Zondag 08/12/2019

Mishandelde koeien worden weerspannig en geven minder melk

Het welzijn van dieren in de voedselindustrie is in toenemende mate voorwerp van onderzoek. Aan de Amerikaanse Purdue University in Indiana werkt een team van wetenschappers aan richtlijnen voor het kweken van dieren op een ethisch verantwoorde manier. De Morgen sprak met Edmund Pajor, professor dierwetenschappen en lid van het onderzoeksteam.

Brussel / Van onze medewerkster

Griet Vandermassen

'Het ideologische klimaat met betrekking tot dieren is sterk aan het veranderen in Amerika', stelt professor Edmund Pajor vast. "Aan de Purdue Universiteit werken we aan een nagenoeg uniek project. Het Center for Food Animal Productivity and Well-being heeft als doel de kloof tussen de voedselindustrie en dierenwelzijn te dichten. Wetenschappers uit verschillende disciplines onderzoeken hier samen met ethici de noden van landbouwdieren en trachten oplossingen te vinden voor inhumane situaties in de bio-industrie. Die poging om de ethische problematiek van dierenrechten en dierenwelzijn te combineren met een wetenschappelijke aanpak is nieuw voor Amerika. Op het Centrum onderzoeken we verschillende aspecten van dierenwelzijn, waaronder gedrag, groei, gezondheid, stress en productiviteit. Het nadenken over de belangen van dieren is in Amerika lang verwaarloosd. Op dat vlak hinken we een heel eind achterop bij Europa en zeker bij Groot-Brittannië, dat op dat domein een historische voorloper was."

Groeit de aandacht voor dierenwelzijn onder druk van de publieke opinie?

"Inderdaad. Hoewel de dierenrechtenverenigingen ook lichtjes bijdragen tot het veranderende klimaat, is het toch vooral de druk van de publieke opinie die de voedselproducenten dwingt tot veranderingen in het productiesysteem. Mensen zijn nu beter geïnformeerd over de leefomstandigheden van dieren in de bio-industrie. Ze stellen zich daar vragen bij. Ook de voedselcrisissen in Europa, zoals de gekkekoeienziekte, alarmeren het publiek. Genetische manipulatie zorgt voor bijkomende ongerustheid."

De industrie past zich aan de eisen van de consument aan.

"McDonald's, bijvoorbeeld, vaardigt nu richtlijnen met betrekking tot een betere huisvesting van legkippen uit aan zijn eierproducenten. Ik stond daar eerst sceptisch tegenover, maar ondertussen heeft McDonald's een leidende positie op dat vlak in Amerika. Die richtlijnen laten ze opstellen door een eigen wetenschappelijk adviescomité voor dierenwelzijn. Daardoor heeft McDonald's het dierenwelzijnsthema in de schijnwerpers geplaatst. In navolging hiervan willen nu ook de nationale eierproducenten voor zichzelf richtlijnen opstellen. Dat is nog maar een klein deel van de bio-industrie, maar het is een begin. Het schudt de anderen wakker. Ook het lanceren van het Free-Farmed-voedsellabel, dat een respectvolle behandeling van dieren verzekert, kreeg een warm onthaal in de pers."

Zijn de beweegredenen van vleesproducenten niet louter economisch in plaats van ethisch?

"Ik sta er zelf verbaasd van, maar ze zijn werkelijk geïnteresseerd in het thema. Natuurlijk verdedigen ze ook hun economische belangen, maar ze willen echt wel verbetering brengen in de situatie. Je kunt je natuurlijk afvragen waarom ze dat niet eerder deden. Dat heeft vooral te maken met het Amerikaanse vrijemarktsysteem. De competitie is hier zeer hard. Investeren in dierenwelzijn als de concurrentie dat niet doet, betekent verlies lijden en misschien wel failliet gaan. Tenzij het klimaat voor iedereen verandert, is de kans op spontane verbeteringen gering. Met ons onderzoek naar economisch leefbare verbeteringen willen we dat proces een duwtje in de rug geven. We werken samen met vertegenwoordigers van de dierenindustrie, die de uitkomsten van ons onderzoek kunnen verwerken in hun algemene richtlijnen. Ons onderzoekscentrum kan echter geen wettelijke invloed uitoefenen. Amerikanen zijn uiterst gesteld op hun vrijheid. De idee dat de overheid wetten voor het welzijn van landbouwdieren zou uitvaardigen, wordt als inmenging in de persoonlijke levenssfeer beschouwd. Amerika is het land van de vrijwillige regelingen."

