Dinsdag 21/05/2019

Misbruik in de kerk

Misbruikslachtoffer Marie Collins: “Je wil niet weten hoe vaak ik heb uitgelegd dat ze hun eigen kerk kapotmaken”

Marie Collins. Beeld Marlena Waldthausen

Marie Collins werd in haar jeugd misbruikt door een priester. De paus vroeg haar voor een commissie die voorstellen moet doen om misbruik te voorkomen. Ze is eruit gestapt, gedesillusioneerd over wat de katholieke kerk bereid is te doen.

Als er iemand is die weet waarom de vierdaagse misbruiktop in het Vaticaan van donderdag gedoemd is te mislukken, dan is het Marie Collins wel. Het was immers Marie Collins die vijf jaar geleden door paus Franciscus werd gevraagd de o-zo-belangrijke Commissie voor de Bescherming van Minderjarigen vorm te geven en het was Marie Collins die drie jaar later weer opstapte uit diezelfde commissie uit pure frustratie.

“Ik ben zeer teleurgesteld in deze paus”, zegt Collins (70). “Terwijl hij nog best goed begon.”

Inderdaad, lange tijd stond Jorge Bergoglio, die sinds 2013 door het leven gaat als paus Franciscus, bekend als een ongekend progressieve kerkleider die ten strijde trok tegen de geldverspilling van sommige kardinalen, opkwam voor daklozen en bootmigranten en die tijdens nota bene zijn eerste persconferentie over homoseksuelen zei: “Wie ben ik om daarover te oordelen?”

Het kwam de Argentijn op jubelcommentaren te staan, vooral omdat hij van plan leek – en dit was echt een gigantische doorbraak – het wereldwijde misbruikschandaal aan te pakken; de grootste crisis van de katholieke kerk sinds de Reformatie. Waar paus Johannes Paulus II alle beschuldigingen nog ‘gewelddadige aanvallen op de eerbiedwaardigheid’ van de kerk noemde en paus Benedictus XVI vooral grossierde in zwijgen en nietsdoen, beloofde Franciscus al bij zijn aanstelling in 2013 een ‘zerotolerancebeleid’.

Het moest definitief afgelopen zijn met alle zonden en misdaden, alle nalatigheid en medeplichtigheid, herhaalde hij keer op keer. Het aloude uitgangspunt binnen de kerk – hoe kunnen we reputatieschade zoveel mogelijk beperken? – leek onder hem eindelijk te worden vervangen door: hoe kunnen we het leed van de slachtoffers verzachten?

Een van zijn belangrijkste wapenfeiten bij die ambitie was een expertencommissie die toekomstige gevallen van misbruik moest helpen voorkomen: de Commissie voor de Bescherming van Minderjarigen. Geheel in strijd met de geldende mores binnen het Vaticaan vroeg hij vooral leken in die commissie zitting te nemen. Geen priesters, bisschoppen of kardinalen dus, maar gewone burgers zonder boord. Een kinderpsychiater uit Frankrijk bijvoorbeeld, een internationaal advocaat uit Polen, een criminoloog, een theoloog, een kerkrechtgeleerde. En Marie Collins.

Waarom Marie Collins? Omdat Collins haar leven wijdde aan het bestrijden van kindermisbruik. De kiem daarvoor werd gelegd toen ze zelf twaalf of dertien jaar oud was en ze drie weken werd opgenomen in een katholiek kinderziekenhuis in Dublin wegens een infectie aan haar arm. Ze werd daar meermaals misbruikt door de kapelaan van dienst, Paul McGennis.

“Je weet hoe die mannen te werk gaan”, zegt Collins in haar kleine, grijze huis in een al even grijze buitenwijk van Dublin. Door alles wat er sinds die drie weken gebeurde, lukte het haar nooit een carrière op te bouwen en veel geld te verdienen. In haar kamer staan twee leren stoelen en een bank, en dat is het wel zo’n beetje.

Extra aandacht

“De kapelaan palmde mij in, gaf mij extra aandacht – ik was zijn speciale vriendinnetje, zei hij – en ’s avonds kwam hij me voorlezen. Op die momenten misbruikte hij mij en maakte daar bovendien foto’s van. Ik weet nog dat ik hem probeerde tegen te houden, maar hij zei: “Ik ben een priester, ik kan toch niets verkeerds doen?” Je moet begrijpen dat ik een kind van de jaren 50 was; er was mij geleerd dat een priester bijna boven God stond, zo belangrijk was hij. Je mocht een priester nooit of te nimmer tegenspreken. En nu was er opeens een priester die tegen mij zei: ‘Als je dit niet prettig vindt, is er iets mis met jou. Dan ben jij niet normaal.’ Dat zei hij tegen mij.”

