Dinsdag 15/10/2019

Mijn theater ligt dicht bij mijn roots

Johan Heldenbergh en Mieke Dobbels spelen Monroe en Alabama. Wanneer zij het kostbaarste wat ze hebben, hun dochtertje, aan kanker verliezen, reageren ze daar radicaal anders op. Hij verliest zich in woede op een onrechtvaardige en wrede god, zij zoekt troost en een uitweg. “Verdriet dat hebt ge niet meer, als het zo groot is. Verdriet dat zijt ge”, is een van kernzinnen in de voorstelling The Broken Circle Breakdown featuring the Cover-Ups of Alabama. De cover-ups zijn de vier muzikanten die het drama van het uiteenvallende koppel begeleiden met de mooiste smartlappen die de bluegrass ooit heeft voortgebracht. Eigenlijk zitten alle elementen klaar om er een melodramatische draak van te maken. Maar zelden heb ik een oprechter en integerder stuk gezien, waarin je beurtelings giert en de krop in de keel krijgt. Er staat ons trouwens nog meer van dat te wachten: begin oktober beleeft De helaasheid der dingen, naar de succesroman van Dimitri Verhulst, zijn Belgische première op het Filmfestival van Gent.Johan Heldenbergh: “Ik mag daar eigenlijk nog niets over zeggen van de producer, ze vrezen dat de mensen anders met te hooggespannen verwachtingen gaan kijken. Ik zal dus alleen maar zeggen dat het volgens mij zonder zever de beste Vlaamse film ooit is (lacht). Het is een fantastisch schone film, ontroerend, met in alle geledingen de beste jonge gasten die we in Vlaanderen rond hebben lopen. Regie, camera, montage, geluid, noem maar op. En dan dat fantastische verhaal van Dimitri. Er zit een joie de vivre in, een schone vertelling, en we hebben echt goed gespeeld. Weet je, ook als de rest van de wereld het maar niets vindt, dan nog ben ik apetrots dat ik eraan mee heb mogen doen. Dat gevoel heb je zelden: dat echt iedereen erin gelooft, dat iedereen aan hetzelfde zeel trekt en zich 150 procent geeft. Het is De Witte van Zichem, maar van onze tijd. Precies hetzelfde: een gast die zich los wil wringen uit zijn sociaal milieu. En nu heb ik genoeg gezegd over een film waar ik eigenlijk nog niets over mag vertellen. Je m’en fous, het is een steengoede film.“Waar zijn mijn sjiekskes?(diepe zucht) Waarom doet een mens zichzelf zoiets aan, stoppen met roken? Ik heb toegegeven aan de gezondheidsmaffia in mezelf. Ik ben een oude papa, ik was al zesendertig toen mijn eerste geboren werd, en ik wil die gasten toch nog groot zien worden. En verder is er Joke (Devynck, zijn vrouw, YD) die niet ophoudt met zagen. Ik denk gewoon dat ik mezelf wil bewijzen dat ik het kan. Verder heb ik niet veel redenen, want ik vind het eigenlijk zalig om te roken. Maar toch ga ik stoppen.“Wist je dat ik mijn jonge jaren journalist wou worden? Als tiener had ik het gevoel dat journalistiek werkelijke macht had, en dat je op die manier de wereld kon veranderen.”

Dat wordt fel overroepen, geloof me.

“Ja, misschien, maar toch. Je bent verantwoordelijk. Als je voor een gazet schrijft die maar een paar duizenden lezers heeft waarschijnlijk niet, je bent dus ook aan een soort democratisch principe verbonden: hoe meer lezers, hoe meer je gehoord wordt en invloed hebt, denk ik dan.”

Mijn ervaring is dat mensen vooral de krant lezen om zich bevestigd te zien in de opinies die ze al hadden.

