Vrijdag 07/08/2020

'Misschien heb ik mezelf niet genoeg au sérieux genomen'Betty Mellaerts praat met Adamo

Knokke in augustus. De stad is een theaterstuk met mensen die spelen dat ze rijkelijk met vakantie zijn en genieten. Adamo treedt die avond op in het casino. Een glas water kost tweehonderd frank, een fles wijn zestienhonderd, champagne vierduizend en de kaart weet daarnaast te melden dat drinken verplicht is. Toch zit de lange, lelijke zaal afgeladen vol. Dan komt de zanger op en zingt. De hese stem die mijn jeugd bevolkte, is donkerder geworden. Zijn ogen schitteren, de glimlach is oprecht. De oude liedjes zijn overeind gebleven, de nieuwe gaan dieper, maar hij is de verlegen dichter gebleven naar wie zelden goed is geluisterd.

Foto's Dieter Telemans

'Mijn eerste succes, 'Sans toi, ma mie' had ook mijn laatste kunnen zijn. Frankrijk noch Italië wilden mij hebben. Het zuiden heeft gewacht op 'Tombe la neige'. Dat nummer was bij ons in de winter van '63 uitgekomen, maar in volle maand augustus van het jaar daarop stond iedereen in Frankrijk er in de discotheken op te dansen. Het heeft twee jaar geduurd eer de verantwoordelijken van de platenmaatschappij mij er accepteerden. Dat deed pijn. Maar mijn vader heeft me geduld geleerd. Als ik goede resultaten haalde op mijn rapport kreeg ik geen hele fiets, dat konden mijn ouders zich niet permitteren, maar een onderdeel ervan. Eerste van de klas zijn met Kerstmis leverde het stuur op, eerste met Pasen de wielen en in juni volgde de rest.

"'Tombe la neige' heeft een melodie in mineur, zoals veel van de Siciliaanse liedjes die mijn moeder voor me zong en die me zeer beïnvloed hebben. Alle gemoedsgesteldheden konden langs die liedjes passeren, het geluk zowel als het verdriet. Mijn moeder was erg getekend door het feit dat mijn vader naar de oorlog was geweest, ze heeft op hem gewacht. De terugkeer van de soldaat, liedjes over hoop, miserie, een gevoel dat zich verlengd heeft in onze eerste Belgische jaren. We leefden in barakken waar armoede heerste, maar ook voldoening omdat er werk was, al was het zwaar. In onze wijk leefden bijna uitsluitend Italianen. Ze draaiden 78-toerenplaten die ze uit Sicilië meebrachten. Ze probeerden hun identiteit te bewaren en het is pas toen ik teruggegaan ben naar Italië dat ik begrepen heb dat ze in België maar één rol te vervullen hadden: werken. Cultureel hadden ze nergens recht op. Later heeft zich dat hersteld, door de oprichting van allerlei culturele organisaties.

"Ondanks alles was in België komen werken en wonen het geluk van ons leven, maar je laat alles achter. Racisme bleef beperkt tot de speelplaats op school. 'Macaroni', riepen ze, ik: 'aardappel', maar ik heb er niet onder geleden. Mijn ouders misschien wel. Voor hen moet het moeilijker geweest zijn. In 1996 werd de vijftigste verjaardag van de immigratiegolf in België gevierd. Voor die gelegenheid heeft men opnieuw oude krantenartikels uitgebracht waarin Italianen op een flagrante en harde manier beschreven werden, zoals nu de Noord-Afrikanen in een bepaalde extreem-rechtse hoek. Eén artikel vertelde over een verdrag dat afgesloten werd tussen Italië en België: Italië kreeg één ton kolen per arbeider die ze stuurden! Sommigen wilden die vijftig jaar ook helemaal niet vieren. Vijftig jaar slavernij, zeiden ze. Ik heb de gedachten van mijn vader gevolgd: 'Het was zwaar maar als ik dit werk niet had gekregen, had ik jullie niet kunnen voeden.' De mijn had hem zijn waardigheid teruggegeven.

