Zondag 13/06/2021

Anne Chapelle

"Mijn vriendinnen droegen jeans en ik had alleen een rode gebreide broek"

Vest: Haider Ackermann Beeld Jef Jacobs @ Initials LA
Vest: Haider AckermannBeeld Jef Jacobs @ Initials LA

Als meisje liep ze weg bij een pleeggezin, als vrouw bewandelde Anne Chapelle (59) een uniek parcours, van verpleegster tot oprichtster van haar eigen label. "Misschien heeft mijn leven alleen maar als doel om anderen te onder­steunen. Dat is ook belangrijk."

Halverwege de jaren 70 was het, en al haar vriendinnen droegen een jeans. Zij niet. Zij moest het stellen met een rode gebreide broek. Voor jeans was er geen geld. Ondertussen is Anne Chapelle een van de machtigste vrouwen in de Belgische mode. Zelf gruwt ze van woorden zoals ‘machtig’, maar hoe moet je de CEO van bvba32 – dat de modelabels Ann Demeulemeester en Haider Ackermann herbergt – anders omschrijven? Wat je ook zou kunnen schrijven, is dit: soms kan een stukje stof een rode draad worden. Want Chapelle heeft nu ook haar eigen label gelanceerd. UCWHY heet het, en de ontwerper is de prille dertiger Wim Bruynooghe.

“Ik ken Wim al van toen hij afstudeerde aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Wat hij toen deed met materialen – hij gebruikte verf en plastic – vond ik heel indrukwekkend.” Vlak nadat Bruynooghe zijn diploma had behaald, richtte hij al zijn eigen label op, en ondertussen schopte hij het ook tot de ‘30 under 30 Europe’-lijst van het Amerikaanse magazine Forbes. Al enkele jaren wordt hij door Chapelle gesteund. Niet financieel, wel adviserend, zo klinkt het.

“Wat dat betekent? Dat ik gevolgd heb wat hij maakt en dat we elkaar veel ontmoet hebben. Als ik iemand wil helpen om het beste van zichzelf te laten zien, moet ik eerst weten wie er in dat vel zit, wat de sterktes en de zwaktes zijn. Het is heel interessant om getalenteerde mensen te begeleiden. Jonge mensen moeten kunnen groeien. Het duurt even voor ze levenswijs worden en erachter komen wat ze precies willen. Als ik ze daarbij kan ondersteunen, vind ik dat heel fijn.”

UCWHY is rond Bruynooghe ontstaan, zegt Chapelle, niet omgekeerd. “Wim kan prachtige couture maken, maar vandaag is het bijna onmogelijk om dat te commercialiseren zonder eraan failliet te gaan. En dus vroeg hij zich af hoe hij naast zijn couturecollectie ook designerkledij kon maken die toch beschikbaar is voor een breder publiek.”

De collectie is bestemd voor het middensegment, las ik, wat betekent dat concreet?

“Dat we jongeren willen aanspreken die nog studeren of net beginnen te werken en niet zo’n groot budget hebben om aan mode te spenderen. Voor ons is het een grote uitdaging om een spannende, vernieuwende jas te maken die toch betaalbaar is voor jonge mensen. Een designer wil altijd perfectie, maar in dit segment moet je veel bewuster omgaan met afwerking, stoffen en coupes.”

Is dit project een gok voor u? Een avontuur dat kan mislukken?

(glimlacht) “Ik geloof niet in mislukken, alleen in lukken. En het uitgangspunt van dit project is heel beredeneerd: er is een goed afgesproken budget en daar gaan we ons aan houden. Ook voor bvba32 moet het leefbaar zijn.

“We hebben ook een realistisch verwachtingspatroon: in eerste instantie blijven we in België en Nederland en we willen langzaam groeien. Mochten we later toch naar het buitenland gaan, wil ik dat de stukken niet hier, maar ter plekke gemaakt en verkocht worden, zodat je niet met vervuilend transport of exportkosten zit, en we de prijs ook beter onder controle kunnen houden.”

De collecties van UCWHY worden in Europa gemaakt, maar ook op ons continent zijn de werkomstandigheden van textiel­arbeiders soms schrijnend. Bent u ook bezig met dat aspect van de mode?