“Toch niet. Ik heb me er al vaker op betrapt dat je me aan het twijfelen kunt brengen, dat je me kunt doen afstappen van een mening die ik voordien had. Wat ik voel, is dat je intuïtief al wel een mening hebt, en dat je dan een stuk leest waarin perfect verwoord wordt waarom je dat eigenlijk dacht, zonder dat je zelf daarvoor de woorden al gevonden had. Ik heb tijdens de repetities van Ten oorlog samen met Tom Lanoye een jaar in de auto gezeten, we reden altijd samen naar Gent. Ik schrok dan altijd. Er was iets gebeurd en Tom had daar altijd direct een mening over, die hij ook nog eens kon opluisteren met heel mooie zinnen. Dat vind ik een waanzinnige gave, de grote kracht van een journalist: dat je iemand hoort zeggen en formuleren wat jij tot dan alleen maar intuïtief had aangevoeld maar niet verwoord kreeg. Mocht ik me daarin verdiepen, ik zou het misschien wel kunnen. (verlegen lachje)“Er komt een dag dat ik dit niet meer leuk vind. Denk ik. En dan zou ik iets anders willen doen. Nachttaxichauffeur worden, wat ik wreed graag zou willen doen, maar misschien niet zo lang, of voor een krant of een reclamebureau gaan werken. Ik zoek altijd zo van die uitwegen, of noem het pechstroken in mijn hoofd. Mocht dit niet lukken, dan... Ik geef mezelf een soort deadline: als dat niet aanvaardbaar is binnen zoveel jaar, dan stop je daar gewoon mee. Een onzekerheid die er niet uit te branden is. Mensen zeggen me dat ik te streng ben voor mezelf, en dat is waarschijnlijk ook zo.“Na Ten oorlog wou ik ook stoppen, de droom en de realiteit stonden toen te ver van elkaar. Ik was een ongelooflijke fan van de Blauwe Maandag Compagnie. Je zit op de toneelschool en Luk Perceval was de man van wie ik droomde om ermee te mogen werken. Al die schitterende, beroemde acteurs. En toen het dan ook gebeurde, toen mijn droom in vervulling ging, voelde ik er mij vanaf dag één niet thuis. Ik voelde me niet op mijn gemak tussen al die fantastisch getalenteerde mensen, en het klikte niet met Luk. Het was ook een heel gedoe, die voorstelling. Er zijn mensen weggestuurd en zelf opgestapt. Stany Crets en Peter Van Den Begin, bijvoorbeeld. We hebben ooit een vergadering van zeventien uur gehad. Er zijn dingen gezegd op die vergadering die ik nooit meer vergeet, die zullen altijd op mijn boekje staan. Het was vooral een samensmelten en ontbranden van jarenlang opgebouwde en nooit voldoende uitgesproken frustraties. Mensen hebben zich toen laten kennen, gelukkig ook in positieve zin: Wim Opbrouck heeft dingen gezegd die ik evenmin ooit zal vergeten, maar dan omdat ze zo mooi waren dat ik er nog kippenvel van krijg.“Enfin, ik was echt klaar om met acteren te stoppen, ik was van plan weer te gaan werken bij Carpetland. En toen kwam ik Arne (Sierens, YD) tegen en had ik dan toch een gelijkgestemde ziel ontmoet, wat theater betreft althans.”

Wat was die theaterziel dan?

“Er zijn een paar sleutelwoorden: volks, laagdrempelig, maar vooral mededogen. Er zijn niet zoveel groepen die dat doen, er zijn vooral groepen die naar de culturele elite gaan en groepen die echt puur vermaak willen brengen. Wij zitten daartussen, we proberen daar een mengvorm te vinden. Soms heel plat melodrama, maar toch met tikkeltjes en prikkelingen die de cultureel geïnteresseerde mens ook wel zal behagen. Dicht bij onze roots, dicht bij wat we kennen. Bij mij is dat Ledeberg, bij Arne de Brugse Poort. Arbeidersbuurten, kleine criminaliteit, de moeite om iedere maand rond te komen. Dat zit in onze stukken wel ingebakken. “En mededogen voor de zonde. Ik denk dat dat voor mij het sleutelwoord bij Compagnie Cecilia is. Wij zetten zondige, zwakke mensen neer die fouten begaan, domme dingen doen, maar je vergeeft ze omdat er wordt getoond waarom ze daar terecht zijn gekomen. Mijn personage in Trouwfeesten en processen is een alcoholicus die aan de morfine heeft gezeten, zonder enig verantwoordelijkheidsgevoel: hij herkent zijn dochter zelfs niet meer wanneer die goeiedag komt zeggen. Toch vinden mensen die gast sympathiek, omdat je het uitlegt. Een heel brede laag van de bevolking denkt: ‘Dat is zo ene, dus is die zo. Die doet dat, dus is die zo’. Je wordt onmiddellijk in een vakje gestopt. Wij willen die schuifjes net opentrekken.“Bij mij komt er nog eens bij dat ik heel graag mensen confronteer met hun vooroordelen en clichés. Ik ben een schoolmeester, ik moet dingen kunnen zeggen. Dat zal die oude journalist in me zijn. Arne heeft dat ook, die heeft ook van die gefundeerde meningen over hoe de wereld in elkaar zou moeten zitten, maar hij werkt dat op een andere manier uit: gewoon door die mensen daar neer te zetten. Bij Arne zijn er veel minder meningen dan bij mij, maar je kunt niet anders dan er een mening over krijgen. We maken heel andere stukken, maar het gaat wel over hetzelfde.”

