Donderdag 22/04/2021

'Misschien is het volgende nummer wel het laatste'

uitgever johan stuyck over 'ink', jong talent en oogachtend

Bijna anderhalf jaar geleden, in oktober 2000 om precies te zijn, werd de Nederlandstalige stripscène een striptijdschrift rijker: Ink, een blad van zo'n 80 pagina's, volgestouwd met (vervolg)verhalen van de meest uiteenlopende auteurs en stijlen met hier en daar een interview of essay. Het driemaandelijkse blad groeide al snel uit tot een kweekvijver waarin jonge striptekenaars, cartoonisten en illustratoren (tot nu toe achttien in totaal) hun kunnen mochten etaleren en werd ook bij onze noorderburen enthousiast onthaald. Terwijl Ink in die eerste periode nog vooral stripgelateerd werk van de afgestudeerden van de stripafdeling van het Brusselse St. Lucasinstituut plaatste, dan blijkt die enge kijk intussen gelukkig achterhaald. In het nieuwste, zevende nummer dat vorige week op de markt kwam, mag bijvoorbeeld de Nederlandse relatief bekende Maaike Hartjes publiceren. Gratis, uiteraard, zegt uitgever en hoofdredacteur Johan Stuyck (43), "want zelfs de meer professionelen ontvangen geen vergoeding voor hun bijdragen. Daarvoor zijn we nog te klein."

Dat Ink ondertussen echter een kweekvijver is geworden van beloftevolle grafici, is in de stripscène van de lage landen danig doorgedrongen. Stuyck krijgt ondertussen iedere week wel een dikke envelop in de bus met werk van jong talent dat nerveus op die ene doorbraak, die ene publicatiekans wacht. "Jammer genoeg is 80 procent daarvan niet goed tot erg slecht", zucht Stuyck. "Kijk, ik apprecieer dat ze het durven te tonen, maar ik kan niet anders dan naar eer en geweten oordelen. Dat resulteert in het feit dat in het beste geval slechts twee op de tien werken in aanmerking komen voor opname. Ik antwoord iedereen, probeer opbouwende kritiek te leveren, maar leuk is dat voor hen niet, zo'n afwijzing of negatieve commentaar."

Net zo voor de vaste Ink-kern, meent Stuyck. "Het is ook voor hen even slikken als het niet goed is, maar er moet een moment komen dat je er een les uit moet trekken. Soms voelden de tekenaars zich onrechtvaardig behandeld, maar een maand later zie je dat ze er lessen uit hebben getrokken. Zelfs de erg impulsieve Conz (die nu publiceert met een autobiografische vervolgstrip, gdw) heeft zich daarnaar weten schikken. Dat is wilskracht tonen en het toont hun professionalisme, vind ik." Maar het blijft hard knokken, meent Stuyck.

"Het cliché dat velen onder hen, naast een fulltime dagjob, 's avonds en 's morgens achter de tekentafel moeten kruipen, klopt wel degelijk. Vaak loont dat niet, want in Vlaanderen zijn er amper magazines die hun werk publiceren, met uitzondering van namen als Seb of Kim, die in de reguliere pers zijn terechtgekomen. Het begint met puur enthousiasme, maar we merken dat dat niet leefbaar blijft. Het is als verliefdheid; eerst zweef je, dan komt er een moment dat je er serieus aan moet werken. Maar wat als je geen hulp van buiten af krijgt?! Als er geen magazines zijn die je kansen geven, die je sterken in je kunnen en je doen groeien...?!"

Oogachtend zelf, de kleine uitgeverij die als moederschip fungeert voor de Ink-auteurs en een buitenbeentje vormt in de Vlaamse stripuitgeverswereld, wordt ondertussen door vriend en vijand geroemd om zijn eigenzinnige en fraaie uitgeversbeleid. Op hun gloednieuwe site staat in niet mis te verstane bewoordingen waar het bedrijfje voor staat: "Oogachtend", zo luidt het, "geeft enkel boeken uit waar het beeld minstens even belangrijk is als het woord. Of het nu strips, cartoons, illustraties of foto's zijn, altijd vormt het visuele aspect het uitgangspunt." Fotoboeken en illustratieboeken wierpen zich momenteel nog niet uit de Oogachtend-schoot, maar, zo zegt Stuyck, daar komt binnenkort verandering in. "We hebben op illustratiegebied talent zat in Vlaanderen. Graag zou ik dan ook een reeks op de markt brengen met werk van die mensen. Daarvoor zijn al concrete afspraken gemaakt. Ook fotoboeken sluit ik niet uit. Zoals ik al zei: ik heb niets tegen teksten, maar ik voel me beter thuis in een milieu waar ik kan werken met vorm."

Volgens de website zit de verkoop van Ink anno 2002 in de lift, maar dat is relatief. "Er is goed en slecht nieuws", begint Stuyck. "Het goede nieuws is dat we zelfs van Ink nummer 1 boeken blijven verkopen, wat atypisch is voor een striptijdschrift. Het minder goede nieuws is dat we aan het plafond zitten. De best verkochte Ink zat aan 860 exemplaren, voor de rest schommelen we rond de 750. En we moeten het vooral hebben van de losse verkoop, want er zijn slechts 31 abonnees. Kijk, mijn opzet was om minstens duizend Inks te kunnen verkopen. We moeten er uiteraard niet aan verdienen en ook de drukker blijft werken tegen een erg schappelijke prijs, maar het is nu ook weer niet de bedoeling dat we er onze broek aan scheuren. Het feit dat we maar niet aan het cijfer duizend geraken, houdt wellicht in dat het volgende nummer misschien wel het laatste is."

Die uitzichtloze situatie kan eventueel nog opgelost worden, zegt Stuyck. Hij rekent, of beter, hoopt nog op subsidiëring via het Fonds der Letteren. Een lijvig dossier moet al sinds 5 december op Anciaux' kabinet beland zijn, maar vooralsnog weerklonk er geen feedback. "Tja, hoe stom het ook klinkt, maar het hangt daar inderdaad van af. Ik heb het zelfs nog niet aan mijn tekenaars durven meedelen. Toch zou het een doodzonde zijn mocht Ink doodbloeden, want dat betekent dat de mogelijke opvolger alweer van nul moet beginnen. Voorlopig doen we echter voort, misschien zelfs tegen beter weten in."

Geert De Weyer

Ink is te koop voor 6,20 euro en verschijnt bij uitgeverij Oogachtend. Meer info: www.ink.be en users.pandora.be/oogachtend.

'We hebben op illustratiegebied talent zat in Vlaanderen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234