Vrijdag 02/12/2022

OnderzoekHet grote woonrapport

Minder dan helft gemeenten haalt norm sociale woningen: ‘Het is kwestie van willen’

Foto's van de Genkse sociale woonwijk Sledderlo.  Beeld MOA KARLBERG
Foto's van de Genkse sociale woonwijk Sledderlo.Beeld MOA KARLBERG

De afgelopen tien jaar kwamen er netto nauwelijks sociale woningen bij, terwijl de wachtlijst zowat verdubbeld is. Nochtans heeft de Vlaamse overheid de mond vol over ‘versnellen’ en ‘capaciteit verhogen’.

Cathy Galle en Dimitri Thijskens

“Klein Chicago. Zo noemde men de buurt hier vroeger.” Hester Vanlangenaker (26), buurtopbouwwerker in de Genkse sociale woonwijk Nieuw-Sledderlo, wijst naar een opschrift in graffiti op een van de woonblokken: KCM staat er te lezen. “Dat staat voor Klein Chicago Maffia. Sommige jongeren hier vinden het wel cool om daar nog steeds naar te verwijzen.”

Nochtans zijn de maffiatoestanden, onrusten en grote samenlevingsproblemen hier al enige tijd achter de rug. Dat was vooral in de jaren tachtig het geval, toen de wijk vaak negatief in het nieuws kwam. Nu lijkt alles rustig. Oudere bewoners zitten op klapstoeltjes aan hun voordeur te keuvelen, terwijl groepjes tieners doen wat tieners doorgaans doen: gewoon wat rondhangen.

Sociale woonwijken van deze omvang zijn in Vlaanderen vrij zeldzaam. In Nieuw-Sledderlo wonen meer dan 2.000 mensen. En de buurt is niet de enige in Genk. In de top tien van wijken met de meeste sociale woningen in Vlaanderen staan maar liefst vier Genkse. Naast Nieuw-Sledderlo heb je hier wat verderop nog Nieuw-Driehoeven, Kolderbos en Nieuw-Texas.

Dat Genk een uitgebreid gamma aan sociale woningen heeft, die dan ook nog eens geconcentreerd zitten, heeft een aantal oorzaken. “Het is al heel lang een bewuste beleidskeuze om daarop in te zetten”, legt burgemeester Wim Dries (Cd&v) uit. “Genk heeft historisch gezien een wat armere bevolking. In de jaren twintig en dertig van vorige eeuw werden hier door de mijnbedrijven heel planmatig tuinwijken gebouwd. Later, in de jaren zestig en zeventig, zijn de stad en de sociale woningmaatschappijen op dat elan verder gegaan met sociale woningen. De stad had heel wat gronden in eigendom en er waren grote sociale huisvestingsmaatschappijen, zoals Nieuw Dak, die daarin meestapten.”

De Genkse sociale woonwijk Sledderlo. Beeld MOA KARLBERG
De Genkse sociale woonwijk Sledderlo.Beeld MOA KARLBERG

Lange wachttijden

Voor Genk was het een bewuste beleidskeuze om voluit voor sociale woningen te gaan. Dat is lang niet overal in Vlaanderen het geval. Voor elke gemeente werd in 2007 nochtans bepaald hoeveel sociale woningen ze moest hebben op basis van de noden, het bindend sociaal objectief (BSO). Slechts 24 van de in totaal 300 Vlaamse gemeenten haalden toen die norm. Vijftien jaar later is dat aangegroeid tot 130. Probleem is dat het BSO vandaag de dag niet meer aansluit bij de noden.

Ondanks de grote vraag zijn er slechts twintig gemeenten waar meer dan 9 procent van de woningvoorraad bestaat uit sociale woningen. Naast Genk (13,3 procent) scoren bijvoorbeeld ook Gent (12,1), Antwerpen (9,7) en Mechelen (9,1) goed. Steden als Brugge (7,7), Leuven (7,3) en Sint-Niklaas (6,6) hinken dan weer achterop. Maar vooral in kleinere gemeenten is de situatie dramatisch, soms is er zelfs geen enkele sociale woning op het volledige grondgebied.

