Zaterdag 16/01/2021

Misdrijf: praten over de zaak-Dutroux Sanctie: levenslang in de psychiatrie

Het gaat goed met de bestrijding van de zware misdaad in Charleroi. Justitie wil er donderdag een 50-jarige vrouw levenslang laten interneren omdat zij 'een sociaal gevaar' vormt. Héléna Lemire heeft dan ook niets minder dan een halsmisdrijf begaan. Ze heeft de speurders in Neufchâteau geholpen bij het onderzoek rond Marc Dutroux en meer bepaald de werkelijke rol van ex-rijkswachter René Michaux.

Douglas De Coninck

Het eerste spoor van Héléna Lemire in het dossier-Dutroux gaat terug tot 27 juni 1997, een klein jaar na het begin van de affaire. Die dag hangt ze aan de telefoon bij de cel Verdwijningen in Neufchâteau. Dat ze zich zo laat manifesteert heeft een reden waar ze geen geheim van maakt. Van juni tot september 1996 verbleef de gescheiden vrouw in een psychiatrische kliniek. Manisch depressief, burn-out. Problemen met haar vorige werkgever. Ze is in augustus 1994 als secretaresse aan de slag gegaan bij de firma SD Dépannages in Monceau-sur-Sambre. In het zwart, aanvankelijk. Ze heeft ook een poosje ingewoond in de flat van haar baas, Antonio Squittieri. Wat de onderlinge verhouding in die tijd was, valt vandaag moeilijk te verifiëren. Zij spreekt over ongewenste seksuele intimiteiten, hij over werkverzuim. Per 23 mei 1996 komt Héléna in de ziektewet terecht en begin 1997 wordt ze ontslagen. Zo'n soort verhaal.

In de eerste rapporten van de Dutroux-speurders weerklinkt waardering: "Héléna Lemire leek ons tijdens onze conversaties objectief. Ze spreekt à charge van bepaalde mensen, maar ook à décharge. Héléna Lemire lijkt niet wraakzuchtig, eerder moedeloos."

PS-kamerfractieleider Claude Eerdekens, in die tijd lid van de commissie-Dutroux, hecht belang aan de getuigenis van de vrouw, die hij heeft ontmoet op een debatavond. Hij schrijft begin 1998 een brief aan procureur Michel Bourlet om zijn aandacht te vestigen op de vrouw die zoveel onbegrijpelijke dingen begrijpelijk kan maken.

In Aarlen werd deze week nog maar eens een rist vragen afgevuurd op ex- rijkswachter René Michaux, de man die destijds als een van de enigen wist - of kon weten - waar de op 24 juni 1995 ontvoerde Julie en Mélissa vertoefden. Drie informanten hadden Marc Dutroux aangewezen. Tijdens een dubbele huiszoeking in diens kelder in Marcinelle (13 en 19 december) hoorde Michaux "gefluister van kinderen". Hij verliet de kelder. Hij legde de hand op videocassettes die hem de weg moesten wijzen naar de kinderkooi. Hij bekeek ze niet. Hij hield de kettingen waarmee An en Eefje waren vastgeketend in zijn handen. Hij gaf ze terug aan Dutroux. Tegen andere aanwezigen bij de huiszoekingen verzweeg hij dat hij naar Julie en Mélissa kwam zoeken. Collega-rijkswachter Yvon Demarcq die had opgemerkt dat er iets vreemds was met dat hangrek, daar in de kelder, legde hij het zwijgen op. Over geluidscassettes met opnames van tv-journaals met items over de verdwijning van Julie en Mélissa, die door de politie in de chalet van Dutrouxs kompaan Bernard Weinstein werd aangetroffen, stelde hij geen vragen. Mee onder leiding van Michaux werd het huis van Dutroux dagenlang gefilmd vanuit een stilstaande treinwagon, aan de overkant van de straat. Er werden geen verslagen opgesteld.

Tijdens zijn tweede getuigenis voor het assisenhof in Aarlen sprak Michaux dinsdag weer in raadsels. Nee, er was dan toch geen 'pact' geweest waarin zijn oversten hem hadden verplicht de waarheid te verdoezelen en 'zondebok' te spelen. Over hoe het toch allemaal zo grondig kon mislopen, zinspeelde Michaux andermaal op zijn 'oversten', wier schuld het allemaal was geweest, en 'de politiek'.

