Zondag 29/11/2020

Mind The Gap

Mind The Gap: Van de baas van Londen 2012 naar een onoverwinnelijke vegetariër

Beeld UNKNOWN

De 'Underground' of 'Tube' is een symbool in Londen. Er is evenveel leven onder de stad als boven de grond. Naar aanleiding van de Spelen werd ieder metrostation hernoemd naar een beroemde atleet. Ideaal voor een minireeks doorheen de olympische geschiedenis en door Londen. Vandaag springen we voor de laatste keer op een atletieklijn: de District Line. Onderweg komen we enkele van de meest legendarische atleten tegen. Mind the gap, mind the doors, the train is ready to leave!

DISTRICT LINE: We bevinden ons op een lijn met veel vertakkingen die voor een groot deel bovengronds of door overdekte tunnels loopt. De District Line verbindt het westen en het oosten van Londen en voert langs een zuidelijke tak naar Wimbledon. Wie deze zomer Kim Clijsters of een andere Belgische tennisser in actie wil zien, zal dus via deze lijn rijden. De District Line werd in 1968 in verschillende fasen geopend. In het centrum van de stad loopt de lijn een tijdje gelijk met de Circle Line. We vertrekken vandaag vanaf Ealing Broadway, aangezien dat station naar de voorzitter van de organisatie van de Olympische Spelen in Londen genoemd is. Daarna gaan we naar het oosten van Londen en aankomen doen we in Wimbledon, dat verrassend genoeg geen station heeft dat genoemd werd naar een tennisvedette. Die zitten, inclusief Justine Henin, op een lijn iets verderop. Laat u dus niet misleiden door op de tennismetrolijn naar Wimbledon te willen rijden!

Beeld UNKNOWN
Beeld UNKNOWN
Beeld UNKNOWN
Beeld UNKNOWN

Sebastian Coe is een atleet waar de Britten trots op zijn. Tijdens zijn carrière won hij twee gouden medailles op de Olympische Spelen en momenteel is hij actief als voorzitter van de organisatie van Londen 2012. Als atleet had hij in eigen land een grote rivaal: Steve Ovett. Op de Spelen van 1980 in Moskou wonnen de atleten elkaars favoriete nummer. Coe werd door Ovett verslagen op de 800 meter, terwijl hij zelf aan de haal ging met de 1.500 meter. Ondanks gezondheidsproblemen slaagde hij er in Los Angeles 1984 in zijn titel op de 1.500 meter te verdedigen. Hij is de enige mannelijke atleet die dat gepresteerd heeft. Net als vier jaar eerder won hij zilver op de 800 meter. Wegens ziekte haalde hij de Spelen van 1988 niet meer. Hij trok dan maar de politiek in en keerde als bestuurslid terug naar de atletiekwereld. Hij bleek de ideale man om in 2004 het voorzitterschap van de Londense kandidatuur voor de Spelen over te nemen. Een jaar later presenteerde hij de Londense organisatie aan het IOC en de rest is geschiedenis: Londen organiseert de Olympische Spelen!

De volgende halte is niet toevallig voor Steve Ovett. Zo liggen beide rivalen op deze lijn broederlijk naast elkaar. Ovett won zijn enige gouden medaille op het nummer waarop Coe het wereldrecord bezat: de 800 meter. Omgekeerd moest hij zich tevreden stellen met brons in zijn specialisatie: de 1.500 meter. Coe en Ovett zorgden zo voor een historisch moment uit de olympische geschiedenis van Groot-Brittannië. We laten de Britten even achter ons en komen aan bij Peter Snell, de belangrijkste atleet uit Nieuw-Zeeland. Tijdens een korte carrière won hij goud op de 800 meter en de 1.500 meter in 1964, nadat hij in 1960 ook al goud op de 800 meter had veroverd. In dezelfde periode was eveneens Down Under de Australiër Herb Elliott een topper op de middellange afstanden. In 1960 was hij nog de snelste op de 1.500 meter. Hij mocht de fakkel in Sydney 2000 een stukje door het stadion dragen.

