Zaterdag 06/06/2020

'Mijn rol in België is uitgespeeld'

'Dit is geen afscheid van België', verklaart Abou Jahjah bij de voorstelling van zijn boek Dagboek Beiroet-Brussel. 'Maar ik verhuis wel naar Libanon. Mijn rol in België als activist is voorbij. Ik heb mijn rol vervuld en dat was ook nodig. Maar anderen zullen het overnemen.'

Door Georges Timmerman

In juli vorig jaar, enkele dagen na het begin de Israëlische inval in Zuid-Libanon, arriveerde Abou Jahjah in zijn geboortedorp Hanin. Het gebied werd volledig gecontroleerd door het verzet, een coalitie van Hezbollah, Hamas en de Libanese communistische partij. "Ik ging naar mijn kamer", schrijft Abou Jahjah. "Onder mijn bed lag een oude valies van mij. Ik opende die en nam er een oude militaire vest uit, mijn AK-47 (een kalasjnikov, GT) en vijf kogelladers, twee handgranaten, een militair mes en militaire schoenen. Mijn oude uitrusting van eind de jaren tachtig, begin jaren negentig, toen ik deelnam aan de militie van het volksbevrijdingsleger in Oost-Sidon als jonge knaap en aspirant. Toch kwam het bijna zestien jaar later nog van pas. Ik plaatste een lader in het geweer en de vier andere stak ik in de zakken van mijn militair vest. Ik trok mijn legerlaarzen aan en stak het mes en de granaten terug in de valies."

Gewapend en wel sloot Abou Jahjah zich vervolgens aan bij een eenheid van de Hezbollahmilitie die Hanin verdedigt. Hij beschrijft hoe die eenheid deelnam aan een militaire operatie tegen een groep Israëlische commando's die in de omgeving waren gedropt en hoe ze werd aangevallen door Israëlische F-16-gevechtsvliegtuigen. Tussen de militaire operaties door ging hij soms voor een paar dagen naar Sidon om zijn ouders te bezoeken of om het fameuze tv-interview te geven aan VRT-journalist Rudi Vranckx. "Je kunt het verzet ook steunen zonder zelf te vechten", verklaarde hij toen voor de camera. "Het interview ging over mijn rol, jammer genoeg", schrijft hij nu, "terwijl ik eerder over de zaak wilde praten, maar de media zijn gericht op sensatie en daar kan zelfs Vranckx niets tegen doen."

Dat de via nationaliteitsverwerving Belg geworden Libanees verklaart de wapens te hebben opgenomen in dienst van een buitenlandse mogendheid is niet zonder risico. Hij riskeert daarmee zijn Belgische nationaliteit kwijt te raken. Daarom spuit hij in het voorwoord van zijn boek een portie flou artistique: "Om alle mogelijke controverse te vermijden, zal ik hier maar duidelijk maken dat ik dit boek in de vorm van een verhaal schrijf, een soort roman. Ik benadruk dat dit verhaal fictief is wanneer het gaat over mijn persoonlijke rol, je hoeft het niet te lezen om te zoeken naar wat ik in Libanon ben gaan doen of niet gaan doen. Alles wat over mij hier geschreven is, kan pure fictie zijn." Op de persvoorstelling preciseerde de auteur dat bepaalde conversaties die hij beschrijft bijvoorbeeld op een ander moment hebben plaatsgevonden. Maar de mogelijkheid dat zijn persoonlijke avonturen "fictie" zouden kunnen zijn, noemt hij ook "handig, indien er bijvoorbeeld juridische discussies zouden ontstaan".

De oprichter en voormalige leider van de Arabisch-Europese Liga (AEL) flirt al jaren openlijk met de Hezbollah, de Partij van God. Toen vorig jaar bleek dat hij zich vrijelijk kon bewegen in de door Hezbollah gecontroleerde oorlogszone bewees hij dat zijn relaties met die radicale militie uitstekend waren. In zijn nieuwe boek beleidt Abou Jahjah voor het eerst openlijk zijn grote liefde voor Hezbollah en zijn leider, sjeik Hassan Nasrallah. Hoewel hij als "seculiere linkse persoon" geen affiniteit heeft met Hezbollah op ideologisch vlak en nadrukkelijk stelt geen lid te zijn van Hezbollah bekent hij toch "een enorme sympathie" te hebben voor die partij.