"Ik ben een pragmaticus. Ik aanvaard het kweken van dieren voor menselijke consumptie, maar vind dat dat zo humaan mogelijk moet, op basis van wetenschappelijke informatie. Daarmee beweer ik niet dat de dierenrechtenbeweging die het vegetarisme bepleit, geen waardevolle rol zou spelen. Maar het grote publiek wil toch vooral betere leefomstandigheden voor landbouwdieren."

Wanneer is een kweeksituatie humaan? Moeten we daarvoor niet terug naar een niet-intensieve kweekwijze?

"Grootschaligheid is niet noodzakelijk nadelig voor dieren; de taken kunnen dan worden verdeeld onder verzorgers met hun eigen specialisaties. Niet zozeer de grootte van het bedrijf maakt het verschil, wel de positie van het dier binnen de groep. Er ontwikkelen zich steeds sociale relaties, waarbij de dominante dieren de zwakkeren overheersen. Voor dieren met een lage status is het wellicht beter in een grote groep te vertoeven, terwijl dominante dieren het gemakkelijker zullen hebben in een kleine groep, waar ze moeiteloos kunnen heersen. Veel hangt ook af van de diersoort: evolueerden de dieren in grote groepen of niet? Voor runderen geldt dat allicht wel. Bij kippen lijkt het erop dat, als de groep te groot wordt, er geen natuurlijke pikorde meer kan ontstaan. Daar is meer onderzoek voor nodig. Onze experimenten met verschillende behuizingssystemen voor varkens, gefinancierd door McDonald's, suggereren alvast dat varkens zich beter voelen in een grotere groep dan in individuele stallen. De resultaten zijn echter niet eenduidig, want in groepen heerst competitie, wat leidt tot agressie en stress. Objectieve criteria ter vergelijking zijn gedrag, gezondheid, stressniveau en productieniveau. Dierenwelzijn houdt de vier factoren samen in. Soms zijn maatregelen ter bevordering van de levenskwaliteit heel eenvoudig. We onderzochten bijvoorbeeld de efficiëntste manier om runderen in beweging te brengen. Anders dan we zouden verwachten, vonden de dieren een klap met de vlakke hand op de flank veel minder onaangenaam dan geroep. Het minst onaangenaam en het efficiëntst was een ruk aan de staart. Wie een koe wil voortdrijven raden we dus ten zeerste af tegen het dier te brullen. Geef een ruk aan de staart of, als het moet, een klap tegen de flank. Mishandelde koeien worden weerspannig. Bovendien geven ze minder melk, zeker als de persoon die hen mishandelt in de buurt is tijdens het melken."

Hebben dieren zo'n goed geheugen voor mensen?

"Ze herinneren zich mensen verrassend goed, en bovendien gedurende lange tijd. Een mishandelde koe wordt nerveus wanneer ze zes maanden later weer met de dader geconfronteerd wordt. Dat geldt ook voor andere dieren. Daarnaast vertonen ze een poos de neiging te veralgemenen naar andere mensen, alsof de categorie 'mens' synoniem geworden is met 'mishandeling'. Hoe ze dat precies doen, weten we nog niet. Het maakt wel duidelijk dat, als we de levenskwaliteit van landbouwdieren willen verhogen, er uiteindelijk maar één perspectief telt: dat van het dier. Wat niet agressief of onaangenaam lijkt voor ons, is dat misschien wel in de ervaring van een koe of een varken."

Denkt u niet dat het perspectief van een dier inhoudt dat het liever niet wordt geslacht en opgegeten?

"Dieren lijken geen bewustzijn van de dood te hebben, dus kan een dergelijke wens niet tot hun perspectief behoren. Daarom lijkt het mij voldoende hun een aangenaam leven te bezorgen. Het is de uitdaging van ons onderzoekscentrum uit te zoeken wat dat precies inhoudt."

(Foto Purdue University)

Biologie

'Grootschaligheid is niet noodzakelijk nadelig voor dieren; de taken kunnen dan worden verdeeld onder verzorgers met hun eigen specialisaties'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234