Steve OvettBeeld UNKNOWN

Ook zonder gouden medaille kunnen atleten een stempel op de olympische geschiedenis drukken. Dat geldt voor de volgende drie atleten, wiens naam eveneens op een metrostation geplakt werd. Mary Decker miste de Spelen van 1976 door blessures en kon ook in 1980 niet deelnemen door een Amerikaans boycot. Vier jaar later was ze in Los Angeles topfavoriet om de 3.000 meter te winnen, maar alweer sloeg het noodlot toe. De Zuid-Afrikaanse Zola Budd was haar grootste concurrente en na één van de vele opstootjes struikelde Decker. Het bleek haar laatste kans om olympisch goud te winnen, want in 1988 was ze niet goed genoeg. Op 37-jarige leeftijd probeerde ze het nog een laatste keer in Atlanta 1996. Een jaar later ontstond er weer controverse door de ontdekking van verdachte middelen. Zola Budd verging het niet beter. Ze werd vooral bekend, omdat ze op blote voeten liep. Ook zij won nooit goud.

Mary Decker was zwaar ontgoocheld na haar val tijdens de Spelen van 1984.Beeld UNKNOWN

Ook de Australische atleet Ron Clarke slaagde er nooit in goud te winnen. In de jaren 60 was hij een topper op lange afstanden en in 1964 behaalde hij brons op de Spelen in Tokio. Vier jaar later liep het in Mexico-City bijna fataal af voor Clarke. Hij greep naast een medaille en stortte aan de finish helemaal in. Door hoogteziekte liep hij hartschade op tijdens dit nummer. Maria Mutola uit Mozambique moest er een tijdje op wachten, maar zij won in 2000 in Sydney wel olympisch goud. Ze deed dat op de 800 meter, nadat ze vier jaar eerder op dit nummer brons gepakt had. In 2004 én in 2008 eindigde ze nog in de buurt van het podium, maar het bleef bij twee olympische plakken.

Maria MutolaBeeld UNKNOWN
Beeld UNKNOWN

Na Sebastian Coe bij de mannen is Kelly Holmes bij de vrouwen één van de grootste atleten die Groot-Brittannië gekend heeft. Holmes begon trouwens van atletiek te dromen toen ze Coe zag schitteren op de Olympische Spelen van 1984. Zelf begon ze aan een carrière in het Britse leger, maar ze legde zich ook toe op haar sport. Blessures en ziektes hebben haar lang van de hoogste eer gehouden. Zo liep het mis op de Spelen van Atlanta in 1996. Pas in 2004 in Athene slaagde ze erin de gouden medaille te veroveren. Ze deed dat meteen twee keer: op de 800 meter en op de 1.500 meter. Na haar carrière is Holmes op veel gebieden actief gebleven. Ze werd in de adelstand verheven en droeg de olympische vlam in aanloop naar de Spelen in Londen.

Tijd voor een nieuwe sprong langs een aantal medaillewinnaars. Noureddine Morceli was een specialist op de 1.500 meter. Hij won dit evenement op de Spelen van 1996 in Atlanta. De Algerijnse atleet werd er ook vier keer wereldkampioen mee. Jim Ryun mocht het drie keer proberen op de Olympische Spelen, maar hij kwam niet verder dan een zilveren medaille. De jonge Ryun liep de 1.500 meter, maar was in 1964 nog heel jong. Vier jaar later eindigde hij tweede en in 1972 verloor hij zijn kansen op nog een medaille door een val. Hij ging na zijn carrière de Amerikaanse politiek in voor de Republikeinse partij. Alberto Juantorena zorgde in 1976 voor Cubaans succes op de Spelen. Hij won de 400 en de 800 meter, een dubbelslag die nog steeds uniek is. De Britse atlete Ann Packer probeerde het eerst in allerlei disciplines, zoals verspringen en horden. Uiteindelijk legde ze zich toe op de middellange loopnummers en in 1964 won ze op de 800 meter goud. Ze was zelfs niet van plan om die afstand te lopen en wou liever gaan shoppen in Tokio. Haar verloofde wist haar echter te overtuigen om toch deel te nemen en gelukkig heeft ze geluisterd.