Helpt het een beetje? Het debat wordt altijd maar harder, ruwer, assertiever. De cultuur van het grote gelijk heerst, niet die van het mededogen.

“Ik vrees dat je daar gelijk in hebt. Het onvermogen om zich in een ander te verplaatsen wordt groter. De empathie verdwijnt. Dat is een verrechtsing zeker, en het zal wel weer ooit de andere richting uitgaan, maar voorlopig moeten we het blijkbaar uitzitten. Het rechtse gedachtegoed, hoe intelligent en juist het soms ook is, heeft weinig met empathie te maken. Verplaats je toch een keer in die vluchteling die naar hier wil komen om een ander leven op te bouwen. Om dat te doen is moed nodig, zelfs wanhoop, een wanhoop die wij niet meer kennen. Is dan het enige wat je kunt zeggen: ze komen naar hier voor ons sociaal stelsel, ze profiteren van de ziekenkas en de kinderbijslag? Ach ja, zo kun je het zeggen. Je kunt ook zeggen: stel je voor dat jij in Tsjaad geboren was en vader was van vier kinderen, van wie er al twee zijn gecrepeerd van de honger. Wat zou jij doen? Dan kruip je toch op een gegeven moment aan de onderkant van een vliegtuig om dood te vriezen of om een nieuw leven te kunnen beginnen? Je moet je nog niet eens in die man kunnen verplaatsen, maar een beetje mededogen mag toch wel? En dat is alleen nog maar een maatschappelijke positie waarover we het hebben. Stel je voor dat je ook mededogen voor de zonde zou kunnen opbrengen. Alleen zitten we in een tijdsgewricht waarin men dat soort verhalen niet meer wil horen.“Joke was heel erg aangedaan door de zelfmoord van Yasmine, ook al hebben we haar maar een paar keer ontmoet. En dan hoor je hoe in de kranten en de boekskes wordt afgegeven op Marianne. Dat vind ik echt verschrikkelijk, dat snap ik niet. Dat je niet kunt zien hoe die zich moet voelen. Ik ken dat meisje helemaal niet, en die zal zoals wij allemaal wel haar foutjes en gebreken hebben. Ik weet evenmin wat voor een huishouden dat daar was. Maar om dan meteen te zeggen: ‘Kijk, dat is allemaal haar schuld’... Die vrouw moet verwerken dat haar ex zich van het leven heeft beroofd, die kampt sowieso al met een ongelooflijk schuldgevoel, die moet dat allemaal maar zien te bolwerken, en dan gaat de goegemeente haar bak nog eens voldoen. Dan denk ik: mevrouw Rosa en meneer Pier, houd uw muil. En verbrand je papier en breek je pen, voor je zoiets aan het papier toevertrouwt. Zwijg alsjeblief, je hebt het recht niet om zulke dingen te zeggen.“Ik ben daar echt gechoqueerd over. De weg die die Marianne moet gaan zal al wel hard genoeg zijn zonder dat iedereen er nog een schepje bovenop moet doen, zeker? Allee, het kan toch dat je verliefd wordt op een ander? Het kan toch dat Yasmine op dat moment in haar leven niet sterk genoeg was om dat te bolwerken? Dat kun je toch niet voorzien? Zo gaan de dingen. Waarom kun je dat niet aanvaarden? Maar het is typerend voor het gebrek aan empathie in de samenleving.“Enfin, het is waarschijnlijk van alle tijden, ik las laatst het verhaal over een dorpje in Frankrijk in de vorige eeuw, waar men met het hele dorp besloot een vreemdeling te doden, gewoon en alleen omdat hij vreemdeling was. Maar je hoopt toch dat de samenleving evolueert, dat we een beetje meer beschaving krijgen, dat we iets beter onze primaire angsten en driften kunnen beheersen.“Marleen Temmerman vertelde in De Morgen onlangs hoe kinderen in Afrika door de hele clan worden opgevangen, wij doen dat met twee. Je moet als mens vandaag je messen slijpen om het individualisme aan te kunnen, erin te overleven. Want je moet je sociaal netwerk onderhouden, je job goed doen, je gezin, je vriendenkring, alles moet proper onderhouden zijn. En o wee als dat niet lukt. Onze tuin is nu redelijk in orde, maar die heeft er een hele tijd verwilderd bij gelegen, gewoon omdat we geen tijd hadden om ermee bezig te zijn. Het commentaar dat je dan hier in het dorp kreeg, mannekes toch. Mensen kunnen er niet mee om dat je durft te zeggen: ik heb even twee jaar geen tijd gehad om met mijn tuin bezig te zijn.“Ik heb er ook een tijd voor gekozen om geen vrienden te onderhouden. Omdat ik pasgeboren kindjes had en te veel werk, en omdat ik niet meer wist waar ik nog de tijd vandaan gehaald zou hebben om ook nog eens de vriendschappen te onderhouden. Ik kan het niet minder doen op het werk, ik ben al 130 avonden op een seizoen weg. Sociaal is het een raar beroep: je kunt zaterdagavond nooit mee, want je moet spelen. Je moet je plezier uit de pinten na de voorstelling halen, vandaar dat er in dit vak nogal wat voor de drankduivel gevallen zijn. Je kunt niet alle balletjes in de lucht houden. Ik zal nooit minder tijd kunnen spenderen aan mijn werk, ik ben een workaholic. Op vakantie heb ik dan toch weer de banjo bij die ik speel in The Broken Circle, niet alleen omdat ik dat graag doe, maar omdat ik het moet onderhouden voor de voorstelling, én ook omdat ik binnen vijf jaar dat ding echt onder de knie wil hebben. Elk boek dat ik lees, alles is altijd in functie van dat werk. Als ik mij stilleg, weet ik met mezelf geen blijf. Het stopt nooit, het gaat altijd maar door.”