"Migreren is triest, dat doe je niet in een bevlieging, je denkt er lang over na. Ik heb een lied geschreven: 'Salima dans le tramway'. Op een dag zag ik in de tram een prachtige Afrikaanse vrouw in haar boubou. Het regende pijpenstelen. Wel, ik geloof nooit dat het haar droom was om hier in de regen terecht te komen. Vorig jaar heb ik de kant gekozen van de sans-papiers. Het is verscheurend om je land te moeten verlaten. We moeten de vluchtelingen hier verwelkomen, maar we moeten ze vooral helpen om in hun land te leven zodat ze niet door de verscheurdheid van de ballingschap moeten.

"Ik heb pas laat beseft dat mijn ouders een hard leven hebben gehad. Mijn vader was 28 toen hij hier aankwam, mijn moeder 27. Jonge mensen, totaal ontworteld, in een wereld die helemaal verschilde van de hunne. Dankzij hen heb ik het niet geweten. Bij hen voelde ik me goed, al was ik een zwaarmoedige jongen, waarschijnlijk door het soort leven dat ik leidde. Rondom mij zag ik veel verdriet. Altijd was er angst. Als een vader terugkeerde van zijn werk in de mijnen was dat een dagelijkse overwinning op de dood. Bovendien luisterde ik op mijn zestiende al naar Brel en ik was doordrongen van het drama van het Napolitaanse lied. Maar er was ook altijd de humor, een manier om je lot te bezweren. 'Humor is de elegantie van de wanhoop.' Ik weet niet meer wie het zei, maar het is één van de mooiste definities van humor die ik ooit heb gehoord.

"Dat ik als twaalfjarige op het plein van Jemappes een zangwedstrijd won en beloond werd met twee kilogram chocolade is een van de mooiste momenten uit mijn muzikale leven. Mijn ouders hebben nooit geloofd dat ik met zingen chocolade had gewonnen. Maar dat er werkelijk iets gebeurde, voelde ik pas toen ik in december '59 deelnam aan een wedstrijd van Radio Luxemburg. Ik was niet eens door de preselecties gekomen, maar één jurylid had aan zijn collega's gezegd: jullie begaan een vergissing door deze jongeman uit te schakelen, hij heeft misschien een speciale stem, maar hij schrijft zijn nummers zelf, en ze hebben me weer opgevist.

"Mijn neef Fredo, die meer dan dertig jaar met me heeft gewerkt, heeft me op de motorfiets naar de wedstrijd gereden. Het was winter. Mijn vader wist niet dat ik deelnam, hij was het er niet mee eens. Hij wist dat muziek belangrijk was voor mij, dat ik op mijn kamer gedichten schreef, maar hij moest een grote inspanning leveren om mijn studies te betalen. Hij wou vooral niet dat ik zoals hij in de mijnen moest afdalen. Een vak maken van muziek was daartoe in zijn ogen niet het beste middel. Bovendien hield hij enorm van opera, muziek hing bij ons voortdurend in de lucht en mijn stem was niet bepaald academisch geschoold. Dus deed ik stiekem mee.

"Ik won de wedstrijd, thuis vertelde ik niets. Twee maanden later, op 14 februari 1960, de dag waarop mijn jongste zus geboren is, werd het concours uitgezonden. Ik zei tegen mijn vader: 'Papa, vanavond gaan we samen naar de radio luisteren.' Ik herinner me de tranen in zijn ogen, hij was totaal verrast. Hij is mijn grote fan geworden en mijn enige echte impresario.

"De enige producer die na de uitzending contact met me opnam, was een Vlaming en alles wat hem interesseerde, was dat mijn stemtimbre leek op dat van Rocco Granata, die toen zijn gouden tijd beleefde. Dus wilde hij dat ik een Italiaans lied maakte. Het was een kans om een plaat op te nemen, die wou ik niet kwijt geraken en ik heb het gedaan. We hebben 517 exemplaren aan de familie verkocht! Er volgde nog een tweede plaat en een derde en uiteindelijk kon ik maanden later het nummer 'Si j'osais' opnemen, waarmee ik de grote finale van de wedstrijd van Radio Luxemburg in Parijs gewonnen had, maar toen was het al te laat. De kleine bekendheid die ik op de radio verworven had, was alweer ingezakt en ik besloot mijn studies opnieuw op te nemen. Voor mij was het goede moment voorbij, mijn lot beklonken. Maar mijn vader, intuïtief aanvoelend welke weg ik moest gaan, is aan alle deuren blijven kloppen tot hij de juiste had gevonden: EMI. Ik nam 'Sans toi, ma mie' op, verkouden, met maar drie instrumenten: gitaar, bas en drums, en vertrok met de belofte dat ze er een koor en violen zouden aan toevoegen.

