Zondag 29/03/2020

'Mijn vrouw heeft gelijk: het hoeft niet zo somber'

Radiohead neemt een jaar vrij, maar zanger Thom Yorke (44) kan niet stilzitten en trekt straks met supergroep Atoms For Peace op tournee. Opmerkelijk: Yorke maakt een ontspannen en optimistische indruk. 'Ik sta iets lichter in het leven.'

Het kantoor van XL Recordings in de buurt van het Londense Ladbroke Grove ligt in een klein achterafsteegje, maar daar valt het onmiddellijk op. Stanley Donwood, de kunstenaar die al sinds 1994 instaat voor al het grafische werk van Radiohead, heeft er een volledige muur beschilderd met een afbeelding van de stad Londen die door een vloedgolf wordt weggespoeld. Het is een variant op de houtsnede die hij gemaakt heeft voor de hoes van The Eraser, het eerste solo-uitstapje van Thom Yorke, en het begin van een project dat uiteindelijk geëvolueerd is tot de supergroep Atoms For Peace, waarmee hij eerder dit jaar een eerste cd uitbracht.

Het gezelschap - met ook Thom Yorkes vaste producer Nigel Godrich, Red Hot Chili Peppersbassist Flea en voormalig R.E.M.-drummer Joey Waronker - gaat straks voor het eerst op Europese tournee, en dat is meteen onze rechtstreekse aanleiding tot dit gesprek. Opmerkelijk, want de laatste tien jaar zijn interviews met Yorke steeds zeldzamer geworden, en hij heeft zijn afkeer voor dit soort vraaggesprekken ook nooit onder stoelen of banken gestoken.

Maar kijk: vandaag blijkt de uitzondering op de regel. De zanger ontvangt ons in een kantoortje dat er even rommelig als gezellig uitziet, geeft een stevige handdruk en waagt zich - even slikken - zelfs aan een glimlach. Yorke is inmiddels vier- enveertig, en ziet er heel anders uit dan het beeld van hem dat in het collectieve geheugen staat gegrift. Dat luie oog van hem is er nog altijd - een gevolg van een reeks operaties in zijn jeugd die niet het gewenste resultaat opleverden - maar intussen heeft hij naast schouderlange bruine haar ook een verrassend grijs baardje gekweekt.

De opvallendste verandering is toch zijn houding. Yorke, die vroeger haast vanzelf adjectieven als 'getormenteerd', 'gespannen' en 'bloedserieus' kreeg opgekleefd, maakt zowaar een ontspannen indruk. "Het is waar dat ik vandaag iets lichter in het leven sta. Ik heb me eindelijk verzoend met mijn succes. Toen ik veertig werd dacht ik: als ik nu niet begin te genieten van mijn leven, wanneer ga ik het dan wél doen? Geen idee wat die ommezwaai teweeg heeft gebracht. Maar wat je zegt, klopt niettemin: het gaat goed. Eigenlijk zit ik in een positie waarin ik volledig mijn eigen zin kan doen. Dat is een luxe die maar weinig mensen hebben, besef ik. Dat drong vroeger niet altijd tot me door.

"Op zich is het simpel: ofwel beklemtoon je de goede dingen, ofwel de slechte. Ik ga voor de eerste optie. Bovendien: eigenlijk kun je het jezelf niet langer veroorloven om een pessimist te zijn zodra je kinderen hebt."

Je staat al jarenlang bekend als een van de meest gedeprimeerde supersterren uit de popmuziek. Kun je jezelf enigszins vinden in dat beeld?

"Nee. Dat zijn van die stereotypen die op den duur een eigen leven gaan leiden. Het is waar dat ik geen lolbroek ben, en we hebben nooit lichtvoetige muziek gemaakt. De klankkleur van mijn stem is bovendien van die aard dat de songs als vanzelf een andere richting uitgaan. Maar ik herken mezelf zelden of nooit in de manier waarop ik in de pers wordt afgeschilderd, wat overigens een van de redenen is waarom ik me er doorgaans zover mogelijk vandaan hou.

"Het is waar dat ik, zeker na OK Computer, lang met ons succes geworsteld heb. We zijn nooit muziek beginnen te maken met de bedoeling er rijk van te worden. Het succes is ons overkomen, en we waren er niet op voorbereid. Ik nog het minst van al. Ik heb me lang afgevraagd of ik dit eigenlijk wel wilde. Het idee dat mensen naar me opkijken maakt me ongemakkelijk. Nog steeds, trouwens.

