Dinsdag 15/06/2021

Interview

Milieufilosoof Martin Drenthen: ‘Populisten zullen de wolf inlijven’

Martin Drenthen: ‘De natuur respecteren is complexer dan we denken.’ Beeld Hilde Harshagen
Martin Drenthen: ‘De natuur respecteren is complexer dan we denken.’Beeld Hilde Harshagen

Wilde dieren duiken steeds vaker op. Willen we onze leefwereld wel delen met andere soorten? En hoe moet dat dan? Volgens milieufilosoof Martin Drenthen denken we te weinig na over hoe we met de natuur willen omgaan.

Hoe moet de mens met de natuur en het landschap omgaan? Dat debat wordt veel te weinig gevoerd, vindt de Nederlandse milieufilosoof Martin Drenthen. Ja, er wordt wel eens gediscussieerd over natuurgebiedjes die we gaan beschermen, of over specifieke milieuwetgeving, maar hoe we ons fundamenteel moeten verhouden tot het landschap – dat niet alleen van de mens is, maar ook door andere soorten gebruikt moet kunnen worden: die ethische vraag gaan we uit de weg.

En dus schreef Drenthen met Hek. De ethiek van de grens tussen boerenland en natuurgebied een aanzet.

BIO • 54 jaar, opgegroeid in Roermond (NL) • milieufilosoof • specialiseerde zich in de relatie tussen mens en natuur • is universitair hoofddocent filosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen • schreef eerder al Natuur in mensenland (2018, KNNV Uitgeverij)

Om in de openlucht en met afstand te kunnen praten over zijn boek, had hij voorgesteld om af te spreken in de Mookerheide, een eeuwenoud bos- en heidegebied bij Nijmegen. In 1574, in volle Tachtigjarige Oorlog, vond hier nog een hevige veldslag plaats, toen Lodewijk en Hendrik van Nassau en hun troepen de duimen moesten leggen tegen de Spanjaarden. Op deze zaterdag in november gaat het er iets vrediger aan toe. De vele wandelaars die net zoals in België in het zoveelste coronaweekend de natuur opzoeken, staan ons niet naar het leven. Hun honden ook niet.

“We hebben het vaak over ‘de natuur respecteren’, maar wat dat precies betekent, is complexer dan we laten uitschijnen”, zegt Drenthen. Hij legt uit dat er drie morele houdingen zijn die de mens kan aannemen vanwaaruit hij zijn gedrag tegenover de natuur rechtvaardigt. Ten eerste is er de functionele natuurvisie, waarbij de natuur vooral nuttig en rendabel moet zijn voor de mens, en die dus wordt gedragen door een antropocentrische ethiek. Ten tweede is er de arcadische visie, waarin het harmonieuze samenleven van mens en natuur centraal staat en de mens zich verantwoordelijk voelt om de kwetsbare natuur te beschermen. Ten slotte is er de visie van de rewilders, die de ongerepte, wilde natuur als ideaal hebben, zonder al te veel inmenging van de mens.

Dat die drie houdingen geregeld met elkaar in conflict komen, spreekt voor zich. Maar dat is niet erg, vindt Drenthen. “Zoals Nietzsche zegt: juist omdat er verschillende botsende ethische perspectieven zijn, bestaat er überhaupt maar iets als morele betekenis.”

Het doet me denken aan natuurgebieden waar bomen gekapt zijn om de oorspronkelijke heide te laten herstellen. Veel mensen begrijpen dat niet.

“Tegenstanders van de bomenkap zeggen: laat de natuur zoals die is. Voorstanders vinden dat die heide hersteld moet worden om soorten terug te brengen die honderden jaren in heidegebied hebben geleefd, maar verdwenen zijn omdat de heide door de bomen werd weggedrukt.

“Het is een mooi voorbeeld dat aantoont dat we soms voor complexe keuzes staan. Als het over het klimaat gaat, denken mensen vaak dat bomen planten het enige is wat we moeten doen, omdat ze CO2 opnemen. Maar als je ook bezorgd bent om biodiversiteit, en dus om soorten die razendsnel verdwijnen, ligt het veel ingewikkelder.

“Waar natuurbeheerders soms zelf verbaasd over zijn, is hoeveel emotie het kappen van een boom kan oproepen. Meer dan het schieten van een dier.”

Hoe komt dat volgens u?

“Ik denk dat het iets met tijd te maken heeft. Bomen zijn oud. Het zijn de bewaarders van de langzame tijd. Ze overleven ons ook. Ze dragen een dimensie met zich mee die ons overstijgt.”

