Zondag 17/11/2019

Reportage

Mijn school, zo veel kleuren later

Leraar Jo Christiaens en zijn multiculturele klas. 'De sonnetten van P.C. Hooft heb ik maar geschrapt.' Beeld Eric de Mildt

Tot 25 jaar geleden was het Antwerpse Sint-Lodewijk een witte snobschool, vandaag worden de klassen vooral bevolkt door kinderen van migranten. Over die diversiteit maakten de leerlingen een musical. Oud-leerling Jeroen de Preter volgde de repetities, en had bijna zin om mee te doen.

In 1988 haalde het Vlaams Blok schijnbaar uit het niets bijna 18 procent bij de Antwerpse gemeenteraadsverkiezingen. Ongetwijfeld kwam die score voor velen als een verrassing, al kan ik me van enige ophef over dat resultaat niks herinneren. Wat ik me wel nog herinner, was de deining een maand later, toen Panorama een reportage bracht over het fenomeen op de zender die toen nog de BRT heette.

Voor die reportage was Panorama naar de Noord-Antwerpse wijk Seefhoek getrokken. Het resultaat was een rauwe, onversneden brok racisme. Het was de vinger op een wonde die de volgende jaren nog veel harder zou gaan stinken. De Panorama-reportage was ook niet onopgemerkt gebleven bij ons, de vijfdejaars van TSO-school Sint-Lodewijk, pal in het hart van Antwerpen. Maar of we ze wel als "vinger op de wonde" hadden herkend? Ik denk het niet. Onze school werd toen nog voornamelijk bevolkt door kinderen uit de hogere middenklasse.

Opvallend vaak waren het zonen van ondernemers of adellijke families, jongens voor wie een boekentas nog een cartable was. In hun en mijn ogen waren de personages die Panorama had opgevoerd in de eerste plaats freaks. Dé grote vedette van de reportage was een volksfiguur met een veel te grote ziekenfondsbril, die bralde over de "bananenfretters die dringend verdelgd moesten worden". Zijn stopzinnetje - zwanst na nie - drong binnen de kortste keren door tot onze omgangstaal. Om maar te zeggen: wat Panorama had getoond, vonden wij eerder marginaal dan onheilspellend.

De Seefhoek was ver van ons bed, en dat gold minstens evenzeer voor het multiculturele vraagstuk dat zich in deze volkswijk al zo pertinent stelde. Kijk naar de klasfoto van toen. Hij is gemaakt in 1988, en toont het vijfde jaar Secretariaat-Moderne Talen van deze school. Zonder uitzondering bleekscheten.

Helaas is er ook een bleekscheet die op deze foto ontbreekt. Hij is de held van dit verhaal. Jo Christiaens, leerkracht Nederlands en Engels, was in 1988 23 jaar jong. Vijf Secretariaat- Moderne Talen was zijn eerste klas. Hij is sindsdien nooit van job of werkgever veranderd.

Het vijfde jaar Secretariaat-Moderne Talen in 1988: zonder uitzondering bleekscheten, met Jeroen de Preter links onderaan.

Gered door Aminata Demba

Jo Christiaens stuurde me op 3 februari jongstleden een bericht. Of ik wilde komen kijken naar de musical die hij samen met de leerlingen van Sint-Lodewijk had gemaakt? Drie weken later sta ik in de refter van mijn oude school. Dadelijk zal hier een van de laatste repetities beginnen voor Nomaden van de stad, een door Jo Christiaens geschreven voorstelling over diversiteit, racisme en - brandend actueel - de vluchtelingencrisis. Terwijl ik sta te wachten, voel ik me - heel even - teruggeworpen in de tijd. Dezelfde fletse kleuren, dezelfde duffe geuren, je zou er opnieuw schoolmoe van worden.

Maar dan sijpelen de acteurs binnen. Het zijn - een enkele uitzondering niet te na gesproken - allemaal kinderen van migranten. Het enthousiasme spat ervan af, nog voor ze een seconde hebben gespeeld. Jo Christiaens vertelt me dat het ooit anders was. "Tot tien jaar gelden schreven alleen de blanke leerlingen zich in voor ons schooltoneel. Ik heb toen ernstig overwogen om ermee te kappen. In mijn ogen had het geen zin om in een multiculturele school iets te maken waar alleen maar een kleine blanke minderheid bij betrokken was.