"Bovendien: wat is dat, een superster zijn? Ik kan perfect een pub binnenstappen zonder dat iemand naar me omkijkt. En als ik al eens herkend wordt, blijft het bij een beleefd knikje of een kort compliment. Vroeger wist ik me in dergelijke omstandigheden nooit een houding aan te meten. Nu zeg ik gewoon dank u wel. Ik bedoel maar: sommige dingen moet je niet moeilijker maken dan ze zijn."

De laatste keer dat we elkaar spraken was tien jaar geleden, een paar minuten nadat je met Radiohead Rock Werchter had afgesloten. Een van de beste concerten die ik ooit van jullie gezien heb, en toch: heel gelukkig leek je me toen niet.

"Tien jaar geleden? Toen was Hail to the Thief net uit. Geen goeie periode, inderdaad. De sfeer in de band was niet optimaal, en op dat punt zijn we heel dicht bij een split gekomen. Het had niet eens met ruzie te maken, maar met het idee dat we op artistiek vlak tegen een grens aanzaten. Op de koop toe leek het of we gevangen zaten in ons eigen succes. We zaten op een keerpunt: ofwel stoppen, ofwel onze manier van werken veranderen.

"Dat had ook veel met ons privéleven te maken: de meesten van ons waren net vader geworden, en als je thuis met een baby van een paar maanden zit, heb je geen zin om een jaar op tournee te vertrekken. Niemand zag het zitten om zijn kinderen achter een computerscherm te zien opgroeien, ook al was er van buitenaf nog steeds veel belangstelling voor onze muziek. Kortom: als er voor Radiohead nog een toekomst was weggelegd, moest die rond onze verantwoordelijkheden als ouder worden gebouwd. Er komt een boel organisatie bij kijken, maar tot nog toe lukt dat. En eerlijk: de laatste grote Radioheadtournee was met voorsprong de plezierigste die we ooit gedaan hebben."

Dat was eraan te merken. Ik heb je zelfs een paar keer zien dansen op een podium. Niet meteen iets wat ik ooit voor mogelijk had gehouden.

"Dansen is een groot woord, maar de sfeer was goed, en ik had niet het gevoel dat ik onder druk stond. Laat ons zeggen dat ik tamelijk ritmisch kan bewegen, maar ik zou mezelf nooit een danser noemen. Michael Stipe, dát is een danser. Onlangs heb ik in New York een dj-set gedaan. Beetje raar: Stipe is een van mijn beste vrienden - een vaderfiguur, bijna - maar ik wist niet dat hij langs zou komen. Ik draai de meest uiteenlopende dingen. Van knettergekke electro tot opzwepende afrobeat, en zowat alles ertussenin. Hij heeft de hele avond in een spierwit pak op de dansvloer gestaan, en nadien was hij weer verdwenen. Nauwelijks een woord gewisseld met elkaar! Maar dat hoeft ook niet. Stipe is een vriend, iemand aan wie ik veel gehad heb in de periode dat we met Radiohead in een draaikolk terechtkwamen. We kunnen veel tegen elkaar zeggen zonder te praten.

"Door te dj'en ben ik op een heel andere manier naar muziek gaan luisteren. Dat hoor je ook aan de plaat van Atoms For Peace. Daar zijn vrijwel alle nummers uit een beat ontstaan. Radiohead werkt heel anders. Veel organischer, ook. We zitten samen in een kamer, en het is een voortdurende zoektocht naar een sfeer, een klankkleur. Alles ontstaat tegelijk. De interactie is heel anders. Eigenlijk is het gewoon wachten op het moment dat de wind in de juiste richting draait. Dan is Nigel Godrich eerder een man om ideeën bij af te toetsen. Bij The Eraser of Atoms For Peace was zijn inbreng veel groter."

Toen The Eraser uitkwam, wilde je niet dat het een soloplaat zou worden genoemd, ook al stond alleen jouw naam op de hoes. Je had het jezelf een stuk gemakkelijker kunnen maken door je achter een groepsnaam te verschuilen.

"Achteraf beschouwd heb je gelijk. Dat is overigens de reden waarom op de affiches van onze eerste optredens alleen vraagtekens werden vermeld. Eigenlijk zijn we gaandeweg een groep geworden. De plaat was vrijwel uitsluitend op laptops gemaakt, en ik wilde weten of al die computergestuurde beats en bewerkte samples tot leven konden worden gewekt door een echte band. En dus heb ik een paar bevriende muzikanten opgebeld van wie ik vermoedde dat ze die uitdaging wel zouden willen aangaan. Die eerste repetities overtroffen mijn stoutste verwachtingen, en iedereen zag het zitten om met dat materiaal op tournee te gaan.