De houding van de meeste mensen tegenover de natuur is veranderd, schrijft u. Dat blijkt uit onderzoek. Beoordeelden we enkele decennia geleden de natuur naar haar nuttigheid voor de mens, dan erkennen we nu haar intrinsieke waarde. Hoe wordt dat precies gemeten?

“Dat zijn enquêtes die worden afgenomen bij de Europese bevolking. Als je stellingen voorlegt als ‘De mens is superieur aan de natuur’, antwoorden de meeste respondenten dat ze het daar niet mee eens zijn. De antropocentrische ethiek is niet meer vanzelfsprekend. Maar dat is nog iets anders dan ernaar handelen. In de praktijk blijken we toch vaak terug te vallen op het antropocentrische model, en staan economische belangen voorop.”

En toch moeten we dat model niet aan de kant schuiven, zegt u.

“Mensen die vinden dat je de aarde moet gebruiken om voedsel te verbouwen, kun je niet zomaar wegzetten als mensen die enkel geïnteresseerd zijn in hun eigenbelang. Boeren die het zonde vinden dat je vruchtbare grond zou laten verwilderen, of die zeggen dat ze met de natuur samenwerken en zich verantwoordelijk voelen voor het stuk grond dat ze bewerken, gaan ook een morele relatie aan met de natuur.

“Natuurlijk zijn er boeren die een louter antropocentrische blik hebben op het landschap, zoals degenen die megastallen uitbaten, of die met kunstmest en bestrijdingsmiddelen alle natuurlijke pro- cessen in de bodem stilleggen. Maar veel boeren, meer dan we denken, zijn gevoelig voor die morele kern. Het is belangrijk om dat te erkennen, omdat je dan pas een gesprek kunt hebben over hoe we met het landschap moeten omgaan.

“Doe je dat niet, dan moet je een scheiding maken in het landschap en zeggen: dit bepaalde gebied is natuur, de rest is voor de mens. Maar veel soorten houden zich niet aan zo’n scheiding. Wilde dieren zijn daar het beste voorbeeld van. En bovendien zijn de stukken die we exclusief toewijzen aan natuur veel te klein. Met alle problemen voor klimaat en biodiversiteit tot gevolg.”

Een hek deugt dus niet als symbool.

“Een hek tussen natuur en cultuur impliceert dat het gebied dat niet als natuur beschouwd wordt dan ons exclusieve domein wordt, waarin wij enkel de dieren en soorten toestaan die wij nuttig of aangenaam vinden. Ik vind dat vanuit moreel opzicht een uiterst problematische houding.

 ‘In plaats van wilde dieren te doden, moeten we onze weerbaarheid en die van onze gedomesticeerde dieren verbeteren.’ Beeld Hilde Harshagen
‘In plaats van wilde dieren te doden, moeten we onze weerbaarheid en die van onze gedomesticeerde dieren verbeteren.’Beeld Hilde Harshagen

“Ik onderschrijf de opvattingen van Aldo Leopold (Amerikaanse ecoloog en natuurbeschermer, 1887-1948, red.). Hij had het over een ‘biotische gemeenschap’, waarvan de mens een onderdeel is, net zoals al het leven daarnaast. Volgens Leopolds ‘land ethics’ moet de mens zichzelf niet zien als heerser van de gemeenschap, maar als een gewoon lid ervan.

“Het is niet omdat wij in staat zijn om allerlei natuurlijke systemen naar onze hand te zetten, dat we ons hebben losgemaakt van ecosystemen. In biologisch opzicht zijn wij gewoon een dier als alle anderen.

“Wat we dus zouden moeten doen, is de weerbaarheid van onszelf en onze gedomesticeerde dieren verbeteren, in plaats van wilde dieren uit te schakelen omdat ze ons soms problemen bezorgen.”

De wolf is een ideaal projectiescherm voor allerlei angsten, schrijft u.

“Geen dier is zo symbolisch geladen als de wolf. In het verleden is de wolf altijd geassocieerd met gevaar en onvoorspelbaarheid. Vandaag staat het dier voor een veel groter verhaal.

