Maandag 24/01/2022

Millionaire deelt muzikale vuistslagen uit op 'Paradisiac'

'Ons streefdoel was: een fijn kunstwerkje produceren waarmee we onszelf zouden plezieren''We zijn niet arrogant, maar als je naar een rockconcert gaat, verwacht je toch een zekere attitude?'

'Wij revolteren tegen de middelmaat'

Een stomp in je maag. Een mep in je gezicht. Dat is het effect van de langverwachte tweede van Millionaire. Paradisiac werd opgenomen in L.A. met niemand minder dan Queens of the Stone Age-voorman Josh Homme achter de knoppen. Sinds de Limburgers met de Queens en Foo Fighters toerden, zanger-gitarist Tim Vanhamel werd ingelijfd bij Hommes hobbyband Eagles of Death Metal en toetsenman Aldo Struyf aan de slag ging met Mark Lanegan, raakten ze zo goed ingeburgerd in de Californische scene dat zelfs Warner US met een contract begon te zwaaien.

Brussel

Eigen berichtgeving

Dirk Steenhaut

Het eerste wat je opvalt aan de nieuwe plaat van Millionaire is de overrompelende energie die erin zit samengebald. Paradisiac is wat de Amerikanen een headfuck noemen: europunk die in- slaat als een kruisraket en iedere dansvloer in een desolaat maanlandschap herschept. Maar wie na vijf draaibeurten nog geen gehoorstoornis heeft opgelopen merkt dat de nummers bij iedere beluistering scherpere contouren krijgen en dat er ook nu weer duivels poppy ingrediënten door de muziek zijn geroerd.

"We zijn hard veranderd", zegt Aldo Struyf over de vier jaar die sinds het verschijnen van Millionaires debuut-cd Outside the Simian Flock zijn voorbij gegleden. "Dat slaat niet alleen op de manier waarop we met elkaar omgaan, maar ook op ons samenspel. We zijn een echte groep geworden."

Op jullie debuut schreef Tim nog alle songs, op Paradisiac worden ze aan de hele band toegeschreven. Is Millionaire democratischer geworden?

Tim Vanhamel: "Ook voor de nieuwe cd heb ik nog heel wat op papier gezet, hoor. Maar we zijn democratisch in die zin dat we samen nadenken over waar we naartoe willen en we gezamenlijk aan onze nummers schaven. Het spel van Dave Schroyen, onze drummer, speelt op de plaat een belangrijke rol, omdat we dit keer ons livegevoel vertaald wilden zien. Het was de bedoeling de rauwheid en de vettigheid van onze podiumsound vast te leggen. We zijn niet alleen gegroeid als band, we zijn ook ouder en volwassener geworden. De plaat moest dus weerspiegelen wie we nu zijn. Er moest een duidelijke lijn in zitten. Simian Flock zigzagde nog alle richtingen uit, maar inmiddels weten we beter hoe we al onze invloeden tot een coherent geheel moeten smeden."

Paradisiac heeft het effect van een uppercut. De muziek klinkt harder, scherper, donkerder en geiler dan vroeger.

"Het is misschien niet echt een popplaat, maar ik vind wel dat ze redelijk bevattelijk klinkt. We hebben net een paar optredens achter de rug die blijkbaar nogal luid werden bevonden, maar dat komt omdat het publiek de nummers nog niet kende. Vrienden die de plaat wel al hadden gehoord zeiden achteraf: 'Wow, man, jullie zijn bad ass geworden. Veel beter dan vroeger!' Ik wilde niet per se een melodieuze plaat maken, maar ben ik er niettemin van overtuigd dat ze voor de meeste luisteraars makkelijk te begrijpen valt. Het is geen noise, geen avant-garde."

Wel zijn de extremen verder aangedikt. De harde nummers klinken explosiever, de zachte nog ingetogener.

Aldo Struyf: "Tja, we houden zowel van Will Oldham als van Slayer."

Vanhamel: "Als groep hebben we ons altijd aangetrokken gevoeld tot uitersten. De muziek waar we zelf naar luisteren, spruit meestal voort uit een strijd op leven en dood. Maar het is nooit bij me opgekomen een statement te maken. Ons streefdoel was een fijn kunstwerkje te produceren waarmee we onszelf zouden plezieren. Dit is wat we zijn: take it or leave it. Maar ik sluit niet uit dat onze volgende een catchy popplaat wordt. Er zijn nog zoveel uitdagingen die ik wil aannemen."