"Van de prefect had ik de toestemming gekregen om 'Sans toi, ma mie' te gaan opnemen en mijn examen journalistiek later af te leggen. Terug op school ging ik bij de leraar een nieuwe afspraak vragen en hij zei: 'U was er niet, u heeft een nul.' Ik, verbouwereerd, zei: 'Hoezo, een nul? Ik had een toelating om afwezig te zijn.' Hij antwoordde: 'Ja, maar niet van mij.' Misschien had hij gelijk en ik neem het hem niet kwalijk omdat zijn antwoord mij geluk heeft gebracht, maar ik was zo kwaad dat ik besliste om mijn studies op te geven.

"Daar zat ik, thuis, met een bang hart het uitkomen van mijn plaat af te wachten, hopend op de snaren en de stemmen die ze me beloofd hadden. Een maand later viel ze in de bus. Ze hadden er niets aan toegevoegd. Ze klonk als een demo en ik was radeloos, maar 'Sans toi, ma mie' heeft alles in gang gezet.

"Het succes is in Vlaanderen begonnen. In Wallonië had een grote vedette-presentator van die tijd mij maar vijftien seconden op de radio laten horen toen hij al zei: 'Neen, dit kan echt niet, hier kunnen we niet naar luisteren.'

"Mijn eerste televisie-interview vond plaats in het Amerikaans Theater in Brussel, met Jos Baudewijn en Toni Corsari. Mij ging al de lof te boven, ik was helemaal niet tevreden over mijn plaat. Ik was het ook niet eens met de manier waarop mijn nummers bewerkt waren. Ik luisterde veel naar Cliff Richard, Gene Vincent, Elvis, The Everly Brothers, ik hield van elektrische gitaren, maar kreeg na 'Sans toi ma mie' violen. Maar misschien hebben die arrangementen me wel persoonlijkheid gegeven. Ik maakte alvast geen deel uit van le lot des yéyé, zoals men ze toen noemde, ik kreeg een kleine, aparte plaats."

'Schrijven maakte me bijna overmoedig. Een meisje zeggen wat ik voor haar voelde, durfde ik niet, dus liet ik haar door een tussenpersoon gedichten brengen. Tijdens de gemengde lessen op school durfde ik het woord niet te nemen omwille van mijn stem. Mijn timbre maakte me verlegen, maar ik had het ook al toen ik jonger was en mijn stem nog niet gebroken was. Mijn vader wist dat ik graag zong en bij elk familiefeest liet hij mij optreden. Ik durfde niet, hij moest me dwingen. De vrienden van mijn vader, bijna allemaal Italianen, hielden van mooie stemmen. Ik wist dat ik die niet had en dat ik ze niet kon overtuigen.

"Misschien heb ik mezelf niet genoeg au sérieux genomen. In 1966 stond ik na de Beatles tweede op de lijst met meest verkochte platen ter wereld, de Verenigde Staten inbegrepen. EMI-Amerika heeft me gevraagd om ginder een jaar door te brengen vooraleer een plaat in het Engels op te nemen, zodat ik me kon onderdompelen in de taal en het leven daar. Ik heb het niet gedurfd. Ik heb mijn vrijheid willen behoeden. Ik wou geen gevangene worden van de showbusiness, ik wou zelf een boodschap kunnen gaan doen als ik daar zin in had zonder horden fans en journalisten voor mijn deur. Dat klinkt als een excuus, maar ik zweer u, het is mij voorgesteld. Julio Iglesias heeft het gedaan. Hij heeft er gedurende twee jaar geleefd, zich vertoond op alle cocktailfeestjes, is een mondain personage geworden en heeft zich zo ook laten kennen. Daarna heeft hij er een plaat opgenomen. Ik was er bang voor, het is niet echt. Ik schrijf mijn liedjes zelf, ik moet me bevoorraden in het gewone leven. Ik was me ook bewust van de gevaren die me bedreigden, zoals drugs, waar ik niet in gelopen ben maar waaraan ik collega's ten onder heb zien gaan. Op een dag heb ik één joint gerookt en ben ik bijna door het raam gesprongen, dus ik weet dat het niet ongevaarlijk is. Mijn vader heeft daarin ook een grote rol gespeeld, hij was er om me te beschermen en zijn aanwezigheid daarin heeft me nooit verlaten, ook niet na zijn dood.