Bij SD Dépannages waren nogal wat politiemensen kind aan huis. Logisch. Het bedrijf is erkend door het lokale parket en heeft een al jaren lopend contract met de politiediensten in Charleroi voor takelopdrachten. Dagelijks lopen politieagenten er af en aan, warmen ze zich in het kantoor op bij een koffietje en slaan ze een praatje met de baas. Volgens Héléna Lemire was Michaux een van die habitués.

Héléna Lemire, verhoord 5 december 1997: "In 1995 kwam mijnheer Michaux op een dag langs. Hij vertelde mijn baas dat hij het koud had omdat dat hij net teruggekeerd was van een observatie vanuit een treinwagon en dat die niets had opgeleverd. Squittieri antwoordde dat het inderdaad allemaal geen zin had. Michaux legde bepaalde zaken tot in detail uit, maar ik herinner het me allemaal niet meer zo goed. Hij sprak over rijkswachter Pettens en stak de draak met hem. Hij kon hem niet uitstaan. Squittieri zei dat Pettens een melkmuil was die hem 'zocht'. Het was door Pettens dat hij problemen had gekregen in verband met de diefstal van een Golf en een Mercedes in juni 1994. Voor zover ik kon begrijpen lag Pettens nog op de loer in die wagon. Michaux zei: 'Pettens ligt op de loer en het is niet daar dat het gebeurt.' Hij sprak voortdurend over de 'trou' en 'Othello'."

Christophe Pettens is de kleine rijkswachter die al sinds 1993 achter Dutroux aanzit. Hij is in 1993 zelf al eens diens kelders gaan doorzoeken en heeft diverse figuren uit Dutrouxs entourage - Claude Thirault, Philippe Mahieu en Olivier Preels - zover gekregen om hem te tippen. Van dat trio verneemt Pettens dat Dutroux op zoek is naar kompanen die hem willen helpen kinderen te schaken en dat hij kelders aan het verbouwen is tot kindercellen. Van Thirault heeft hij te horen gekregen dat Julie en Mélissa perfect in dat patroon passen. Op basis van Pettens' gegevens zet de rijkswachttop in augustus 1995 Operatie Othello op poten. Ze willen stiekem, buiten andere gerechtelijke en politiediensten om, Julie en Mélissa vinden. De man die de operaties moet leiden is Michaux. Maar volgens Lemire heeft hij dus een hartgrondige hekel aan die Pettens die zijn vriend-de-garagist problemen bezorgde.

Héléna Lemire spreekt niet over protectie. Dit is het verhaal van een secretaresse die met één oor aan de telefoon gekluisterd zit en met het andere haar baas gesprekken hoort voeren. In een rapport van de cel Verdwijningen (pv 100.381/97) wordt de getuigenis samengevat: "Michaux en andere rijkswachters zouden na de huiszoeking bij Squittieri duidelijk hebben gesproken over Marcinelle en Julie en Mélissa. Michaux zou hebben gezegd dat zij volgens hem dood waren, dat hij voor niks had gezocht en dat het allemaal kwam door die ouders, die hitserig waren."

Na zijn optreden in de assisenzaal beklaagde Michaux zich er dinsdag nog eens over tegen journalisten: "Achteraf praten is makkelijk. In die tijd dacht ik, zoals zovelen, dat Julie en Mélissa allang dood waren." Die uitleg is geenszins in tegenspraak met wat Héléna Lemire zich herinnert. Een gevalletje van ons-kent-ons. Volgens het hierboven al geciteerde rapport waren er echter meer 'onzen' dan alleen Squittieri, Michaux en hun gezamenlijke vijand Christophe Pettens: "Michel Nihoul zou eind 1995 of begin '96 bij Squittieri langsgekomen zijn. Hij kwam proberen een auto vrij te krijgen die door de rijkswacht van Marchienne was weggetakeld wegens niet-verzekerd. Héléna Lemire herinnert zich dat de naam Nihoul niet overeenstemde met die op de boorddocumenten. Ze denkt dat Nihoul en Squittieri elkaar kennen, gezien de manier waarop ze met elkaar praatten."

Nog in het rapport: "Michelle Martin zou in de maanden februari, maart of april 1996 zijn langsgekomen in het gezelschap van een man. Ze was erg opgewonden, en weende. Squittieri heeft zich over haar ontfermd en ze hebben samen het kantoor verlaten (...). Een man van wie Lemire denkt dat het Marc Dutroux was, bood zich in april of mei 1996 aan bij Squittieri. Hij was vergezeld door een andere man, die haar doet denken aan degene die ze met Michelle Martin zag. De man in wie ze Dutroux vermoedt, zou nadien zeker nog één keer zijn gekomen. Hij wilde drie auto's kopen. De bezoeken vonden plaats na 18.30 uur. Tijdens het laatste bezoek dronk Squittieri een koffie met deze personen. Volgens Lemire ging het veeleer om een vriendschappelijke discussie."

