Woensdag 23/10/2019

'Mijn vader was een vlotte prater, geen vlotte mens'

enno Wauters: "Het eerste halfjaar na zijn dood was mijn vader voortdurend aanwezig. Hij dook op in mijn dromen, in allerlei gedaanten en vormen. Soms alsof er niets aan de hand was, soms alsof hij dood was maar wij het hem niet wilden zeggen. Die maanden drong zijn dood pas echt door, en het zeer, het absolute van dat verlies. We wisten de laatste jaren wel dat zijn gezondheid slecht was, maar tegelijk waren we er niet te bezorgd om. Ik had al eens gedacht: als mijn moeder iets overkomt, zal me dat vreselijk raken. Mijn vader? Ach, elke veertigjarige zal wel wat afstand hebben genomen van zijn vader. Zijn aanwezigheid was zo vanzelfsprekend, hij was er al mijn hele leven. En ineens is hij er niet meer.

"Het eerste halfjaar heb ik vaak geweend. Als ik een foto van hem zag, schoot mijn gemoed vol. Dat is sterker geweest dan ik vooraf had kunnen denken. Op Allerheiligen stond ik aan zijn graf en had ik het verschrikkelijk moeilijk. Maar de eerlijkheid gebiedt me om te zeggen dat dit de laatste maanden wat aan het vervagen is. Als ik aan hem denk, kan het nog pijn doen, maar het gebeurt steeds minder. Vorige week ben ik nog eens naar het kerkhof gegaan. Er staat inmiddels al een monumentje boven de plek waar hij begraven is, van Benoît Van Innis. Ik ga niet zeggen dat ik er vrolijk van werd, maar het was niet meer dat rauwe verdriet van Allerheiligen. De pijn is er nog wel, maar de periodes dat ik niet aan hem denk worden langer."

Wanneer zet de pijn zich om in een vorm van berusting? Wanneer gaat rouw over in mooie herinneringen?

"Een zekere vorm van dankbaarheid had ik al toen we echt afscheid moesten nemen van hem. Mijn vader is eigenlijk voor onze ogen gestorven. Na zijn hartaanval bij Phara duurde het nog twee weken voor hij stierf. De laatste dagen voor zijn dood was het echter duidelijk dat het voorbij was. Ik ben toen al beginnen te schrijven aan het toespraakje dat ik op zijn begrafenisplechtigheid zou houden. Als het onafwendbare zo dicht bij komt, denk je aan alles, maar toch vooral aan de goede momenten.

"Net als mijn vader ben ik eigenlijk een pessimist. De avond van zijn hartaanval stond mijn gsm af. Het nieuws vernam ik pas de ochtend nadien om zeven uur, via de radio. Ik had er meteen een slecht gevoel bij. Nadat ik mijn moeder had gesproken over zijn toestand, werd mijn voorgevoel nog donkerder. Diep in mijn hart heb ik eigenlijk nooit geloofd dat mijn vader er nog bovenop zou kunnen komen. Mijn twee broers wel. Martijn heeft nog tegen mijn vader gezegd, toen hij al dan niet in coma ging en we niet meer wisten of hij ons nog kon horen: 'Komaan, volhouden! Je bent goed bezig!' Alsof hij zijn coach was. Ik kon dat niet. Ik wenste hem dat herstel natuurlijk nog toe, maar ik was al een stap verder. Ik zei: 'Ik weet het allemaal niet', daarmee suggererend dat ik er geen fluit meer van geloofde. Ik wilde geen peptalk voor mijn vader. Maar ik respecteer de keuze van mijn broers. Ik kon het alleen niet opbrengen, ik zag het te zwart in. Ik denk soms dat ik reageerde zoals mijn vader zou hebben gereageerd. Als het erg was, hoefde men ook voor hem er geen doekjes om te winden."

Jan Wauters was karakterieel geen 'supporter': niet van de sport en niet van het leven.

