Vrijdag 02/12/2022

'Mijn professionele leven is één grote blufoperatie'

Nic Balthazar is veel. Een regisseur die met Tot altijd een wonderschone film heeft gemaakt. Een mens die bewust aan gretig leven doet. Een denker die elke ochtend wakker wordt met het besef dat de wereld binnenkort naar de kloten gaat, als we niet uitkijken. Een man die nog meer houdt van vrouwen dan van mannen. Een goeie prater met een uitgesproken eigen gedacht. Griet Op de Beeck

Het blijkt in die zin niet moeilijk om vele uren met Nic Balthazar te praten. Of het nu tijdens een lange zit op café is, of tussen de bedrijven door on the road, zoals die eerste avond, toen hij in een cinema in West-Vlaanderen de zoveelste staande ovatie in ontvangst mocht nemen.

Wat misschien nog het allermeest opvalt: hij is een man van contrasten. Eén voorbeeld: "Toen ik in de Germaanse las over al die getormenteerde artiesten, heb ik beslist: als het de kunst is of het leven, doe mij dan maar het leven. Maar ondertussen zit ik evengoed op mijn zolder aan twee nieuwe scenario's te schrijven. Daar worstel ik mee, en toch moet het ook zo."

Wat is uw vroegste herinnering?

"Een mens maakt achteraf natuurlijk een mythe van zijn eigen jeugd, maar ik denk echt dat ik in mijn vroegste herinnering deelneem aan een betoging. Ik zit in een zandbakje te spelen terwijl mijn moeder (Josiane Rimbaut, GODB), een van de eerste dolle mina's in ons land, staat te speechen voor camera's en fotografen. Her en der liep politie rond. Want ze had met een bende vrouwen een crèche bezet die niet open mocht. In die tijd - we spreken 1966 - was het namelijk not done dat moeders gingen werken.

"Ik heb dat geëngageerde van mijn ouders altijd ongelooflijk cool gevonden. Onlangs zag ik in jullie krant een oude foto van de eerste anti-atoommars, en wie stond er vooraan? Precies, mijn vader (Herman Balthazar, de voormalige Oost-Vlaamse gouverneur, GODB) en mijn moeder. Hij had dat georganiseerd. Dat ontroerde mij geweldig."

U bent in een aantal opzichten duidelijk in hun voetspoor getreden. Hebt u zich ook tegen hen afgezet?

"Ik ben altijd 'de brave zoon' willen blijven, denk ik. Ken je dat liedje van Bram Vermeulen, 'De wedstrijd'? Dat gaat over een vader-zoonrelatie: 'Het is een wedstrijd die je niet winnen kan. Papa kijk dan, papa kijk dan naar mij.' Dat herken ik heel goed, het gevoel van: heb ik nu de schuldenlast ingelost? Mijn vader was een plus est en vous-opvoeder. Zijn favoriete citaat was er eentje van Willem De Zwijger: 'Point n'est besoin d'espérer pour entreprendre, ni de réussir pour persévérer', oftewel: het is niet nodig om hoop op succes te hebben om iets te ondernemen, noch is het nodig om meteen te slagen om toch door te zetten.

"Enerzijds heel tof, al dat geloof en vertrouwen. Anderzijds ook lastig, die torenhoge verwachtingen. Zeker met een broer als de mijne. Een schandelijk slimme mens, bovendien een vreemd-mystieke eeneiige tweeling met mijn vader, zij het met 25 jaar ertussen. Tom was al volwassen op zijn zevende of zo. Hij voerde politieke discussies aan tafel toen ik nog met rekkers naar vliegen zat te schieten."

Had je het gevoel dat je vader je broer meer waardeerde dan jou?

"Mijn moeder zei altijd: 'Je broer zie ik het liefst omdat hij de oudste is, en jou zie ik het liefst omdat je de jongste bent.' Je moet zelf kinderen maken om te begrijpen hoe juist dat is. Ik denk niet dat mijn vader een voorkeur had. Hij kon zich natuurlijk makkelijker identificeren met mijn broer, tegelijk is het niet ondenkbaar dat hij jaloers was op de totale onbezorgdheid waarmee ik in het leven stond. Honderd keer heeft mijn ma dat gezegd: 'God schiep de dag en Nic wandelt er door.'"

Kun je uitleggen hoe die verwachtingen je bepaald hebben?

"Ik speelde bijvoorbeeld van jongs af toneel, met de volle steun van mijn ouders. Maar toen ik op mijn achttiende een opleiding regie aan het Rits overwoog, heeft mijn vader me meegenomen op een lange wandeling langs de Schelde, en toen we terugkwamen ging ik Germaanse filologie studeren. Hij kon je het gevoel geven dat je zo'n beslissing helemaal zelf had genomen (lacht). Ik ben afgestudeerd met grote onderscheiding. Was het nu genoeg?

