Vrijdag 30/10/2020

Milde surrealist

Geen fotograaf heeft zo ingrijpend de beeldvorming van de 20ste eeuw bepaald als Henri Cartier-Bresson. Een monument is hij, een logo, een antwoord op een quizvraag. Vandaag behoren zijn beelden tot de canon, maar gelukkig toont een massief retrospectief in het Centre Pompidou ook ongezien werk.

Een mannetje springt over een plas bij het Parijse station Saint-Lazare. Vrolijke Fransen brengen een fijne namiddag door op de oever van een rivier, met stokbrood, camembert en rode wijn: je ruikt vakantie. De schilder Alberto Giacometti steekt schichtig de straat over: hij heeft zijn regenjas over zijn hoofd getrokken en is een van zijn eigen sculpturen geworden. Parmantig stapt een jongetje door de stad, een wijnfles onder elke arm. We zien stukken van straten en pleinen, overal ter wereld maar zo vertrouwd voor wie deze beelden een keer heeft gezien. Gandhi, Sartre, Matisse en andere bekende karakterkoppen lichten op in het mooiste zwart-wit dat een Leica ooit heeft voortgebracht. Burgers en buitenlui worden betrapt op dat ene beslissende moment dat het handelsmerk van Cartier-Bresson is geworden: le moment décisif waarop een situatie kantelt tot een imposant en elegant beeld. De discrete Cartier-Bresson staat erbij en kijkt ernaar. Zijn geoefende oog begrijpt in een tel waar het om gaat. Bijna tachtig jaar lang heeft de schilder en tekenaar die hij (ook) is geweest, zich te goed gedaan aan licht, vorm en beweging. Zo ging hij de legende in als l'oeil du siècle, het oog van de eeuw.

Het zwarte randje

We kunnen nog wel een tijdje doorgaan met het opsommen van iconische beelden die tot ons collectieve geheugen behoren. Wat de Franse fotograaf en wereldreiziger Henri Cartier-Bresson (1908-2004) heeft voortgebracht is niets minder dan monumentaal - een oeuvre in de klassieke betekenis van het woord. Zijn weduwe Martine Franck (1938-2012), zelf jarenlang actief als fotografe, en het persagentschap Magnum dat hij mee heeft opgericht, koesteren de erfenis. Na zijn dood werd Cartier-Bresson gereïncarneerd in een stichting die fijne fototentoonstellingen programmeert, terwijl talloze overzichtswerken het licht zagen. Waarom zou je dan nog een uitputtende expositie met meer dan 500 objecten organiseren - honderden vintage afdrukken naast films, schilderijen, tekeningen en andere documenten? Speelt het Centre Pompidou op veilig door een grote naam naar voor te schuiven als lokaas voor een ruim publiek? Dat valt nog te bezien.

Bezoekers worden inderdaad tot 's avonds laat in drommen aangevoerd, maar toch is de tentoonstelling allesbehalve een parade van greatest hits. Die zijn weliswaar allemaal present, maar daar blijft het niet bij. De kranige Cartier-Bresson blijkt namelijk een veel rijker personage te zijn dan de goegemeente wil geloven. Achter en onder de clichés van zijn 'humanistische', geësthetiseerde en bij wijlen anekdotische wereld in zwart-wit schuilen diverse lagen die allemaal samen verklaren waarom het jongetje met de kleurpotloden uit Chanteloup-en-Brie uitgroeide tot boegbeeld van een generatie. Bovendien worden uitsluitend vintage prints getoond, wat het geheel in zijn historisch kader situeert. Zelf was Cartier-Bresson zeker geen onvoorwaardelijke fan van oude of 'originele' afdrukken: hij besteedde het ontwikkelen, afdrukken en vergroten van zijn beelden graag uit en liet voor elke grote expositie een nieuwe set prints maken. Veel belangrijker dan al het technische gedoe in de donkere kamer vond hij het resultaat dat in het beeldkader opdoemde. Daar moest alles zich afspelen: in een rechthoek van fotokarton die niet mocht worden bijgeknipt. Vandaar ook het zwarte randje dat Cartier-Bresson gaandeweg mee liet afdrukken. Zo laat een fotograaf zien waar hij zijn beeld doet ophouden. Hij is het die de beslissende keuze maakt - niet de toevallige fotoredacteur van het tijdschrift waarvoor hij werkt.

