimurinda zich sinds 2007 tot vandaag schuldig aan grootschalige mensenrechtenschendingen.” Vijftig Congolese mensenrechtenorganisaties dienden eerder deze maand samen met HRW een formele klacht in tegen Zimurinda. Van Woudenberg: “Hij is een vreselijke man, die ook meteen zou moeten worden opgepakt. In april vorig jaar werden op Shalio Hill, in Noord-Kivu, meer dan 129 Rwandese Hutuvluchtelingen onder zijn bevel brutaal afgeslacht.” Zimurinda leerde zijn vak onder de vleugels van Bosco Ntaganda, met wie hij al optrekt sinds Kiwanja.

“De enige manier om Bosco’s nefaste invloed te stoppen, is hem verwijderen uit de zone”, zegt Van Woudenberg. “Wij eisen uiteraard dat Bosco meteen door de Congolese justitie wordt opgepakt en aan Den Haag wordt overgedragen. Maar ook de VN-vredesmacht MONUC heeft nog altijd de wettelijke autoriteit om hem te arresteren. De Congolese regering gaf die toestemming in mei 2007, toen hij nog rebellenleider was. De MONUC beloofde toen alles te zullen doen binnen haar middelen om hem op te pakken.

“Het verhaal in de coulissen vandaag is dat vrede voorrang moet krijgen op gerechtigheid, maar er zijn genoeg voorbeelden elders in de wereld dat beide aspecten samengaan. Als Joseph Kabila tijdens de vijftigste verjaardag van de Congolese onafhankelijkheid op 30 juni zijn legitimiteit wil bewijzen tegenover de internationale gemeenschap, dan laat hij Bosco Ntaganda vooraf oppakken. Ook buitenlandse dignitarissen moeten al voor hun vertrek naar het defilé zijn arrestatie eisen van Congo en Rwanda, waar hij soms vertoeft. Vanuit Goma gaat hij regelmatig naar het naburige Rwandese grensdorp Gisenyi. De rol van Rwanda in deze zaak mag niet worden onderschat, want dat land maakte zijn promotie binnen het CNDP en de transitie naar het FARDC mogelijk. Het wordt stilaan moeilijk voor de internationale gemeenschap om over deze zaak te blijven zwijgen.”

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234