Maandag 29/11/2021

'Misschien ben ik de ultieme moderne mens: de man zonder grote persoonlijkheid'

'Ik ben graag aangekleed', zegt Peter Van Heirseele - Herr Seele - even voor hij, de fotograaf ter wille, uit de kleren gaat. 'In mij zit zowel mijnheer ziel, of de man met het hart, als mijnheer heer, de deftige figuur die een afstand wil bewaren. Mijn titel is dubbel, mijn denken is dat evenzeer. Het is soms een pijnlijke vaststelling. Ik heb me gisteren bijvoorbeeld enorm zitten opjagen. Ik dacht: wat moet ik doen tijdens dat interview? Van alles wat ik denk en beweer, kan ik ook precies het tegenovergestelde zeggen.'

Marijke Libert / Foto Stephan Vanfleteren

Oostende ligt er versluierd bij. Grijze golven en wolken, grijze einder, een rafelend gordijn. Herr Seele duwt de voordeur van zijn muziekhandel open en stelt het met ons vast. "Ik voelde het direct toen ik opstond", zucht hij. "Mijn inspiratie wou er maar niet door komen, alsof iets het toedekte. Het zullen de wolken zijn."

Pianostemmer en kunstenaar Peter Van Heirseele, geboren in het hinterland van Torhout, kwam op zijn zeventiende aan het zeitje Kamagurka tegen, die hem snel herdoopte tot Herr Seele. "Ik vertrok voor twee jaar naar Groot-Brittannië en nadien voor een jaar naar Firenze om mijn vak van pianostemmer verder uit te diepen. Eenmaal terug vestigde ik me definitief hier, in Oostende. Inmiddels zijn deze stad en ikzelf innig verbonden. Fascinerend is dat alles hier zo hoog is, acht bouwlagen. Plezierig toch, zo'n New York aan de Noordzee."

U koos voor deze drukke kuststad, terwijl u oorspronkelijk zocht naar totale rust. De eerste in een reeks tegenstellingen?

"Jawel. Mijn oorspronkelijke doel was monnik te worden. Ik wou op mijn gemak ergens gaan zitten, beetje schilderen, rustig verwijlen. Kama heeft die droom zowel van de kaart geveegd als aangewakkerd. Humor is nu voor mij het spirituele. Kama was op een verpletterende manier met humor bezig en dat vond ik op een zeldzame wijze religieus."

Het blijft een vreemde combinatie, religie en surrealisme. Van die laatste stroming bent u toch nog altijd de meest zichtbare aanhanger en bewonderaar?

"Op het eerste gezicht klopt dat verband inderdaad niet. De surrealisten waren hevig antireligie en nog heviger antikerk. En toch is religie bijzonder modern. Neem die spreuk van Christus: 'Als iemand jou een klap geeft, bied dan je andere wang aan'. Niets is surrealistischer dan dat. Daarom blijft die godsdienst me boeien. Aan het veruiterlijken doe ik echter niet mee. Ik ben wel voor de kerk gehuwd, maar dat was een formaliteit zonder betekenis. Rituelen ontbreken in mijn leven. Rituelen worden uitgevoerd door mensen die een link willen maken met de omgeving waarin ze leven. Aangezien ik geen band heb met de rest van de samenleving, doe ik ook niet aan rituelen. Ik blijf de nihilistische mens, mijn houding is er een van hier zo... (strekt zich uit in zijn stoel) languit liggen in de zetel. Ook heel surrealistisch, de lamlendigonderuitzakhouding.

"En waar kun je dat beter beoefenen dan in Oostende? Oostende is het grote schemergebied. Hier loopt geen vaste grens, je hebt enkel die zee, die maar af en aan loopt. Je kunt op de grens niet lopen, je verzakt erin. Het broze van de ondergrond staat dan weer in schril contrast met de harde psychologie. In Gent en Brussel vind je een socialer, softer milieu, nichterig bijna. Oostende is hard, het is de verzameling van zee, zoute lucht, zeemannen, harde zon en harde kleuren. Groen en weidegras zoals in het binnenland kennen we hier niet. Groen verzacht en tempert. Hardblauw en grijs zijn onverbiddelijker. Geen wonder, vind ik, dat zowel Kama als Arno in deze fase van hun leven, nu ze de energie door de leeftijd wat voelen afnemen, weg willen van de stad en ernaar uitkijken om aan de kust te komen wonen."