"Hij was geen vrolijke Hans die voor het minste uit de bol ging, dat klopt. Maar tegelijk hield hij ook erg van het leven. Hij kon genieten: van zijn kleinkinderen, van goede wijn, een havanna-sigaar bracht hem zelfs in hogere sferen. Al hoorde ik achteraf van mijn moeder dat hij dat de laatste jaren niet meer aankon: hij werd er misselijk van. En juist omdat hij zo van het leven genoot, was hij zo bang voor de dood, die volgens hem gepaard ging met absolute vernietiging. Hij had een dubbelzinnige verhouding met het leven en de dood, zoals hij in zoveel zaken niet eenduidig was. Jan Wauters was als sportjournalist tegelijk bekend om zijn kritische blik én om de lyrische verwoording van wat hij zag. Hij kon zich echt laten meevoeren door het schone. Dat leverde hem wel eens het verwijt op dat hij een Anderlechtman was. Maar als Anderlecht mooi speelde - gebeurt dat vandaag nog wel? - ging hij ook mee in die roes."

Jan Wauters genoot ook van de esthetiek van het lichaam. Hij keek vaak en graag naar de lijven van wielrenners en voetballers, en keurde de atleten daarop ook.

"Dat is waar. Hij deed dat zelfs beetje te veel, al zal het wel in ons allemaal zitten: natuurlijk vallen je ogen op een prachtige auto, een mooie vrouw. Maar je hebt ook renners die geen goede houding hadden en toch geweldige coureurs waren. Sean Kelly reed wat gewrongen, maar had hoe dan ook een prachtig palmares. Mijn vader hield van het type Jacques Anquetil: tegelijk rank en toch gespierd. Zoals de Borlées in de atletiek. Ze lopen wel de 400 meter, maar mijn vader liet zich ontvallen: 'Dat zouden mooie coureurkes zijn'. Hij viel voor schoonheid, hoe bedrieglijk dat ook is.

"Tegelijk hield hij ook van het gewone. Thuis was de plaats waar hij eens niet dé Jan Wauters moest zijn. Bij de beste familievrienden van mijn ouders horen Miel en Nicole, een gewoon volks koppel met een gouden hart, mensen die dialect spreken en niet gestudeerd hebben. Bij Miel en Nicole kon mijn vader gewoon zichzelf zijn, al zou hij ook dan geen dialect spreken."

Tegelijk wás hij natuurlijk dé Jan Wauters. Hij heeft met zichzelf moeten leren leven.

"Hij heeft zijn kans gekregen en gegrepen bij het overlijden van Piet Theys, zijn grote voorbeeld en voorganger als chef-sport bij de radio. Die was pas 51 toen hij stierf, ook aan een hartaanval. Als kind wist ik niet precies wat er gebeurde, maar ik begreep wel dat het mijn vader aangreep, en zag de impact die dat had op hem, omdat hij ineens de rol van Piet Theys moest overnemen. Zo werd hij 'Jan Wauters'. Waardoor er nog vaker een beroep op hem werd gedaan. En hij vervolgens nog meer gevraagd werd, voor lezingen en om stukken te schrijven. Dat verhoogde de druk, al wilde hij natuurlijk wel graag, en was hij een beetje gefrustreerd als men dat niét vroeg. Tegelijk kreeg hij nachtmerries van de geweldige druk en stress. Die dubbelzinnigheid zal wel in iedereen zitten: we hebben ambitie om vooruit te gaan, maar dat brengt repercussies mee die het leven niet gemakkelijker maken. Ook die kant heb ik bij hem gezien.

"Ik weet nog dat mijn vader op een dag een broodmes greep om de schapen van de buren de keel over te snijden. Die waren aan het mekkeren en hielden hem uit zijn concentratie. Terwijl hij, Jan Wauters, aan het schrijven was, een boek Sport en jeugd. Dat soort bijna absurde situaties maakte we ook mee: hij met zijn broodmes de tuin in, mijn moeder achter hem aan. Hij was op van de stress, en de deadline. Er was meer dan deze ene anekdote, maar niet alles hoeft uit de doeken worden gedaan. Maar de stress had repercussies op zijn privéleven, en ook wel een beetje op dat van ons.

"Hij ging door het leven als een autoriteit, terwijl hij het ook niet altijd wist. Toen in de Tour van 1998 de Festina-affaire losbarstte, belde het radioprogramma Actueel hem, om zijn zogezegd gedegen kennis over doping. Maar terwijl Vlaanderen van Jan Wauters een gezagvolle mening verwachtte, was doping voor hem vooral een vraagteken. Toen besprak hij vooraf met mij en mijn moeder wat hij zou zeggen: 'Ik weet er wel iets van en ben wel vlot ter taal, maar ik heb geen insider-kennis'. Er is een verschil tussen iets opvangen en iets echt weten, daar dan ook publiekelijk over spreken, en dan nog eens veroordelen. Ook voor hem was het aftasten en aftoetsen."