"Je zou kunnen zeggen dat het schooltoneel in extremis nog werd gered in 2006, het jaar dat we Shakespeares Midzomernachtsdroom hebben gespeeld. Voor het eerst deed er ook een leerlinge met Afrikaanse roots mee. Ze deed dat zo goed dat ik haar een jaar later een hoofdrol heb gegeven.

"Het meisje in kwestie, Aminata Demba, is ondertussen een gewaardeerde actrice geworden. Ze heeft zelf ook al een paar prachtige voorstellingen geschreven, onder meer voor 't Arsenaal in Mechelen. Als ik naar die voorstellingen ga kijken, houd ik het maar zelden droog. Aminata heeft ondanks haar leeftijd al een bijzonder hard leven achter de rug. En natuurlijk heeft de ontroering ook veel te maken met wat ze heeft betekend voor ons toneel, in mijn ogen het mooiste project van deze school.

"Aminata heeft andere kinderen met een migratieachtergrond geïnspireerd om zich ook voor het toneel in te schrijven. Sinds haar deelname heb ik het aantal inschrijvingen jaar na jaar zien toenemen. Aan de musical die we dit jaar spelen, doen alles samen minstens vijftig leerlingen mee. Allemaal jongens en meisjes met vreemde roots.

"Dat toneel geeft mij elk jaar weer een geweldige boost. Maar dat geldt zeker ook voor die gasten. Een van mijn meest enthousiaste acteurs is Mohamed El Fatimi, een kerel van twintig die hier een bijzonder moeilijk parcours heeft afgelegd. Intussen is hij helemaal opengebloeid, en komt hij zelfs met zichtbaar plezier naar de school. Dat heeft ongetwijfeld ook te maken met het toneel. Mohamed gaat daar helemaal in op. Dat vind ik mooi, ook al omdat theater een cultuurvorm is waar hij anders, net als zo veel andere jongens en meisjes in onze school, nooit mee te maken zou krijgen."

Moestafa El Haj Abdo. Beeld Eric de Mildt
Karen Coxe (l.) speelt een scène 'op de bus'. 'Ouderen vertikken het soms nog om naast je te komen zitten.'

Oude mensen

Dinsdagnamiddag, in de aanloop naar alweer een nieuwe repetitie praat ik met vijf jongens en meisjes die de voorstelling mee dragen. Een van hen is Mohamed, de ooit zo lastige leerling waarvan zonet sprake. In Nomaden van de stad speelt hij een oude Marokkaan in djellaba. Zijn vertolking is telkens weer een hit bij z'n publiek. Veel kunst is er volgens hem nochtans niet aan. "Ik doe gewoon mijn vader na." Of zijn vader straks zal komen kijken? "Nee", zegt Mohamed. "Toneel interesseert hem niet, en hij zou er ook niks van begrijpen. Maar mijn broers en zussen komen wel. (lacht luid) Alle twintig."

Mohameds grapje had perfect uit Nomaden van de stad kunnen komen. Het is een voorstelling over clichés, stereotypen en racisme, issues die deze leerlingen blijkbaar nog altijd bijzonder na aan het hart liggen. "Ik heb me in de eerste plaats voor het toneel inschreven vanwege de thema's", zegt Karen Coxe (16), een kind van Angolese ouders. In Nomaden van de stad zet Karen met bijzonder veel verve het cliché van de Afrikaanse mama neer.

"Het stuk doet ons nadenken over stereotypen en racisme. Dat vind ik belangrijk. De mensen gaan daar vandaag soms veel te licht over. In de voorstelling is er een scène over racisme op de bus. Als Afrikaan maak je dat nog altijd vaak mee. Zeker oudere mensen kunnen soms nog niet goed om met de nieuwe realiteit in onze stad. Sommigen vertikken het gewoon om naast je te komen zitten, zelfs al zijn ze niet goed te been."

Of racisme samen met die 'oude mensen' zal uitsterven? Chaimae Meliani, 19 jaar, Marokkaanse roots, is daar nog niet zo zeker van. "In deze school heb ik - echt waar - nog nooit racisme gezien. Maar de kans is wel groot dat ik er straks, als ik moet gaan solliciteren, wél mee te maken zal krijgen. Als een Belg en een Marokkaan solliciteren voor dezelfde job, heeft de Belg de meeste kans, ook al hebben ze hetzelfde diploma. Dat is geen mening maar een feit."