"Later mocht ik het in allerlei media over film hebben. Ik herinner me dat ik op een bepaald moment in Parijs de broers Taviani kon gaan interviewen, helden van mijn vader. Het werd een groot artikel in 'DS Magazine': een stuk van vier pagina's én de cover. Ik dacht: als ik deze bizon voor de tent van mijn pa ga leggen, moet dat toch indruk maken. En wat zegt hij? 'Ja, dit is prachtig, en wanneer ga je eens voor The Guardian schrijven, of zo?' Hij blijft het tegenspreken, toch is het volgens mij echt zo gebeurd. Misschien was het ook wel een goede motor: een vader die niet al te snel tevreden is. Ik merk dat ik mijn eigen kinderen ook met dat citaat van Willem De Zwijger om de oren mep."

Je bent antiautoritair opgevoed. Was dat alleen maar leuk?

"Lang voor alle pedagogen daar boeken over vol schreven, revolutionair toch? Wij mochten zelf bepalen wanneer we naar huis kwamen, we kregen nooit straf. Ik geloof in die aanpak. Nadeel was wel dat mijn pa nu en dan in zijn 'vader is niet boos, vader is teleurgesteld'-modus schoot. De natte dweil van stilte die je dan in je nek kreeg... Dat probeer ik mijn eigen kinderen toch te besparen. Anderzijds, ik heb ook wel dingen uitgevreten waar een flinke straf op haar plaats was geweest."

En in welke zin heeft je opvoeding je gesterkt?

"Ik heb me altijd met swingende overmoed en onbezonnenheid gestort op elke kans die ik kreeg. Mijn professioneel leven is één grote blufoperatie. Wil je op je 21ste theater recenseren voor De Morgen? Tuurlijk. Wil je een programma over klassieke muziek presenteren? Ik kon geen mol van een kruis onderscheiden, maar ik werd het gezicht van Mollen en kruisen op tv Twee.

"Toen ik regisseur Jim Jarmush ooit ging interviewen, zei hij dat hij niet wist wat zijn volgende project zou zijn, en hij voegde eraan toe: 'If you don't know where you're going, it's a lot harder to get lost.' Dat heb ik tot mijn eigen motto gemaakt. Ik ben lang de yes-man geweest, zoals Jim Carrey in de gelijknamige film. Openstaan voor wat op je af komt en aanpakken waar je zin in hebt. Dat ben ik blijven doen tot mijn veertigste. Toen vond ik dat het tijd werd om scherper te kiezen."

Zijn er yessen waar je achteraf spijt van hebt gekregen?

"Eentje misschien, al moet je ook achter je stommiteiten durven te staan, vind ik: Het swingpaleis. Iedereen had mij gewaarschuwd: doe dat niet. Toen ze me voor dat programma vroegen, moest ik denken aan Josse De Pauw, die ik in verschillende staten van geestesverruiming 'Lasciatemi cantare' had zien zingen op de Place de l'Horloge in Avignon. Dus dacht ik: dat moet kunnen."

Hoe belangrijk vind je het om door zo veel mogelijk mensen graag gezien te worden?

"Daar ga je recht naar mijn zwakke plek. Het is in de loop der jaren wel verbeterd, maar eigenlijk wil ik dat zelfs de beuzakken me graag zien, wat redelijk lullig is.

"En toch. Ik geef toe: ik vind het een prettige gedachte dat er veel volk naar mijn begrafenis zal komen. Ik ben iemand die snel zijn hart geeft. Misschien is dat zelfs mijn grootste talent: graag zien. Mensen en dingen. Ik kan ook heel goed anderen bewonderen zonder te verglijden in jaloezie. En natuurlijk zou ik op een sofa bij de psychiater de vraag krijgen: in hoeverre doe je dat omdat je hoopt dat anderen jou op hun beurt hun hart geven? Daar moet ik niet flauw over doen: dat speelt zeker mee. Maar het is ook een keuze, de manier waarop ik in de wereld wíl staan: niets vreselijkers dan onverschilligheid."

Als je zo de liefde rondstrooit, is de consequentie dan niet dat het allemaal wat oppervlakkiger wordt?

"Nee. Sowieso ben ik met de jaren scherper gaan kiezen. En mijn maten van vroeger hebben er bijvoorbeeld nooit onder te lijden gehad dat ik later nog nieuwe vrienden heb gemaakt. Liefde is niet deelbaar. Als je in de sport niet alles geeft, omdat je je spaart voor de tweede helft, dan speel je slecht. Ik huldig de uitspraak van Cyrano de Bergerac: 'Quand on n'aime pas trop, on n'aime pas assez.'"

En kritiek? Kun je daar goed tegen?

"Ik heb meestal meer kritiek op mezelf dan ik krijg van anderen. Maar omdat ik mezelf goed kan verdragen - zoveel mensen maken de dingen kapot door níét van zichzelf te houden - formuleer ik dat constructief. Ik ken niemand die goed om kan met beledigende kritiek, die de man speelt, en niet de bal. Misschien omdat sommigen van de bal geen bal afweten (lacht). Ik moet denken aan dat gedicht van Hugo Claus: 'Je wijst naar de maan, en sommigen willen toch mordicus blijven kijken naar de vinger.' Verder ben ik op zulke momenten blij dat ik destijds op een terras in Cannes beslist heb om te stoppen met recenseren. Het blijft toch - zoals Godard het zei - een beetje als schieten op je eigen regiment. Ik heb de pertinente keuze gemaakt om te proberen positief en mild en zacht in het leven te staan, en niet te verzuren."