“Wij controleren nauwgezet. Naast België produceren we ook in Portugal, Italië, Frankrijk, Macedonië, Polen, Bulgarije en Roemenië, en de meeste van die fabrieken worden door Belgen geleid. We hebben een heleboel mensen die de kettingen nakijken en in direct contact komen met de arbeiders die onze kledingstukken maken.

“Als je in Europa produceert, zijn je winstmarges minder groot, maar dat vind ik niet erg. Ik wil in de spiegel kunnen kijken en kunnen slapen ’s nachts. Ik wil niet meewerken aan uitbuiting. Het betekent ook dat ik me niet moet verantwoorden voor een jas van 800 euro, omdat ik weet dat de materialen, de snit, de handenarbeid en de intensiviteit die prijs rechtvaardigen.

“Dat geldt ook voor jassen van 8.000 euro, die hier soms ook worden gemaakt. Elk kledingstuk van ons is leesbaar. Je ziet meteen dat de boordjes goed zijn afgewerkt, dat er geen plastic draden zijn gebruikt, dat het materiaal goed en duurzaam is.”

Niet iedereen kan zo’n rechtvaardige prijs betalen.

“Uiteraard. Wat is het belangrijkste in een mensenleven? Onderwijs, voeding, gezondheid. Pas daarna komt de fantasie. Wij zorgen voor de fantasie en we proberen die met vakmanschap te combineren. Niet meer, niet minder. Daar zijn we ons heel goed van bewust. Iedereen in dit huis staat met zijn voeten op de grond.”

Jullie produceren ook in België, dat is dus toch nog mogelijk?

“Hemden en jurken kun je zeker nog in België laten maken. Maar voor een ingewikkelde jasstructuur moet je in Italië zijn. De kennis van kleren maken is zo goed als weg, omdat we jarenlang niet geïnvesteerd hebben in het beroepsonderwijs. Er werd neergekeken op een meisje dat naar de beroepsschool ging om patronen te leren maken of te leren stikken. Vreselijk vind ik dat. Niet iedereen kan arts of wetenschapper worden. En houtbewerkers, loodgieters of naaisters hebben we gewoon ook heel hard nodig.

“Ouders spelen hierin een belangrijke rol. Als ouder moet je kijken naar waar je kind goed in is. Zwemmen of paardrijden is een even goede vorming voor je kind als wiskunde, want je leert er net zo goed discipline, timing, doorzettingsvermogen en passie. Met die zaken kun je alles aan.

“Maar op dit moment moeten we dus naar andere landen als we mensen willen vinden die nog wel voldoende kennis van textiel hebben. Landen waar de technologische revolutie minder ingrijpend heeft plaatsgevonden omdat de levensomstandigheden er minder goed waren, en handenarbeid dus nog wel bestaat.”

Jas: Haider Ackermann Beeld Jef Jacobs @ Initials LA
Jas: Haider AckermannBeeld Jef Jacobs @ Initials LA

U bent in 1994 de modewereld binnengestapt, toen Ann Demeulemeester u vroeg om de zakelijke leiding van haar bedrijf op u te nemen. Wat is de belangrijkste evolutie in de mode die u hebt meegemaakt?

“Vooral de eerste vijftien jaar vond ik heel interessant. Ann was een revolutionair. Heel indrukwekkend hoe ze nieuwe uitgangspunten vond en een compleet nieuw verhaal bracht. De Zes van Antwerpen deden dat allemaal. Iedereen dacht: er gebeurt iets in dat land. Dat zie ik vandaag niet meer. Vandaag worden de dingen niet meer van nul uitgevonden, maar snoept iedereen van elkaar. Laf, vind ik.”

Misschien is alles al gedaan?

“Kijk, een broek en een jas moet je niet meer uitvinden, en aan de anatomie van de mens zul je ook niks kunnen veranderen. Maar je kunt wel een bepaalde visie hebben, en die visie tot leven laten komen in je ontwerpen. Als je sterk bent, kun je dat, wat de tijdgeest ook is. Vandaag is de tijd zelfs meer dan ooit rijp voor nieuwe dingen. Maar niemand waagt zich eraan. Iedereen blijft hetzelfde doen. Waarom? Er is geen geld. En dus geen reserve voor risico. Veiligheid is vandaag belangrijker dan je nek uitsteken.