Het was in eerste instantie de pianohandel die u naar Oostende bracht.

"Ook waar. Ik kon in Torhout moeilijk zo'n zaak opzetten. Oostende was praktisch gezien de beste oplossing. Ik ben na drieëntwintig jaar werken nog altijd de enige pianostemmer aan de Belgische kust. Dat geeft je een fijn gevoel, dat je de hele koninklijke baan tussen Frankrijk en het Zwin dagelijks kunt afrijden, evenwijdig met die kust, en dat je onderweg piano's stemt. Voor de commercie zelf is het strikt gezien niet goed. Piano's verkopen doe je hier zelden. Het is vaker omgekeerd: de kustbewoners willen van hun instrument af en op dat vlak zijn er dus best wel zaken te doen. Ik koop al jaren piano's op en ben een fanatieke verzamelaar geworden. Ik bezit er momenteel zo'n honderdtachtig. Mijn voorkeur gaat uit naar negentiende-eeuwse instrumenten met een brevet en met een geschiedenis. Ik zou over het fenomeen 'piano' een televisieprogramma willen maken, een beetje in de stijl van Michael Palin."

Wat trekt u zo aan in het instrument?

"Het feit dat de piano, hier ben ik weer, een heel surrealistisch object is. Het evolueert niet meer. Een vreemd fenomeen is dat in de geschiedenis: objecten die niet meer aangepast of veranderd worden. Na 1850 heeft men het gietijzer in de piano geïntegreerd en op die manier werd het instrument bijzonder potent. Nadien waren er vooral wat aanpassingen qua hardheid in spelen en qua uitzicht. De piano is op het eind van de negentiende eeuw zwart geworden. Daarvoor was ze bruin, gefineerd. Nu, op het moment dat het instrument zwart werd, stopte zijn evolutie. Hij wordt abstract, wat extra benadrukt wordt door die zwarte kleur. Als je zwarte kleren draagt, wil je jezelf gewichtiger maken, terwijl je abstracter bent. De piano is qua beeld ook veel door surrealisten gebruikt. Magritte schilderde zo ooit een piano met een enorme ring eromheen. En in de surrealistische film van Buñuel en Dalí, Un chien andalou, komt eveneens een piano voor waarop een dood paard ligt en waarrond zwermen vliegen cirkelen."

Is het eigenlijk wel spannend, werken met zo'n statisch ding als een piano?

"Bah, het is statisch, maar tegelijk geraken we met z'n allen maar niet van dat instrument af. Elk kind dat geboren wordt en aan de muziek gaat, komt vroeg of laat voor die zeven octaven toetsen te zitten. De piano gaat niet vooruit, maar tegelijk is ze zeer bepalend. Mijn aantrekking tot het instrument heeft vooral met mijn persoonlijkheid te maken, met het feit dat mijn persoonlijkheid deels ontbreekt. Kijk naar hoe ik steeds met Kama heb gewerkt, als een dienstmaagd... Maar daarover straks meer.

"Een pianostemmer móét persoonlijkheid missen. Hij is echt de luldebehanger, de seksloze man, die an sich zinloos en nihilistisch is. De meeste piano's die je weer op de juiste toon moet krijgen, zijn dan nog ontstemd door kalvers van kinderen die zich er een beetje op uitgeleefd hebben. Nadien moet deze volwassen man komen opdraven om een en ander bij te vijzen.