Het sociale woonbeleid loopt, op z’n zachtst gezegd, stroef. Het aantal sociale woningen is tussen 2013 en 2021 netto met slechts 12,3 procent gestegen. Terwijl de wachtlijst almaar langer wordt. Vorig jaar stonden er 164.378 wachtenden op de lijst. Die is in tien jaar tijd bijna verdubbeld. De wachttijd zelf in die periode is gemiddeld met een jaar gestegen en bedraagt nu 1.239 dagen. Dat betekent dat mensen die in aanmerking komen voor een sociale woning nu gemiddeld drie jaar en vier maanden moeten wachten. Er zijn ook gevallen bekend van kandidaten die acht tot zelfs tien jaar op de wachtlijst staan.

Zoals Hashem Bokshan uit Turnhout. Hij staat, samen met zijn twee kinderen van 8 en 11 jaar, al sinds 2013 op de wachtlijst van sociale huisvestingsmaatschappij De Ark. In tussentijd huurt hij noodgedwongen een woning op de private huurmarkt, een woning met een stevige epc-waarde van 661. “Het is een oud gebouw”, vertelt de man die afkomstig is uit Jemen, maar al geruime tijd in ons land woont. “Ik heb anderhalf jaar geleden al de verwarmingsketel uitgeschakeld omdat die zoveel verbruikt. Nu proberen we ons te redden met kleine elektrische vuurtjes.”

Bokshan leeft van een ziekte-uitkering en zit ook in budgetbeheer. Zodra de huurprijs – 610 euro per maand – en alle kosten betaald zijn, heeft hij nog ongeveer 400 euro per maand over om van te eten en te leven met zijn kinderen. In een sociale woning zou hij minder dan de helft van die huurprijs moeten betalen en het dus iets comfortabeler hebben. Waarom hij al zo lang op de wachtlijst staat, weet hij niet. “Daar krijg ik geen antwoord op. Enkel de mededeling: de wachtlijsten zijn nu eenmaal erg lang.”

De Vlaamse overheid moet meer doen om mensen in woningnood zoals Bokshan te helpen, vinden een vijftigtal organisaties en vakbonden. Zij trokken als het collectief Woonzaak naar de Raad van Europa. “Er zijn eenvoudigweg te weinig sociale woningen. En de Vlaamse overheid doet te weinig om daaraan iets te veranderen”, stelt Hugo Beersmans, de voormalige administrateur-generaal van Wonen-Vlaanderen, die nu als woordvoerder van Woonzaak fungeert.

Daar is Vlaams minister van Wonen Matthias Diependaele (N-VA) het niet mee eens. Hij voorziet tijdens zijn legislatuur net een recordbedrag van 4,5 miljard euro aan goedkope leningen voor sociale huisvesting. Alleen, de sociale huisvestingsmaatschappijen krijgen dat geld niet op. Dat was ook al zo voor de budgetverhoging van Diependaele. Volgens de minister zelf omdat de sector weinig efficiënt werkte. En dus zette hij bij het begin van zijn legislatuur een grote fusieoperatie op poten. “Bedoeling is dat men op termijn meer kan gaan bouwen per jaar”, verzekert hij.

Maar de hele fusieoperatie, die de volle aandacht opeist van de maatschappijen, zorgt ondertussen wel voor nog meer vertraging bij de bouw van nieuwe of de renovatie van bestaande sociale woningen. Iets wat de minister zelf eerder al een ‘pitstop’ noemde, een pauze dus, waarna het alleen maar beter kan gaan.

Private ontwikkelaars

Vraag is of we ons zo’n pitstop wel kunnen permitteren. Nieuwe bouwprojecten, die nu volop uitgesteld worden, hebben een gemiddelde doorlooptijd van zeven jaar. En ondertussen groeien de wachtlijsten aan.

Iets wat minister Diependaele ook zegt te beseffen. Daarom heeft de Vlaamse overheid begin juli beslist om het geld dat de socialehuisvestingssector niet op krijgt dan maar aan private ontwikkelaars te geven. Privéontwikkelaars mogen voortaan gemengde projecten opzetten. Diependaele: “Gemengd wil zeggen: minstens één derde sociale woningen, minstens één derde huurwoningen die met een sociale korting verhuurd worden en bij wat nog rest, mag de ontwikkelaar zelf kiezen. Voor de sociale woningen kan de ontwikkelaar gebruikmaken van het geld uit de pot voor sociale woningen. Voor de huurwoningen met korting, het zogenoemdd geconventioneerd wonen, maakt mijn kabinet zelf middelen vrij.”