"The Eraser is eigenlijk een plaat die je met een hoofdtelefoon moet beluisteren. Je moet als het ware verdrinken in de muziek. Eigenlijk staat de computer centraal, en de uitdaging bestond er bijgevolg in om daar een echte liveband omheen te bouwen. Niemand van ons had ooit zo gewerkt, en eerlijk: het was ongelofelijk spannend om op die manier muziek te maken. We begonnen te repeteren in Los Angeles, en 's avonds was er tijd om andere dingen te doen. Flea heeft me in die periode zelfs leren surfen."

Excuseer?

"Geen paniek: ik ben nog steeds een waardeloze surfer. Maar voor iemand die zo ongeduldig is als ik was het wel een goeie oefening. Je moet soms uren wachten voor de juiste golf eraan komt, en dan is het de kunst om je te laten meeslepen op de beweging van het water. Dat is een attitude die ik sindsdien ook aanhoud bij het componeren: je moet wat ruimte laten, zodat het toeval zijn rol kan spelen. Vroeger wilde ik louter om vaart te maken situaties uitlokken. Nu weet ik dat het moment vanzelf komt, en dat het geen zin heeft om dingen te forceren."

Ik had in jou nooit een sportief type gezien.

"Optreden is een zeer fysiek gegeven. Als je het podium opstapt zonder voorbereiding haal je nooit het einde van het concert. Ik doe yoga en ga twee keer per week lopen. Nooit meer dan tien kilometer, want dan ben ik het beu. En zonder muziek in de oren. Ik heb behoefte aan stilte.

"Toen we King of Limbs aan het opnemen waren, ging ik elke dag eerst een uurtje in het park zitten. Gewoon om even tot rust te komen, zodat ik nadien met een open geest aan de slag kon gaan. Ik weet niet of je dat meditatie kunt noemen, maar het is de plaat wel ten goede gekomen. Soms zijn ideeën waar je in eerste instantie wat sceptisch tegenover staat, achteraf de beste. Dat uurtje 's ochtends in mijn eentje heeft me ervoor opengesteld om elk voorstel, elke suggestie op z'n minst een kans te geven."

Paul McCartney heeft met The Fireman een zijproject waar hij compleet zichzelf kan zijn zonder dat alles tegenover zijn iconische repertoire wordt afgemeten. Speelde die overweging ook bij jou mee met Atoms For Peace?

"Dat is een zeer goeie vraag. Wat je zegt klopt: zodra de merknaam Radiohead op de hoes staat, hangt daar een duidelijk verwachtingspatroon aan vast. En inderdaad: dat heeft uitsluitend te maken met de platen die we in het verleden hebben gemaakt. Alleen: ik zou vandaag nooit nog een 'Creep' of een 'Karma Police' kunnen schrijven. Niks tegen die songs, helemaal niet, maar ik heb nu een heel ander leven. Voor mij zijn die nummers echo's uit een verleden tijd die me af en toe nog eens komen aangewaaid. Al durf ik te zeggen dat ik enorm trots ben op ons repertoire. Ik zie nu zelf ook dat we een aantal singles hebben die echte classics zijn geworden. Geloof het of niet: dat is pas onlangs tot me doorgedrongen."

Lag het voor de hand dat jullie na die eerste paar optredens in Amerika ook samen een plaat zouden opnemen?

"Ja en nee. Die eerste concerten duurden niet zo lang omdat ons repertoire alleen uit materiaal van The Eraser bestond. Maar na de tournee was iedereen zo opgewonden dat we meteen daarna een studio hebben gehuurd, en er drie dagen op los hebben geïmproviseerd. Ik had wat losse ideeën, niet meer dan wat spartaanse beats, eigenlijk. Van daaruit zijn we vertrokken, en uiteindelijk hadden we pakweg tien uur bruikbare muziek. Die hebben we dan afgeslankt tot we een plaat hadden. De teksten zijn er achteraf pas bijgekomen. Nooit eerder op zo'n vlotte manier een plaat opgenomen."

Niet dat ik de sfeer wil bederven, maar als het jullie maar drie dagen kost om een hele plaat op te nemen, waarom brengen jullie er dan niet meer uit?

(schaterlacht) Dat is de vraag van één miljoen, natuurlijk. Het verschil is: mochten we met die instelling begonnen zijn, hadden we vast niet één goeie noot overgehouden. Maar er waren geen verwachtingen en we voelden geen enkele druk om te presteren. Onze enige ambitie was: plezier beleven. Na een tournee kom ik thuis en plug ik alle instrumenten weer in. Alleen: hoe gretiger ik ben om opnieuw muziek te maken, hoe flauwer de resultaten zijn. Eigenlijk komt het erop aan om mezelf wijs te maken dat het me allemaal niet zoveel kan schelen. Meestal is dat het moment waarop de inspiratie weer opwelt."