"Maar misschien moeten we het toch over de andere dingen hebben die me bezighouden. Zoals 'Cowboy Henk', en het feit dat ik door mijn leven een beetje Tati en een beetje W.C. Fields wil laten resoneren (lacht). Ik ben vijfenveertig, ik ben de stadia van verwondering en vertwijfeling grotendeels voorbij. Nu komt de periode waarin een soort wijsheid zou moeten bovendrijven. Veertig is de ouderdom van de jeugd en vijftig is de jeugd van de ouderdom. Ik denk dat ik een beetje in no man's land vertoef, net als mijn collega Kama overigens. Mensen noemen dat al eens een midlifecrisis. Dat heb ik echter niet, wel het gevoel in een nevelig gebied te zitten. Het feit dat ik geen midlifecrisis heb, komt omdat ik te filosofisch ben ingesteld, neigend naar het stoïcijnse. Ik kan reflecteren op wat gebeurt terwijl het gebeurt. Ik had dat als jongere al. Daarom heb ik tijdens mijn puberteit nooit grote problemen gehad, omdat ik terwijl alles met mij gebeurde dat allemaal mooi doorhad. Zo kon ik die evoluties constant relativeren. Dat was best grappig.

"De ultieme relativering gebeurde uiteraard via humor. Met grappen máken ben ik echter nooit bezig geweest in mijn jeugd. Ik was de dadaïst, de anarchist, de fan van Max Stirner en zijn Der Einzige und sein Eigentum. Humor was bij mij niet zozeer 'iets maken om mee te lachen'. Het was 'niets meer ernstig nemen'."

U hebt op een bepaald moment wel uw eigen lichaam uitgeleend om de humor een expressievorm te geven. Via stripfiguur Herr Seele bijvoorbeeld. Later speelde je typetjes op de tv-set voor Lava of Wally in Space en bij optredens samen met Kamagurka.

"Ik ben inderdaad stilaan de visuele artiest geworden, een tragikomische clown. Dat laatste zat er al toen ik nog heel jong was. Ik was een overgevoelig kind. Ik verdronk helemaal in sprookjes, in verhalen, maar ook in getuigenissen zoals bij ons in de kerk over de missies in Afrika. Alles was aangrijpend. Ik heb toen trouwens een echte roeping gehad."

Hoe ging dat en wat hoorde u roepen?

"Gewoon, er kwam bij mij iets binnen en daarmee moest ik wat aanvangen. Ik heb het onmiddellijk thuis verteld. Ik herinner me hoe mijn grootmoeder wild werd van enthousiasme en hoe de rest begon mee te jubelen van: 'Joepie, een paster in de familie'. Ik liep toen over van dat romantische beeld, verzwolg in het vrome wereldje. Later vertaalde dat zich in een drang naar kennis over de cultuurgeschiedenis, gekoppeld aan het christendom. Ik weet het zeker: indien ik universiteit had gedaan, ik had godsdienstwetenschappen uitgekozen."

En dan draagt u nog het onstoffelijke in uw naam, de ziel!

"Mijn persoonlijkheid is echt Herr Seele, mijnheer ziel. Nooit was een naam beter gekozen dan die van mij. Ik kan objecten een ziel geven. Dat leerde ik uit de schilderijen van de Vlaamse primitieven, waar elk voorwerp een ziel meekreeg. Toen ik Kama leerde kennen, hij was er toen twintig, wou ik dat ook op hem toepassen. Ik wou bijvoorbeeld zijn kale kamer met wat meer ziel aankleden, het gezellig maken, als het ware. Het was ook Kama die me Seele noemde en voor de serie 'Bert maakt het gezellig' heb ik hem naar alle waarschijnlijkheid veel inspiratie bezorgd.

"Mijn titel is echter dubbel. Ik ben mijnheer ziel, de man met hart, maar tegelijk ook mijnheer de heer. Ik ben graag aangekleed, deftig, wat afstandelijk. Het aangeklede en het gezellige gaan bij mij hand in hand, net als de formaliteit en de slordigheid. Dit is het absurde: dat ik zoveel tegengestelde dingen in mij verenig."

Wat uw tekenkunst betreft, bent u een autodidact, al zou er een grote invloed zijn van uw moeder.