Volgens de minister zal er op die manier nog altijd geld uit de socialewoningenpot verloren gaan, maar toch al een pak minder. Bovendien zullen er op deze manier aan de onderkant van de private huurmarkt woningen bijkomen. Woningen die normaal voor 900 à 1.000 euro per maand verhuurd worden, zullen nu met 100 à 200 euro korting op de markt komen.

Een slecht idee, vinden heel wat experten. Want ook mét die sociale korting kunnen heel wat gezinnen aan de onderkant die geconventioneerde huurprijzen niet betalen. Op die manier komen er dus vooral woningen bij die eerder bedoeld zijn voor de middenklasse.

En daar is de woningnood veel minder groot, meent ook Sien Winters, onderzoeksleider wonen bij het HIVA en coördinator van het Steunpunt Wonen. “Je ziet dat het beleid graag ook de middenklasse wil vooruithelpen. Dat is de groep die het vaakst gaat aankloppen bij hen. We spreken dan over bijvoorbeeld pas afgestudeerden die een groot deel van hun inkomen aan huur moeten besteden. Maar voor hen zijn de problemen duidelijk minder groot en doorgaans ook minder langdurig dan voor de echt lage inkomens. Moet het beleid hen helpen of moet het de woningnood in Vlaanderen aanpakken? Dat is een politieke keuze.”

De hele constructie die Diependaele op poten zette, zet kwaad bloed. Het doet de vraag rijzen of de Vlaamse overheid het wel meent met haar eigen bindend sociaal objectief (BSO), dat net versneld meer sociale woningen op de markt moest brengen. Hugo Beersmans denkt alvast van niet. Want er zijn nog signalen, meent hij. “Er wordt nauwelijks opgetreden tegen gemeenten die hun BSO-norm niet halen. En anderzijds wordt wel een bovengrens gehanteerd: gemeenten die meer dan 15 procent sociale woningen hebben op hun grondgebied, krijgen geen financiering meer om er nog meer te bouwen als ze dat nodig achten.”

Dat geldt bijvoorbeeld voor Genk. De stad zit – net als onder andere Mesen, Spiere-Helkijn, Willebroek en Zelzate – nu al boven die 15 procent. En mag dus alle plannen die ze nog had weer opbergen. Iets wat in Genk toch voor behoorlijk wat frustratie zorgt. “Ik snap dat er meer spreiding moet zijn, dat zou beter zijn om die lange wachtlijsten weg te werken”, zegt burgemeester Wim Dries. “Maar moeten wij daarvoor benadeeld worden?”

Negatieve perceptie

En er zijn nog signalen dat het het beleid niet echt menens is met het wegwerken van de wachtlijst. In plaats van volop woningen bij te bouwen, moeten mensen die een sociale woning willen nu aan steeds meer regeltjes en voorwaarden voldoen. Volgens de Vlaamse overheid zijn die nodig “om het draagvlak bij de bevolking en de besturen te verbeteren”. Want sociale huisvesting is volgens hen weinig populair. “We moeten daar niet flauw over doen”, zegt minister Diependaele. “Heel wat lokale besturen staan niet te springen en dan is er nog het nimbysyndroom (not in my backyard, CG/DT), dat projecten realiseren bemoeilijkt.”

Maar volgens experten versterken die regels vooral nog meer de negatieve perceptie over sociale woningen en hun bewoners. Net als het voortdurend benadrukken door zowel de huidige als de vorige minister van Wonen, Liesbeth Homans (N-VA), dat sociale huurders die elders nog een eigendom hebben gestraft zullen worden. Uit cijfers van het kabinet zelf blijkt dat het aantal betrapten een absolute minderheid is met 189 gevallen op in totaal 145.332 sociale huurders, wat overeenkomt met 0,13 procent. Maar het beeld naar de buitenwereld is wel dat sociale huurders fraudeurs zijn.