Heeft succes daarmee te maken, of waarvoor doe je het?

“In de beste der werelden waarschijnlijk wel, want dat zou willen zeggen dat je beloond wordt voor hard te werken. Ik weet het niet.”

Het zou toch moeilijker vol te houden zijn als je permanent afgekraakt zou worden.

“O, maar die mensen bestaan, die over mijn stukken zeggen: ‘Waar ben je nu in godsnaam mee bezig?’, en dat met de grootst mogelijke minachting.”

Maar er zijn er ook die je selecteren voor het Theaterfestival, de selectie van de beste stukken van het seizoen.

“In Nederland toch, ja. In Vlaanderen niet. Dat steekt wel. Nooit sant in eigen land, zeker. Misschien hebben de theaterwetenschappers het hier overgenomen. Nee, dat mag ik ook niet zeggen, het is waarschijnlijk niet eens waar. Ik weet niet waarom, maar het steekt, dat geef ik toe. Ik kan dat moeilijk uitleggen. Ik blijf zo dicht bij de kerktoren met de dingen die ik maak, ik probeer al die parochiezalen in Vlaanderen af te dweilen met mijn stuk. Arne is dan weer meer bezig met Europa, de wereld, met de vraag of zijn verhaal universeel genoeg is om een grote vertelling wereldwijd te kunnen plaatsen. ‘Mijn stuk speelt in New York, dus ik ben goed bezig.’ Bij mij is het: hoe dichter bij de parochiezaal, hoe trotser ik ben. En dan zegt er toch blijkbaar een Hollander: ‘Nou, best leuke voorstelling van die Vlaming’. En de juryleden van onze parochiezalen zeggen: ‘Bwaah, niet goed genoeg’. Dat steekt, ja.”