"Jawel, mijn moeder was ook kunstenares. Zij kreeg ooit de prijs van de stad Brussel voor haar werk. Ze is mijn enige leermeester, voor de rest heb ik het zelf geleerd. Ik vind dat mijn moeder inhoudelijk goede analyses blijft maken van kunst. Ze heeft ook een goede visie op Kama's werk. Ze vindt de beste dingen die hij gedaan heeft de reeks 'Bert en Bobje'. Ik moet haar daarin gelijk geven. Dat was veel beter dan wat Kamagurka nu doet. Hij is een zeer raak tekenaar, zoals hij vroeger ook een bijzonder raak imitator was. Hij kon toen ik hem leerde kennen bijvoorbeeld het echte geluid van wegscheurende auto's maken, zo van wroarrrr! Ik kan dat niet. Ik kan eigenlijk alleen maar mezelf zijn, en dat is meteen het grote contrast met Kama.

"Wat me tegenwoordig stoort, is dat Kama pogingen doet om kunst te maken. Bert en Bobje waren functioneel, satire, observatie van de realiteit. Dat lag hem het best. Alles wat tijdlozer is, ligt hem een heel stuk minder. Over 'Cowboy Henk', wat we dus samen maken, blijf ik heel tevreden. Die figuur kan nog lang doorgaan, tenzij het ophoudt tussen Kama en mij. Ik heb altijd zeer ten dienste gestaan van Kama, reeds van toen hij me van straat plukte, me een nieuwe naam gaf en een nieuwe uitdaging door die humor. Dat ik dienstbaar was, is niet goed en niet slecht geweest, ik stel het gewoon vast. Ik durf dat nu te zeggen omdat ik met het ouder worden bezig ben mezelf beter te leren kennen. Pessoa heeft dat ook gedaan, observaties over zichzelf gemaakt. Ik leer mezelf niet kennen via het metier dat ik uitoefen. Piano's stemmen is een vast gegeven in mijn leven, dat is overal op diezelfde 440 hertz noten zitten te stemmen. Het is daarbuiten dat ik iemand moet zijn. Alleen, ik kom steeds maar op dat dienstbare uit. Misschien ben ik de ultieme moderne mens: de man zonder grote persoonlijkheid."

Maar dan wel een moderne mens die leeft in een oude wereld, in een met zielsobjecten en boeken volgestouwd huis, waarin elk instrument dat er staat en alle meubels die er in een betrekkelijke wanorde zijn bijeengezet, een verhaal hebben. Onpersoonlijk kun je dat moeilijk noemen.

"Dat is waar, maar ik wil toch een opmerking maken. Jij hebt het over mijn huis en dat veronderstelt een soort interieur. Terwijl ik eigenlijk geen interieur heb, toch niet iets wat zo is samengesteld. Mijn muren zijn boeken. Het interieur van Kama dat ik vroeger probeerde te veranderen heb ik nu eigenlijk zelf rond mij opgetrokken. Het is op de een of andere manier niet gezellig. Het is puur, maar bescheiden en stoïcijns. Ik neig daar zelf naartoe. Ik vind werkelijk géén rol in deze maatschappij, ik blijf het moeilijk hebben met de wereld. Ik ben de overgevoelige kunstenaar. Het stoïcijns zijn vertaalt zich in 'ik doe mijn best'.

"Voor de rest is mijn imago met mij op de loop gegaan. Ik ben de rare gast die zich maar niet kan conformeren. Het is een heel klassiek beeld van ver voor de periode van de poète maudit. Het gaat terug tot de Renaissance en tot die bizarre Italiaanse kunstenaar, Piero di Cosimo. Die man was volledig verwilderd, hij knipte nooit zijn haar, at vegetarisch. Hij woonde op de eerste verdieping en wie hem probeerde te bereiken stampte hij van de trap. Bezoekers lagen dan bloedend beneden aan de treden. (lacht) Zo erg is het natuurlijk niet met mij. Ik ben hooguit een beetje de maudit in de zin van kwast, die enerzijds heel zwaar aan de dingen tilt maar tegelijk en heel graag het rolletje speelt van sympathieke mediafiguur. Ik doe dat omdat ik dat goed kan, vind ik. Ik voel me thuis in de media. Ik heb nu bijvoorbeeld een vast item bij Radio Donna. In de studio daar voel ik me meer thuis dan dat ik me in mijn eigen huis thuis voel. Ik zit er in een gemakkelijke zetel en krijg er zelfs een biertje voorgeschoteld. Fantastisch! Thuis drink ik granenkoffie al zittend op een sinaasappelkist, bij wijze van spreken."