Ann Packer en haar verloofde tonen hun medailles.Beeld UNKNOWN
Beeld UNKNOWN

Spurtbom Michael Johnson was één van de blikvangers in de jaren 90. In Barcelona 1992 kreeg hij de eerste kans om olympische medailles te winnen. Door een voedselvergiftiging enkele dagen voor het begin van de Spelen was de Amerikaanse atleet echter te veel verzwakt. Hij pakte wel nog z'n eerste gouden plak als lid van het 4x400 meter-team. In Atlanta was het wel raak voor Johnson en hij won gouden medailles op de 200 en de 400 meter. Die eerste afstand liep hij in een ongelooflijke tijd. In Sydney won hij op de 400 meter zijn vierde en laatste gouden medaille. Eigenlijk had hij er vijf moeten hebben, want hij liep ook mee in de 4x400 meter op de Spelen van 2000. Hoewel de Amerikaanse mannen die wisten te winnen, kwam hun medaille door dopingperikelen in gevaar. Uiteindelijk besloot Johnson zijn gouden medaille in te leveren. Johnson leek een buitenaardse atleet dankzij de toptijd van Atlanta 1996, maar intussen is hij zijn record alweer kwijt... aan een zekere Usain Bolt.

Op de District Line bevinden we ons intussen in het centrum van Londen en dat is te merken aan de grote namen die we tegenkomen. Betty Cuthbert werd in de jaren 50 een sensatie in Australië. Op de Spelen van 1956 won ze goud op de 100 meter, de 200 meter en de 4x100 meter. Ze kon die titels vier jaar later niet verdedigen, maar in 1964 was er wel weer bij. Voor het eerst stond de 400 meter op het programma en op dat nummer won ze haar vierde gouden medaille. In de jaren 80 bleek dat Cuthbert aan MS lijdt en sindsdien steunt ze onderzoek naar de ziekte.

Veronica Campbell Brown won tussen 2000 en 2008 vijf olympische medailles. In Sydney pakte ze de zilveren medaille op de 4x100 meter. Op dat evenement mocht ze in Athene de gouden medaille in ontvangst nemen. Ze won daar ook goud op de 200 meter en zilver op de 100 meter. In Peking won de Jamaïcaanse opnieuw goud op de 200 meter. Ze is er in Londen ook weer bij.

Betty CuthbertBeeld UNKNOWN
Beeld UNKNOWN

Merlene Ottey is één van de merkwaardigste namen in de lijst atleten die nooit goud wonnen. De Jamaïcaans-Sloveense atlete is één van de meest succesvolle vrouwen in de sport, maar de gouden plak zat er nooit in. Reeds in 1980 won ze in Moskou haar eerste bronzen medaille en twintig jaar later in Sydney sloot ze haar olympische loopbaan af met zilver. De spurtster liep toen niet meer onder de Jamaïcaanse, maar wel onder de Sloveense nationaliteit. Met die Sloveense ploeg probeerde ze op 52-jarige leeftijd (!) alsnog de Spelen in Londen te halen, maar ze wisten zich niet te kwalificeren. Het zou haar achtste deelname geweest zijn.

Beeld UNKNOWN

Ook in Londen zijn alle ogen gericht op Usain Bolt die een nieuw tijdperk op de spurtnummers inluidde. De Jamaïcaan deed al zowat alle records sneuvelen, waaronder de fantastische tijd van Michael Johnson op de 200 meter. Met een losse veter of rustig rondkijkend, het leek de voorbije jaren wel alsof Bolt nog zo veel overschot heeft. Aan zelfzekerheid ontbrak het hem dan ook niet en zijn pose op de foto hierboven is intussen wereldberoemd. Bolt won in Peking al drie gouden medailles en is aan zijn derde olympische deelname toe. Vermoedelijk zal zijn persoonlijke medaillespiegel nog wel wat aandikken.

Beeld AP

Gail Devers kreeg in het begin van haar carrière de ziekte van Graves. Ze had zichtproblemen en moest zware bestraling ondergaan, maar wonder boven wonder revalideerde de Amerikaanse atlete snel. Ze won goud op de 100 meter in Barcelona 1992 en deed dat kunstje in Atlanta nog eens over. Op die Spelen voor eigen publiek won ze ook goud op de 4x100 meter. Evelyn Ashford won in haar carrière liefst vier gouden medailles. Deze topsprintster had haar eerste olympisch succes al in 1980 moeten boeken, maar door het Amerikaans boycot mocht ze niet naar Moskou reizen. Vier jaar later won ze wel haar eerste gouden medailles. Ze deed dat op de 100 meter en op de 4x100 meter. Op dat laatste nummer wist ze ook op de Spelen van 1988 en 1992 de gouden plak te winnen.