Marie Collins tijdens een nachtwake in de St. Ignatiuskerk in Rome in 2012, waar toen een symposium over seksueel misbruik in de katholieke kerk werd gehouden. Beeld AFP

De drie weken in Our Lady’s Hospital for Sick Children beëindigden Collins’ jeugd. “Ervoor was ik een zelfverzekerd, populair kind. Erna wist ik zeker dat ik in werkelijkheid een slecht persoon was. Ik probeerde er alles aan te doen die inborst verborgen te houden. Ik speelde niet meer buiten, hield al mijn vrienden op afstand en vervreemde mijzelf van mijn familie. Ik was bang dat als iemand te dichtbij zou komen, er iets slechts zou gebeuren en dat dan mijn schuld was.”

Vanaf haar 17de kreeg ze paniekaanvallen. Rond haar 20ste kreeg ze haar eerste depressie en vanaf haar 27ste ontwikkelde ze een hevige vorm van pleinvrees. “Ik heb jarenlang thuis gezeten – in dit huis waar we nu ook zijn. Samen met mijn man Ray had ik een zoon van toen zes en omdat ik niets durfde, was Ray zowel zijn vader als zijn moeder. Overdag werkte Ray, ’s avonds deed hij boodschappen, ’s ochtends bracht hij ons kleine mannetje naar school en ik deed al die tijd niets. Als Ray ’s avonds thuiskwam, zat ik nog steeds in dezelfde stoel als waarin ik die ochtend ook al zat en was de vieze vaat in de keuken onaangeraakt.”

Collins had op dat moment geen idee dat het de schuld was van kapelaan McGennis; ze had het hele kinderziekenhuis diep weggestopt en dacht er nooit aan. Pas toen ze na weer een serie nieuwe paniekaanvallen bij een psychotherapeut terechtkwam, sprak ze – vijfentwintig jaar na het misbruik – voor het eerst in haar leven over de kapelaan. Aangemoedigd door de psychotherapeut, die zei dat McGennis misschien nog steeds actief was, ging ze naar haar kerk om hem aan te geven. Het antwoord van haar lokale priester: ‘Je hebt de arme man waarschijnlijk verleid. Maar maak je geen zorgen, je zonden zijn vergeven.’

“Dat antwoord”, zegt Collins, “voelde alsof iemand een steen door een ruit gooide, maar dan binnen in mijn lichaam. Alles viel in kleine stukjes uiteen. Die woorden braken mij volledig af. Ze wierpen mij jaren terug in de tijd. Ik wilde onder geen beding meer terug naar de psychotherapeut en ik heb tien jaar lang met niemand meer over McGennis gesproken. Met geen woord.”

Ook de psychische klachten namen weer toe bij Collins, die sinds haar misbruik zeker tien keer werd opgenomen in psychiatrische klinieken. Pas toen McGennis, veertig jaar na het misbruik van Collins – veertig jaar waarin hij bovendien carrière maakte binnen de kerk en ondertussen jonge kinderen bleef verkrachten en fotograferen – werd aangehouden en opgesloten, pas toen hielden de depressies en de paniekaanvallen definitief op.

Marie Collins Foundation

Collins besloot de rest van haar leven te wijden aan het bestrijden van kindermisbruik binnen de kerk. Ze richtte de Marie Collins Foundation op voor kinderen die, net als zij, slachtoffer werden van kinderporno. Ze schreef mee aan nieuwe kinderbeschermingsprotocollen binnen de Ierse kerk – een van de strengste protocollen binnen de katholieke wereld – en het zogenoemde Murphy Report, een diepgaand onderzoek naar seksueel misbruik binnen de Ierse rooms-katholieke kerk, roemde in 2009 haar ‘moedige, en vaak eenzame campagne’ tegen het aartsbisdom van Dublin. Toen paus Franciscus in 2013 aantrad, vroeg hij Collins naar Rome te komen om hem te helpen. Ze zei ja omdat ze, net als iedereen, hoopte dat er nu eindelijk een frisse wind door het Vaticaan zou waaien.

“Maar al tijdens onze eerste vergadering in Rome merkte ik dat er iets niet klopte”, zegt Collins. “We zaten in een achterafzaaltje in Vaticaanstad waar niet eens een glaasje water aanwezig was. Er lag niet eens een stukje papier op tafel.”

Er was de Commissie voor de Bescherming van Minderjarigen in Rome beloofd dat het Vaticaan kosten noch moeite zou sparen zodat zij haar werk kon doen, “maar iedere keer als we om geld vroegen om iets gerealiseerd te krijgen, was het antwoord: nee, te duur, nee, te duur, nee, te duur”.

