Vrijdag 15/11/2019

'Mijn werk is ontstaan uit gemis'

Olaf Olafsson werd geboren in IJsland maar leeft en werkt in New York. In zijn laatste boek weet hij perfect de nuchtere IJslandse omgang met de wereld af te zetten tegen de artistieke decadentie van de entourage van mediatycoon William Randolph Hearst. 'Ik kreeg een baan aangeboden in de zakenwereld, waardoor iedereen plat lag van het lachen. Ik dacht: waarom niet, misschien biedt die job inspiratie voor mijn schrijven.'

Olaf Olafsson

De nacht in

Oorspronkelijke titel: Höll minninganna / Walking into the Night

Vertaald door Ronald Cohen

Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, 256 p., 17,50 euro.

'Het is zoiets als op zoek gaan naar een nieuwe jeans", zegt hij een beetje lijzig, "hier kost hij zoveel en in de winkel even verderop een stuk meer. Dan moet je weten waar en wat te kopen. Alleen ging het in dit geval niet over een broek, en kwam er wat meer geld bij kijken. Dat is het enige verschil." Olaf Olafsson, vice-CEO van mediareus Time Warner heeft het over zijn beslissing van vorige week om het MGM-concern dan toch niet te kopen en het voor de ronde som van 5 miljard dollar aan Sony te laten. "Bij onderhandelen komt het er vooral op aan het hoofd koel te houden en je niet te laten meeslepen door opgeblazen verwachtingen", vervolgt hij, "meer dan 4,5 miljard is MGM echt niet waard." Het hoofd koel houden, zo denk je dan, daar is deze IJslander natuurlijk voor in de wieg gelegd. Maar we hadden niet met Olafsson afgesproken om het over een mislukte deal te hebben - heel happig om daar iets over te vertellen was hij trouwens toch al niet - maar wel over zijn pas vertaalde roman De nacht in. In dit boek volgen we Kristjan, een IJslandse visserszoon die begin twintigste eeuw naar Kopenhagen trekt en daar als kelner aan de slag gaat. Hij ontmoet er Elisabet, ook al afkomstig uit IJsland en aankomend pianiste. Het koppel trouwt en Kristjan neemt al gauw de visexport van Elisabets ouders over. Geholpen door de Eerste Wereldoorlog bouwt hij dit op sterven na dode zaakje uit tot het grootste im- en exportbedrijf van IJsland. Op een van zijn frequente reizen naar New York ontmoet hij de Zweedse Klara, verloofd met een van zijn handelspartners, een tweezijdige coup de foudre met verstrekkende gevolgen aangezien Kristjan voor deze vrouw zijn gezin, zaak en land zal opgeven. Eens in Amerika blijkt alles toch niet zo te verlopen als gedacht en wordt Kristjan van arren moede de butler van mediatycoon William Randolph Hearst, zowat de Amerikaanse versie van Ludwig II van Beieren en de inspiratiebron voor Orson Welles' Citizen Kane. Kristjan gaat aan de slag in Hearsts Californische kasteelproject dat een allegaartje is van bij elkaar gekochte artefacten uit de Europese geschiedenis en op beeldende wijze aantoont dat het huwelijk tussen het charmante en het groteske beter kinderloos had kunnen blijven - zie www.hearstcastle.org en gelieve een kotszakje in de buurt te houden. Elisabet zit daar in IJsland intussen niet stil en probeert op het spoor te komen van haar verdwenen man. Het hele boek baadt in een bedrukt-romantische sfeer.

De eerste vraag lag voor de hand: hoe combineert hij dat allemaal? "Van kinds af wist ik al dat ik schrijver zou worden", zegt hij, "als tienjarige kon ik alleen maar leven wanneer ik schreef. Anders was ik ongelukkig. Voor de rest heb ik in mijn leven nooit iets gepland. Dingen overkomen me gewoon. Na het secundair onderwijs kreeg ik een beurs aangeboden om in de VS te gaan studeren en omdat ik tegen die tijd zowat alle boeken gelezen had die op het curriculum van de literatuurfaculteit stonden, dacht ik dat ik misschien maar iets in de wetenschappen moest gaan doen, dus werd het fysica. Op mijn drieëntwintigste publiceerde ik mijn eerste verhalenbundel in IJsland en niet veel later studeerde ik af en kreeg ik een baan aangeboden in de zakenwereld, waardoor iedereen plat lag van het lachen, ikzelf incluis. Ik dacht: waarom niet, misschien biedt die job inspiratie voor mijn schrijven, dus zei ik ja voor een periode van twee jaar, en dat zijn er ondertussen zestien geworden.