In het kantoor merkte Lemire op zeker moment de begin 1996 vermoorde speurder van de Bergense gerechtelijke politie Simon Poncelet op. Na de moord hoorde ze haar baas daarover een intrigerende opmerking maken: "Ze deinzen voor niets terug." Het was niet iets wat haar deed besluiten dat Squittieri wat te maken zou hebben met de moord, ze vermeldde het enkel maar.

Maandag beginnen op het proces-Dutroux de pleidooien. Joris Vercraeye is naar verluidt van plan om bij wijze van statement de internering van Dutroux te bepleiten. Volgens de advocaat van Jean Lambrecks kan niet worden uitgesloten dat Dutroux in het jaar 2030 of zo als stokoud mannetje voorwaardelijk vrijkomt en toch meteen weer herbegint. Internering biedt grotere garanties op het wegnemen van zo'n 'gevaar voor de samenleving' dan een levenslange gevangenisstraf, luidt de redenering.

Terwijl in Aarlen nog een maand moet worden gewacht op een verdict, heeft het parket in Charleroi zijn zaakjes al rond. Op suggestie van de Dutroux-speurders diende Héléna Lemire op 9 september 1997 klacht in tegen Squittieri wegens ongewenste seksuele intimiteiten en achterstallig loon. Aangezien die feiten zich daar afspeelden, stuurde procureur Bourlet de bundel door naar Charleroi, waar er verder niets gebeurde. Vijf jaar later, op 25 oktober 2002, diende Squittieri wel een tegenklacht in wegens 'laster en eerroof'. Hij stelde zich burgerlijke partij tegen zijn ex-secretaresse bij onderzoeksrechter Martine Michel.

Squittieri koos zelf voor deze magistrate. Er zijn redenen om te denken dat die keuze niet toevallig was. Michel leidt ook het onderzoek naar de moord op dancingportier Jean-Pol Taminiau, 6 april 1995. Van Taminiau werd enkel een voet teruggevonden in een kanaal. Zijn moeder Jeannine Deulin brengt de moord al jaren in verband met het milieu rond Dutroux. Taminiau zou kort voor zijn dood in het bezit zijn gekomen van de (geheelde) Porsche van Philippe Demanet, zoon van de kort na de zaak-Dutroux tot aftreden gedwongen Bergense procureur-generaal Georges Demanet. Taminiau zou het vehikel hebben gestald bij Gérard Pinon, de man over wie op het proces in Aarlen werd gezegd dat in zijn hangars de hangrekpoort van Dutrouxs kinderhok in elkaar werd gelast.

De zaak-Taminiau is een ingewikkeld verhaal van elkaar naar het leven staande onderwereldfiguren. Alexandre Varga, een Henegouwse topgangster, werd begin 1996 in beschuldiging gesteld en een tijdlang gearresteerd, maar weer vrijgelaten doordat in het labo iets was fout gelopen met een dna-xpertise op een stukje tapijt met bloed van Taminiau op. Zulke dingen kunnen gebeuren, erkent Jeannine Deulin. Wat ze minder kon appreciëren was het relaas van de Franstalige minister van Audiovisuele Kunsten Olivier Chastel (MR). Hij vertelde de moeder in 1999 dat hij Martine Michel in de loges van voetbalclub Sporting Charleroi opmerkte samen met de in principe nog steeds van de moord verdachte Alexandre Varga. Eenmaal minister geworden, trok Chastel zijn verklaring weer in, waarop Michel klacht indiende tegen Deulin wegens 'laster'. Na een hels geprocedeer tot bij het hof van beroep in Bergen werd 'de zaak' daar op 25 februari van dit jaar geseponeerd.

Intussen zat Martine Michel niet stil in dat andere dossier over 'laster'. Op 13 februari 2004 vindt Héléna Lemire tussen de ochtendpost een brief van de onderzoeksrechter. Ze wordt in staat van beschuldiging gesteld wegens het zich "tussen 14 december 1997 en 4 september 2002" te hebben bezondigd aan "het schaden van de eer van Antonio Squittieri". De vrouw krijgt te horen dat ze zich op 30 maart naar de raadkamer te Charleroi moet begeven om daar "de internering" te horen uitspreken. Het onderzoek, zo staat er, heeft uitgewezen "dat de beschuldigde een sociaal gevaar vormt".