Het is ook niet het publiek in de parochiezalen dat kiest.

“Nee, dat is misschien het probleem. Want van dat publiek krijg je wel ongelooflijke dingen terug. Ik heb een mapje met reacties op The Broken Circle, dat geloof je niet. Ik heb doodsprentjes opgestuurd gekregen van mensen die een kind verloren hebben, die zeggen dat ze heel veel aan de voorstelling hebben gehad. Mensen die me mailen: ‘Ik ben met mijn dochter naar de voorstelling geweest, en we zijn nu eindelijk in staat opnieuw met elkaar te praten, ook al is dat heel lang zo moeilijk geweest’. Of: ‘Mijn vrouw is diepgelovig en we hebben daar al jaren ruzie over en nu zijn weer tot een modus vivendi gekomen’. Ontroerende verhalen, veel mensen ook die nu voor het eerst countrymuziek hebben ontdekt en daar veel troost in hebben gevonden. Dat is super, daar doe je het uiteindelijk wel voor.”

Toen ik kwam kijken had meer dan de helft van de zaal een zakdoek nodig.

“Er wordt veel gehuild, ja. Daarvoor spelen we niet, maar het geeft wel een ongelooflijke kick als je een verhaal vertelt dat zoiets teweegbrengt. Mieke moet soms stoppen met zingen, omdat ze te diep gaat en begint te huilen. Wanneer dat gebeurt en je kijkt omhoog en je ziet de tranen, dat ze mee zijn, dat is kippenvel, een soort wij-gevoel, een verbondenheid. Ik wou met Mieke iets maken met liedjes, en ik wou iets maken over God en godsdienst, religie en de politieke kant daarvan. De schoolmeester weer. Alle dingen in die voorstelling zijn er gekomen vanuit de noodzaak om te kunnen zingen en tegelijk iets over God te zeggen.“Maar het verhaal van Monroe en Alabama die een kindje verliezen aan kanker is er gekomen omdat we met dat countrymuziekgegeven zaten, waarin het altijd over de drama’s van het leven gaat. We moesten er dus een verhaal naast zetten dat de sfeer van die muziek oproept, die zelfs eist dat je zo’n verhaal met countrymuziek begeleidt. Dan was een dood kindje zowat het ergste drama. Want als je dat persoonlijke verhaal niet hebt, wordt het een betoog vol meningen over godsdienst, en kun je evengoed op een zeepkist gaan staan in Hyde Park.“Dat is dus geen echt nobele maar veeleer een puur dramaturgische reden, maar goed, toen zijn we mensen gaan interviewen die het meegemaakt hebben. En dan word je met een hamer tegen de grond geklopt, zo erg dat je je gaat schamen dat je net dat dramaturgische idee had. Daardoor ontstaat meteen ook een verplichting: gast, als je dit doet, moet je er wel ongelooflijk integer mee omgaan. Na dat interview met die madam was het: ofwel stoppen we nu, ofwel gaan we hier minder zakelijk mee om. Ik ben beginnen te schrijven, structureren, en op een bepaald moment wist ik dat het af was. We zijn het toen samen gaan lezen op een terrasje in Gent. We zijn twee keer moeten stoppen omdat we zelf aan het huilen waren. Toen wisten we dat we juist zaten, dat we het respectvol en sereen hadden gedaan. Tegelijk kwam de angst: gaan we dit nu zestig keer moeten spelen?”

Hoe moeilijk was dat om te doen als jonge vader? Zoiets komt toch wel erg dicht op je vel.

