Maandag 06/04/2020

'Mijn vader heeft me leren kijken'

Zij heeft een topfunctie bij Christie's, hij - de kunstpaus van Vlaanderen - hield niet zo van veilingen. Vader Jan Hoet en dochter Marianne Hoet zijn niet bepaald twee druppels water. Maar zij begint wel steeds meer op hem te lijken. 'Ooit zou ik een museum voor moderne kunst willen leiden.'

"God, wat is het hier mooi." Die zin is simpel, maar zegt wel alles over haar, ontdek je later. Marianne Hoet kijkt, ruikt, luistert, en proeft van de kruiden in het tuintje aan de ingang van In De Wulf. Het korenblauw van haar jurk past perfect bij haar vrolijkheid. En ook bij de velden en de ondergaande zon, zo blijkt even later als de fotograaf haar meeneemt voor een wandelingetje in de buurt. Hopper meets Van Gogh, zou je kunnen zeggen, mocht die vergelijking in dit geval niet zo gemakkelijk zijn.

Misschien is het niet juist om één adjectief te plakken op iemand met wie je een avond lang hebt gegeten en gesproken. Maar we doen het nu even toch. Omdat, als je de schaarse interviews met haar leest, de woorden die ze daarin zegt koeler klinken dan de vrouw die voor je zit. Marianne Hoet is hartelijk. Gul in haar gebaren, warm in haar woorden. Dat valt extra op omdat ze dit gesprek eerst geweigerd had. "Ik geef niet graag interviews. Ik hoef geen vedette te zijn", had ze gezegd.

Dit zou ook niet eerlijk zijn: haar portretteren als de dochter die de vadermoord gepleegd heeft. Omdat ze handelt in kunst, en in Antwerpen woont, en op die manier haar vader Jan Hoet twee keer een hak gezet heeft: ze maakt van kunst iets mercantiels, en heeft zijn geliefde Gent de rug toegekeerd. Maar hoe langer we praten, hoe duidelijker het wordt dat ze veel meer dan je zou denken de weg bewandelt van haar vader, die in februari overleed.

Daarover straks meer. Eerst iets over haar werk bij veilinghuis Christie's.

Marianne Hoet is de link tussen de Belgische kunstverzamelaars en Christie's wereldwijd. Ze begeleidt kopers en verkopers van naoorlogse kunst naar de juiste platformen bij het gerenommeerde veilinghuis. Kort samengevat: hebt u een kunstwerk in huis, en wilt u dat verkopen, dan kunt u Marianne Hoet bellen. Die komt dan kijken, en zal later met haar team schatten hoeveel uw werk waard is. Is het een werk van een minder bekende kunstenaar, dan kan het in bijvoorbeeld Amsterdam worden geveild. Is het een grote naam die u aan uw muur had hangen, dan belandt uw werk op een van de grote veilingen in Londen of New York.

Marianne Hoet is ook aanwezig op die veilingen, om er potentiële kopers te ontvangen, maar ook om Belgische kopers die niet lijfelijk op de veiling zijn telefonisch op de hoogte te houden.

"Ik vind het heel belangrijk om zorg te dragen voor een verkoop. Ik ga ervan uit dat iemand houdt van het kunstwerk dat hij ter beschikking stelt. Verkopen is niet altijd even plezant, maar soms kun je niet anders, omdat je het geld bijvoorbeeld nodig hebt om in iets anders te investeren. Als je werk dan op de juiste manier verkocht is, en je hebt er de juiste prijs voor gekregen, dan zul je dat gemakkelijker aanvaarden. Als dat niet gebeurd is, kan het een wrange nasmaak nalaten, en had je dat schilderij misschien veel liever in je living laten hangen. Het gemeenschappelijke belang van mij en de verkoper is dus dat hij of zij zo goed mogelijk kan verkopen."

Bij de kunstenaars zelf is uw beroep niet populair. Als je op een veiling één keer een werk voor 2,5 miljoen euro verkoopt, denkt iedereen dat alle werken zoveel geld moeten opbrengen, zei Luc Tuymans ooit. Hij wil zo weinig mogelijk werken van hem op een veiling zien.