“Een van mijn studenten heeft in Noord-Italië onderzoek gedaan naar de opvattingen die boeren die in de bergen wonen over de wolf hebben. Zodra hun over de wolf een vraag werd gesteld, begonnen de boeren meteen te klagen over de macht van de Europese Unie, de vluchtelingen die Europa binnenkomen, en de failliete politiek van Italië. Voor hen is het allemaal één pot nat. De wolf bevestigt voor hen dat er nog maar eens een verandering optreedt waarover ze niks te zeggen hebben, en dat de ‘elite’ – wie dat dan ook moge zijn – beslist in wat voor soort landschap ze moeten wonen.

“Het probleem is dat je met de wolf op zich best kunt leren omgaan als je een goeie dosis pragmatisme aan de dag legt, maar als hij verbonden wordt met zo’n groot politiek verhaal, dan wordt het moeilijker.”

U voorspelt ook dat het niet zo lang zal duren voor populistische partijen het dier zullen gebruiken om alle mogelijke onvrede mee te verbinden.

“Dat is nu al aan de gang. Veel van de mensen die tot de radicale Farmers Defence Force behoren (Nederlandse belangenorganisatie van boeren die in mei 2019 werd opgericht, red.) zitten ook in de antiwolvengroepen op social media.

“Nederlandse partijen als Forum voor Democratie en PVV hebben hen al meermaals naar de mond gepraat. Zo hadden ze het over het ‘onzinnige stikstofbeleid’. Over de wolf hebben ze nog geen standpunt uitgesproken, maar het zou een volgende logische stap zijn. Zoals dat al gebeurt met populistische partijen in het buitenland: Rassemblement National in Frankrijk, Lega Nord in Italië, en het Duitse Alternative für Deutschland.”

Toen wolvin Naya verdween en vermoedelijk gedood werd, zei een oudere man die voor zijn plezier wel eens gaat jagen tegen mij: ‘Als ik de kans had gekregen, ik zou ze ook hebben doodgeschoten. Een wolf hoort niet thuis in onze streken. Hij is een gevaar voor onze kinderen.’ Het is een visie die leeft.

“Ja, en het is de kerngedachte van veel van die antiwolvengroepen. In Nederland, in de buurt van Roermond, zijn ooit in twee jaar tijd dertien kinderen aangevallen door een wolf, van wie er elf zijn overleden. Dat was in 1810 en 1811. Een tijd waarin er nauwelijks bossen waren, kinderen op het land moesten werken, er amper wild was voor de wolf om te eten, en hondsdolheid nog bestond. Dat voorval, van meer dan 200 jaar geleden, wordt nu aangehaald als argument.

“Kijk, het zou dwaas zijn om te doen alsof de wolf nooit enig gevaar voor de mens zou kunnen betekenen, maar de laatste honderd jaar zijn er geen noemenswaardige incidenten geweest. De wolf is heel schuw voor de mens.

“En als men zegt dat hij hier niet hoort, toont dat opnieuw aan welk beeld we van de natuur hebben: enerzijds de ongerepte natuur waarin zich geen mensen bevinden, anderzijds een cultuurlandschap zonder wilde dieren. Dat beeld klopt niet. Weet je, ik heb lange tijd in de Amerikaanse staat Montana gewoond en gewerkt, een gebied zo groot als Frankrijk met maar een miljoen inwoners. Wel, ook daar zeggen wolventegenstanders dat er geen ruimte is voor wolven.

Wolf August, twee jaar geleden gesignaleerd in Nederland. Martin Drenthen: ‘Wolventegenstanders geloven dat het dier is uitgezet in een poging om het platteland te ontvolken.’
 Beeld RV
Wolf August, twee jaar geleden gesignaleerd in Nederland. Martin Drenthen: ‘Wolventegenstanders geloven dat het dier is uitgezet in een poging om het platteland te ontvolken.’Beeld RV

“Maar de wolf leeft al honderden jaren in cultuurlandschappen en in de nabijheid van mensen. Daarin voelt hij zich thuis. Dat is een wetenschappelijk feit. Het probleem vandaag de dag is ook dat zulke basale feiten niet meer worden aangenomen. Zo geloven wolventegenstanders nog altijd dat het dier is uitgezet door activisten in een poging om het platteland te ontvolken.”

Een hek mag dan een slecht symbool zijn, het is wel een goed praktisch middel om mens en wolf te leren samenleven, zegt u.