Evelyn AshfordBeeld UNKNOWN
ONE TO WATCH: Een bezoek aan Londen is niet compleet zonder een foto met Big Ben op de achtergrond.Beeld GETTY

Het verhaal van haar collega Florence Griffith-Joyner is een stuk tragischer. Ze versloeg Ashford op de 100 meter in Seoul en won op die Spelen drie gouden medailles. Ze werd tijdens haar carrière echter beschuldigd van dopinggebruik en die geruchten namen toe door haar vroege overlijden in 1998. Haar prestaties waren uitzonderlijk sterk en haar records op de 100 meter en de 200 meter zijn vandaag nog steeds niet verbeterd. Wilma Rudolph had als kind jarenlang een behandeling nodig toen ze op vierjarige leeftijd polio bleek te hebben. Ze herstelde er wel van, maar moest nog een tijd met krukken lopen. Het mag dan ook een wonder heten dat ze uitgerekend op de sprintnummers op de Spelen van 1960 drie gouden medailles won: de 100 meter, de 200 meter en de 4x100 meter.

Florence Griffith JoynerBeeld UNKNOWN

Don Quarrie is een soort voorloper van Usain Bolt. Ook hij is Jamaïcaan en op de Spelen van 1976 won hij goud op de 200 meter. Voorts pakte hij twee keer zilver en één keer brons in zijn loopbaan, maar dat zijn kleuren die we minder snel met Bolt associëren. Harold Abrahams maakte zijn debuut op de Spelen van 1920 in Antwerpen. Deze Britse atleet van joodse origine won vier jaar later in Parijs goud op de 100 meter. Sindsdien hield hij er de gewoonte op na om ieder jaar op 7 juli om 7 uur (het moment dat hij won) met bronzen medaille Arthur Porritt te dineren. Zijn gouden medaille speelt een belangrijke rol in de film 'Chariots of Fire'.

Harold AbrahamsBeeld UNKNOWN

Frankie Fredericks is tot op heden de enige Namibiër die olympische medailles kon winnen. In 1992 en in 1996 behaalde hij twee keer zilver op de 100 meter en de 200 meter. Na de Spelen van 2004 zette hij een punt achter zijn carrière. Valery Borzov is een atleet uit Oekraïne die op de Spelen van 1972 in München de snelste man op de planeet bleek. Hij won toen de 100 meter en de 200 meter. Met nog een zilveren en twee bronzen medailles dikte zijn palmares aan tot vijf olympische medailles. Tommie Smith zorgde voor controverse op het podium van zijn enige gouden medaille. Op de Spelen van 1968 in Mexico City was hij de snelste op de 200 meter. Samen met zijn teamgenoot John Carlos stak hij zijn vuist omhoog, de Black Power-groet. Ze wilden aandacht vragen voor de armoede onder de zwarte Amerikanen. Het werd hen niet in dank afgenomen en ze werden verzocht het olympisch dorp te verlaten.

Wang Junxia zette een sterke prestatie neer op de Olympische Spelen van 1996 in Atlanta. Ze won goud op de 5.000 meter en pakte zilver op de 10.000 meter. Met deze Chinese atlete zijn we op de olympische metrolijn in het oosten van Londen terechtgekomen. Hier komen we vooral specialisten op het langere loopwerk tegen.

Tommie SmithBeeld UNKNOWN
ONE TO WATCH: De Tower Bridge kreeg de olympische ringen aangemeten.Beeld AFP
Beeld UNKNOWN

Een echte kampioen over lange afstanden is natuurlijk Kenenisa Bekele. Deze atleet uit Ethiopië won al vier olympische medailles. In 2004 was de snelste op de 10.000 meter en pakte hij zilver op de 5.000 meter. Vier jaar later won zelfs de beide nummers. In Londen hoopt hij opnieuw te kunnen schitteren, hoewel hij geplaagd werd door blessures. Vorig jaar verbeterde hij op de Memorial Ivo Van Damme wel zijn beste tijd op de 10.000 meter. Bekele blinkt ook uit in een niet-olympische discipline, het veldlopen. Daarin veroverde hij sinds 2002 liefst elf wereldtitels. Op persoonlijk vlak kende hij een drama in 2005 toen zijn 17-jarige verloofde in elkaar zakte, terwijl ze samen een stukje aan het lopen waren.