"Misschien moet hij daar toch niet zo zwaar aan tillen. Een goed werk van Tuymans zal altijd voor een mooie prijs verkocht worden op een veiling. Veel kunstenaars zeggen inderdaad dat ze niet graag geveild worden, maar als ze goede prijzen halen, zijn ze wel blij. En als jij een werk van Luc Tuymans in je living hebt hangen, en je wilt het verkopen, waar ga je er dan mee naartoe? De galerie waar je het werk hebt gekocht zal het niet snel terugkopen. Een veilinghuis is een heel transparant platform.

"Maar ik weet dat de kunstenaars met argusogen kijken naar wat wij doen. Daarom bel ik de Belgische kunstenaars ook altijd op als ze op veiling komen. Als een werk van bijvoorbeeld Tuymans of Berlinde De Bruyckere wordt aangeboden, laat ik hen dat weten, en achteraf bel ik hen opnieuw om te zeggen voor hoeveel het is verkocht. Er is vaak kritiek op de veilinghuizen, maar eigenlijk zijn we samen met de kunstenaars, de galeristen en de collectioneurs een kleine familie. We kennen elkaar, we zien elkaar overal, en we hebben elkaar nodig."

Hoeveel Belgische kunstenaars komen in aanmerking om wereldwijd door Christie's verkocht te worden?

"Slechts een zevental: Tuymans, De Bruyckere, Michaël Borremans, Marcel Broodthaers, Jan Fabre, Wim Delvoye, Raoul De Keyser.

"Thierry De Cordier? Die heeft zeker internationale uitstraling, maar is nog nooit op veiling aangeboden. Om de eenvoudige reden dat er geen eigenaar is die van zijn werk af wil. Als iemand een kunstwerk koopt in een galerie, probeert de galerist in te schatten of de koper niet iemand is die het werk snel weer gaat verkopen, om speculatie zoveel mogelijk tegen te gaan. Maar een verzamelaar wordt ook ouder. En er kunnen dingen in het leven gebeuren waardoor verkopen wel een noodzaak wordt.

"Ik kom soms bij mensen binnen die nooit de bedoeling hadden om iets te verkopen, maar wel een werk hebben hangen dat een miljoen waard is. Als er dan kinderen zijn, of een bedrijf, of andere projecten, dan vind ik het maar normaal dat ze willen verkopen."

Voor u zes jaar geleden bij Christie's begon, werkte u in de bankwereld. Hoe kwam u van het ene in het andere terecht?

"Toen ik achttien was, wilde ik het liefst kunstgeschiedenis studeren, maar ik realiseerde me dat het moeilijk zou zijn om in mijn vaders kielzog - of in zijn schaduw - te moeten staan. En dus ging ik rechten studeren. Ik ben wel altijd enorm in kunst geïnteresseerd gebleven. Af en toe kocht ik iets, ik ging naar tentoonstellingen. Ik ben altijd met het idee blijven flirten om toch ook iets in de kunst te doen. Maar het is lang een hobby gebleven.

"Een voltijdse job bij de bank is ook iets makkelijker te combineren met drie kinderen dan internationale kunstbeurzen afreizen.

"Maar op een dag belde iemand van Christie's mij op met de vraag of ik iemand wilde vervangen bij Christie's Brussel. Waarom ze bij mij terechtkwamen? Omdat ik iets van kunst én van financiën weet. Ik was toen 45, en had eigenlijk geen zin om mijn carrière nog om te gooien. Omdat het veilingwezen mij onbekend was, heb ik dan met een drietal verzamelaars gebeld, en zij vonden alle drie dat die job mij op het lijf geschreven was. Toen heb ik mijn man en mijn kinderen gepolst, en nog wat vrienden, en ik ben gesprongen.

"Bij de bank had ik als private banker gewerkt: ik stond in voor het vermogensbeheer van welstellende mensen. Veel van hen zijn bezig met kunst, maar zij investeren ook in paarden en auto's, en daar weet ik weinig van (lacht). Nu moet ik alleen nog geïnteresseerd zijn in kunst. Als je rijk geboren bent, of je hebt zelf een fortuin opgebouwd, wat doe je dan met die verantwoordelijkheid? Dat je er dan ook kunst mee koopt, kan alleen maar positief zijn."