Zet zo'n mooie stoel dan gewoon hier en speel thuis thuis.

"Ik vind díé stoel dan weer niet, weet je wel. Als ik iets voor ons huis uitkies, moet ik er ineens weer de geschiedenis in gaan zoeken. Zo'n meubel moet aangekocht in de zin van verzameld worden, er hoeft niet per se in gezeten te worden. (schudt het hoofd) Ach, wat zeg ik hier nu weer allemaal."

De sympathieke mediafiguur gaat zich na de radio binnenkort ook op de televisie gooien. U brengt reportages in de VRT-verkiezingsshow op13 juni en daarna zit u wekelijks bij Ben Crabbé 'aan tafel'.

"Ik voel me aangetrokken tot de televisie, hoewel ik er nooit naar kijk. Ik voel ook een aantrekking tot politici en uiteraard voel ik een aantrekking tot de zee. Dat laatste zal ik bij Aan tafel kunnen doen: reportages maken over wat me zo boeit in dit kustgebied. Waarom ik het doe? (denkt na, hoofd schuin, vinger tegen de kin, net cowboy Henk) Weet je, ik ben eigenlijk heel schattig, cute zegt men in het Engels. Cute in de betekenis van: makkelijk te begrijpen voor iedereen. Cute, dat is de afronding van alles. Onze auto's zijn cute geworden. Weg zijn die potente wagens van de fifty's met hun bumpers die eruitzagen als de vlezige kont van een vrouw of met de voorzijde die aan een fallus deed denken. Ook de politici zijn schattig en afgerond. Alles is begrijpelijk gemaakt, voor kinderen en voor volwassenen, voor 'de mensen'. Vandaar misschien mijn verwantschap. Alleen, ik vind die evolutie van cute worden bij mij niet enorm positief."

Hoe staat het intussen met de liefde met Kamagurka? U had niet de fijnste opmerkingen voor elkaar, de voorbije week in de geschreven pers.

"Ik weet zelf niet hoe het zit tussen ons. Als we samenkomen, blijven we goed werken. Ik stel enkel vast dat we naast het maken van 'Cowboy Henk' niet veel meer presteren. Wat ik in Het Laatste Nieuws gezegd heb, is dat ik voortaan niet meer met Kama wil optreden. Ik doe het niet voor 250 euro per avond. Dan vind ik piano's stemmen een stuk interessanter, veel meer literair. Het optreden zal ik niet echt missen, het heeft me nooit een kick gegeven. Je kunt overigens pas een goed optreden hebben als je goed materiaal hebt, goede dialogen én als je een uitgebalanceerd duo bent. Ik heb een rare, grappige kop, en daartegenover moet je iemand zetten met een aanvullende, andere manier van zijn. Net zoals Laurel en Hardy moet je perfect aan elkaar gewaagd zijn. Al heel vroeg vond ik echter dat Kama tegenover mij niet echt een ander komisch personage bracht. Kama was de satiricus, de beschouwer, niet de speler die gevangen zat in zijn persoon en in zijn rol. Hij bleef de meerdere die alles van buitenuit bekeek, zonder mededogen. Het gebrek aan mededogen zie je het beste in zijn tekenwerk. Bij 'Cowboy Henk' zit wél mededogen, dat is het verschil, er zit een grote menselijkheid in verscholen.

