Maandag 24/01/2022

Misogynie

Stephan Moens

Vorige zaterdag was het weer zover. Ik zat in de Vlaamse Opera in Gent naar Parsifal te kijken, een bijna jaarlijks terugkerende droeve plicht, omdat in dit land een aantal onverbeterlijke zoekers naar verlossing uit de impotentie van mening is dat zulks onlosmakelijk verbonden is met de passietijd. Daar zat ik dus weer voor een vijf uur durende lijdensweg, alleen getroost door de gedachte dat er elders in de wereld mensen erger lijden - om van Ons Heer, die in dit stuk gepasticheerd wordt, nog maar te zwijgen.

Om mij heen zat een mooie selectie dames uit de Gentse bourgeoisie in dure mantelpakjes met - voorzover dat in het duister waarneembaar was - verzaligde blik naar het kitscherige gedoe op het toneel te staren en de betekeniszwangere klanken van Wagners partituur op te zuigen. Kijk, daar begrijp ik niks van. Wat valt hier in 's hemelsnaam voor een vrouw te bewonderen? Het enige vrouwelijke personage in heel het stuk (ik vergeet even de zogenaamde bloemenmeisjes, voor wie de omschrijving 'personage' een al te groot compliment zou zijn) is in het eerste bedrijf een door de wereld razende medicijnenkoerier, in het tweede achtereenvolgens een snelle wip voor een tovenaar en een animeermeisje voor een onschuldige knaap en in het derde een dwaze maagd die met water zeult. Als beloning noemen de mannen haar ein furchtbar schönes Weib, een vreselijk mooie vrouw dus, waarop zijzelf haar activiteit samenvat in twee woorden: dienen en slapen. Die mannen zijn overigens door de bank genomen impotent en beginnen na een eerste zoen om hun moeder te roepen. En naar die vrouwvijandelijke troep staren jullie, dames? Met verzaligde blik nog wel? Sta me toe, ik zal jullie nooit begrijpen.

Ik had nochtans mijn voorzorgen genomen. De treinreis naar Gent is tamelijk lang en vervelend en dus had ik een boekje meegenomen dat mij kon voorbereiden op vijf uur misogynie. In De Kreutzersonate van Tolstoj legt een man uit waarom hij zijn vrouw heeft vermoord. Op het eerste gezicht is dat een tirade van tamelijk belachelijke mannelijke vooroordelen; op het tweede gezicht zie je dat in die vooroordelen de reële machtsverhoudingen in het burgerlijke huwelijk en dus in de negentiende-eeuwse maatschappij als in een lachspiegel gereflecteerd worden. Op die manier word je ook met je neus op je eigen vrouwonvriendelijkheid gedrukt en kun je zelfs vermoeden waar ze vandaan komt. Tolstoj, die zelf al die problemen met vrouwen had, dissecteert als het ware zichzelf. Wagner, die nog veel meer problemen met vrouwen had, hoopt op verlossing. Geen wonder dat in zijn stuk de mannen impotent zijn.

Eigenaardig genoeg slaat in het verhaal van de moordenaar bij Tolstoj de situatie om op het moment dat de vrouw samen met haar vermeende minnaar de Kreutzersonate van Beethoven speelt, meer bepaald het eerste deel. Uiteraard speelt mevrouw piano en meneer viool, zo ging dat in burgerlijke families. En zoals alle violisten is meneer een flierefluiter. Maar terzake. De moordenaar noemt die sonate "een vreselijk ding" en spreekt over de componist als "die Beethoven". Hij schrijft aan het eerste deel gevaarlijke krachten toe maar de rest vindt hij maar minnetjes. Het andante is "mooi, maar wat gewoontjes", "het brengt niets nieuws"; dan volgen nog "de banale variaties" en "de zeer zwakke finale". Daar vallen mij twee dingen bij op: ten eerste is dat exact de taal die je altijd hoort als een halfwassen amateur meent zijn mening over kunst ten beste te moeten geven. Ik heb ooit een boek besproken van een Vlaamse meneer die aan de grote werken uit de muziekliteratuur punten gaf. Geloof me: hetzelfde taaltje. En ten tweede beoordeelt die moordenaar het werk van Beethoven op net dezelfde manier als hij over vrouwen praat. En precies daarom wordt hij een moordenaar, niet alleen van zijn vrouw maar ook van de muziek en van zichzelf, of althans van al wat er in hem nog aanwezig was aan zin voor kunst en dus aan authenticiteit. En ook daarin is hij een verwrongen spiegelbeeld van de wereld waarin hij leeft.

Gelukkig had ik twee dagen na die Parsifal nog een andere ervaring. In deSingel in Antwerpen luisterde ik naar Barbara Bonney, die Brahms, Schumann, Wolf en Strauss zong, niets dan liederen over vrouwen. En naast mij en om mij heen leken alleen maar mensen te zitten die volop beseften dat die ene vrouw op het podium op dat moment voor hen al die vrouwen uit die liederen belichaamde: die uit Schumanns Frauenliebe und -leben net zo goed als de tragische, vroeg oud geworden Mignon van Wolf. Na afloop van het eerste deel maakte een man naast mij me deelgenoot van de opwinding die Schumanns cyclus in hem wakker had geroepen. En een vrouw repliceerde dat zij er integendeel een grote rust in had gevonden. Dat zal dan wel het verschil tussen mannen en vrouwen zijn, dacht ik, en zo hoort het ook. Daarom geef ik met plezier heel Parsifal voor één lied van Schumann.

Deze wekelijkse column is ook elke donderdag te horen in het programma 'De Kunstberg' op Radio 3.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234