Kunst is dan een belegging, net zoals immobiliën of paarden een belegging zijn.

"De beste verzamelaars zijn niet degenen die enkel als belegging hebben gekocht. De meeste collectioneurs zijn echte kenners. Zij hebben er trouwens vaak meer verstand van dan wij.

"Vermogen is niet iets om vies van te zijn. Als het er is, moet je ermee leren omgaan. Mensen die veel geld hebben, daar moet je niet flauw over doen. Leuke en minder leuke mensen heb je overal, dat heeft niets met geld te maken."

Eigenlijk hebt u altijd in de wereld van de haute finance gezeten.

"Ja, maar dat is nooit mijn bedoeling geweest. Ik kom zelf ook niet uit een gezin dat in die wereld zat. Integendeel zelfs. Het is ook niet omdat ik in die wereld werk, dat ik er zelf ook toe wil behoren. Vorige week was ik in Monaco. Ik heb er gedineerd met sommigen van de grootste verzamelaars, maar op geen enkel moment heb ik dan het gevoel dat ik iets mis omdat ik minder heb. Het is mijn werk, en dat werk doe ik doodgraag, maar daarna ga ik naar huis."

Marianne Hoet begon bij Christie's toen het crisis was in de kunstwereld, als gevolg van de bankencrisis. De prijzen daalden, verzamelaars wilden niet meer verkopen. Maar die crisis is heel vlug voorbijgegaan. In november vorig jaar werd bij Christie's Three Studies of Lucian Freud van Francis Bacon voor ruim 105 miljoen euro geveild. Het duurst geveilde schilderij ooit. Op diezelfde spectaculaire veiling werd de Balloon Dog van Jeff Koons, een stalen sculptuur van een hond die gemaakt lijkt van ballonnen, voor meer dan 44 miljoen euro verkocht. Daarmee mag Koons zich de duurste nog levende kunstenaar noemen en heeft hij in één ruk de Duitse schilder Gerhard Richter van die titel beroofd.

Betekent dat nu dat Francis Bacon de beste naoorlogse kunstenaar is? En dat Koons beter is dan Richter?

"Welke kunstenaars belangrijk zijn in de geschiedenis, wordt niet alleen bepaald door de prijs die bij Christie's voor hun werk wordt betaald. Kijk, ik vind die prijzen ook niet altijd juist of normaal. Er zijn kunstenaars die voor veel te veel geld geveild worden. Maar daar kun je niets aan doen, dat is nu eenmaal hoe de markt werkt. Het is pas over dertig, veertig jaar dat we zullen zien of die bedragen terecht zijn geweest. Goed mogelijk dat we over een tijdje niets meer horen van kunstenaars die nu hoge prijzen halen.

"Dure kunst staat niet automatisch gelijk aan goede kunst. Het is ook jammer dat de pers alleen die spectaculaire zaken in het nieuws brengt.

"Wij houden evengoed kleinere veilingen. Ik besteed evenveel zorg aan een kleine, betaalbare collectie die we in Amsterdam aanbieden dan aan een Bacon in New York."

Is kunst kopen geen statussymbool geworden?

"In België is het echt een minderheid van de mensen die kunst koopt omwille van de status. Mensen die kunst kopen, willen een andere dimensie in hun leven ontdekken. Vaak gaat het om eerder conservatieve mensen die de behoefte hebben om hun blik op de wereld te verbreden, en daarvoor kunst gebruiken."

Verzamelt u zelf kunst?

"Nee. Af en toe kopen we wel iets, maar dat heb ik altijd al gedaan. Soms is dat een coup de foudre, meestal iets kleins. Toen ik jong was, heb ik bijvoorbeeld eens een werk van Tuymans gekocht. Maar voor u het vraagt: ja, ik heb het weer verkocht. Waarom? Zoals bij de meeste mensen: om een nieuwe wending aan je leven te geven.