Vandaar die mooie naam van 'zijn' radioprogramma: Wat is er van de sport?

"Precies: dat vraagteken, dát is de ware Jan Wauters. Media werken te snel en te vaak met uitroepteken. Mijn vader bleef... klinkt schipperen te negatief? Noem het zoeken en tasten, nuanceren.

"Zoals elk mens was hij beperkt in wat hij wist en kon. Eigenlijk was zijn actieradius beperkt tot wielrennen, voetbal en atletiek. Toen mijn vaders hart nog klopte, klopte het zelfs meer voor het wielrennen dan voor het voetballen. Dat maakt dat hij ook zijn beperkingen had. Toen hij net met pensioen was, zaten we samen naar formule 1 te kijken. Mijn vader ziet die bolides heen en weer zigzaggen, en vraagt verwonderd: 'Mag dat wel, zo gevaarlijk rijden?' Terwijl het natuurlijk ging om de ronde voor de officiële start, wanneer de F1-piloten hun banden opwarmen. De grote Jan Wauters wist niet dat dit usance was in Formule 1. Maar door zijn taalvaardigheid kon hij er toch altijd een draai aan geven."

En dan krijgt de absolute wielerkenner een zoon - jij - die op zijn zestiende wielrenner wordt. Een sportleven met een man die tegelijk vader is en coach.

"(Aarzelt even) Mijn vader wordt beschouwd - voor een groot stuk terecht - als de man die sport kon relativeren. Maar als het de carrière - of noem het de bezigheid - van zijn eigen zoon betrof, had hij het net heel moeilijk om te relativeren. Naar de buitenwereld deed hij er nog een beetje bescheiden over, maar in werkelijkheid ging hij geweldig op in mijn sport. Achteraf zei hij daarover: 'Gelukkig dat Koen Meulenaere toen op de sportredactie werkte'. Hij kon niet altijd goed om met Koen - twee sterke karakters, twee perfectionisten ook - maar hij wist dat Meulenaere een uitstekend journalist was, en dat gaf hem de luxe er af en toe tussenuit te knijpen. In die jaren ging zijn concentratie naar mijn bezigheid als jeugdwielrenner. Hij wist daar ook ongelofelijk veel van. Hij kende al die regionale coureurkes, niet alleen bij naam maar ook van geboortedatum. Ah ja, want als ze verjaarden, moesten ze over naar een hogere categorie. En dus kende hij alle geboortedata van buiten. Een beetje in zijn slipstream kan ik nu ook nog altijd zeggen: 'Edwig Van Hooydonck, 4 augustus 1966', maar hij kende ze dus van alle tweehonderd renners die in mijn leeftijdscategorie in Vlaanderen reden. Verder wist hij ook al de rest van iedereen. Voor de koers zei hij: 'Als die demarreert, moet je meegaan', en op die vaderlijke raad kon ik blind varen. In die zin was hij de perfecte coach. Maar ook de te perfecte coach. Overgeconcentreerde coach, absolutistisch bijna, zoals ook Michel Preud'homme overdreven kan opgaan in zijn coaching. Wat voor mij als zeventien-achttienjarige lastig was, omdat ik voortdurend zijn druk voelde, en Jan Wauters is sowieso een dominante persoon. Hij was er zo mee begaan, dat als het niet goed ging, hij echt in de put zat. Ik heb dat eens verteld aan Het Laatste Nieuws, en die maakten daarvan de kop: 'Als ik verlies, zit mijn vader in de put'. Toen hij dat las, zat hij écht in de put. Wat dan weer eigenlijk mijn these bevestigde."

Jan Wauters was inderdaad zéér perfectionistisch. In die jaren gaf De Morgen nog de uitslagen van het jeugdwielrennen, en slordige medewerkers tikten 'Benny Wauters' in, in plaats van 'Benno'. De dag erop hing Jan gegarandeerd aan de lijn: klagen om een verkeerd gespelde voornaam in een sport- uitslag.