"Ik zat altijd in de mediawereld. We verkopen geen appels en peren, maar wel films, muziek, tijdschriften en boeken. Voor mij is het belangrijkste altijd geweest dat ik mijn werk zo kon kiezen dat ik tijd had om te schrijven. Ik schrijf iedere ochtend een uur of vier. Daarna zet ik mijn andere petje op, maar mijn literaire geest blijft onderbewust wel aan het werk, zodat ik de dag nadien weer aan de slag kan. Mijn job bij Time Warner is zo anders dat hij niet ingrijpt in mijn schrijven. Ik put daarbij uit een ander reservoir. Ik bepaal de bedrijfsstrategie. Een job in de dagelijkse leiding van een afdeling zou moeilijker te combineren zijn. Strategie is anders. Je plant de vooruitgang van het bedrijf, wat toch iets verder van de dagelijkse beslommeringen staat."

Denkt u dat uw fysicastudie iets bijgedragen heeft tot uw schrijverschap?

"Voor mij was fysica eens iets anders. Mijn vader was schrijver en het huis stond vol boeken. Kwamen er vrienden op bezoek, dan hadden die ook wel iets met literatuur te maken. Fysica is een fascinerend iets omdat het de meest filosofische wetenschap is, die de vraag probeert te beantwoorden waarom de wereld is zoals hij is. In de literatuur houden we ons met dezelfde vraag bezig, maar dan vanuit het menselijke perspectief. Die discipline houdt zich meer met de wereld binnenin ons bezig en niet met de wereld om ons heen, maar fundamenteel is zij op zoek naar hetzelfde. De fysica is trouwens net zoals de literatuur een bescheiden manier om kennis te verwerven, denk maar aan Heisenbergs onzekerheidsprincipe, dat in feite toch stelt dat niet alles meet- of kenbaar is. Wanneer ik iets probeer te meten, verander ik het immers ook."

Zou u aankomende schrijvers de raad geven weg te blijven van de literatuurwetenschap om exacte wetenschappen te gaan studeren?

"Als schrijver moet je vooral lezen. De vraag is dan of je daar universitaire begeleiding bij nodig hebt en het antwoord daarop hangt nauw samen met de leeftijd waarop je begint te lezen. Van mijn prille jeugd heb ik systematisch de hele wereldliteratuur doorploegd: IJsland, de Russen, andere Europeanen, Noord- en Zuid-Amerika. Toen ik achttien was had ik dus geen letterenstudie meer nodig. Wie dan pas begint, kan wel iets hebben aan die studie. Maar literatuur is ook niet alles natuurlijk. Het is niet slecht voor een schrijver om ook andere dingen te weten of mee te maken. Hoe meer je meemaakt, hoe groter het reservoir waaruit je kunt putten bij het schrijven."

Ook al leeft u nu al 22 jaar in de VS, toch voelt uw werk nog steeds heel Noord-Europees aan. U besteedt veel aandacht aan de duistere psychologie van de personages en uw romans gaan stuk voor stuk over de kracht van het verleden, de ambivalente waarde van de liefde en de onontkoombaarheid van het menselijk verlangen.

"Ik ben niet in staat om een Amerikaanse roman te schrijven. Ik leef in New York en dat is een wereld op zich, heel on-Amerikaans in feite. In Europa kun je je nationaliteit behouden omdat de staten er zo klein zijn dat iedereen wel uit een ander land komt. Je kunt dus een eigen stem hebben. Dat geldt ook voor New York, een soort ministaatje op zich. Ik heb daar mijn IJslandse perspectief op de wereld perfect kunnen behouden, wat in het diepe Zuiden of het centrale deel van de VS niet gelukt zou zijn. Ik heb ook nog in Boston en San Francisco geleefd, maar tegenwoordig zou ik nergens anders dan in New York willen wonen. In het grootste deel van de VS zou ik trouwens nog geen halve dag willen spenderen."

Zoals?

"Het hele stuk tussen de Oost- en de Westkust in feite, god's country, zoals ze daar zeggen, maar dat is een andere god dan de mijne."