"Maar zoals ik daarstraks al zei: een kunstwerk verkopen is niet altijd simpel. Toen ik zes was, verkochten mijn ouders een schilderij van Cobrakunstenaar Bengt Lindström dat al die jaren in ons huis gehangen had. Ik vond dat zo erg dat ik moest wenen. Ik had een band opgebouwd met dat werk."

Dat moet toch de genetica van het kunstoog zijn. Wenen op je zesde voor een schilderij is op zijn zachtst gezegd vrij uitzonderlijk.

"(lacht) Misschien wel, ja. Mijn grootouders waren wel verzamelaars, en ik herinner me nog elk werk dat ze hadden. Enkele jaren geleden was ik aan het inventariseren bij een familie die wat kunstwerken ging verkopen, en ineens schrok ik me te pletter: ik had een kist opengedaan en daar zat een werk in dat altijd bij mijn grootouders had gehangen. Ik draaide het schilderij om, en inderdaad, de naam van mijn grootvader stond achter op dat schilderij.

"Op zulke momenten komt je leven terug. Dat je je dat nog herinnert, toont aan dat een kunstwerk iets betekent. Als je een verzamelaar hoort vertellen over zijn werken, dan lijkt het soms alsof hij over zijn kinderen vertelt..

"Onlangs heb ik nog een werk aangeboden dat veertig jaar in een familie had gezeten. Dat is een enorme stap voor die mensen. Veertig jaar een werk in je huis, daar ga je van houden. En ineens moet dat weg."

Collega De Preter diept een boek op. Eentje dat zijn lief vlak voor dit interview nog gevonden had in hun boekenkast, die dezer dagen toevallig wordt herschikt. Monologen met Jan Hoet, heet het boek, uitgegeven in 1989 door de toenmalige uitgeverij Kritak.

'Mensen die echt van kunst houden en niet geïnteresseerd zijn in financieel gewin, kopen geen kunstwerken', zegt uw vader in dat boek. Het lijkt wel alsof zijn dochter bij de vijand is gaan werken. Heeft hij dat ooit zo tegen u gezegd?

"Soms zei hij dat wel eens. Maar ik heb hem een paar keer meegenomen naar een collectioneur en dan gaf hij achteraf toe: 'Mocht ik het opnieuw doen, zou ik meer aandacht besteden aan de verzamelaars.' Hij was verrast door de gevoeligheid waarmee ze verzamelen. Er zijn mensen die kunst louter als belegging zien, maar dat is een minderheid."

Verzamelaars houden kunst wel weg uit de openbare ruimte. Van die Bacon zullen misschien vijf mensen kunnen genieten.

"Musea hebben dat geld inderdaad niet, en dat is erg. Daarom vind ik het belangrijk dat musea genoeg middelen krijgen. Maar ook dat musea geleid worden door mensen met een open vizier, mensen die er het oog voor hebben om vroeg genoeg te kopen. Natuurlijk kan een museum geen 140 miljoen gemeenschapsgeld geven aan die Bacon, dan staat het land op zijn kop. Maar het S.M.A.K. heeft ook een Bacon. Als je vroeg genoeg bent, dan kun je kopen. Dat is hun verantwoordelijkheid."

Zijn musea voor hedendaagse kunst op dat vlak niet goed bezig?

"Ik heb het gevoel dat de musea op zich wel goed aankopen, maar er zou nog meer samenwerking moeten zijn. Er is te veel versnippering. Ik pleit niet voor één groot museum voor hedendaagse kunst, maar collecties uitwisselen, samen research doen, samen aankopen... Dat moet toch mogelijk zijn tussen bijvoorbeeld S.M.A.K. en M HKA in Antwerpen?"

Zou u ooit graag zelf een museum willen leiden?

(denkt na) "Ik doe mijn werk bij Christie's met hart en ziel, maar objectief gezien vind ik een museum leiden een meer nobele job dan wat ik nu doe. Ik zou dat dus graag doen, ja, maar of ik daar de juiste capaciteiten voor heb? Het staat in mijn top drie van droomjobs, zoals iemand anders ervan droomt om actrice of fotomodel te worden.