"Mijn vader was een perfectionist, ik ben dat niet. Ik ben jaloers op die eigenschap, al maakt perfectionisme het leven moeilijk: dat van jezelf, en van anderen. Hij had trainingsschema's uitgewerkt, en ik keek niet verder dan de volgende wedstrijd lang was, letterlijk en figuurlijk. Ik trainde wel redelijk hard en redelijk veel, maar ik had het misschien nog meer gestructureerd kunnen en moeten doen. Niet iedereen kan of wil het ook doen. Maar hij kon niet anders dan zichzelf zijn en zich voor de volle 100 procent geven."

Was hij in die jaren diep in zijn binnenste een 'vader Wickmayer': een klassieke sportvader die zijn leven zin geeft door de prestaties van zijn kind?

"Hij zou het niet graag van zichzelf gelezen hebben, maar ik denk het wel. Ik kan het hem zelfs niet kwalijk nemen: hij kon niet anders, het was zijn persoonlijkheid. Achteraf heeft hij ook wel toegegeven dat hij iets te dicht op mij zat, te dominant was. Maar hij deed het natuurlijk met de beste bedoelingen. Ik heb twee jaar doorgebracht op internaat in Keerbergen, waar ik twee keer per dag mocht trainen rond het meer. Na zijn dagtaak op de BRT reed hij niet rechtstreeks naar thuis in Bornem, maar passeerde hij via Keerbergen: eens kijken, 'alles goed, Benno?' En als er geen volk was, mocht ik stayeren achter zijn auto. We hebben zo eens een ongeval veroorzaakt: het was slecht weer, hij verdeelde zijn aandacht over mij en over de weg, en zo zijn we gebotst."

Op een bepaald ogenblik heeft je vader mentaal afgehaakt, en eerst bij zijn grote liefde, het wielrennen. Al meer dan tien jaar voor zijn pensioen was dat. Hij volgde nog voetbal, maar was niet meer 'de man op de motor' in de Tour de France. Het is niet gemakkelijk om bij het ouder worden bij te blijven met de jonge generaties.

"Dat is zeker zo. Jan Wauters is groot geworden met Eddy Merckx: Merckx won als vroege twintiger zijn eerste Milaan-Sanremo, zijn eerste wereldtitel, zijn eerste Giro, hij was nog maar 24 toen hij zijn eerste Tour won in 1969. Mijn vader was toen net dertig, een jong journalist, en in zekere zin hebben ze samen carrière gemaakt. Ze kwamen overeen qua karakter: wat gesloten en toch dominant, toch ervoor gaan. Allebei zonen van kruideniers ook, van kleine handelaars. Worstelend met hun verlegenheid, hun verkramptheid. Want hoewel mijn vader een vlotte prater was, was hij geen vlotte mens. Maar zijn bewondering en respect voor Merckx zijn gebleven. Ze hebben samen alles meegemaakt, mooie en veel minder mooie momenten. Daarbij kwam dat de renners toen nog veel meer benaderbaar waren, zéker voor de radio. Als 'man op de motor' kon mijn vader praktisch naast Merckx rijden. Toen er meer motors kwamen, moest de radio letterlijk uitwijken, ook voor de almacht van de tv. En dus vervreemde mijn vader van zijn wielersport.

"In de laatste Tour de France die mijn vader van op de motor volgde, die van 1992, won Peter De Clercq een rit. Terug thuis van de Tour deed hij meewarig dat hij, als vijftiger, achter die De Clercq zou moeten lopen: 'Jij was beter'. De Clercq is namelijk een generatiegenoot van mij. Bij zijn laatste koers bij de junioren, in juni 1985, in zijn eigen Zingem-Huise, waren wij twee voorop. De Clercq wilde graag winnen en bood me geld aan, 2.000 frank. Ik heb geweigerd en won met meters voorsprong. Vandaar die opmerking van mijn vader: 'Jij was beter'.Toch die ene koers, relativeer ik dan, maar het was tekenend voor zijn gemoedsgesteldheid, hoe hij omging - of net niet - met de nieuwe tijd en de nieuwe generatie. De jonge gastjes werden steeds jonger, vond hij, terwijl het natuurlijk hij was die ouder werd."

Er bestaan foto's van de jonge Jan Wauters: een stevige, flinke kerel op de motor, overmoedig in ontbloot bovenlijf, tijdloos jong in dat schitterende zwart-wit van de vroege jaren zestig. Jan Wauters ademde de geest van de jaren zestig, al was hij geen achtenzestiger.