De eerste stappen in het curriculum van de jonge Henri spelen zich af in de schilderklas, waar hij onder de hoede van vaklui als Jacques-Emile Blanche en de kubist André Lhote kennismaakt met het werk van Cézanne. Uit die tijd dateert zijn fascinatie voor de geometrie, de compositie van volumes in de ruimte. Dat is de eerste sleutel tot zijn werk. Als fotograaf zal Cartier-Bresson uitblinken door het evenwicht van de verhoudingen en de grafische kwaliteit van het beeld. Het is een aanzet die hem omstreeks 1926 naadloos in contact brengt met de sterren van de Parijse avant-garde, de surrealisten. De timide jongeman uit de betere kringen - hij is een telg uit een van de 200 rijkste Franse families - neemt genoegen met een plaatsje op de hoek van de cafétafels rondom de Parijse Place Blanche, waar dichters als André Breton of Louis Aragon en hun kornuiten samenkomen. Cartier-Bresson is dan al een observator. Hij ziet alles gebeuren en neemt het in zich op. Het is vreemd dat de invloed die de surrealisten op zijn beeldtaal hebben uitgeoefend, zo zelden is onderzocht. Enkele goed gekozen foto's uit de jaren 20 en 30 maar ook van lang daarna laten zien dat er een milde surrealist schuil gaat achter het kijkgaatje van de Leica. Cartier-Bresson is uitermate ontvankelijk voor de vreemdheid van het vertrouwde, voor het toeval en de raadsels die zich voor zijn lens afspelen. Hij noteert de minieme betekenisverschuivingen die de werkelijkheid op losse schroeven zetten. Het uitbundige droomsurrealisme van Dalí en co. is niets voor hem: de duivel van de ontregeling schuilt in de details.

Communist

Onder dit oeuvre stroomt nog een tweede ader. Zoals heel wat intellectuelen en kunstenaars uit het interbellum was Cartier-Bresson lang een reisgezel van de Franse communistische partij en dus even goed een wegbereider van de internationale revolutie. Tijdens talloze buitenlandse reizen legde hij contacten met linkse militanten, maar hij leverde ook hand- en spandiensten voor binnenlands gebruik. Tijdens een kort intermezzo als cineast werkte Cartier-Bresson mee aan de communistische verkiezingscampagne van 1937, terwijl hij samen met zijn collega's Robert Capa en David 'Sim' Seymour als fotojournalist in dienst was van linkse bladen als Ce Soir en Regards. Tijdens de Tweede Wereldoorlog dook hij na drie jaar krijgsgevangenschap in een Duits kamp onder bij communistische medestanders. De ontgoocheling in de utopie liet niet lang op zich wachten, al ging zijn engagement nooit helemaal over. Toen François Mitterrand in mei 1981 triomfantelijk naar het Pantheon stapte, werd de discrete Cartier-Bresson met zijn Leica in het publiek gespot. De fotograaf had zijn reportagewerk al lang opgegeven, maar hij wilde deze historische gebeurtenis voor geen geld missen.

Ongetwijfeld is het de fotojournalistiek die Cartier-Bresson eeuwige roem heeft bezorgd. Om geschiedenis te schrijven heb je aan een handvol begrippen genoeg: een snelle kleinbeeldcamera, een neus voor het beslissende moment en een megafoon die klinkt als een klok. In 1947 stichtte Cartier-Bresson samen met zijn vrienden het coöperatieve persagentschap Magnum Photos. Enkele maanden eerder kreeg hij zijn eerste retrospectief in het MoMA van New-York. Veel van wat Cartier-Bresson in deze wonderjaren realiseerde, krijgt vandaag een ereplaats in het Centre Pompidou. Vol ontzag defileert het publiek langs de muren, als op een staatsbegrafenis. Kijken lijkt hier vooral: herkennen, terugzien.

30.000 beelden

Maar schijn bedriegt. Postuum slaagt de reus van de fotojournalistiek erin om geregeld onverwacht uit de hoek te komen. Dat we de highlights van zijn werk kennen, heeft Cartier-Bresson trouwens vooral aan zichzelf te wijten: in de jaren 70 stelde hij een Master Collection van een 400-tal iconische beelden samen, die hij slechts mondjesmaat verfijnde. Gelukkig hebben de curatoren van de nieuwe expo een nieuwe, bredere selectie gemaakt uit meer dan 30.000 foto's in hun archief. Daaruit blijkt dat het oog van de eeuw nog veel meer heeft gezien dan we konden vermoeden. Zelden getoonde naakten uit 1933 - het sublieme lichaam onder water behoort toe aan de Franse kunstenares Leonor Fini, de man met wie zij stoeit is de dichter en dandy André Pieyre de Mandiargues. Mensen in de rand die staren naar historische gebeurtenissen - wie wegkijkt is gezien. Vergeelde tijdschriften zoals ze niet meer worden gemaakt. Kleurafdrukken die de meester tegen zijn zin leverde. Passanten in de grote stad. De eindeloze benen van Martine. Oude bekenden zoals we ze nooit eerder zagen. Schilderijtjes uit de jaren twintig naast de potloodtekeningen van een oude man die zijn eigen gestalte op het papier tracht te vatten. Beelden vol leven uit een vol leven.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234