Patricia Vandersmissen is de advocate van Héléna Lemire en kon kennis nemen van het strafdossier. "Wat meteen opvalt is dat de onderzoeksrechter zich ertoe heeft beperkt enkel het personeel van Squittieri te verhoren", zegt zij. "Natuurlijk kon iedereen volmondig beamen dat Héléna gek, hysterisch, paranoïde en gevaarlijk is. In het dossier zit niet één proces-verbaal over haar rol in het dossier-Dutroux, terwijl je aan de voor 'de feiten' genoemde data nochtans duidelijk kan zien dat het allemaal daarmee begonnen is. Vreemd genoeg volgt het parket de klager en de onderzoeksrechter helemaal. Men eist de internering en men gaat erg ver. Toen de zaak vorige maand voorkwam op de raadkamer, wou men ze achter gesloten deuren afhandelen. De wet voorziet in geval van internering nochtans expliciet publieke debatten. Uiteindelijk willigde het hof die eis in, maar men toonde zich verwonderd omdat Héléna haar internering durfde contesteren."

Weinig werelden zijn zo klein als in Charleroi. Donderdag, 27 mei, aanhoort de raadkamer de slotpleidooien. Namens het parket bevestigde substituut Dujardin onlangs zijn voornemen om de internering te eisen. De substituut stoelt die eis op het feit dat Héléna Lemire haar baas "valselijk beschuldigde van de moord op Simon Poncelet" en op een rapport van gerechtspsychiater Michel Schittecatte, die de vrouw onderzocht. Laatst nog, op 10 mei, had diezelfde Schittecatte wat uit te leggen in Aarlen. Hij is de arts die zich in 1986 boog over Michelle Martin, toen gearresteerd wegens deelname aan enkele kinderontvoeringen met Dutroux. Hij beoordeelde haar als 'niet-toerekeningsvatbaar', een diagnose waarvoor hij zich tijdens zijn getuigenis op het proces-Dutroux slechts kon excuseren. In zijn allernieuwste rapport noemt de arts het niet onaannemelijk dat Héléna Lemire het slachtoffer werd van seksueel geweld door haar werkgever, maar omschrijft hij haar juist daarom als iemand die in staat mag worden geacht om "over te gaan tot de aanval" en "het recht in eigen handen te nemen".

Uw cliënte is een wandelende bom. Patricia Vandersmissen: "Eigenlijk is het om je te bescheuren. Na al wat er is gebeurd, is Héléna doodsbang van die Squittieri. Je moet bijna besluiten dat elke vrouw die zich in de toekomst nog bij justitie durft te beklagen over misplaatste handelingen van haar baas het risico loopt om te worden beoordeeld als een gevaar voor de samenleving en voor de rest van haar leven naar de psychiatrie moet." Hoe groot is de kans? "Och, desnoods gaan we in beroep. Wat ik mij hierbij echter vooral afvraag, is waar die buitengewone gebetenheid van sommige magistraten vandaan komt."

Antonio Squittieri kwam dinsdag ter sprake in de getuigenis van René Michaux. Hij kreeg het vuur aan de schenen gelegd door Xavier Magnée, de advocaat van Dutroux. Magnée is gebiologeerd door de gebeurtenissen van eind 1995 en ziet een verband met de handel van Squittieri. Bij hem komen al sinds jaar en dag alle door justitie bij gangsters in beslag genomen luxewagens terecht. In een stad als Charleroi zijn er dat nogal wat. Squittieri zou ze, als ze 'verbeurd' verklaard zijn, steevast voor een prikje opkopen.

Magnée: "Bent u ervan op de hoogte dat Squittieri in beslag genomen luxeauto's tegen ridicule prijzen doorverkoopt aan politiemensen en magistraten?" Michaux: "Dat is mij bekend. Maar er was nog een andere garagist die dat deed. Ik heb zelf ook twee auto's gekocht bij Squittieri, mét factuur." Magnée: "Wat een wereld. En het is dus zo dat die wagens door de heer Squittieri werden verkocht, en dat de hele parking van het justitiepaleis in Charleroi vol staat met luxewagens die uit dat circuit komen?" Michaux: "Niet helemaal. Er zijn ook wagens die komen via een andere garagist."

Etienne Duvieusart is de advocaat van Antonio Squittieri. Het telefoongesprek duurde, heel exact, zeven seconden. Dat was de tijd die de raadsman nodig had om ons uit te leggen dat hij niet met de pers wenst te praten over "nog lopende rechtszaken".

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234