“Een wei afpalen met schrikdraad werkt om wolven weg te houden bij kuddes schapen, blijkt uit ervaringen in het buitenland. Op den duur gaan wolven niet meer de neiging hebben om naar het vee van de boer te gaan, omdat het te veel moeite kost. Voorwaarde is wel dat het hek degelijk geplaatst is, en dat er genoeg wild rondom hen is om te eten. Een hek is tegelijk ook een communicatiemiddel. Eigenlijk zeg je tegen de wolf: hier is de grens, van de schapen van een boer kun je beter afblijven. Zo’n tik op zijn neus door een elektrische schok kan dat duidelijk maken.”

Van alle mensen die staan te juichen om de terugkeer van de wolf, is er wellicht niemand bij die veel zal verliezen als de wolf een schaap doodbijt.

“Inderdaad, dus moeten we absoluut goed luisteren naar schapenhouders. Als we beslissen om wilde dieren weer in het landschap toe te laten, dan moeten we er ook voor zorgen dat iedereen die keuze kan volgen. Eén groep die de prijs moet betalen, en een andere groep die alleen maar de lusten heeft, is niet alleen oneerlijk, het is ook slecht voor het draagvlak.

“Een schapenboer heeft gerechtvaardigde zorgen over die wolf, dus zullen we hem moeten helpen. Door zijn hekken te subsidiëren en mee die hekken te bouwen, wat vandaag de dag overigens ook gebeurt door vrijwilligers.

“Het overgrote deel van de Europese bevolking wil de wolf een kans geven, en er is dus solidariteit nodig om iedereen mee te krijgen. Ik hoop ook dat we de wolf kunnen leren vertrouwen. Waarom zou dat dier het tot een conflict met de mens laten komen? De wolf is niet dom. Hij ziet ook dat mensen in het landschap alomtegenwoordig zijn en gevaarlijk voor hem kunnen zijn.”

Een echte probleemwolf kan wel worden afgeschoten als alle andere middelen om conflict te vermijden zijn uitgeput, schrijft u. Is dat niet in tegenspraak met wat Aldo Leopold zegt? Dan treden we toch op als heerser van de gemeenschap?

“Nee, we mogen onze soort beschermen. Dat doen dieren ook. Als je in de buurt van de jongen van een grizzlybeer komt, zal hij je ook aanvallen. De wolf neerschieten mag echt maar de laatste stap zijn, maar als het nodig is, moet het gebeuren. Zo staat het ook in het Wolvenplan van Nederland (en dat van Vlaanderen, red.).

“Een mogelijk risico is dat wolven hun schuwheid voor de mens zouden verliezen. Dan kan het gevaarlijk worden, en dat moeten we echt wel in de gaten houden en voorkomen. Door dieren die geregeld mensen opzoeken te verjagen, desnoods met vuurwerk en rubberen kogels, en door mensen te bestraffen die dieren lokken, bijvoorbeeld voor een foto.”

Er zijn nog andere wilde dieren die tot kopzorgen leiden bij de mens. Het everzwijn, bijvoorbeeld. Soms worden ze zelfs geschoten in natuurgebied, omdat ze er te veel schade aan de begroeiing veroorzaken. Wat denkt een milieufilosoof daarvan?

“Het is in elk geval een mooi voorbeeld van het verschil in visie tussen natuurzorg en wildernis. Ik snap het dilemma wel. De natuurbeheerder wil waarschijnlijk zeldzame soorten beschermen tegen de wilde dieren, en allicht hangen er ook subsidies aan vast als die doelen bereikt worden.

“Maar of dat de reden moet zijn om al die everzwijnen te doden? De Veluwe is een van de twee plekken in Nederland waar everzwijnen gedoogd worden. In de rest van het land geldt een nulstandbeleid. En zelfs in de Veluwe wordt elk jaar zo’n 80 procent van de populatie doodgeschoten. Dat vind ik problematisch. Zeker omdat voornamelijk de biggen worden gedood, want als een moederdier sterft, zijn er het jaar daarop geen biggen meer, en dan hebben de jagers niks meer om op te schieten.

“Ik denk: geef zwijnen de ruimte, en als het betekent dat die ene, zeldzame plant erdoor dreigt te verdwijnen, moet je hen op die plek misschien toch op afstand houden. Want er verdwijnen al zoveel soorten. Probeer er dan door middel van begroeiing of een hek voor te zorgen dat het zwijn zich minder goed voelt in dat gebied en die plant met rust laat.

