Donderdag 18/08/2022

Minder dioxine boven Vlaanderen

Meetresultaten Vlaamse Milieumaatschappij blijven stof tot discussie

Brussel

Eigen berichtgeving

In Vlaanderen is er een algemene verbeterende trend merkbaar van het dioxinegehalte in de lucht. Dat moet blijken uit de resultaten van de jongste meetcampagne van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) naar de dioxinedepositie op zo'n zeventig meetposten. In twee derde van de meetpunten is het dioxinegehalte niet verhoogd, op achttien plaatsen is een verhoging merkbaar en op vier meetplaatsen piekte de dioxine ver boven de gestelde richtwaarden. De zwartste punten liggen in Olen, Hoboken, Menen en Roeselare. Of er conclusies uit de metingen mogen worden getrokken, blijft de vraag. Nationale en internationale dioxine-experts zijn er al langer over eens dat de gebruikte meetmethoden ontoereikend zijn.

De gisteren vrijgegeven resultaten gaan over de metingen in april en mei van dit jaar. Zesenveertig meetposten scoorden een dioxinegehalte onder de voorgestelde, maar niet wettelijk vastgelegde, richtwaarde van 6,8 picogram en worden door de VMM dus beschouwd als 'niet verhoogd'. Tijdens de laatste meetcampagne van 1999 ging het nog om 44 meetposten, wat de VMM doet besluiten dat er "een algemene verbetering merkbaar wordt".

Minder rooskleurig wordt het in de categorie 'verhoogde' tot 'zeer sterk verhoogde' waarden. Op achttien meetposten wordt een waarde boven de 6,8 picogram vastgesteld, waaronder Machelen, Beerse, Izegem, Oostrozebeke, Gent en verscheidene meetposten in Zelzate, Hoboken, Olen en Menen. Die laatste drie tonen samen met Roeselare ook zeer sterk verhoogde waarden boven de 27 picogram. Roeselare haalt 29 picogram en een meetpost in Olen, thuishaven van Union Minière, haalt 32 picogram. In de Wervikstraat in grensgemeente Menen, die blijft afrekenen met vervuilde Franse lucht, werd 47 picogram gemeten en in de Curiestraat in Hoboken piekt het dioxinegehalte zelfs tot 49 picogram.

Opvallend is, althans volgens de VMM, de daling in Wilrijk, waar rond de Isvag-oven op drie meetposten dalingen merkbaar zijn van 0,9 tot 2 picogram. Waaruit de VMM concludeert dat "de dioxinedepositiemetingen blijkbaar niet beïnvloed worden door het heropstarten van de afvalverbrandingsoven."

Zowel het plaatselijk actiecomité De Pijp Uit als de Mina-raad van de gemeente Aartselaar reageren furieus, aangezien volgens hen de metingen uiterst betwistbaar zijn. Nationale en internationale dioxine-experts gaven hen al eerder gelijk. Voor de VMM-metingen wordt immers gebruikgemaakt van zogenaamde Bergerhoff-neerslagkruiken, die rondvliegend en neervallend dioxinestof moeten opvangen. Een methode die internationaal al jaren fel betwist wordt aangezien ze zeer afhankelijk is van weersomstandigheden, windrichtingen en seizoenen. Een vaststelling die de gebruikte kruiken met een enorme foutenmarge opzadelt van 50 tot 100 procent, wat ook door de VMM niet betwist wordt. Bovendien geeft de VMM ook toe dat uit de gevolgde methode geen enkele conclusie mag getrokken worden over de invloed van bepaalde puntbronnen, zoals verbrandingsovens. Wat de zin van de metingen almaar sterker in twijfel trekt. (PG)

Zwartste punten in Olen, Hoboken, Menen en Roeselare

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234