“We mochten bijvoorbeeld maar drie keer per jaar vergaderen omdat de tickets naar Rome te duur waren. In Rome sliepen we vaak op plekken die ver van het Vaticaan af lagen. Maar we mochten geen gebruik maken van de dienstauto’s – die waren bestemd voor kardinalen – en we mochten ook geen taxi’s declareren. Verder moesten we onze eigen koffie betalen, onze eigen lunch, ons eigen avondeten. En toen we om een klein beetje zakgeld vroegen, alleen voor de leden die nauwelijks geld hadden – we deden ons werk gratis en ik had zelf bijvoorbeeld geen inkomsten op dat moment – was het antwoord: “nee, te duur.” 

Hoeveel geld de kerk precies beheert, is onduidelijk. Volgens schattingen heeft alleen al het Vaticaan – dat is dus exclusief bisdommen elders in de wereld – zeker 10 miljard euro te besteden.

Geen respect van de curie

Het was een puur gebrek aan respect, zegt Collins. Niet zozeer van de paus, die zich niet op dat niveau met de commissie bemoeide, maar van de curie. Dat is de hofhouding van de paus bestaande uit geestelijken die al een leven lang in Rome wonen en daardoor een bepaalde kijk op de wereld hebben, zegt Collins. “Die mannen leven in een bubbel. Ze kijken niet naar buiten, ze kijken alleen maar naar binnen. Het zijn carrièrejagers die zo snel mogelijk naar boven willen en daarom alleen maar met zichzelf bezig zijn. Ze denken niet aan de kinderen. Ze denken niet eens aan het imago van hun eigen instituut.”

En daar was opeens mevrouw Marie Collins, die deze mannen vertelde hoe ze zich voortaan moesten gedragen. “Ik weet helaas hoe deze mannen denken, want ik heb het jarenlang van heel dichtbij meegemaakt. Ze geloven oprecht dat je alleen iets van het leven begrijpt als je onderdeel bent van de kerk. Daarom zullen ze ook nooit iets van een buitenstaander aannemen, al is het de grootste expert op aarde. Ze geloven alleen in hun eigen manier van doen en weigeren in te zien dat juist dat voor een immense rotzooi heeft gezorgd. Je wil niet weten hoe vaak ik aan deze mensen heb uitgelegd dat ze hun eigen kerk kapot aan het maken zijn, maar ze namen het gewoon niet van mij aan. U en ik leven in de echte wereld, dus wij zien hoe absurd dat is, maar die mannen leven in een andere wereld.”

Vandaar dat de commissie niet alleen op praktische pesterijtjes stuitte, zoals het gebrek aan schrijfpapier in hun vergaderzaal, maar dat er ook inhoudelijke obstakels werden opgeworpen. “Het was zo verschrikkelijk frustrerend”, zegt Collins. “Alles wat we deden, bleek totaal nutteloos. Ze zetten de beste experts ter wereld om een tafel en negeren vervolgens al hun adviezen.”

Zo pleitte de commissie voor het oprichten van een tribunaal dat bisschoppen kon straffen die hadden verzuimd op te treden tegen misbruik van anderen – een belangrijke eerste stap in het beëindigen van de doofpotcultuur. De paus was vol lof over het voorstel, hij accepteerde het, waarna het in een la belandde en er nooit meer iets mee gebeurde.

Een ander voorbeeld: misbruikslachtoffers sturen vaak brieven naar de paus, bijvoorbeeld om te vragen wat er met een pedofiele priester is gebeurd, of om, vaak op aanraden van hun psychiater, hun kant van het verhaal te vertellen. Het was beleid van de curie die brieven niet te beantwoorden. Collins stelde voor dat beleid aan te passen en voortaan in elk geval een standaardantwoord te sturen – zij wist hoe belangrijk zo’n klein gebaar kan zijn voor slachtoffers. “De paus vond het wederom een goed idee en accepteerde het,” zegt Collins, “maar iets later werd ons door de curie medegedeeld dat ze er toch niet aan konden beginnen. Ze zeiden dat het van weinig respect zou getuigen voor een lokale bisschop om achter zijn rug om met gelovigen te corresponderen.”

Het was voor Collins uiteindelijk een reden op te stappen uit de commissie. Ze vond haar werk nutteloos en de tegenwerking vanuit de curie onacceptabel. Die hele commissie was in haar ogen een wassen neus. Dat bleek bijvoorbeeld toen een ander lid, misbruikslachtoffer Peter Saunders, op non-actief werd gesteld nadat hij in het openbaar kritiek had geuit en ook toen andere experts gaandeweg werden vervangen door priesters en nonnen.