“Kijk, rewilders en klassieke natuurbeschermers kunnen veel van elkaar leren als ze in gesprek gaan. De eersten willen ook niet dat brandnetels gaan overwoekeren omdat ze de natuur niet goed beheerd hebben, en de natuurbeschermers zijn zich ervan bewust dat hun visie niet tot bemoeizucht mag leiden. De boeren zouden de natuurbeschermers dan weer gevoeliger kunnen maken voor het feit dat de mens recht heeft om een deel van de aarde voor het verbouwen van voedsel te gebruiken.

‘Een schapenboer heeft terechte zorgen over de wolf, dus moeten we hekken subsidiëren en helpen bouwen.’ Beeld Hilde Harshagen
‘Een schapenboer heeft terechte zorgen over de wolf, dus moeten we hekken subsidiëren en helpen bouwen.’Beeld Hilde Harshagen

“Het gesprek op gang brengen tussen al die tegenstrijdige visies en belangen, daar gaat het om. Zolang dat niet gebeurt, kunnen we nooit écht praten over hoe wij ons tot het landschap en de natuur moeten verhouden.”

Hoe komt het dat we zelf ook zo’n ambivalente houding tegenover wilde dieren hebben? Als we in de stad plots oog in oog komen te staan met een vos, zwieren we dat trots op Instagram. Tegelijk vervloeken we het zwijn of hert dat onze tuin beschadigd heeft.

“Dat is een interessante kwestie, waar filosofen Arnold Burms en Herman De Dijn een mooie theorie over hebben ontwikkeld in hun boek De rationaliteit en haar grenzen. Zij stelden: betekenis kan zich alleen maar voordoen wanneer de mogelijkheid bestaat dat ze uitblijft. Stel dat wij hier op onze wandeling onverwacht een ree tegenkomen, dan heb je het gevoel dat er iets heel bijzonders gebeurt, dat je door een ander soort werkelijkheid wordt aangeraakt. Een werkelijkheid die groter is dan wij, die we niet kunnen controleren of manipuleren. Onverwacht een wild dier tegenkomen wordt in deze tijden van ontkerkelijking iets wat op een religieuze ervaring lijkt.

“Als ik dan even later aan jou zou vertellen dat ik vooraf aan de boswachter had gevraagd om speciaal voor dit interview even een ree los te laten op de plek waar we gingen passeren, dan zou dat bijzondere van de ervaring meteen verdwijnen. Het is juist door het gebrek aan controle dat de betekenis en de zin maar kunnen ontstaan. Een vos zien in de dierentuin geeft dus niet dezelfde ervaring als onverwacht een vos tegenkomen in de stad.

“Dat gebrek aan controle heeft ook een schaduwzijde. Want de natuur kan knap vervelend zijn, zoals bij zwijnen en herten die onze mooie struiken in de tuin opeten. Maar het is juist die ambivalentie die wezenlijk is aan betekenisvolle natuur. Ook als individuele mens zul je altijd opnieuw het midden moeten vinden tussen die drie ethische grondhoudingen waar ik eerder over sprak.”

En als je een stevige omheining plaatst om je tuin tegen die herten en zwijnen te beschermen? Is dat ethisch verdedigbaar?

“Op voorwaarde dat die reeën niet afhankelijk zijn van jouw tuin om te overleven, kan dat zeker een oplossing zijn. Op die manier maak je het verleidelijker voor de dieren om niet meer in jouw tuin maar ergens anders hun voedsel te gaan zoeken.

“Voor een boer is het natuurlijk moeilijker om zijn velden helemaal af te schermen met een hek. Neem nu de das, een beschermde diersoort. Maïs is zijn lievelingseten, en daar is de maïsboer de dupe van. Maar er bestaat een bepaalde maïssoort waar de das bijzonder dol op is. Uit onderzoek blijkt dat als een boer een klein stuk van zijn land met die specifieke maïs beplant, de das de andere maïs met rust laat.

“Dat is het communiceren waar ik het eerder over had. Eigenlijk zeg je tegen het wilde dier: dit stuk is voor jou, en dan laat je de rest met rust, die is voor ons. Het is een mooi voorbeeld van hoe mens en dier kunnen samenwerken om de buit te delen, en een engagement aangaan waarbij het conflict tussen hen niet meer zo groot hoeft te zijn. Kijk, de wilde natuur kunnen we niet doen verdwijnen. Dus zullen we ons cultuursysteem weerbaarder moeten maken voor de inbreuken van wilde dieren erop. Want die inbreuken zullen onvermijdelijk zijn.”

Martin Drenthen, Hek. De ethiek van de grens tussen boerenland en natuurgebied, Uitgeverij Noordboek, 160 p., 14,90 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234