Struyf: "Al bij al klinkt Paradisiac vrij toegankelijk. Het extremisme zit vooral in de power, de klank van bas en drums. En die danken we helemaal aan Josh."

Jullie muziek klinkt behoorlijk opgefokt en agressief. Is boosheid brandstof voor jullie creativiteit?

Vanhamel: "Pfff... Het moet fucking grooven, het moet rocken. Maar het is niet dat we tegen iets revolteren. Tenzij misschien tegen de middelmatigheid die ons omringt."

Struyf: "Al die braaf voortkabbelende muziekjes waarin geen donder gebeurt: zo'n plaat mocht het niet worden. Onder geen beding."

Simian Flock werd uitgebreid bewierookt door bekende namen als Jarvis Cocker, Placebo en Muse. Heeft die reclame jullie vooruit geholpen?

Vanhamel: "Zeker. Appreciatie van collega's is altijd fijn. En het is dank zij Josh Homme dat we deze plaat hebben kunnen maken. Let wel, we hebben nooit een musicians' band willen zijn."

Wat was Josh Hommes voornaamste verdienste als producer?

"Hij creëerde een klimaat waarin we ons als jong groepje optimaal konden ontplooien. Hij zorgde ervoor dat we onze zin konden doen zonder dat de platenmaatschappij over onze schouder mee kwam kijken. Maar hij was niet alleen een buffer tegen bemoeienissen van buitenaf, Josh weet ook precies hoe rock hoort te klinken. Hij weet wat werkt, hoe je een bepaald geluid creëert. We hebben dankbaar gebruik gemaakt van zijn ervaring en expertise. Maar we stonden op gelijke voet, we gingen samen voor hetzelfde doel."

Struyf: "Josh stond heel dicht bij ons. Hij weet wie we zijn, hè? En hij kende de studio als zijn broekzak. Over de sound hoefden we ons dus geen zorgen te maken. Goed, er zijn een paar conflicten en meningsverschillen geweest, maar die hadden vooral met tijdnood te maken. Op het eind waren we met te veel dingen tegelijk bezig, werd een deel van de nummers gemixt terwijl we nog aan het opnemen waren. En sommige van die mixen waren naar ons gevoel nog niet af. Een kwestie van interpretatie, ja. We zijn geen Amerikanen, hè? Als Europeanen denken wij nu eenmaal anders, er zit ook meer elektronica in onze muziek. En niemand weet beter dan wij waar in het klankbeeld welk detail moet komen. Maar achteraf bekeken ging het slechts om kleine dingetjes."

Op het podium maken jullie altijd een zelfzekere indruk. Een vorm van blufpoker?

Vanhamel: "Geen idee. Wat ons tijdens een optreden bezig houdt, is het spelen zelf. Natuurlijk hebben we iets van: 'Hey motherfuckers, let op, hier zijn we!' Maar het is zeker geen arrogantie. Alleen, als je naar een rockconcert gaat, mag er toch wel wat attitude in zitten? Is dat niet wat iedereen wil zien? In livesituaties beleven we onze eigen trip, sluiten we de wereld eventjes buiten."

Struyf: "We willen niet bewust provoceren of mensen op het verkeerde been zetten. Het is alleen de bedoeling dat we ons lekker voelen op het podium, dat we het fijn blijven vinden die nummers telkens opnieuw te spelen."

Vanhamel: "De ontlading vindt plaats bij onszelf. Het is zoals bij Jane's Addiction: eigenlijk is er niets mooiers dan een artiest die zijn eigen ding doet. En dat we luid spelen? Tja, dat deden de groepen waar we naar opkeken toen we opgroeiden ook. Weet je, ik denk dat we met Paradisiac meer fans zullen maken dan met ons debuut omdat het in tal van opzichten een minder verwarrende plaat is."

Stel: je hebt de perfecte popsong geschreven. Kun je dan aan de drang weerstaan er een stoorzender in te verstoppen?

"Absoluut. We geven een nummer altijd waar het om vraagt. Het is een kwestie van balans. Mochten we uitsluitend platen vol weerhaakjes maken, dan zou het op den duur een saai procédé worden. Maar wij zijn geen types die honderd songs bedenken. Toen we naar L.A. vertrokken, hadden we er vijftien en daar zijn er twaalf van overgebleven. Dat volstond voor wat we voor ogen hadden: een cd die goed zou zijn van begin tot eind, zoals de klassiekers van The Melvins of Nirvana."