"Ik zit wel in de raad van bestuur van het Museum Dhondt-Daenens in Deurle (een privéstichting die hedendaagse privéverzamelingen ontsluit voor het publiek, SMU/JDP). En elk jaar houdt Christie's er een liefdadigheidsveiling, om de werking van het museum financieel te ondersteunen."

Vroeger wilde u absoluut niet in de voetsporen van uw vader treden, maar daar lijkt u toch wat van terug te komen.

(glimlacht) "Als je jong bent, wil je je eigen identiteit opbouwen, maar hoe ouder je wordt, hoe meer je sowieso een individu wordt. Ik ben blij dat ik de dochter van Jan Hoet ben. Ik heb ongelooflijk veel van hem geleerd. Hij heeft me leren kijken. Misschien heb ik net de juiste weg afgelegd, nu ik op een andere manier toch in de kunstwereld ben terechtgekomen.

"Het verschil tussen ons is wel dat hij van de controverse hield, en ik niet. Hij hield ervan om te chargeren, en om dan weer te reageren op de reacties die zijn uitspraken uitlokten. Dat conflictueuze vond ik niet aangenaam, maar hij wist dat."

Uw vader is ook leraar plastische opvoeding geweest. Gaf hij zijn kinderen ook lessen in kunst?

"Toen ik twee was, en op zijn schoot zat, keken we niet in prentenboeken, maar in kunstboeken. 'Dit is een Modigliani. Dit is een Picasso.' Iedereen zegt altijd dat mijn vader nooit thuis was, maar dat klopt niet. Nu ja, ik was de oudste van de drie kinderen, en toen hij in het S.M.A.K. begon, was ik al veertien. Heel mijn kindertijd lang heb ik hem dus veel gezien.

"We mochten ook altijd mee met hem, of het nu naar het museum was of naar Kassel (waar hij in 1992 curator was van Documenta IX, SMU/JDP). We konden altijd deelnemen aan zijn leven, als we dat wilden. Hij deelde zijn leven ook met iedereen: elk kerstfeest bracht hij een kunstenaar mee, of iemand anders die we niet kenden, om mee aan onze tafel aan te schuiven.

"Hij was wel altijd met zichzelf bezig. Maar ja, dat was zijn focus. Dat moet ook, op zijn niveau. Hij was extreem gedreven. Ik ben dat ook, maar ik vertel thuis tegen mijn kinderen bijvoorbeeld niet constant over mijn werk. Mijn vader zat altijd in die mallemolen, hij praatte over niets anders dan zijn werk.

"Mijn vader was in alles bezeten. Op een dag waren we met de drie kinderen begonnen met postzegels verzamelen, maar de volgende ochtend waren alle boeken al volgeplakt. Hij had daar een hele nacht aan doorgewerkt. Hij kon heel vermoeiend zijn. Misschien nog een geluk dus, dat hij niet voortdurend thuis was.

"En toch was hij aanwezig. Hij wist bijvoorbeeld amper in welk jaar ik zat op school, maar als ik tegen hem zei dat ik de volgende dag een examen had en de stof niet onder de knie had, dan zou hij de hele nacht samen met mij geblokt hebben om het erin te pompen."

Hij slaagde er in elk geval in om grote lagen van de bevolking iets te doen begrijpen over kunst.

"Dat klopt. Maar het is een mes dat aan twee kanten snijdt, want die grote lagen van de bevolking hadden ook vaak kritiek op wat hij deed. En daar had hij het moeilijk mee. Hij zocht dan wel het conflict op, maar hij kon niet tegen kritiek. Hij kon daar echt verdrietig om zijn. Dat hem dat zo raakte, daar had ik het dan weer moeilijk mee. Omdat ik wist dat hij oprecht gedreven was. Hij was wel altijd met zichzelf bezig, maar het was altijd voor de goede zaak, voor zijn museum."

Vindt u het niet erg dat u zelf niet voor de grote massa werkt maar voor een rijke niche?