“Maar ik heb mijn kinderen al zoveel keer dood gedaan, alleen om Caligula te kunnen spelen. Om helemaal kapot op te komen breng je jezelf in een soort trance, waarbij je beelden oproept van je dochter die onder de wielen van een vrachtwagen ligt, of een wit kistje dat buitengedragen wordt. Jappe Claes heeft ooit gezegd: ‘Het klotige maar tegelijk fijne aan acteur zijn is dat er, wanneer je op de begrafenis van je vader staat te huilen, iets in je zegt: dit moet ik opslaan voor wanneer ik het ooit moet spelen’. Je blijft uit een soort masochisme die dingen oproepen, eigenlijk ongelooflijk onnozel, maar dat is wel wat je doet. Ik heb daarover nooit schroom gevoeld. Als je het doet, moet het juist zijn, anders moet je er afblijven. Mieke heeft zich ook als een gek op van die zelfhulpboeken gestort, om te weten door welke emoties je allemaal moet. Zij heeft de emotionele lijnen uitgezet, ik heb de godsdienstkritiek van Richard Dawkins en Dan Bennett erin gesmokkeld. We hebben ook veel van dat interview gebruikt, meestal de frasen die iedereen bijblijven: ‘Verdriet kun je niet delen, zelfs niet met je partner’ komt letterlijk uit dat interview met die vrouw.“Maar ik heb geen enkele illusie dat ik hierdoor zelf beter gewapend zou zijn wanneer het me ooit zou overkomen. Voor mijn eigen dood wel. Ik ben absoluut niet bang om te sterven. Zeg ik nu, tot ik gediagnosticeerd word met een verschrikkelijke ziekte. Maar als een van de kinderen iets overkomt... Ik denk dat ik dat wel rationeel zou kunnen plaatsen, zelfs zou overrationaliseren. Maar emotioneel zou je mij moeten bijeenvegen. Ik zal een hoopje zand zijn, alles waait dan weg.”

Misschien hebben we dan wel de godsdienst nodig, waar je in het stuk zo heftig tegen tekeergaat.

“Iedereen gelooft en denkt wat hij wil, dat maakt me niet uit. Alleen, ik schaar mij niet achter een God waar ik bang voor moet zijn, die me zegt dat ik hem moet geloven omdat ik anders een slecht mens zou zijn. Die God is mij te agressief en te sadistisch en te ingrijpend in al mijn levenskeuzes.“Een vorm van religie kan ik me wel voorstellen, maar niet de Jahweh van de monotheïstische godsdiensten, die een dictator over het leven van zijn gelovigen blijkt te zijn. Ik ben een volbloed atheïst. Omdat ik niet wil weten van een God die me zegt: ‘Ge moet, of ge gaat naar de hel’.”

Oké, maar vanwaar de behoefte tekeer te gaan tegen iets waarin je niet eens gelooft?