“Toch ben ik nu iemand aan het begeleiden die dit hopelijk wel gaat kunnen. Iemand die later een groot meester zal zijn volgens mij. Nee, ik kan niets meer over haar vertellen, daar is het nog te vroeg voor. We zijn nog volop aan het zoeken.”

Hebt u deze persoon dan zelf ontdekt?

“Nee, de vraag is mij gesteld. Om haar talent te verwezenlijken, probeer ik de juiste mensen bij elkaar te brengen rond haar. Zulke jongeren hebben sturing nodig. En financiële steun. Het is niet meer zoals vroeger, toen een beginnend ontwerper nog aan zijn ouders vroeg om hem te sponsoren. Nu zijn er fondsen vanuit onze eigen mode-industrie. Zij kunnen een individu de vrijheid geven om over nieuwigheden na te denken.

“Er zijn echt getalenteerde jongeren. Niet veel, maar ze bestaan. Het zijn mensen die een erg sterke geest hebben. Want om een echte vernieuwing te veroorzaken, zoals Ann destijds, moet je revolutionair-anarchistisch kunnen denken. Slagen is nog iets anders. Er is een groot verschil tussen het verhaal willen laten zien en het daadwerkelijk laten zien.”

U bent er dan om die kloof te overbruggen?

“Ik ben slechts hun ruggensteun. Ik ben er om mee te praten als ze twijfelen en om hen in vraag te stellen. Mijn taak is iemand krachtig proberen te krijgen, te stimuleren, te motiveren. Eigenlijk ben ik dus gewoon een schooljuffrouw. Wat goed is. Het is een uitermate belangrijk beroep.”

Geeft u ook input op creatief vlak? Zult u iets zeggen over stoffen of kleurencombinaties?

“Alleen als de ontwerpers mij dat vragen. Eerst zal ik luisteren naar hun visie en hun verhaal. Met die kennis ga ik naar hun keuzes kijken. Ik kan bijvoorbeeld vragen of ze een bepaald ontwerp uit hun collectie echt nodig hebben. Een ontwerp uitvoeren kost geld, het moet dus onontbeerlijk zijn voor het verhaal dat ze willen vertellen. Dat is mijn rol: hen helpen om er zeker van te zijn dat hun verhaal klopt.”

Hebt u Ann Demeulemeester ook op zo’n manier geholpen?

“Nee, dat was iets helemaal anders. Ann is op zichzelf heel sterk, zij had mij niet nodig voor haar verhaal. Mijn taak was het zakelijk realiseren van wat haar droom was. Ik moest die droom verkoopbaar maken. Ik ben eerder de machine achter de creativiteit. Dat is ook mijn favoriete plek. Ik geef bijvoorbeeld echt niet graag interviews. Af en toe is het oké, maar ik hou er niet van om in de belangstelling te staan.”

Kende u iets van mode voor u bij haar terechtkwam?

“Ik kende er niks van. Ik zat in de chemische en nucleaire sector. Fantastisch, hoor, ik zou het zo opnieuw doen. Alles wat ik heb gedaan, zou ik opnieuw doen.”

Na haar studie verpleegkunde deed Chapelle er nog een specialisatie tropische ziekten bij. Ze trok voor twee jaar naar Afrika, om er in Congo te gaan werken. Ze kwam terug, besloot neonatologie te gaan studeren in Nederland en kwam terecht op de afdeling neonatologie van het ziekenhuis van de Vrije Universiteit Amsterdam. Na vier jaar stapte ze over naar de Noord-Nederlandse kerncentrale van Petten. Op haar 32ste keerde ze terug naar België, toen ze werd gevraagd om commercieel directeur te worden van een biochemisch bedrijf in Waver.

“Als ik terugkijk op mijn carrière, merk ik dat ik altijd nichemarkten heb bewandeld die op onderzoek en ontwikkeling waren gericht en intensief technologisch waren. Dat laatste mis ik misschien wat in de mode-industrie, die de middelen niet heeft om hoogtechnologische machines te voorzien. Maar ik vind mijn grote plezier in het feit dat het ook nu weer over de chemie tussen mensen gaat.”

Mist u het maatschappelijke engagement niet?