"Ik heb ook in een film gespeeld met Bourvil, dat was een ongelooflijke kans, maar ik besefte dat ik me moest laten modelleren door een regisseur, dat ik een rol moest spelen terwijl ik dat nooit heb gewild. Op een gegeven moment heeft men mij gezegd: je zou een 'visuelere' show moeten opzetten. Maar dat vloekt met mij. Ik heb altijd geprobeerd om op de scène dezelfde man te zijn als die in het echte leven."

Hoe kan u verlegen zijn en voor een zaal vol mensen uw eigen nummers zingen?, vraag ik.

"De humor heeft me daarbij geholpen. Bovendien is Adamo bijna een abstract begrip voor mij. Ik loop de scène op, zie het publiek, ieder mens met zijn eigen kleine microkosmos, zijn eigen leven. Zij doen tal van dingen die ik niet meer doe, zoals boodschappen doen. De prijs van het brood ken ik niet. Ik leef in een bijna virtuele wereld. Daarom zitten mijn echte vrienden buiten de showbusiness. Tegenover mensen die in mij alleen maar de zanger kunnen zien, moet ik zijn zoals zij verwachten dat ik ben.

"Maar het is waar dat je in het begin pretentie moet hebben om voor een publiek je eigen nummers te zingen. Tenslotte ga ik ervan uit dat wat ik beleefd en geschreven heb hen wel zal interesseren. Als wat je beweert in je liedjes, nederig is, identificeren de mensen zich met wat je zingt, maar je bent een beetje een koorddanser. Een woord te veel en de tekst wordt te zwaar, daar ben ik heel erg mee bezig.

"Als een discussie alle kanten op ging en iedereen tegelijk aan het praten was zonder nog naar elkaar te luisteren, zei mijn vader: 'Eén onnozelaar tegelijk en ik eerst.' Hij kon de dingen tot hun juiste proportie terugbrengen. Hij wist dat wat mij overkwam van het ene moment op het andere afgelopen kon zijn. Hij heeft de zaken in handen genomen en mij een huis laten kopen om wat zekerheid te hebben.

"Met mijn moeder had ik geen woorden nodig, zij was een en al tederheid en affectie. Wat ik ook deed, ze was fier op mij.

"De traditie wilde dat een achttienjarige zoon in de mijn naast zijn vader ging werken om mee de familie te onderhouden. Mijn vader ging alleen door zodat ik verder kon studeren. Soms hield hij een toespraak: 'Salvatore, ik wil me niet moeien met je studies maar vergeet niet dat ik je vertrouw, blijf serieus.' Ik moest het vertrouwen dat hij me gaf, waardig zijn. Later kwam hij ook tussenbeide in de keuze van mijn liedjes. Hij had smaak en hij had vaak gelijk.

"Ik zou 23 worden toen hij in augustus 1966 verdronk. Ik was in Biarritz en hij met de hele familie met vakantie op Sicilië. Wat een ironie: naar het schijnt heeft hij twee nichtjes willen redden die deden alsof ze in moeilijkheden waren in het water. Van waar hij stond, kon hij niet zien dat ze speelden.

"Al mijn broers en zussen - de oudste was veertien, de jongste zes - verwachtten van mij dat ik een vader was, maar dat kon ik niet zijn, ik was te jong en veel afwezig. Ik kon hen materieel helpen, maar niet affectief.

"Ik heb de gewoonte aangenomen om bij een dilemma waar ik voor sta, in het hoofd van mijn vader te kruipen en mij voor te stellen wat hij gedaan zou hebben. Helaas heb ik nu een leeftijd bereikt die mijn vader nooit heeft gekend, ik ben tien jaar ouder, dat is de paradox.

"Mijn veertigste en vijftigste verjaardag vond ik niet erg, het moeilijkste was om dertig te worden. Ik heb nooit de onbevangenheid van het kind willen verliezen. Bovendien had de dood van mijn vader me tien jaar ouder gemaakt, daarna stierf mijn moeder, er zijn vrienden die je verraden. Maar iedereen die ik heb bewonderd, had dat kind-zijn bewaard.

