Zaterdag 24/09/2022

'Mijn soort mensen'

Zo rijk is het oeuvre van Ed van der Elsken: een nieuw overzichtsboek kan zonder een van zijn beroemdste foto's. En in zwart-wit en kleur toont De verliefde camera dat het woord 'betreurd' passend gebruikt wordt bij deze te jong overleden Nederlandse fotograaf. RIK VAN PUYMBROECK

Die foto, Beethovenstraat 1967 heet die, toont drie meisjes die in de mooie summer of love de chique Amsterdamse Beethovenstraat oversteken. Hij is in kleur. Vandaag moeten de drie in de zeventig zijn. Hoe hun schoonheid bewaard bleef, is onzeker. Maar Van der Elsken gaf hen wel het mooiste cadeau: het eeuwige jonge leven.

In de overzichtstentoonstelling die tot 21 mei in het Stedelijk Museum van Amsterdam loopt, hangen de meisjes wel. Maar in het boek (dat je bezwaarlijk nog 'catalogus' kunt noemen, daarvoor is het te mooi en te weelderig en te kostbaar) dus niet. Op de cover wel twee rosse meisjes, Tweeling, België, 1968 lees je, en je kunt het je net zo goed afvragen: hoe zou het met hen zijn?

Curator Hripsimé Visser citeert Ed van der Elsken al vroeg uit een brief die hij op 2 april 1986 schreef: 'walking the streets with one little camera, three rolls of film, collecting my kind of people'. De fotograaf verzamelde 'zijn soort mensen' en Visser beschrijft hem zo: 'Een romanticus die eerst zijn eigen wanhoop herkende in zijn leeftijdsgenoten en vervolgens zijn eigen levenslust weerspiegeld zag in de mensen in zijn omgeving en op zijn reizen. Een jager op fotografisch wild die zijn prooien verleidde en uitdaagde.' Nog iets verder: 'Een kind van zijn tijd: somber in de jaren 50, rebels in de jaren 60, vrijgevochten in de jaren 70, bespiegelend in de jaren 80.'

In 1990 was hij dood. Kanker. Zelfs dat documenteerde hij in foto en in een film die Bye heette en verscheen net nadat hij op 28 december van 1990 overleed. 65 werd hij.

Alledaagse schoonheid

Die 65 jaren vulde Ed van der Elsken goed. Dat zie je in De verliefde camera, best mogelijke titel van boek en tentoonstelling dus, dat lees je in zijn biografie. Al zijn zelfs z'n foto's bijna een biografie. We zien zijn geliefden Vali Myers (waarover Stijn Tormans prachtig schreef in De zomer van 1976), Ata Kandó (fotografe van Hongaarse afkomst, ze is vandaag 103 en kreeg eind vorig jaar nog een expo in het Nederlands Fotomuseum), Gerda van der Veen en Anneke Hilhorst die uiteindelijk zijn weduwe werd. Sommige naakt, soms hijzelf erbij, altijd met zijn oog voor de alledaagse schoonheid.

In Amsterdam, in Parijs, in Afrika, in Japan en in Edam waar hij woonde en stierf. In zwart-wit natuurlijk vooral, maar niet uitsluitend. De rode meisjes op de cover hebben rood haar. Het ongeboren en al dode olifantje uit de buik van een pas bejaagde en gedode moeder in Centraal-Afrika bloedt in kleur. Het navrante beeld van blanke Amerikaanse toeristen die twee Zoeloe-kindjes in Zuid-Afrika fotograferen is dat ook. We zijn dan pas 1968. Een jaar eerder is het gips van een verder bijna naakte vrouw, turend naar de Zwitserse bergen, wit - maar haar slipje draagt gele en roze krullen.

Fysiek aanwezig

'Foto's zijn goed als je je ze blijft herinneren. En de zijne staan in mijn geheugen gegrift', schrijft de Amerikaanse fotografe Nan Goldin in dit boek. 'Zijn foto's van omhelzingen zijn meer dan foto's. Dat is heel duidelijk te zien in een opname van Simon Vinkenoog en zijn vriendinnetje. Het is alsof ik voor het eerst lichamen zie. Ze zijn zo fysiek aanwezig, zo naakt. Ik kan ze voelen.'

Op die foto zie je de schrijver zoenen in Parijs en haar borsten worden net donker als je de tepels zou zien, maar Goldin schrijft het juist. Alsof je ze kunt voelen. En vaak denk je ook dat je, mee door de ogen van Van der Elsken die over een uniek gezichtskader beschikte en die het jammer vond dat zijn oog geen camera was (waarmee hij voortdurend foto's kon maken), ziet wat mensen denken. Al zeker de mannen die hij in 1968 in Cebu, de Filipijnen, fotografeerde. Het is zijn versie van Ruth Orkins American girl in Italy uit 1951: al die begerige blikken voor één vrouw.

Ook vijftig jaar na Een liefdesgeschiedenis in Saint-Germain-des-Prés of zelfs langer na zijn jazzserie met Chet Baker, Ella Fitzgerald en Sarah Vaughan blijven de foto's van Van der Elsken je blik aanzuigen. Een kind in Afrika dat op armen gedragen wordt en één jongen die in de camera kijkt: de fotograaf is aan- en afwezig.

En al heel vroeg in Parijs, het is dan nog maar 1951, de blik van een vrouw die drie stoelen draagt. Later vrijen twee mensen in een tuin in Edam en zelfs in dit oer-Hollandse landschap drupt zijn meesterschap uit het boek.

Een quote van de fotograaf zelf zegt uiteindelijk alles: 'Ik ben niet met incidentele dingen bezig. Ik maak blijvertjes, mijn foto's... En die maak ik niet voor de aap zijn reet, dat moet een paar eeuwen meegaan.'

Tot 21 mei kunt u naar het Stedelijk Museum in Amsterdam. Van 13 juni tot 24 september naar Jeu de Paume in Parijs en begin volgend jaar zijn foto's van Ed van der Elsken in Madrid te zien. En bij al die beelden past dit door Hannibal mooi uitgegeven boek. Met het beeld van de uitgemergelde zieke fotograaf door Anneke Hilhorst als les: fotografen blijven eeuwig leven.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234