"Met de muziek van die tijd had hij weinig, behalve met The Beatles, en mijn ouders waren zeker geen flower power-figuren. Maar de vooruitstrevende geest van die tijd inspireerde mijn ouders. Het aanscherpen van kritische en onafhankelijke (sport)journalistiek, de mooie verwoording van zijn waarneming in correct Nederlands, dat is een school die mijn vader in Vlaanderen heeft geïntroduceerd.

"Mijn ouders keken allebei naar Nederland, omwille van de taal. Nu lachen wij met dat Hollands, maar toen was hier weinig anders dan af en toe wat 'schoon Vlaams', en vooral dialecten. Ze gaven hun kinderen ook Nederlandse namen: Evert, Benno, Martijn. Nu klinkt niets nog ongewoon, maar toen moest je het maar doen. In Nederland had je ook die Amsterdamse vrijheid en ongebondenheid. Niet dat mijn vader meeging in de provobeweging, maar hij liet er zich graag door beïnvloeden. Jan Blokker, Henk Hofland, een generatie journalisten die net iets ouder waren dan hijzelf, vormden zijn voorbeeld.

"Maar wist ik toen veel. Mijn vader komt op de radio: als kind vind je dat de gewoonste zaak van de wereld. Ik werd me pas bewust dat mijn vader 'Jan Wauters' was tijdens het WK voetbal in Argentinië 1978. Toen ik hem op de radio hoorde,voelde ik dat er iets speciaals gebeurde. Dat heel speciale samengaan van maatschappij en sport, die roes van dat Argentijnse volk - 'Ar-gen-ti-na! Ar-gen-ti-na!', en tegelijk die Dwaze Moeders op de Plazo de Mayo, dat kwam allemaal samen in wat hij via de radio aan Vlaanderen liet weten. Ik hoorde een persoonlijke stem - stem in alle betekenissen van het woord. Die zomer was de afscheid van mijn kindertijd. Ik had vlak voordien mijn plechtige communie gedaan, en de stem van mijn vader begeleidde mij naar een wereld die niet meer kinderlijk klonk, maar waar iets loos was. Ik werd 'bewust'. Zo heeft mijn vader zichzelf ooit gedefinieerd in een Humo-interview: 'Jan Wauters, klein verstand, groot bewustzijn'."

Elke zoon die zelf kinderen heeft, moet uitmaken wat hij wel en niet doorgeeft van wat zijn vader hem voordeed. Welke trekken van je vader geef jij bewust over aan je kinderen?

"Mijn moeder zegt soms dat ik van de drie zonen het meest lijk op mijn vader. Ik weet niet of dat zomaar een compliment is. Zijn gedrevenheid heb ik alvast niet, maar dus wel de andere dingen... Maar wat is dat? Het wat te zwaarmoedige, maar dat probeer ik niet door te geven aan mijn kinderen.

"Er is één zaak, ja, die ik bewust heb overgenomen uit de opvoeding van mijn ouders. Wij spreken elkaar met 'jij' en 'je' aan. Dat heb ik van hen. Ik weet wel dat dit in Vlaanderen niet de gewoonte is, maar ik kan en wil niet anders. Ik wil 'jij' en 'je' zeggen tegen mijn kinderen en mijn partner, en ik wil dat ze dat ook zeggen tegen mij. Voor mij is dat een vanzelfsprekend facet van mijn moeder- en vadertaal. Mijn kinderen spreken ook zo, behalve als ze terugkomen van kamp, dan hoor ik 'u' en 'gij' en moet ik ze weer even op het goede spoor brengen (lacht).

"Ik ben geen fan van Hugo Camps, maar toen hij over mijn vader schreef, was het er perfect op: Jan Wauters was iemand die op een totalitaire manier sprak en leefde. Ook in zijn privéleven. Zo stond hij ook tegen mijn moeder, die hij al op jonge leeftijd had ontmoet, in eerste kandidatuur: het leven waarvoor hij haar toen al uitnodigde, was 'totaal' meegaan met hem. Het was bij wijze van spreken een variant van: 'Laat uw netten vallen en volg mij'. Een beetje als Jezus tegen de vissers. En met het schepnet van de taal ging hij de sport en het leven tegemoet."

'Dag Jan 2', een Ode aan Jan Wauters met teksten van Koen Meulenaere, boek en cd, een uitgave van SportVoetbalMagazine, NoMonkeyBooks en Sporza, 19,95 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234