Aldo, jij hebt met Mark Lanegan getoerd en toen ik jullie vorig jaar op Pukkelpop bezig zag, dacht ik: 'Jezus, die lui kunnen ieder ogenblik dood neerzijgen.'

Struyf: "Ach, zo fel zijn die kerels nu ook weer niet, hoor. Toen ik met hen in de tourbus zat, was het altijd dolle pret, net als bij Millionaire. Maar Lanegan is Lanegan, hij is nu eenmaal een cultfiguur. Het is ook geen toeval dat hij zijn jongste plaat Bubblegum heeft genoemd. Maar hij beseft dat hij een probleem heeft en doet er ook wat aan. Hij heeft net een negentig dagen durende afkickbehandeling achter de rug en is er weer perfect bovenop. Al heb ik het tijdens een optreden in Engeland wel eens meegemaakt dat hij gewoon in slaap viel op het podium."

Is er veel van L.A. in jullie nieuwe plaat geslopen?

Vanhamel: "Ik heb 'Rise and Fall' voor de helft geschreven in Venice Beach. Het was dus wel een beetje geïnspireerd door de oceaan. En door Perry Farrell. Qua riffs is de invloed van Los Angeles zeker voelbaar op onze cd. Of de gitaarsolo aan het eind van 'We Don't Live There Anymore': echt zo'n zon-, strand- en Jane's Addiction-song. Er staat zelfs een Guns N'Roses-solo op de plaat."

Hoe ziet jullie eigen paradijs er eigenlijk uit?

"Op dit moment? Als een bed! (lacht) Muziek maken, platen opnemen, een fijn leventje leiden, ach, dat doen we allemaal al. We stellen het dus prima, we kunnen echt niet klagen. Paradisiac symboliseert natuurlijk het verlangen naar een utopisch paradijs, maar zodra je er eenmaal bent, merk je dat er iets wringt. Het is er donker en onbehaaglijk en er hangt onweer in de lucht."

Laat je je teksten dicteren door de muziek?

"Soms. Ik werk ook klankmatig, maar wil toch vooral communiceren, iets overbrengen. De cd komt uit in Engeland en de VS, dus moeten die teksten goed zijn. Misschien zijn ze niet altijd even verstaanbaar, maar dat maakt niet uit. Ik ben er zeer trots op."

De meesten van jullie komen uit Zonhoven. Heerst er een clangevoel bij Millionaire? Schat je de vriendschap van je medemuzikanten hoger in dan hun technisch kunnen?

"O ja. Belangrijk is dat je dezelfde visie, dezelfde mentaliteit deelt. Misschien heeft het vertrek van onze gitarist (Ben Wyers, DS) ons nog dichter bij elkaar gebracht. De cd moest een euforisch groepsgevoel uitstralen, maar zoiets kun je niet forceren. Paradisiac is echt een plaat die we met zijn vieren hebben gemaakt. Dat heeft invloed gehad op de sound omdat we nu met minder instrumenten werken. We wilden de dingen bewust versimpelen."

Tim, jij bent al sinds je zestiende aan de slag als professioneel muzikant. Ben je niet bang voor de dag waarop je niet meer van je werk kunt overleven?

"Ik heb niet voor de muziek gekozen, de muziek heeft mij gekozen. Er zijn zeker periodes geweest waarin ik me afvroeg: 'Hoe lang kan dit blijven duren?' Toen ik zeventien was, wipte ik de bus op en vertrok ik op tournee met Evil Superstars. Maar op mijn tweeëntwintigste vroeg ik me verschrikt af: shit, zou ik niet beter gaan studeren? Alleen, er was geen weg meer terug. Toen besefte ik, oké, ik heb al gekozen, nu ga ik ervoor. Daarna had het geen zin meer terug te blikken of te klagen.

"Goed, misschien kom ik op een dag niet meer aan de bak, maar zo is het leven, hè? Iedereen kan zijn baan kwijt raken of een ziekte krijgen. Ik weet dat ik niet eeuwig als een gek in het rond kan blijven springen, maar ik hoop dat ik dan op een andere manier met boeiende dingen bezig zal kunnen zijn. Voorlopig heb ik maar één ambitie: zo snel mogelijk aan een derde plaat beginnen. En voor de rest, spelen en zoveel mogelijk van de wereld zien."

Paradisiac is uit bij Pias. Millionaire speelt zaterdag 2 juli op Rock Werchter (Piramidetent, 19.30 uur).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234