Moestafa El Haj Abdo (18), een Belgische Syriër, had zo zijn eigen reden om zich voor het schooltoneel in te schrijven. Hij vertelt dat hij de afgelopen jaar enkel naar het schooltoneel ging kijken. "Ik deed niet mee omdat het altijd sprookjes waren", zegt hij. "Deze voorstelling gaat over onze realiteit. Dat is veel interessanter."

Moestafa's bijdrage tot de voorstelling blijft overigens niet beperkt tot een rol. In Nomaden van de stad zit ook een filmpje van zijn hand. Hij maakte het onlangs in het asielcentrum van Kapellen, de verblijfplaats van zijn neef, een jonge Syrische vluchteling die hier drie maanden geleden arriveerde.

Moestafa lijkt aanvankelijk niet geneigd om er veel over te vertellen. Tot de andere leerlingen het lokaal hebben verlaten. Dan komt het er in één geut uit. Moestafa vertelt me over vroeger, toen er in Syrië nog geen oorlog woedde. Elke zomer trok hij met zijn familie voor twee maanden naar Aleppo. "Mijn grootouders van vaders kant hadden er een reusachtig groot huis. Elke donderdag kwamen we daar met de familie samen. Ook al mijn neven en nichten waren daar. In dat huis zat soms wel honderdtwintig man. Het was een mooie tijd, die misschien wel nooit meer terugkomt.

"Onlangs heb ik een filmpje uit Aleppo gezien. Het toonde het huis van mijn grootouders, helemaal kapot. Aan dat huis van mijn grootouders moest ik ook denken toen ik mijn neef ging bezoeken in het opvangcentrum in Kapellen. Het contrast vond ik heel moeilijk te verdragen."

Moestafa zegt dat hij ervan droomt om op een dag naar Aleppo terug te keren. "Ik hou van Antwerpen, maar mijn hart ligt daar. Het heeft te maken met de kleine dingen. Het dagelijkse leven. Mijn opa die me wekte om naar de moskee te gaan. Het werk in zijn slagerij. Samen naar de markt gaan voor het avondeten. Die dagelijkse routine mis ik hier. Echt waar, mijnheer, ik zou zo een miljoen betalen om nog een keer zo'n dag te beleven."

Luisa Rangel.
Beeld Eric de Mildt

De stem van de Seefhoek

De avond is gevallen, in de kelder van de school is een dertigtal leerlingen samengekomen voor een laatste repetitie van de dansjes en de muziek. Al is repetitie misschien niet het juiste woord. Nauwelijks heeft de band het eerste nummer ingezet, of de tent gaat in de fik. Het is het begin van een bruisend, bij momenten haast zwoel feestje. Een lofzang op de multiculturaliteit, al krijgt die nog dezelfde avond een tegenstem.

Als het gros van de leerlingen naar huis is, laat Jo Christiaens zijn personage Willy los. Willy is de stem van de Seefhoek. Hoewel veel zachter van toon, roept zijn elegie verre herinneringen op aan de beruchte Panorama-reportage uit 1988. Willy vraagt ons om het multiculturele vraagstuk ook eens te bekijken vanuit zijn standpunt, "dat van een Belgische man die al meer dan 50 jaar in deze stad woont, en die elk jaar ziet veranderen".

Christiaens is met deze standpunten vertrouwd. Eerder die dag had hij me verteld hoe ook een aantal van zijn (ex-)collega's de radicale verandering van hun school maar moeilijk kon verteren. "Helemaal onbegrijpelijk was dat niet", vindt Christiaens. "Die verandering is echt razendsnel gegaan. Toen jij hier vertrok, was Sint-Lodewijk nog de snobschool onder de TSO-scholen. Als ik me niet vergis, had ik in 1992 voor het eerst een jongen met Marokkaanse roots in de klas. Nauwelijks vijf jaar later was al bijna de helft van onze leerlingen van vreemde origine. Intussen zijn de volbloed Belgen hier een kleine minderheid. In mijn klas zitten er nog welgeteld twee.

"We hadden dat proces ook kunnen tegenhouden. Je hebt scholen die de verkleuring via de inschrijvingen proberen te beperken. Onze school heeft ervoor gekozen om dat niet te doen, en multiculturaliteit in de eerste plaats als een verrijking te benaderen. Ik sta nog altijd honderd procent achter die keuze, ook al was het niet de makkelijkste. Zeker voor een vak als Nederlands heeft die keuze gevolgen gehad.