“Het is er toch nog altijd? Jonge mensen begeleiden, is dat geen maatschappelijk engagement?”

Voor u bij Ann Demeulemeester begon, zei uw peuterdochter op een gegeven moment dat ze u miste, en toen hebt u onmiddellijk beslist om te stoppen met werken. Zou u dat vandaag opnieuw doen?

“Absoluut. Meteen. Mijn kinderen zijn alles voor mij. Als ze mij nodig hebben, ben ik er, en valt al de rest weg.”

U zou vandaag wel veel reacties krijgen van mensen die zeggen dat vrouwen zoals u net het goede voorbeeld moeten geven en laten zien dat het wel kan, een toppositie bekleden en kinderen grootbrengen.

“Het goede voorbeeld geven, is een waardeloos argument als je het niet bij je thuis kunt geven, vind ik. Je moet kijken naar waar je nodig bent op welk moment. Je kinderen zijn een verlengstuk van jezelf, daar moet je aandacht in eerste instantie naartoe gaan. Niet alleen als moeder, overigens, ook als vader.

“Die uitspraak van mijn dochter zal ik nooit vergeten. Op een ochtend, ik was toen nog samen met de vader van mijn kinderen, zei ik goeiemorgen tegen mijn dochter aan de ontbijttafel, waarop zij haar ogen dichtdeed en me toebeet: ‘Mama is aan het vergaderen’. Ik krijg er nog kippenvel van. Haar perceptie was dus dat ik nooit aanwezig was. Terwijl ik elke ochtend mee aan het ontbijt zat en elke avond om zeven uur weer thuis stond, om te koken, hen een bad te geven en een boekje voor te lezen. Maar blijkbaar vond mijn dochter dat ik er mentaal niet was voor haar. En ja, dat was genoeg voor mij om te stoppen met werken.”

Zitten uw kinderen ook in de mode?

“Mijn zoon Gill heeft een fabriek gekocht in Macedonië waar kleren worden geproduceerd. Niet alleen voor ons, hij werkt ook voor de grote huizen. Via een sociaal project geeft hij werk aan tweehonderd vrouwen. Hij is een ingenieur offshore, maar naar olie boren, zag hij niet zitten.

“Mijn dochter Yasmin is advocate. Ze woont in Londen en doet m&a (‘merges and acquisitions’ of fusies en overnames, red.). Enkele weken geleden nog heeft ze een award gekregen omdat ze gratis advies geeft aan musea. Het zijn zulke straffe, sterke kinderen. En ik ben een trotse moeder.”

U zei daarnet dat u niet graag in de schijnwerpers staat, maar twee jaar geleden hebt u toch beslist om deel te nemen aan het Canvas-programma Alleen Elvis blijft bestaan. Daarin vertelde u hoe uw moeder is gestorven toen u 13 was, en hoe u en uw broers en zusjes eerst in het weeshuis belandden, om uiteindelijk in een pleeggezin terecht te komen dat niet al te best was. Uw getuigenis heeft een enorme weerklank gekregen.

“Na een jaar intensieve voorbereiding van het programma ging de uitzending in een flits voorbij. Eigenlijk zat ik daar gewoon te praten met presentator Thomas Vanderveken. Pas achteraf realiseerde ik me hoeveel mensen hadden gekeken. Het aantal reacties was waanzinnig. Het ontplofte. Gelukkig zat mijn familie hier in mijn huis toen ik thuiskwam, ze waren allemaal samen komen kijken.

Look: Ann Demeulemeester Beeld Jef Jacobs @ Initials LA
Look: Ann DemeulemeesterBeeld Jef Jacobs @ Initials LA

“Twee weken later heb ik mijn weerslag gekregen. Ik ben gewoon in elkaar gestuikt. (met trillende stem) Stapels brieven en mails kregen we van mensen, over schrijnende, vreselijke situaties. Dat heb ik heel erg onderschat. Ik kon het niet aan. (stokt)

“Voor alle duidelijkheid: ik ben nog altijd heel blij dat ik heb deelgenomen aan Alleen Elvis. Voor mezelf als mens heb ik er veel aan gehad. Maar wat er daarna gebeurde, was minder aangenaam. Ineens belden de kranten en de televisiestations ook allemaal. Maar ik wilde met niemand praten. Niet opnieuw. Nu ja, de kranten schreven toch stukken, ook al heb ik met geen enkele journalist gesproken.