"Er komen vrienden op je af omdat je bekend wordt. Ik ben er zelfs om die reden gaan opzoeken. Ik wist dat één van hen in moeilijkheden zat en ik heb me over hem ontfermd. Zijn verraad is heel hard aangekomen. Jarenlang hadden we samen op school gezeten, ik kon me niet voorstellen dat je zoiets doet. Ik had hem naar de gevangenis kunnen laten sturen om wat hij gedaan heeft, maar zo zit ik niet in elkaar, ik blaas gewoon alle bruggen op en probeer te begrijpen. Ik stel me dan voor hoeveel geluk ik heb gehad. Als ik geen zanger was geweest, was ik blijven leven in het arme milieu waarin ik ben opgegroeid. Stel dat ik dan door een samenloop van omstandigheden geld had nodig gehad, wat had ik dan gedaan? Dat weet je niet. Toch heeft het me niet helemaal wantrouwig gemaakt, gelukkig maar, zo kan ik niet leven. Als ze me vandaag rollen, doet dat me geen plezier, maar aan de andere kant wil het zeggen dat ik nog niet helemaal blind en blasé ben.

"Ik heb een groot inlevingsvermogen en ik weet niet of dat een kwaliteit is. Ik bezit het en ik lijd er erg onder. Het overkomt me dat ik mezelf streng toespreek en zeg dat ik moet ophouden met het gewicht van de wereld op mijn schouders te dragen. Mijn liedjes helpen me om mijn last wat neer te leggen.

"Voor sommigen ben ik de zanger gebleven van 'Vous permettez, monsieur', dat ik niet afzweer, maar het is maar één facet van mij. Het Belgische publiek weet dat ik een populaire zanger ben die zich interesseert voor ernstige onderwerpen. In Frankrijk hebben ze dat niet allemaal begrepen. Sinds een jaar of drie is er een verandering aan de gang. Er zijn een aantal portretten van mij op televisie geweest: 'Adamo: bekend en miskend'. Mijn strijd begint vruchten af te werpen.

"Ik vecht niet tegen mijn imago, het verandert door mijn concerten. Ik heb altijd geëngageerde liedjes geschreven. 'Inch' Allah' dateert van eind '66, maar men luisterde naar de andere nummers. Uit eerlijkheid heb ik geen garen willen spinnen van het verleden, ik wil dat mijn liedjes een weergave zijn van wie ik vandaag ben. Daarom is het engagement voor Unicef op een goed tijdstip gekomen. Ik was vijftig, het moment waarop ik zin had om nuttig te zijn op een andere manier dan als liedjeszanger. Ik verkocht al dertig jaar wind - dat is overdreven, naar ik hoop heb ik ook dromen gebracht -, maar ik had het gevoel dat het leven, op de dood van mijn ouders na, me gespaard had. Zo ben ik vorig jaar in Kosovo terechtgekomen, maar ik heb erg getwijfeld. Ik dacht: wat ga ik daar doen? Daar hoor ik niet te zijn. Ik was zelfs wat beschaamd dat ik daar maar wat stond te kijken, maar ik heb er wereldsolidariteit gezien en dat heeft me er weer bovenop geholpen. Ik heb er een nummer geschreven, ik weet niet of ik het op zal nemen: ik voel me vuil, vuil als de oorlog. Terug thuis heb ik het heel moeilijk gehad om mijn zangerspakje weer aan te trekken.

"Elke dag gebeuren er dingen waarvan je denkt dat ze in deze eeuw niet meer mogelijk zijn. Je blijft de indruk hebben dat je twee passen vooruit zet en één achteruit. Een lied schrijven over het thema neemt mijn verantwoordelijkheid natuurlijk niet weg, maar het geeft me rust omdat ik de toestand niet heb ontkend. Je kunt niet onverschillig blijven. Er zijn liedjes die ik liever niet had willen schrijven. Dat over de Witte Mars is mij opgedrongen door de omstandigheden, het hing in de lucht. Ik voel zo'n lied, leef ermee en op een bepaald moment is het bijna klaar en schrijf ik het op. Het is een gevoel alsof het nummer al bestond in een andere dimensie en langs jou naar buiten komt. Dan pieker ik: zijn de woorden delicaat genoeg, is het lied niet kleverig, gaat het de richting uit van wat de ouders van de slachtoffers verwachten?