Nasrallah is volgens Abou Jahjah "een uitzonderlijk man, een historische figuur en iemand die ons vertrouwen verdient. Toen hij de partijleiding overnam, was hij jong en onervaren, en toch slaagde hij erin om met zijn uitzonderlijke charisma en welbespraaktheid en met zijn redelijke en pragmatische aanpak zonder van zijn principes af te wijken de partij tot een andere dimensie te brengen. Met Nasrallah is de Hezbollah een partij van het volk geworden, en niet alleen van haar leden en mensen die ideologisch dicht bij haar staan. Zijn eeuwige glimlach en gemodereerde toon, gekoppeld aan zijn sterke standvastigheid, waren een onweerstaanbare mix voor een volk dat naar een integere en gekwalificeerde leiding snakte." Nasrallah is de belangrijkste man die ik in mijn leven heb ontmoet, stelt Abou Jahjah. "Hij is niet gewoon een politicus, niet gewoon een leider, maar een historische figuur waarover men in de komende eeuwen nog zal praten."

"Ik heb Nasrallah voor het eerst ontmoet in 2001 in Beiroet", schrijft hij in Dagboek Beiroet-Brussel. Die uitspraak is in tegenspraak met de verklaringen die hij destijds heeft afgelegd in het kader van zijn aanvraag voor politiek asiel, toen hij begin jaren negentig in België arriveerde. Hij hing toen een verhaal op hoe hij uit Libanon was moeten vluchten omdat hij ter dood was veroordeeld door Hezbollah. Naar eigen zeggen had hij zich in 1988 als zestienjarige aangesloten bij Hezbollah om te vechten tegen de Israëlische bezetting van Zuid-Libanon. Aanvankelijk zou hij zijn studie gecombineerd hebben met militaire acties, maar enkel in de weekends. Begin 1991 zou Nasrallah hem gevraagd hebben om voltijds operationeel te worden. Toen Abou Jahjah weigerde, omdat hij zijn studie voort wilde zetten, werd hij naar eigen zeggen op 15 januari 1991 ontvoerd door een Hezbollahcommando en de volgende dag door een islamitische rechtbank, voorgezeten door Nasrallah, ter dood veroordeeld wegens verraad en dienstweigering. Een week later kon Abou Jahjah zogenaamd ontsnappen, werd hij op een boot gesmokkeld en arriveerde hij via een Nederlandse haven in ons land.

Zoals bleek uit zijn pathetische afscheidsbrief en uit menige passages in zijn boek ging Abou Jahjah vorig jaar naar Libanon met een death wish. Hij rekende er min of meer op te sneuvelen als een martelaar in de strijd tegen de Israëli's. Maar het verzet hield stand, ook tot zijn eigen verbazing. "Vanaf het moment dat het duidelijk werd dat we zouden winnen", schrijft hij, "begon ik angst te krijgen. De woede was weg, de frustraties waren weg en plotseling wilde ik leven om van de overwinning te kunnen genieten." Na ongeveer een maand oorlog "kwam het bevel om de wapens te verbergen en de militaire uitrustingen uit te doen". Abou Jahjah keerde terug naar België "om een paar hoofdstukken af te sluiten" en kondigt nu aan dat hij binnenkort definitief naar Libanon verhuist. "Meer dan ooit is dit het land waar ik wil leven en sterven", noteert hij. "Philip Dewinter, die mij een vreemdeling noemt, mag gelijk krijgen. In mijn hart ben ik altijd een vreemdeling gebleven, ook al ben ik juridisch gezien evenveel Belg als hij."

Dagboek Beiroet-Brussel, Meulenhoff/Manteau, 256 p., 18,95 euro

Dyab Abou Jahjah:

Philip Dewinter, die mij een vreemdeling noemt, mag gelijk krijgen. In mijn hart ben ik altijd een vreemdeling gebleven

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234