“Een psychiater mailde me om te zeggen dat ze in de instelling waar zij werkte meermaals naar de uitzending gekeken hadden met de kinderen die er verbleven. (veegt haar tranen weg) Om ze de boodschap te geven dat je alles kunt als je wilt. Met één jongetje heb ik ook een paar keer gecorrespondeerd. Iemand die het echt nodig had. Dat is het mooiste, denk ik: als er maar één kind iets aan gehad heeft, ben ik tevreden.

“Blijkbaar is het de meest bekeken en besproken aflevering ooit geweest. Achteraf besefte ik hoe kwetsbaar ik mij had opgesteld. Gelukkig heb ik heel goede nieuwe pleegouders gevonden met wie ik er over heb kunnen praten. Ik heb hen niet eens in de uitzending vermeld, dus doe ik het nu: Manu Keirse is sinds mijn negentiende mijn pleegvader, zijn vrouw Maggie mijn pleegmoeder. Mede dankzij hen heb ik nadien wel rust in gevonden. Maar als ik er nu zo over spreek, gaat het nog altijd recht naar mijn hart.”

In uw voorlaatste pleeggezin was er sprake van emotioneel en fysiek misbruik. Op uw achttiende besliste u om er te vertrekken. Dan moet er ergens in u toch een basis zijn die u de nodige kracht gegeven heeft om dat te doen. Heeft uw moeder die basis gelegd?

“Ik denk dat ik een heel vrolijke kindertijd gehad heb en dat wij best een goed gezin waren. Op een gegeven moment liep het gewoon mis omdat mijn moeder onverwacht stierf, en omdat mijn vader niet voor mij en mijn zeven broers en zussen kon zorgen.

“Ik heb dus inderdaad een goede wortel in mij. Al die rotzooi die mensen in mij veroorzaakt hadden, dat was niet mijn eigen rotzooi. Toen ik dat besefte, heb ik beslist om het achter mij te laten. Ik denk dat het mijn meest kwetsbare moment ooit was, want ik wist niet waar naartoe. Om vijf uur ’s ochtends heb ik een deur opengedraaid, heb ik een sleutel achtergelaten op een kast, en ben ik op mijn rode fiets naar het station gefietst. Ik had veertig frank (1 euro, red.) in mijn portemonnee, en daarmee heb ik een ticket naar Mechelen gekocht. Ik had beslist om er bij het klooster aan te bellen. Daar gaan ze je niet laten buitenstaan, dacht ik. Het was juist gedacht. Ze hebben mij binnengelaten.

“Ik heb dan een jaar bij de nonnen gewoond. Ik kon er naar hun school voor verpleegkunde gaan. Het was de enige opleiding die ze hadden, maar ik was er tevreden mee. Ik kreeg eten en drinken, en ik was vrij. Eindelijk hoefde ik mij niet meer constant vernederd te voelen.

“Van mijn pleegouders moest ik tijdens de vakanties gaan werken op een markt, en het geld dat ik verdiende moest ik afgeven. Iets voor mezelf kopen, heb ik nooit kunnen doen. ‘Je mag blij zijn dat je nog een paar schoenen krijgt’, kreeg ik te horen. Tussen mijn vijftiende en mijn achttiende heb ik met een rode gebreide broek rondgelopen, terwijl al mijn vriendinnen een jeansbroek hadden. Ik voelde me zo slecht. (met trillende stem) Ik voelde me voortdurend wegwerpbaar.

“Dat werd ook zo tegen ons gezegd: ‘Als je niet braaf bent en niet luistert, kunnen ze je wegdoen.’ Als ik dan nu hoor dat Lorin Parys (Vlaams Parlementslid, N-VA, red.) pleit voor het optrekken van de maximumleeftijd voor pleegkinderen van 21 naar 25, kan ik het daar niet mee eens zijn. Zelf zou ik ook nooit pleegouder worden. Nooit. Je kunt de beste bedoelingen hebben, maar die leegte van zo’n kind kun je nooit opvullen.