Het beeld dat je uit uw boek van IJsland krijgt, is dat van een gesloten maatschappij gedoemd om contact te hebben met de buitenwereld.

"Tot voor de Tweede Wereldoorlog was dat zeker zo. IJsland was toen nog een Deense kolonie die leefde op de voortbrengselen van landbouw en visvangst. Het was ook een heel harde en arme maatschappij. Tijdens de oorlog werd het eiland bezet door de Britten, een vriendschappelijke bezetting om te verhinderen dat de Duitsers er zouden binnenvallen. Op slag en stoot veranderden de IJslanders van relatief achterlijke eilandbewoners in zelfbewuste wereldburgers. Maar dat betekent niet dat ze niet langer IJslands waren. Zelfs ik ben nog steeds een IJslander. Ik heb er nog steeds een huis en ieder jaar breng ik er de zomer door. Gemiddeld ga ik er een keer of vier per jaar naartoe. Maar er opnieuw permanent gaan wonen wil ik niet. De huidige combinatie is ideaal. Manhattan is een gedroomde werkplaats. Als schrijver dien je je door je omgeving gestimuleerd te voelen. Als culturele hoofdstad van de VS biedt New York die stimulans ten volle."

En toch. In deze roman voel ik een onweerlegbaar verlangen naar IJsland. U schreef ook The Journey Home, over een oude vrouw die naar IJsland terugkeert om er te sterven. Het lijkt me allemaal geen uitgemaakte zaak.

"Een mens wordt altijd aangetrokken door de plaats waar zijn wortels liggen, en de mijne liggen duidelijk in IJsland. Het is niet omdat je je ergens anders goed voelt, dat het verlangen naar je geboorteland verdwijnt. Er zal altijd een deel van je zijn dat voelt dat er iets ontbreekt. Dat kunnen de cultuur zijn waarin je opgroeide of de mensen of het land zelf of de natuur, wat voor IJsland zeker geldt, aangezien de natuur zo'n belangrijk deel uitmaakt van de IJslandse psyche. Voor een IJslander is de natuur niet alleen iets moois om naar te kijken, maar ook iets waar we al eeuwenlang mee moeten zien te leven, in goede en slechte tijden, zoals dat dan heet. Het is geen makkelijk land om in te overleven, maar het charmeert je door zijn stugheid. Als emigrant voel je dus steeds dat er iets ontbreekt in je leven en ik denk dat mijn werk voor een groot deel ontstaan is uit dat gemis. Wellicht is trouwens ook het succes ervan partieel toe te schrijven aan dit gemis, aangezien het steeds universeler wordt in een wereld waarin migratie als iets normaals wordt gezien."

Op het einde van de roman blijkt dat Kristjan eigenlijk gevonden wìl worden. Hij verbergt zich nog, maar hij weet dat heel wat prangende vragen en gewetenskwesties opgelost zouden zijn als zijn familie hem zou weten op te sporen. Hoopt u er diep in uw hart ook niet op dat u 'gevonden' wordt, dat u bijvoorbeeld de VS uitgezet wordt en verplicht moet terugkeren naar IJsland?

"Ik denk niet dat ik iemand anders nodig heb om me te bevrijden. Ik zou het zeker overleven, maar de vraag is of ik New York toch niet zou gaan missen. Mijn positie is een klassiek voorbeeld van een catch 22-situatie: er bestaat geen oplossing voor. Ik wil op twee plaatsen tegelijk zijn, maar ben aan mijn unieke lichaam gebonden. Het leidt tot een interne verscheurdheid die ook in mijn taalkeuze infiltreert. Ik begin ieder boek weer in het IJslands te schrijven, maar na verloop van tijd komt het Engels binnensijpelen. Soms doe ik research in het Engels en schrijf ik een hoofdstuk in die taal, later schakel ik dan weer over op het IJslands. Het resultaat is meestal half om half, waarbij Engels en IJslands om de haverklap afwisselen. Voor mij is schrijven uiteindelijk een bijzonder schizofreen proces."

Marnix Verplancke

'Ik verkeer in een catch 22-situatie: er bestaat geen oplossing voor. Ik wil op twee plaatsen tegelijk zijn, maar ben aan mijn unieke lichaam gebonden'

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234