"Altijd zit er muziek in mijn hoofd, woorden ook en nu zelfs beelden en kleuren. Ik ben deze zomer opnieuw beginnen tekenen en schilderen. Daar ben ik erg gelukkig om. Kunst is voor mij een venster op een virtuele wereld waar alles misschien harmonieuzer is dan in de onze, alhoewel je kunst ook het recht op revolte moet laten. Intussen heb ik een roman geschreven, Et paisible coule la Haine, naar het riviertje dat door Jemappes vloeit. De Franse uitgever wil een andere titel, hij vindt dat Haine, wat ook haat betekent, niet goed is. Ik vroeg me al jaren af of ik de lange adem en het talent zou hebben voor een roman. Mijn verhalen spelen zich altijd af in de tijdspanne van drie, vier minuten. Ik had het boek ook nodig om afstand te kunnen nemen van een aantal dingen en om sommige herinneringen uit te drijven. Het is gelukt, met veel zwarte humor erin. Ik ben eraan begonnen met het idee dat als het boek niet gepubliceerd werd, het niet erg zou zijn. Ik zou het risico van een weigering niet hebben durven lopen, het is mijn zus die het boek heeft aangebracht bij een uitgeverij, maar ik moest het schrijven."

Ik zeg: "Wat een twijfels. Op een gegeven moment moet je je talenten aanvaarden. Waarom moet u nog altijd iemand hebben die zegt dat u het goed doet?" Hij antwoordt bijna ontdaan: "Alsof het zo eenvoudig zou zijn om mij te zeggen dat ik het goed doe! Dat moet op zo'n manier gebeuren dat ik het kan geloven, niet overdreven, met gewikte en gewogen woorden! Ah, c'est tordu!

"Ik heb opgebouwd, ik heb afgebroken, niets is ooit zeker. Het is een versregel van een liedje waarin ik zeg dat ik in het leven alleen op mezelf heb gerekend en mezelf verraden heb. Voor desillusies kan niemand schuilen, zelfs niet in dit futiele vak. Je leert filosoof te worden. De leeftijd doet dat en mijn gezondheidsproblemen. Toen de dokter langskwam, heb ik hem met de glimlach gezegd: ik denk dat het een infarct is. Ik dacht niet aan doodgaan, ik was zo naïef. De angst is later gekomen en heeft enkele maanden geduurd. Toen ik opnieuw optrad en alles goed verliep, was ik gerustgesteld, want bij hartproblemen raadt men je af om een blaasinstrument te bespelen en om te zingen! Maar ik heb wel een aantal dingen veranderd. Ik zou nu nooit meer twee keer 24 uur vliegen om ergens ter wereld een half uur televisiewerk te doen en ik heb ook beseft dat, als ik in de aanval was gebleven, ik mijn kinderen bijna niet zou hebben gekend. Toen heb ik me voorgenomen om hen vaker te zien, want wat ik het meest betreur, is dat ik niet heb kunnen genieten van mijn vaderschap. Ik moest blijven zingen, kon dat kind niet overal mee naartoe nemen. Mijn zoon is nu 31, ik praat er met hem over en hij begrijpt het allemaal wel. Hij is piloot. Ik zie hem nu vaker omdat hij tussendoor naar mijn appartement in Parijs komt en ik daar twee tot drie dagen per week ben. Ik wil hen niets opdringen, maar ik zou graag hebben dat mijn kinderen zich vastbijten in hun passie. Passie brengt licht in het leven, dan pas kan je slagen en dat wens ik iedereen toe.

"Ik sta 35 jaar in het vak, het had al lang voorbij kunnen zijn. Bij elke nieuwe plaat, bij elk optreden in de Olympia denk ik: het kan de laatste keer zijn. Omdat ik besef hoe eindig het is, ben ik nog deemoediger, geniet ik nog meer van het applaus dan vroeger. Maar behalve om mijn ouders te eren, leef ik niet in het verleden. Ik luister nooit naar oude opnamen van mij en als ik ze per ongeluk hoor, ontroert het me zeer. Het is alsof ik mijn kleine broer hoor. Mijn stem van toen, het enthousiasme, de intonaties die ik nu niet meer durf te hebben omdat ik nog voorzichtiger geworden ben. Ik zing mijn oude liedjes nog wel maar met mijn leeftijd van nu. Ik heb van alles weggegomd opdat de nummers geloofwaardig zouden blijven want niets is zo zielig als een artiest die doet alsof de tijd voor hem is blijven stilstaan."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234