Geen slechte man

“Franciscus zelf is geen slechte man”, zegt Collins. “Hij is erg bescheiden, heeft geen kapsones en vindt zichzelf oprecht niet beter dan anderen. Hij is niet neerbuigend, geeft je nooit klopjes op je schouder en zegt geen troostende woorden omdat hij denkt dat je die wil horen. Hij luistert vooral veel. Nogmaals, hij is geen slechte man. Maar als je aan het hoofd staat van de kerk – van een groep mensen dus die walgt van verandering – is die opstelling te slap.”

Franciscus is inderdaad geen hiërarchische paus. Allesbehalve zelfs. Hij weigert aan het hoofd te staan van een almachtig instituut dat vanuit Rome bepaalt hoe de kerk in bijvoorbeeld Madagaskar zich moet gedragen. Franciscus wil dat lokale kerken van onderop tot bloei komen en zal ze daarom niet snel verplichten een bepaalde maatregel toe te passen. Daar is wat voor te zeggen, aldus Collins, maar het heeft ook nadelige gevolgen. Zo is zijn macht in Vaticaanstad hierdoor zeer beperkt, zegt ze. En vooral: hij is niet de juiste paus om de misbruikcrisis te stoppen. Franciscus zal nooit tegen een Poolse of Italiaanse bisschop zeggen hoe ze hun priesters dienen te vervolgen.

Precies die opstelling is volgens Collins de reden dat de vierdaagse, groots aangekondigde conferentie over kindermisbruik van donderdag – wanneer meer dan honderd voorzitters van de Bisschoppenconferenties uit heel de wereld naar Rome komen om de belangrijkste crisis van hun tijd te bezweren – geen snars zal opleveren.

“In de landen waar de afgelopen jaren al een crisis was, zoals in Ierland, Amerika en Australië, heeft de lokale kerk al heel goede controlesystemen opgetuigd om toekomstig misbruik te voorkomen. Maar als Franciscus blijft weigeren die maatregelen op te leggen aan andere landen, komen we nergens.”

Want vergis je niet, zegt Collins. Misbruik komt in elk land ter wereld voor en dat weten ze in het Vaticaan donders goed. Ze weten dat er honderdduizenden kinderen zijn misbruikt door geestelijken, om nog maar te zwijgen van de enorme hoeveelheid volwassenen die zijn verkracht. Kijk bijvoorbeeld naar het recente nieuws over nonnen, die op grote schaal door priesters zouden zijn gebruikt als seksslaven.

“Ondank al die kennis, lijkt het realiteitsbesef in de top van de kerk volledig te ontbreken. Ze snappen niet dat ze hun vertrouwen en hun respect aan het verliezen zijn. Ze begrijpen niet dat ze zichzelf kwaad doen. Laat staan dat ze begrijpen dat ze kinderen kwaad doen.”

“Toen ik ooit tegen de paus zei dat we niet meer alleen over misbruik moeten praten, maar er ook echt iets tegen moeten doen, antwoordde hij: ‘Ik doe er al wat aan. Als bisschoppen schuldig worden bevonden, verwijder ik ze uit hun functie.’ ‘Nee’, zei ik. ‘U laat ze ontslag nemen. U laat ze weglopen. Ze mochten van u opschrijven dat ze ziek waren en u zei tegen niemand wat ze werkelijk hadden misdaan. Het enige wat u doet, is uw kerk beschermen tegen schandaal.’ En weet je wat de paus mij toen antwoordde? Ik weet het nog letterlijk, want het waren de enige woorden die ik hem ooit in het Engels hoorde spreken. Hij zei: ‘You are right’. Een week later liet hij opnieuw een bisschop op dezelfde manier opstappen.”

En iedere keer als die geschiedenis zich herhaalt, breekt ook het hart van Collins opnieuw. “Want als die Ierse priester aan wie ik alles in 1985 vertelde, actie had ondernomen in plaats van mij de schuld te geven, dan was ik die tien jaar van mijn leven niet verloren en vooral: dan waren er tien jaar lang geen nieuwe kinderen misbruikt. En omdat ik zeker weet dat de kerk, op dit moment en in talloze landen, precies hetzelfde doet, blijf ik mijn verhaal vertellen. Ik doe dit niet voor de kerk, ik doe dit voor de kinderen.”

Misbruiktop

Tussen 21 en 24 februari wordt in Vaticaanstad een internationale top georganiseerd over misbruik binnen de katholieke kerk. Dat is speciaal, want nooit eerder riep een paus de voorzitters van alle bisschoppenconferenties ter wereld bijeen, laat staan over zo’n gevoelig onderwerp. Toch zijn de verwachtingen zeer laag. Niet in de laatste plaats omdat Franciscus zelf onlangs sprak over de ‘opgepompte verwachtingen’ over over de top. “We moeten die verwachtingen naar beneden bijstellen (…) omdat het probleem van misbruik zal blijven bestaan. Dat is namelijk een menselijk probleem.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.