Dinsdag 26/01/2021

Misantropie voor gevorderden

In La carte et le territoire ontpopt Michel Houellebecq zich opnieuw als een schrander en cynisch waarnemer van onze zieltogende beschaving. Zwaarmoedigheid en verval domineren in deze sombere maar soms ook snijdend grappige roman over ‘kaartenkunstenaar’ Jed Martin waarin Houellebecq, ‘de oude, zieke schildpad’, zichzelf op gruwelijke wijze om het leven brengt. Door Dirk Leyman

W ie van oordeel is dat literatuur geen maatschappelijke impact meer heeft, moet af en toe maar eens een glimp werpen op de Franse tv-zenders. In schril contrast met de lamentabele manier waarop de letteren op onze vaderlandse beeldbuizen worden behandeld, ruimt men daar flink wat plaats in voor diepgaand debat over (en mét) de denkers, de schrijvers en de boeken van het moment. Zo kreeg Michel Houellebecq (54) bij de verschijning van zijn nieuwe en langverwachte vijfde roman La carte et le territoire zelfs royaal het televisiespitsuur ter beschikking. In het achtuurjournaal op France 2 voerde de nieuwslezer van dienst een allerminst oppervlakkig gesprek met de voor zijn doen opvallend netjes uitgedoste auteur, die als geen ander het mes in onze etterende maatschappelijke wonden kan zetten. Vervolgens dook de zichtbaar fel verouderde Houellebecq in ongeveer elk praatprogramma op. Niet om er de odeur van schandaal te verspreiden, zoals sommigen heimelijk hoopten. Wél om er op een ingetogen en bijna minzame manier te murmelen over de morele lessen van zijn boek, dat qua somberheid en illusieloosheid weer hoge toppen scheert.

Aan de schandpaal

Het moet gezegd: de sloom ogende persoonlijkheid van Houellebecq, met telkens dat ondefinieerbaar toefje morsigheid, is een wonderlijk goed te marketen product geworden. Maar zijn lethargische onverstoorbaarheid verraadt tegelijk een groot zelfbewustzijn. Toen de website Slate.fr Houellebecq onlangs aan de schandpaal nagelde omdat hij nogal lustig gegraaid zou hebben uit Wikipedialemma’s over de huisvlieg en de stad Beauvais, stuurde Houellebecq een video-interview de wereld in waarin hij zijn belagers onbewogen met Borges en Perec om de oren sloeg. Dat hij ook wijselijk een bronvermelding had kunnen opnemen, liet hij fijntjes onvermeld. Case closed.

Ondanks alle schermutselingen hebben Houellebecqs boeken meer dan ooit het stadium van de respectabiliteit bereikt. De Franse pers zong in koor de lof van La carte et le territoire. “Houellebecq: toujours plus fort”, kopte Les Inrockuptibles. En het viel meteen op dat het boek minder cynische weerhaakjes en nagenoeg geen seks bevatte. Met dank ook aan zijn serene media-optredens ziet het er dus naar uit dat Michel Houellebecq zelden dichter bij de Prix Goncourt heeft gestaan, de Franse oppergaai die hem zowel voor Les particules élémentaires (1998) als La possibilité d’une île (2005) door de neus werd geboord. Dat jurylid Tahar Ben Jelloun publiekelijk zijn banvloeken uitsprak over La carte et le territoire, zou de pret niet mogen bederven, temeer omdat Houellebecq met Bernard Pivot ook hartstochtelijke pleitbezorgers heeft in de Académie Goncourt.

Totale zinloosheid

Geloof nu evenwel niet dat de nieuwe Houellebecq een lieflijk, zoeterig romannetje is waarin de auteur zomaar wat aan het spelevaren gaat. In La carte et le territoire toont Houellebecq wederom zijn genadeloze oog voor de maatschappelijke mores en richt hij zijn pijlen op de wereld van de hedendaagse kunst, terwijl meer dan ooit ook de dood en het verval om zich heen grijpen en en passant een opmerkelijke vader-zoonrelatie wordt uitgebeend. De verveling, de eenzaamheid én de totale zinloosheid van ons rondpeddelende bestaan winnen het pleit, geheel volgens het citaat van Charles d’Orléans dat het boek voorafgaat: “Le monde est ennuyé de moy. Et moy pareillement de luy.” Daarbovenop leeft Houellebecq zich uit in een nietsontziend maar ook labyrintisch én komisch zelfportret, waarin hij zijn eigen gecanoniseerde roem ironisch op de korrel neemt. Dat jongleren met alter ego’s leidt tot de sterkste passages van dit ongemeen rijke boek dat uitpuilt van de spitse essayistische aperçu’s vol cursiveringen (een geliefd stijltrucje van Houellebecq). Geen onderwerp laat Houellebecq onberoerd: van de kwaliteitsverschillen tussen Noors spuitwater tot low-cost luchtvaartmaatschappijen, het maltezer hondenras, charcuterie of supermarktaanbiedingen. Picasso, Le Corbusier en verder nogal wat hedendaagse Franse televisiefiguren krijgen op hun donder. En natuurlijk is er Houellebecqs eeuwige fascinatie voor het toerisme, waarbij deze keer de authenticiteit en de trekpleisters van het Franse hinterland onder de loep worden genomen. Ook zijn gekoesterde denker Auguste Comte maakt zijn ererondje. Helaas komt hij ook aandraven met behoorlijk saai technisch geklets over auto’s, camera’s en andere apparatuur, ongetwijfeld geplukt uit handleidingen.