"Ik werk niet voor een rijke niche. Wij geven ook voordrachten over wat we als veilinghuis doen, en dan proberen we te laten zien dat we veel laagdrempeliger zijn dan mensen denken. Wij verkopen niet alleen grote namen, maar ook stukken van 3.000 euro. Kom gewoon eens kijken, zeg ik altijd tegen de mensen. Ik wil dat een veilinghuis iets is waar iedereen terecht kan, al is het maar gewoon om naar de stukken te komen kijken. Zoals in een museum, eigenlijk."

Om dat echt te bereiken moet u misschien toch een even publieke figuur worden als uw vader.

"Nee, dat wil ik niet. Ik hoef geen vedette te zijn. Daarom heb ik ook zo lang geaarzeld voor dit interview. In mijn job is het beter om discreet te zijn."

U hebt uw vader moeten delen met het volk. Hoe hebt u dat ervaren?

"Vooral bij zijn begrafenis zijn we geschrokken van de massale aandacht. Dat hadden we nooit verwacht. We hebben de hele tijd moeten zoeken naar een evenwicht tussen iets dat van ons moest blijven en ook publiek moest zijn. Ik weet nog dat we uit het ouderlijk huis kwamen om naar de begrafenis te gaan, en dat daar ineens twee politiezwaantjes waren om ons te begeleiden. Dat zouden we nodig hebben, zeiden ze, en dat snapten we pas achteraf."

Uw vader was een religieus man. Hebt u dat ook meegekregen?

"Religie, voetbalclubs, politieke partijen: dat krijg je allemaal mee. Maar wat ik er persoonlijk dan mee doe, is niet zo belangrijk, vind ik."

Maar gelooft u bijvoorbeeld dat er nog iets is als het leven voorbij is?

"Ik heb veel aan de gedachte aan de overledene. Het troost om te weten dat ze dicht bij mij zijn. Ik heb een rustig gevoel als ik aan mijn vader denk, of aan andere overledenen die ik graag zag. Mijn vader was ervan overtuigd dat er nog iets was, en dat is goed. Dat geeft mij ook een gerust gevoel.

(valt even stil) "Het verschil tussen leven en dood is zo groot. Enorm. Maar een mens moet dapper zijn in het leven. Altijd. Je kunt nooit bij de pakken blijven neerzitten. Die attitude heb ik van hem meegekregen, denk ik. Je kunt tegenslagen hebben, maar dat is een deel van het leven.

"Ik belde hem om de twee dagen. Als ik naar een tentoonstelling ging, of een kunstbeurs, of als ik iets nieuws zag. Dat gemis wordt elke dag groter. Maar je moet proberen om het een plaats te geven. En niemand kan je daar echt bij helpen. In het verwerken van verdriet ben je voor een stuk altijd alleen.

"Mijn oudste zoon gaat bijvoorbeeld heel veel naar mijn moeder. Iedereen doet het op zijn manier. Ik heb het niet gemakkelijk om in het ouderlijk huis te zijn. Dat is zo rauw, alles van hem hangt daar. Maar nog eens: je moet dapper zijn. Of tenminste proberen. Het leven is ook maar schoon omdat het soms ook moeilijk is."

'Het is te veel geweest', heeft hij gezegd tijdens een van zijn laatste dagen. Wat bedoelde hij daarmee?

"Dat ging over zijn ziekte. Hij kon niet meer. Twee dagen voor zijn dood zei hij nog altijd dat hij wilde blijven vechten, maar het ging niet meer. En toch. Toen ik hem twee dagen later 's middags zag, was hij nog altijd aan het lachen, hij was eeuwig positief. 's Nachts is hij gestorven.

"Hij heeft het ons altijd heel gemakkelijk gemaakt als hij ziek was. Nooit geklaagd. Maar tegelijk besefte hij ook niet hoe wij ons zijn gezondheid aantrokken. Nachten heb ik daar wakker van gelegen.

"Vijf jaar geleden ben ik met mijn broer nog door dikke pakken sneeuw met 20 kilometer per uur naar een ziekenhuis in Nederland gereden, waar hij was opgenomen op de spoedafdeling. Toen we na uren rijden aan zijn bed stonden, vroeg hij: 'Huh, wat doen jullie hier?' Ja, wat deden wij daar, ze hadden ons verdorie gebeld dat hij ging sterven.