Beeld UNKNOWN

De stap van Bekele naar Haile Gebrselassie is niet groot. Zijn Ethiopische landgenoot was zijn voorganger door op de Spelen van 1996 en 2000 goud te winnen op de 10.000 meter. Zijn doel was om in Athene in 2004 de eerste man te worden die op die afstand drie keer op rij olympisch goud kon winnen. Maar het was Bekele die daar een stokje voor stak door zelf zijn eerste gouden te winnen. In Londen kan hij dus proberen te doen waar Gebrselassie in faalde. Die bleef ook de jaren nadien nog lopen en hoopte er in Londen zelf bij te kunnen zijn, maar die droom moest hij opbergen. In de jaren 90 won Gebrselassie verschillende wereldtitels, waardoor hij samen met Bekele tot de beste langeafstandslopers aller tijden wordt gerekend.

Derartu Tulu is de Kenenisa Bekele van de vrouwen. En dat mogen we haast letterlijk nemen, want deze atlete is zelfs uit hetzelfde dorpje als Bekele afkomstig. Ook zij won de 10.000 meter twee keer, meer bepaald in 1992 en in 2000. In Athene 2004 moest ze tevreden zijn met brons. Tussen haar gouden medailles in werd ze twee keer moeder. Nog geen enkele vrouw slaagde erin de olympische 10.000 meter twee keer te winnen. Ook niet Paula Radcliffe, want deze legendarische atlete is één van de namen die vreemd genoeg in olympische erelijsten ontbreekt. In 1996 werd ze vijfde op de 5.000 meter. Daarna begon ze zich op de 10.000 meter toe te leggen, maar in 2000 werd ze vierde achter winnares Tulu. Opnieuw veranderde ze van nummer en nu koos ze voor de marathon. Dat bleek een goede beslissing en Radcliffe werd al snel de beste marathonloopster ter wereld. Op de Spelen van 2004 moest ze dus wel winnen, maar door medicatie kreeg ze maagproblemen en moest ze de handdoek gooien. In 2008 probeerde ze het na blessures opnieuw, maar door krampen moest ze een tijdje stretchen en zo kwam ze pas als 23ste over de streep. Zal ze het in Londen voor eigen volk kunnen goedmaken?

Paula RadcliffeBeeld UNKNOWN

Abebe Bikila won voor Ethiopië twee keer goud op de marathon. Hij was in 1960 de eerste atleet uit een zwart Afrikaans land die goud won. Vier jaar later volgde hij zichzelf op. Dorando Pietri mag met een metrostation pronken dankzij alweer een sterke olympische anekdote, die dan ook nog eens in Londen gesitueerd was. In 1908 lag Pietri op de marathon ver achter op de tweede plaats, toen de koploper zich blesseerde. Hij nam de leiding over en leek te gaan winnen, maar kwam compleet uitgeput het stadion binnen. Hij stortte in en werd door scheidsrechters op zijn voeten geholpen. De arme Italiaan bleef keer op keer inzakken, zelfs toen de Amerikaan Johnny Hayes het stadion kwam ingelopen. Pietri werd met de hulp van de scheidsrechters alsnog als eerste over de finish geholpen. De Amerikanen vonden dat niet kunnen en uiteindelijk kregen ze gelijk. Pietri moest zijn gouden medaille afgeven, maar kreeg uit respect een gouden schaal van de koningin in de plaats. Hij was prompt een beroemdheid en mocht zelfs een Amerikaanse tour maken.

Pietri wordt door officials over de streep geholpen.Beeld UNKNOWN

Onze metrolijn kent een eindpunt in het oosten van Londen met Robert Korzeniowski. Hij zou als snelwandelaar gerust het stuk naar het centrum van Londen al wandelend kunnen overbruggen. Liefst vier keer won hij goud op de Olympische Spelen. In 1996, 2000 en 2004 was hij de beste in het 50 kilometer snelwandelen. In 2000 deed hij er nog een medaille op de 20 kilometer bij.