De plaat klinkt een stuk lichtvoetiger dan alles wat je voordien hebt gedaan. En één zin springt eruit: no more going to the dark side. Klinkt toch wat raar uit jouw mond.

"Mja, eigenlijk was dat een tegemoetkoming aan mijn vrouw, die zich ook afvroeg waarom het altijd zo somber moest. En eigenlijk had ze gelijk. Ik ben uit de financiële zorgen, heb een comfortabel leven, ben al sinds mijn studententijd samen met dezelfde vrouw, en onze twee kinderen zijn gezond en wel. Ik geef toe: het gaat lekker.

"Toen we de nummers opnamen zat Godrich voortdurend in mijn nek te blazen: 'Maak het niet te donker.' Ik ben het met je eens dat de muziek op Amok minder zwaar op de hand ligt, maar dat had ook met de omgeving te maken. Los Angeles is een stuk zonniger dan Oxford, en zoals gezegd: we namen ook de tijd om ons te ontspannen. De voorbij wintermaanden heb ik thuis al wat nieuwe nummers geschreven, en die zijn weer een stuk somberder. Het is niet dat ik het erom doe of zo. Dat is gewoon de manier waarop de akkoorden in de plooi vallen."

Ik hoop dat je me het niet kwalijk neemt, maar vaak heb ik geen flauw benul van waar de songs over gaan. Ze raken me wel, al kan ik er tegelijk geen touw aan vastknopen.

"Dat beschouw ik als een groot compliment. Mijn teksten ontstaan op een heel willekeurige manier. De zinnen moeten in de muziek passen, en de klankwaarde van de woorden is eigenlijk belangrijker dan hun daadwerkelijke betekenis. Op de eerste platen van Radiohead waren de songs nog enigzins verhalend, maar sinds Kid A is elke autobiografisch element uit onze muziek verdwenen. De teksten weken wel emoties los, maar eigenlijk zitten er geen gevoelens in vervat. Het is eerder een stroom van woorden die je als luisteraar naar eigen goeddunken kunt interpreteren.

"Stipe schrijft ook zo. Iedereen hoort er wat anders in. En er bestaat geen definitieve interpretatie. Dat zou je een zwakte kunnen noemen, maar ik zie het als een pluspunt."

In Rainbows hebben jullie destijds bij wijze van experiment aangeboden op basis van het betaal-ervoor-wat-je-wilt-principe. Zou je dat vandaag opnieuw doen?

"Nee. Maar toen waren we net weg bij EMI en hadden de vrijheid om te experimenteren. Het leek ons spannend om een stap over te slaan en rechtstreeks met ons eigen publiek te communiceren. Dat experiment heeft een aantal akelige neveneffecten gehad. Om te beginnen hebben we er een gigant als Apple een dienst mee bewezen. Voor veel fans was het de eerste plaat die ze ooit in hun leven gedownload hadden, en dan is de stap naar iTunes nadien snel gezet.

"Los daarvan geloof ik niet in het principe dat je je muziek gratis weggeeft, want zodra je dat doet heeft niemand er nog respect voor. Maar toen waren we enorm gefascineerd door de mogelijkheden van het internet, en die pay what you want-methode leek ons een fantastisch experiment. En voor alle duidelijkheid: ik heb er ook geen spijt van. Alleen geloof ik niet zo in het idee om je muziek gratis weg te geven."

Ten slotte iets helemaal anders: een paar jaar geleden maakte ik voor de krant een reportage over de plekken die in de geschiedenis van Radiohead een belangrijke rol hebben gespeeld. Daar hoorde ook de club The Jericho bij. De straat daar kwam me onmiddellijk bekend voor, omdat ze ook als decor werd gebruikt voor de allereerste aflevering van Inspector Morse. Heb je wat met die reeks?

"(lacht) Ik ben ermee opgegroeid. Je kunt in Oxford geen enkele straat meer vinden waar ze nog niet gefilmd hebben. Meestal draaien ze in het voorjaar en dan moet je al flink je best doen om niet in beeld te lopen. Sinds John Thaw gestorven is gaat de reeks door als Inspector Lewis, en het succes lijkt er niet minder op te worden.

"Ik hou er wel van, hoor. Alleen is het vervelend dat de crew keer op keer de hele stad inpalmt. Ik zweer het je: zodra het lente wordt is het onmogelijk om er te parkeren omdat ze écht elke plek in beslag hebben genomen. Maar voor de rest niks dan lof. Het is goeie, spannende televisie. Al ben ik de dag nadien altijd vergeten wie het gedaan heeft."

Amok van Atoms For Peace is verschenen bij XL Recordings. Op 9 juli komt de groep naar de Lotto Arena. Tickets via 0900/26060 ofwww.proximusgoformusic.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234