Het past allemaal in een verschuiving van de geesten, meent Pascal De Decker, socioloog aan de KU Leuven. “Eind jaren negentig was het idee heel erg dat we niemand mochten achterlaten. Iedereen die leeft in dit land, nemen we mee”, stelt De Decker, die toen zelf op een socialistisch kabinet werkte. “Er kwamen een aantal wetten die zonder uitzondering inclusief waren, zoals de Vlaamse Wooncode, het antikrottendecreet en het Sociaal Impulsfonds. Intussen zitten we in een maatschappelijke sfeer die zegt: het is je eigen schuld als je niet mee bent. En als je sociale huisvesting onpopulair maakt, dan moet je ook niet bouwen.”

Ook Michael Ryckewaert, professor stedenbouw aan de VUB, betreurt de negatieve elementen in het huidige discours. “Het is op z’n minst tweeslachtig. Er worden budgetten voorzien, maar tegelijkertijd wordt de toegang tot sociale woningen bemoeilijkt. Er wordt veel aan symboolpolitiek gedaan, waardoor een heel pejoratief beeld gecreëerd wordt.”

De sector zelf doet het nochtans goed, meent professor Ryckewaert. “Heel wat maatschappijen zijn bezig met grondige renovatieprojecten en die moeten aan strikte kwaliteitsstandaarden voldoen. Sociale huisvesting is dus net heel erg aan het verduurzamen.”

Die negatieve stempel is iets wat sociale huurders zelf ook voelen. Annemie (41), een alleenstaande mama met drie kinderen die liever haar naam niet in de krant ziet, woont sinds een jaar in een sociale huurwoning. Ze krijgt van haar omgeving vaak de vraag “waarom ze niet gewoon gaat werken”. “Veel mensen zien ons als ‘sociale gevallen’, luieriken die op hun kap willen profiteren. Ik werk fulltime, maar heb een kind met een zware beperking en draag nog schulden mee uit mijn vorige relatie. Ik doe wat ik kan, en proberen te overleven, samen met mijn kinderen, vergt al mijn energie. Zulke reacties doen gewoon pijn.”

Weinig politieke urgentie

Het is iets waar zowat elke expert die we contacteerden het over eens is: de oplossing voor de woningnood zit niet in de private sector, maar is een drastische uitbreiding van het aantal sociale woningen. Volgens een studie van Kristof Heylen, onderzoeker bij het HIVA, zijn er naar schatting 250.000 extra woningen nodig.

Dat zal geld kosten. Maar dat geld is er ook, stelt De Decker. “Neem onder andere de afbouw van de Woonbonus. Die zal Vlaanderen op termijn zo’n anderhalf miljard euro op jaarbasis opleveren. Als we de woningnood echt willen oplossen, dan kunnen we dat. Het is gewoon een kwestie van willen.”

Al betwijfelt ook hij sterk dat die wil er is. De ongemakkelijke waarheid is dat er weinig politieke urgentie is om de woningnood en de lange wachtlijsten in de sociale woonsector op te lossen. De groep mensen waarover het hier gaat, is gewoon te klein en versnipperd om politiek te kunnen wegen. Er is volgens De Decker dan ook geen enkele politieke partij die uitgenodigd wordt voor regeringsonderhandelingen die van een echt structureel woonbeleid een breekpunt wil maken.

“De woningnood vormt dan ook geen bedreiging voor het functioneren van het politieke systeem”, meent De Decker. “Dat was maar één keer in de recente geschiedenis wél het geval. De opkomst van het Vlaams Blok in de jaren tachtig was even een wake-upcall. Dat werd toen geassocieerd met de stedelijke problemen en de woonproblematiek daar. Dat besef heeft destijds geleid tot meer investeringen, zoals de oprichting van Domus Flandria met de bouw van zo’n 10.000 sociale woningen. Nadien viel dat wel weer stil.”

In 2024 zijn er opnieuw verkiezingen. Woonzaak hoopt alvast om van wonen wél een prioritair thema te maken in de campagne. De organisaties wachten ook op antwoord van de Vlaamse overheid. Die kreeg van de Raad van Europa tijd tot 15 oktober.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234