Man zonder eigenschappen

La carte et le territoire, dat zich voltrekt in een heel nabije toekomst, komt bovendien behoorlijk traag op gang. Houellebecq wekt zijn hoofdpersonage Jed Martin, een ‘man zonder eigenschappen’ tot leven alsof het een slaapwandelaar is. Zijn vader, een succesvol architect van vakantiewoningen, bezoekt hij hooguit rond Kerstmis voor een plichtmatig diner, zijn moeder pleegde zelfmoord in zijn kinderjaren. Ondanks zijn beperkte talenten maakt deze “neutrale” Jed toch zijn opmars in de kunstwereld, dankzij een dosis mazzel en “intuïtie”. Op de kunstacademie was hij nochtans onopvallend in de weer met het maken van duizenden foto’s van gebruiksvoorwerpen. De carrière van Jed krijgt een bijzondere wending wanneer hij de schoonheid ervaart van Michelinkaarten en daar fotografische projecten mee opzet. Onder de vleugels van een bloedmooie Russische Michelindame Olga, die even zijn beminde wordt, raakt hij gelanceerd. Later zal hij grote, hyperrealistische schilderijen maken waarin hij de beroepen en iconen van zijn tijd afbeeldt, zoals Jeff Koons, Bill Gates en uiteindelijk ook Michel Houellebecq. Jed is overduidelijk een amalgaam van antihelden uit Extension du domaine de la lutte of Elementaire deeltjes.

In een verbluffend staaltje ontdubbeling van alter ego’s - we kennen Houellebecqs voorliefde voor klonen uit La possibilité d’une île - laat hij Jed het pad kruisen van de schrijver Michel Houellebecq, “een eenzaat met sterk misantropische trekken, die zelfs met moeite het woord richt tot zijn hond”. Via bemiddeling van schrijver-vriend Frédéric Beigbeder poogt Jed hem te strikken voor het voorwoord van zijn catalogus. Hij treft hem in Ierland, waar het drankzuchtige “gekwelde wrak” woont in een tot woestenij herschapen bungalow en er geteisterd wordt door eczeem en persoonlijke problemen. “Hij stonk een beetje maar minder dan een kadaver.” Er ontspint zich een geinig duet tussen de heren, die het verrassend goed met elkaar kunnen vinden. De schrijver, “een oude, zieke schildpad”, zal later verkassen naar het Franse platteland, in het vroegere huis van zijn grootouders, waar hij op bloedstollende wijze de dood wordt ingejaagd, niet nadat hij zichzelf op de valreep tot het katholicisme zou hebben bekeerd. Waarna Houellebecq via de goedaardige commissaris Jasselin, gehard in het turen naar ontbindende lijken, met veel talent de pasticherende politieroman bedrijft. Jeds leven, altijd gespeend van elk greintje emotionaliteit of liefde, zal overigens ook in grote eenzaamheid eindigen. Zodoende voltooit Houellebecq weer zijn lucide afbraakwerk, om in een ingetogen (en ietwat overbodige) epiloog op bijna weemoedige wijze de teloorgang van de westerse industriële samenleving te bezingen, waar een terugkeer naar het rurale wordt ingeluid. Maar La carte et le territoire enkel lezen als een balzaciaanse maatschappelijke diagnose, is het boek schromelijk tekort doen. Het is evenzeer een melancholische roman over de hoge inzet van het kunstenaarschap, over de grijparmen van de ouderdom en over leven in het blikveld van de dood. Bref: een totaalroman, waarmee Houellebecq zijn dwarsige maar visionaire talent volkomen recht doet. Heren van de Académie, geef die man op 8 november eindelijk die Goncourt.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234