We keren terug naar het centrum van Londen en volgen de lijn nu naar het zuiden, richting Wimbledon. We vertrekken bij Liu Xiang, een Chinese hordenloper die in zijn land één van de allergrootste atleten is geworden. In 2004 won hij goud op de 110 meter horden in Athene. Vier jaar later moest Peking 2008 zijn gloriemoment worden. Het Vogelnest keek in tranen toe hoe hij na een valse start geblesseerd van het veld stapte. Maar geen nood, want hij is er in Londen opnieuw bij. Uit voorzorg traint hij in Duitsland, omdat het in Londen te nat is.

Liu XiangBeeld UNKNOWN

Roger Kingdom heeft een naam om 'u' tegen te zeggen, maar hij beschikt ook over een mooi palmares. In 1984 en 1988 werd de Amerikaan olympisch kampioen op de 110 meter horden. Met Pietro Mennea beginnen we weer aan de kortere loopnummers. De Italiaan won goud op de Olympische Spelen van 1980 in Moskou. Liefst 17 jaar lang stond het record op de 200 meter op zijn naam, tot Michael Johnson het verbrak. Tegenwoordig is Usain Bolt recordhouder. Eric Liddell is een collega van Harold Abrahams. Ook zijn gouden medaille op de 400 meter tijdens de Spelen van 1924 komt aan bod in de film 'Chariots of Fire'. Op die 400 meter ging het goud in 1968 naar de Amerikaan Lee Evans. Hij won toen ook goud op de 4x400 meter. Het wereldrecord dat hij daar liep, hield ongeveer twintig jaar stand. De Poolse Irena Szewinska won goud op drie verschillende Spelen. In 1964 won ze de 4x100 meter, in 1968 won ze de 200 meter en in 1976 de 400 meter. In totaal won ze zeven olympische medailles.

Pietro Mennea schudt de hand van de man die vandaag zijn oude wereldrecord bezit.Beeld UNKNOWN

Cathy Freeman was de heldin van de Australiërs op de Olympische Spelen van 2000 in Sydney. Ze mocht de olympische vlam aansteken en won goud op de 400 meter. Vier jaar eerder had ze op dat nummer een zilveren plak veroverd. Marita Koch is een Duitse sprinster die in 1980 de gouden medaille won op de 400 meter.

Zo komen we aan in het station Southfields en zitten we in Wimbledon. Vreemd genoeg is dit station niet naar een tennisster genoemd, maar wel naar de Franse atlete Marie-José Perec. Vergis u niet: indien u naar Wimbledon komt tijdens de Spelen, moet u hier wel degelijk afstappen. Terug naar Perec dan, want zij verdient veel respect voor de drie gouden medailles die ze won. In 1992 was ze de snelste op de 400 meter en in 1996 won ze naast dat nummer ook de 200 meter. Sally Gunnell moet het met slechts één gouden medaille stellen. De Britse atlete won die in 1992 in het hordenlopen.

Cathy FreemanBeeld UNKNOWN
Beeld UNKNOWN

We sluiten vandaag af met Edwin Moses, een Amerikaanse atleet die wel om meerdere redenen een bijzondere figuur is. De man geniet ondermeer bekendheid omdat hij vegetariër is. Als hordenloper hield hij er een aparte stijl op na. Zo nam hij tussen iedere horde dertien stappen. Hij werd in 1976 geselecteerd voor de Spelen in Montreal en liep daar zijn allereerste internationale wedstrijd. Hij won er meteen goud. Vanaf 1977 werd Moses onoverwinnelijk. Pas tien jaar later, na 122 zeges, zou hij nog eens een wedstrijd verliezen. Tussendoor pakte hij naast verschillende wereldtitels ook de gouden medaille op de Spelen van 1984 in Los Angeles. Na zijn nederlaag begon hij aan een nieuwe reeks vooraleer hij in 1988 op de Spelen genoegen moest nemen met brons. Het was meteen ook de laatste finale uit zijn carrière. Toch zou hij in zijn leven nog één keer een medaille winnen, maar niet in atletiek. Hij legde zich toe op het bobsleeën en won in 1990 brons op het wereldkampioenschap.

Beeld UNKNOWN
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234