"Het is niet de eerste keer dat ik dit zeg, maar ik ben niet zo'n fan van Kamagurka's werk. Het is weinig menselijk, de helden staan buiten het gebeuren, ze maken enkel een cynische opmerking. Bij mij is dat anders, ik ben meer het slachtoffer van mijn uiterlijk, van deze wereld. Ik ben tragisch en komisch. Kama ziet zich eigenlijk te veel als een mooie jongen. Ik heb dat voor het eerst vastgesteld toen we De drie wijzen deden op de toenmalige BRT. Men zegt altijd: Herr Seele is de man van de mooie kostuumpjes en dassen. Nou, het was in die tijd wel degelijk Kama die rondliep in hippe, rode jassen en zich voor de gelegenheid vier nieuwe tanden had laten steken. Om op den tv te komen."

Vindt u zichzelf niet mooi?

"Toch wel, ik vind mezelf goed te doen, en, waarom niet, inderdaad vrij mooi. Ik heb een opvallend uiterlijk en daar doe ik graag een schepje bovenop met mijn kleren. Ik doe die kleren niet aan om op te vallen maar omdat ik ze graag draag. Ik hou van een das en van stijve kleren, ik maak graag de combinatie beige en rood en ik vind dat een harde hemdsboord mij beter staat dan een slappe. Kleren dragen is voor mij ook kleuren dragen. Het is een zoektocht maken door tinten. Een beetje zoals Vincent Van Gogh deed. Hij zocht combinaties door allerlei bollen breigaren bijeen te leggen in een mand. Op die manier ontdekte hij de fantastische kleurencombinaties die hij op zijn schilderijen aanbracht. Ikzelf ben zeer gekleurd, zeer roze. De meeste mensen denken niet meer over kleuren na, ik mis het de laatste tijd ook bij Kama. Hij gaat zeer zwart gekleed, en dat wijst op een acuut tekort aan fantasie. In Kama's oeuvre is creativiteit nooit zijn sterkste ding geweest. En hij was evenmin de hartelijke. Hij was de hersenen, in het hart. Voilà."

We hebben nu twintig minuten uitlatingen over Kamagurka aangehoord. Is dit een spielerei, een afrekening of beide?

"Ik ben hier toch niet bezig hem onderuit te halen? Wat ik zeg, is gewoon mijn simpele vaststelling. Kama en ik zien elkaar natuurlijk nog altijd enorm graag. Ik weet ook dat ik hem geen pijn doe als ik correcte feiten over hem breng. Vandaar dat ik die dingen doelbewust zeg, omdat ik weet dat hij dat zelfs leuk vindt. Hij weet net als ik dat de twee belangrijkste zaken in het leven zijn: correct zijn en nooit de andere vervelen. Ik heb hem met deze opmerkingen zeker niet verveeld en ik deed het niet gechargeerd maar op een bijzonder correcte toon. Kortom, hij kán niet kwaad zijn op mij. (lacht)

"Ik blijf gebiologeerd door hem en hij is gebiologeerd door mij. Ik zou over hem zelfs een boek willen schrijven. Het is gewoon pure liefde tussen ons, anders zou ik hem niet als object nemen van mijn studie en van mijn analyses. Hij is alleen helemaal anders dan ik.

"Kijk, ik heb hier een klein boekje, een aantekenboekje van Kama, en daar zie je hoe wij onze moppen maken. Zie je die krabbels? Hier. Ik geef de moppen aan, met een paar woorden of begrippen, maar dan stopt het. Ik kan het niet afwerken. Uiteraard ook omdat moppen me niet interesseren, maar soit. Voor Kama is een mop maken hetzelfde als een garagist die de olie van een wagen ververst. Hij doet dat goed, maar voor de rest interesseert het hem helemaal niet."

In elk geval, genoeg gezeikt over Kamagurka.