"Onvermijdelijk ligt het niveau voor dat vak vandaag wat lager dan 25 jaar geleden. Bijna al onze leerlingen spreken thuis een andere taal. Daar komt ook nog eens bij dat ze haast allemaal zijn opgegroeid in een gezin zonder leescultuur."

Het brengt ons bij een oude liefde, de literatuur. Jo Christiaens las ons destijds voor uit De avonden van Reve. Hij liet ons De man die werk vond van Herman Brusselmans lezen. Tussendoor wilde hij ons ook nog wel eens een sonnet van P.C. Hooft in de maag splitsen. Ik vond het allemaal prachtig, maar zie.

"P.C. Hooft heb ik geschrapt, hij staat ook al even niet meer op de lijst. Maar ik troost me met de gedachte dat de poëzie nog niet helemaal uit mijn lessen is verdwenen. Ik wil bijvoorbeeld nog wel eens een gedicht van Herman de Coninck voorlezen. (lacht) Zijn gedichten maken mij nogal emotioneel. Soms gebeurt het dat de leerlingen meegaan in mijn emotie. Poëzie is iets universeels. Ik denk ook niet dat het zo moeilijk is om de essentie ervan over te dragen. Maar je verkoopt de zaak natuurlijk niet door hen te vervelen met de regels van het sonnet.

"Dt-regels aanleren is vandaag niet evident, al betwijfel ik of dat anders is in blanke ASO-scholen. Maar anders dan ASO-scholen worden wij natuurlijk wel veel vaker geconfronteerd met kinderen die een grote taalachterstand hebben. Soms, niet heel vaak, is die achterstand zo groot dat je die niet meer weggewerkt krijgt. Het gebeurt wel eens dat we er een leerling doorlaten waarvan ik denk: die hadden we 25 jaar geleden nog tegengehouden.

"Daar tegenover staan gelukkig ook grote succesverhalen. Luisa Rangel, het meisje dat in de voorstelling een Marokkaanse moslima speelt, is een mooi voorbeeld. Luisa is een Colombiaanse. Vijf jaar geleden is ze naar België gekomen, ze sprak geen woord Nederlands. Inmiddels is ze, ook voor Nederlands, bij de allerbesten van de klas. (lacht) In de voorstelling spreekt ze zelfs bijna vlekkeloos Nederlands met een Marokkaans accent."

Jo Christiaens. Beeld Eric de Mildt
Het publiek op de première is dolenthousiast. Beeld Eric de Mildt

Nooit uitgeblust

Een misschien wel overbodige slotvraag nog. Of hij het na al die jaren nog graag doet? Hij knikt. "Ik weet wel, het is niet zo moeilijk om als leraar uitgeblust te raken. Maar mij is het gelukkig nooit overkomen. Ik denk dat ik ook wel weet hoe dat komt. Ik heb me van de regeltjes altijd zo weinig mogelijk aangetrokken. Als ik altijd binnen de lijntjes had gekleurd, dan had ik hier niet gezeten."

Binnen de lijntjes kleuren deed deze leraar ook al niet in 1988. Jo Christiaens was van het anarchistische type, een leraar die weinig of geen moeite deed om zijn gezag te laten gelden. Desondanks - of misschien wel net daarom - hadden weinig leraren zoveel gezag als hij. Blijkbaar is er minstens op dat vlak in al die jaren niks veranderd.

Het is donderdagavond, vijf minuten voor de start van de première, in de ariestenfoyer wordt nog tegen de sterren op getetterd. Tot mijnheer Christiaens even in de handen klapt. Plots is het muisstil. Er volgt nog een laatste belangrijke aanwijzing. Christiaens vertelt zijn pupillen dat het publiek straks weleens zou kunnen gaan lachen of applaudisseren. "Als dat gebeurt, moet je zwijgen tot het weer stil is in de zaal. Anders gaat je tekst verloren."

De aanwijzing zal zijn nut die avond meer dan eens bewijzen. Het publiek is dolenthousiast, de acteurs zijn zo mogelijk nog enthousiaster. Luisa Rangel, bijvoorbeeld, het meisje uit Columbia dat vanavond met zo veel overtuiging een felle moslima heeft neergezet. Het is laat op de avond als ze, overgelukkig, de artiestenfoyer komt binnengehuppeld. Ze zegt dat ze net met een Marokkaanse vrouw heeft gesproken. "Ze vertelde me dat mijn Arabisch perfect is. Kunt u een mooier compliment verzinnen?"

De voltallige cast van de musical Nomaden van de stad.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234