"En dat gebeurde keer op keer. Maar dat besefte hij niet. Hij vond het ook niet nodig dat we hem bezochten als hij weer eens in het ziekenhuis lag."

Het lijkt alsof hij met een soort onsterfelijkheidswaan door het leven ging.

"Misschien wel. Hij is dat ook voor een stuk. Mijn kinderen zitten nog alle filmpjes over hem te bekijken op YouTube. Hij had een zeer goede band met zijn kleinkinderen. Hij was altijd veeleisend, maar hij gaf iedereen het gevoel dat hij ieders talenten apprecieerde. Elk talent was gelijkwaardig voor hem.

"Mijn kinderen vinden het plezant dat Jan Hoet hun grootvader is. Ze kunnen het ook meer relativeren, omdat hun generatie hem veel minder kent dan de mijne. Ook voor mij is het gemakkelijker. Mijn oudste zoon studeert aan het conservatorium, mijn oudste dochter wil graag iets met theater doen. Vroeger, toen ik zelf die leeftijd had, zou ik me meer zorgen hebben gemaakt over de artistieke sector. Nu heb ik daar minder problemen mee.

"Het is misschien moeilijk voor te stellen, maar wij hebben een conservatieve opvoeding gehad. We deden klassieke studies, we gingen naar een katholieke school, we zijn ook altijd in Gent gebleven."

Vreemde paradox. De beeldende kunst is per definitie anticonservatief, en de paus van de beeldende kunst is dan een conservatief man.

"Ja, maar misschien was die conservatieve omgeving zijn houvast."

Omdat hij dan gemakkelijker de rebel kon zijn?

"Als je aan onze moeder zou vragen of hij een rebel was, dan zou ze waarschijnlijk 'ja' antwoorden. Maar hij zocht vooral altijd de moeilijke weg, vind ik. Zijn laatste tentoonstelling in Geel, het museum MARTa dat hij in het Duitse Herford stichtte: hij vond het precies altijd plezant om de moeilijke weg te kiezen.

"Wroeten om te wroeten, het is iets waar ik mij ook voor moet behoeden. Ik discussieerde daar met hem ook over: waarom moet je nu nog wroeten als je ziek bent en 78 jaar bent? Hij reed nog altijd overal zelf naartoe, terwijl het niet meer verantwoord was, en hij zich gerust een chauffeur had kunnen permitteren. Daar heb ik nu nog last van. Als ik daaraan denk, word ik nog altijd verdrietig."

Waar kwam dat bij hem vandaan?

"Hij heeft altijd moeten vechten om iets te bereiken, denk ik. Dan denk je op den duur ook dat de moeilijke weg de enige weg is. En ook omdat hij oprecht van eenvoud hield. Als er iets was waar mijn ouders elkaar in vonden, was het wel die eenvoud. In luxe waren ze totaal niet geïnteresseerd."

Binnenkort wordt er een generatie geboren die Jan Hoet niet meer gekend zal hebben.

"Voor mij maakt dat niet uit. (glimlacht) Voor hem misschien wel."

U hebt zijn peterschap overgenomen van een tentoonstelling over autistische kunstenaars in het museum Dr. Guislain. Zou uw vader ook autistisch genoemd kunnen worden?

"Een van mijn kinderen heeft autismespectrumstoornis, dus ik heb niet getwijfeld aan dat meterschap. Maar mijn vader autistisch? Nee. Daar was hij te flexibel voor. Hyperkinetisch was hij misschien wel. Ongetwijfeld had hij iets. (lacht) Maar daar moeten ze nog een naam voor uitvinden."

Volgende week: NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch

Marianne Hoet

geboren in 1963

studeerde rechten aan de Universiteit Gent

werkte van 1989 tot 2008 in de banksector als private banker

maakte in 2008 de overstap naar Christie's

is internationaal directeur naoorlogse en hedendaagse kunst bij Christie's Brussel

is de dochter van 'kunstpaus' Jan Hoet, die in februari 2014 overleed

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234