“Maar uw gazet staat er vol van, Yves. Er worden in naam van de religie nog steeds keuzes gemaakt die absoluut niet kunnen in een beschaafde wereld, omdat de godsdienst er een stokje voor steekt. Homo’s worden nog altijd op veel plaatsen vervolgd, de paus en het condoom... Enfin, religie is altijd politiek geweest, maar ik heb de indruk dat het weer erger wordt. Eind jaren zestig was er zo’n beetje hoop: we zijn stilaan toch naar het einde aan het gaan van al dat gedoe. Maar nu radicaliseert alles weer: mensen beginnen het weer oké te vinden dat er oorlog wordt gevoerd om religieuze redenen, de paus kraamt opnieuw allemaal onzin uit, het creationisme wordt verdorie bijna salonfähig. Die politieke godsdienst, daar moet je toch stelling tegen innemen. Maar op het einde van het stuk zeg ik tegen Alabama, die zelfmoord wil plegen: ‘Ga je de groeten doen aan Belleke als je ze ziet?’ Ik heb wel al mijn dingen over godsdienst kunnen zeggen, maar er is ook ruimte voor twijfel en uiteindelijk respect voor mensen die toch geloven. Voor sommigen is het immers het enige wapen om met zo’n drama om te gaan.“Die tirade werkt ook alleen omdat je begrijpt waarom Monroe zo gebeten is. Als de dokter hem zegt: ‘Hadden we tien jaar geleden verder mogen doen met stamcelonderzoek, dan hadden we wel iets gehad, maar nu heeft uw dochtertje nog twee weken te leven’. Dan denk je toch: fuck you, godsdienstfanatici die dat soort onderzoek verbieden. Die zou je toch moeten opsluiten? Enfin, mijn empathie tegenover sommigen is dus eerder beperkt, zoals je merkt. (lacht)“Mocht de kerk nu zeggen: ‘Die evolutietheorie klopt helemaal, maar ergens heeft ooit iemand er toch een briquet aangestoken, een vonkje gegeven waardoor het leven is ontstaan, en daar zat een meesterplan achter’, dan kun je nog praten. Maar nu mag je zelfs van sommigen de evolutietheorie niet meer uitleggen, je moet zeggen dat creationisme minstens een evenwaardige, zo niet valabelere hypothese is. De manier waarop ze aan de verhaaltjes uit de Bijbel blijven vasthouden, tegen ieder wetenschappelijk bewijs in. De argumenten die je soms leest: ‘De dinosaurusfossielen zijn er gelegd door Satan om ons te doen twijfelen aan het scheppingsverhaal’. Echt waar, zelf gehoord. Oké. (lacht) Maar dat zou Satan nooit doen, want dan ondergraaft hij het geloof in zichzelf, want hij kan niet bestaan zonder scheppende God. There ain’t no devil, there’s just God when he’s drunk, zei Tom Waits al.“Het is toch niet te accepteren. Dat hele homorechtengedoe, de behandeling van vrouwen in de monotheïstische godsdiensten. Het vrouwenstemrecht is er pas in 1948 doorgekomen in dit landje, dat doet je toch beseffen hoe pril onze beschaving eigenlijk is, en hoe weinig vanzelfsprekend je die mag vinden. Mag ik dat dan even zeggen?”

“Ik vind het absurd om België in de zomer te verlaten, en toch was ik een paar weken weg naar Italië, maar dat was dan ook al vijf jaar geleden. Ik heb iets met dat land. De fierheid van dat volk, die zich uit in alles wat je ziet en ruikt en proeft. Het enige land waar je mensen zou kunnen vergeven dat ze fascist zijn (lacht). Typisch dat ze daar dan zo’n premier kiezen en blijven herkiezen. Het is het beste eten van de wereld, overal zie je cultuur en design en schoonheid. Het is een ander soort fierheid dan de Vlaamse. Het is Caravaggio en Michelangelo, maar ook de kleren en de Vespa en het neorealisme van hun films uit de jaren vijftig en Dario Fo en heel goede romanschrijvers.“Ik was dus voor één keertje weg, maar eigenlijk is zomer voor mij België. Een broodje krab eten en goed weer, ik vind dat ongelooflijk. Ik ben geen reiziger. Mijn twee ouders zijn reisagenten, en elke zomer van mijn jeugd lag ik dus aan een hotelzwembad, was het niet in Spanje, dan wel in Mallorca of Tunesië. Terwijl ik alleen maar thuis wou zijn om te spelen met mijn maten. Ik heb toen voldoende hotelvakanties gehad voor mijn hele leven, denk ik, het hoeft voor mij absoluut niet meer. Hier in Vlaanderen vind ik de zomer fantastisch, ook omdat ik een nachtmens ben in hart en nieren. Mochten de kinderen er niet zijn, ik kroop elke dag ten vroegste om drie, vier uur in mijn bed. Het schitterende aan de zomer is dat je zo laat buiten kunt zitten ’s nachts of altijd nog ergens in het water kunt springen. In Florida kun je dat ook, waarschijnlijk het hele jaar door, maar daar kun je dan weer geen broodje krab eten en vind je geen bruine suiker voor op je pannenkoeken.“Er moet dus toch wel een Vlaams iets zijn waar ik niet zonder kan, maar ik kan het niet definiëren. Maar het is er, anders zou ik nooit zoveel heimwee hebben, zelfs in Italië. Joke niet, die heeft vakantiewee, die is een week niet aan te spreken als ze terugkomt. Ik heb dat als ik vertrek. Mijn plek voor de zomer is België, ’s nachts, een frisse pint in mijn handen, de Gentse Feesten, een terrasje, een beetje onnozel doen, discussies voeren en lachen, zonder een dik vest aan te moeten doen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234