"Akkoord, maar ik heb góéd gezeikt over hem, niet slecht. Ik probeer hem af te breken. Het is een hobby, het is alleen maar om hem te kloten. Ik ben Kama's nar. Hij kan om weinig dingen lachen, maar om mij kan hij altijd lachen. Maar inderdaad, weg Kama. Ik wil het tot slot over een andere hobby van mij hebben. Ik sluit me momenteel nogal op in een totaal nieuw genre boeken. Sinds ik voor Donna werk, heb ik me een beetje opnieuw georiënteerd. Hier... The Eyebrowe, een naslagwerk over wenkbrauwen. Hier nog iets interessants: Encyclopedie sur la Politesse et le Savoir Vivre. Onlangs gekocht. (grasduint verder) Aha, Le cabinet de toilettes, wat dan weer perfect staat naast L'homme criminel van Lombroso. Heel trots ben ik daar op. Studies over mannen en vrouwen fascineren me. Maar ook een naslagwerk over filmsterkapsels. Ik heb intussen zo'n acht boeken over allerlei kapsels verzameld."

Terwijl u al jaren geen spriet op uw schedel duldt.

"En dat terwijl ik al mijn haar, of beter gezegd al mijn haarwortels nog heb. Als ik mijn haardos zou laten groeien zou ik blond zijn, heel blond, wit eigenlijk, maar niet albino. Ik bestudeer momenteel haarwortels en ik voer tevens wat onderzoek naar de huidskleuren. Ik heb een nogal paarse kleur van huid. Dat is toch opvallend? Ik moet daar bij de keuze van kleuren en kleren rekening mee houden, met die paarse uitsteeksels. Goed, ik zal hier niet verder op doorgaan, anders denken jullie nog dat ik een onnozelaar ben. Tegenover Kama zou ik hierover uren voluit kunnen gaan, maar tegenover De Morgen moet ik me een beetje inhouden.

"Ik heb in totaal 15.000 boeken, maar ze staan nog niet op orde. Kijk, iets over roodharige vrouwen. Die hebben totaal andere ziekten, naar het schijnt, dan mensen die zwart, blond of bruin haar hebben. Daar maak ik dan stukjes voor Donna voor, ik vind dat interessant. Ik bestudeer het leven, zie je, en dat leven is complex. Nu krijg ik als afzetmarkt voor mijn studies een landelijke radiozender en het allergekste is: ze betalen mij er nog voor ook. Donna is trouwens de enige radio die ik me qua imago kan veroorloven. Dat is cool (proest het uit). Echt, Studio Brussel is not done voor mij. Het zou mijn imago geen goed doen indien ik daarvoor zou werken. En het allerleukste is dat ik eindelijk eens iets kan doen dat losstaat van Kama. Het..."

Daar gaan we weer...

"Nee, echt, laat me dit nog even zeggen. Ik had al een carrière als kunstenaar voor ik hem leerde kennen. (Gaat naar een hoek in de kamer en toont ons een ronduit fantastisch schilderij, een portret; we zeggen dat we het schitterend vinden. Herr Seele glundert, ML) Merci, merci, jullie menen het, ik merk het. Fijn. Ik had zo graag dat leven van schilder doorgezet, ergens apart. Eigenlijk ben ik nu weer eindelijk solo en dat is het best. Als kind al was ik met die reflecties bezig, met existentialisme, met Kierkegaard en Levinas. Het is ongelooflijk, kijk, ik heb hier nog een boekje van vroeger. Uw levensleer van Walter Farrel. Gekocht in 1973 voor 10 frank, kijk, in mijn handschrift van toen: 'Peter Van Heirsele, 1973'. Kijk, hele alinea's, hele hoofdstukken heb ik onderstreept. Ik lees voor wat ik toen belangrijk vond. 'God is de waarheid zelf en hij kan de mensen niet bedriegen. Iemand die in God gelooft moet alles geloven wat God zegt. Het menselijke verstand kan fouten maken.' Geef toe, dat is toch een heel interessant citaat, en dat werd ontdekt door een dertienjarige. Maar daarnaast vond die persoon het ook belangrijk om in de middeleeuwse encyclopedie Le livre de la propriété des choses deze twee pagina's over tieten, borsten, aan te strepen. Voor elke yin is er een yang, zoals ik al zei, geloof ik."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234