“Als ik opnieuw kon kiezen, zou ik het liefst in een weeshuis gebleven zijn. Daar ben je gewoon een nummer dat gelijk is aan alle andere nummers. Als de mensen er vriendelijk tegen je zijn, je er goed onderwijs krijgt en een eigen kamer hebt, kun je je ontplooien zonder dat je het gevoel hebt dat je een aanhangsel bent. Ook al is het niet de bedoeling van pleegouders, in een pleeggezin ben je een wiel dat aan een kar geplakt is, en je zult nooit tot die kar behoren. Bij Manu en Maggie was het anders. Ik was negentien toen zij in mijn leven kwamen, ik heb nooit mama en papa moeten zeggen tegen hen. Zij zijn mijn vrienden.

“Maar om op je vraag te antwoorden: was ik krachtig? Ik voelde me helemaal niet krachtig. Ik voelde me vooral heel kwetsbaar. Ik vond dat ik niks waard was. Dat ik het lelijkste meisje op aarde was. Ook dat werd tegen mij gezegd.”

U bent een mooie vrouw, voelt u zich zo ook ondertussen?

“Neen. Wat mensen je influisteren op momenten dat je kwetsbaar bent, dat draag je voor altijd mee. Dat gaat nooit weg. Ik zal altijd blijven twijfelen aan mezelf. Blijven twijfelen aan mijn intelligentie. Me blijven afvragen wie ik ben, wat ik doe in dit leven, en wat mijn bijdrage eraan is.”

Hebt u het antwoord op die vraag al gevonden voor uzelf?

“Mijn bijdrage aan de wereld is niet groot. Ik doe wat ik kan, maar ik heb veel meer waardering voor mensen die literatuurprijzen winnen of levensreddende ontdekkingen doen. Ik vind niet dat ik onmisbare dingen doe. Tegelijk wil ik ook misbaar zijn. Mijn kinderen en het bedrijf moeten ook zonder mij verder kunnen. Dat is het schizofrene. Als ik gemist word, voel ik me opnieuw weggeworpen, en toch wil ik onmisbaar zijn. Die tweespalt zal nooit weggaan. Daar zal ik mee moeten leven tot ik sterf.”

Trui:  Ann Demeulemeester Beeld Jef Jacobs @ Initials LA
Trui: Ann DemeulemeesterBeeld Jef Jacobs @ Initials LA

Zou u voor een vrolijke jeugd gekozen hebben mocht dat kunnen?

(direct) “Nee. Ik heb nergens spijt van. Elke stap in mijn leven heeft me gemaakt tot wie ik nu ben. Het heeft me ook mijn drive gegeven, denk ik.”

Daar betaalt u wel een hoge prijs voor, namelijk uzelf ten gronde niet graag zien.

(zwijgt) “Dat klopt. Het gebeurt genoeg dat ik ’s nachts wakker word en denk: what the fuck, ik had het beste verdiend als mens, want ik ben een goed mens, en nu zit ik hier, alleen in mijn gouden kooi. Want ik leid het leven van een non. Ik ben heel slecht in mannen kiezen.

“Ik had wel graag een normaal gezin gehad. En ik vind het nog altijd erg dat ik er niet in geslaagd ben om de vriendschap te bestendigen die ik had met de vader van mijn kinderen.

“Ja, ik zou graag een vriend voor het leven hebben. Maar de liefde is geen doel op zich. Ik ben nog heel druk bezig. En ik ben blij met mijn vrienden. Soms denk ik: misschien heeft mijn leven alleen maar als doel gehad om andere mensen te ondersteunen. Dat is ook belangrijk.”

Dat ze openhartig is geweest, zeg ik haar nog. “Ik wil geen medelijden opwekken. Als je mij vragen stelt, antwoord ik eerlijk. Liegen doe ik niet. Ik ken mijn zwaktes. Zal er altijd een diepte in mij zijn die niet opgevuld raakt? Ja. Maar ik wil daar niet ongelukkig over zijn. Een mens moet altijd zoeken naar de kracht die hem verder kan brengen in leren leven.”

Anne Chapelle: Is 59 jaar oud / woont en werkt in Antwerpen / heeft twee kinderen, is gescheiden / werkt als CEO van bvba32, dat de modelabels Ann Demeulemeester en Haider Ackermann herbergt / lanceert nu eigen modelabel, UCWHY, met ontwerper Wim Bruynooghe

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234