Er zullen er zeker zijn die dat naïef noemen, of erger.

"Ja. Oppervlakkig. Ik herinner me dat ze tijdens een workshop ooit vroegen: 'Wat is de ergste belediging die ze je naar het hoofd kunnen gooien? Niet nadenken, meteen reageren.' En ik weet nog dat ik zonder aarzeling zei: oppervlakkigheid.

"Ik zie niet in waarom het zo veel diepzinniger zou zijn om weemoedig of cynisch mokkend voor je uit te staren? Natuurlijk weet ik als geen ander dat het leven lang niet zo zonnig is als ik het in mijn kop probeer te maken. Natuurlijk zit er ook weemoed en zwaarmoedigheid in mij, met de genen meegekregen denk ik, maar dat durf ik niet te veel toe te laten omdat het zo moordend is.

"Ik vind het leven heel moeilijk. Al was het maar omdat de fundamentele existentiële vraag 'Waarom in godsnaam?' nooit beantwoord geraakt. Als het me niet goed afgaat, als de demonen me bij het nekvel grijpen om me mee te sleuren naar onplezierige diepten, dan helpt het om te weten dat dát eigenlijk meer de natuurlijke staat der dingen is dan het omgekeerde. En dan denk ik stomweg aan wat vroeger in mijn schoolagenda stond, een citaat van Heijermans: 'Valt gij? 't En is geen schand te vallen, 't en is een schand niet weder op te staan.'"

Wat is tot nu toe de donkerste periode in je leven geweest?

"Mijn zoon heeft na zijn geboorte twee weken tussen leven en dood gebalanceerd. Erger bestaat niet. En toch ben ik dat met een verrassende emotionele standvastigheid aangegaan. Tot hij helemaal genezen was en ik met hem het ziekenhuis uit reed, toen ben ik letterlijk langs de kant van de weg moeten gaan staan. Onbedaarlijk huilen, het gigantische geluk als je in de afgrond van verlies hebt gekeken. Zo'n zondvloed heeft me onlangs nog eens overvallen. Ik had net de allerlaatste hand gelegd aan Tot altijd, in een klankstudio in Amsterdam. Ik zat op de trein naar Gent, met een bakje sushi en een klein flesje witte wijn van de Albert Heijn, en nog voor dat op was, begon ik opeens te huilen. Ik kon niet stoppen, en ik had alleen dat servetje van de sushi om al het snot te lijf te gaan. Alle emotie die ik binnen had gehouden tijdens het draaien moest er opeens uit: al mijn gevoel voor de mensen in de film, en alle anderen die in de afgrond hebben moeten kijken. En er soms in zijn gedonderd. Alsof de elastiek brak."

Als ik Tot altijd zie, denk ik niet zozeer 'Nic Balthazar is een eeuwig vrolijke mens', maar veeleer: dit is iemand die aan voluit leven doet, met alle consequenties van dien.

"Dat probeer ik toch heel erg. Als vandaag in een ziekenhuis iemand sterft, dan is de eerste vraag die de dokter aan de nabestaanden stelt: wil er iemand een pilletje? Om de emoties aan te kunnen, zich toch wat beter te voelen. Da's een zeer existentiële kwestie: neem je die pil, vlak je je emoties af, of weiger je dat? Ik weet voor mezelf heel zeker: ik wil die pil niet.

"Ik wil geen film maken die mensen het gevoel geeft dat ze zo'n kalmeermiddel hebben ingenomen. In vele gevallen krijg je tijdens een sterfscène een muziekje, 'and then we cut to the dog on the lawn.'Tot altijd doet dat pertinent niet. Ik wou een film draaien waarmee we ons konden trainen in het niet nemen van die pil.

"En in mijn leven wil ik elk belangrijk gevoel aangaan. Toen mijn eerste liefde zei: 'Nic, we moeten eens praten', wist ik wat dat betekende. Zij was het meisje van wie ik had gedacht: daar blijf ik voor de rest van mijn leven mee samen. Ze had haar redenen om een einde te maken aan die relatie, maar ik was totaal kapot. Ik herinner me onze vrienden die met de moed in de schoenen haar spullen kwamen verhuizen. Ik herinner me dat gevoel van weer thuis te komen in een halfleeg appartement. Mijn moeder kwam langs, en ik probeerde kasten in elkaar te steken, maar dat lukte van geen kanten. Dat hakte er echt in, omdat ik alleen maar kon denken: ik krijg ook mijn leven niet in elkaar. Mijn moeder is een echt babbelgat, die avond zweeg ze alleen maar, een mooi moment. Ik wou die pijn hevig beleven, omdat daar ook een stuk van al ons gedeeld plezier in zat.

"Kort daarna ben ik gered door Lieve (Blancquaert, de fotografe, GODB). Dat gevoel was dan ook even verterend. Door haar ben ik opnieuw even keihard in de liefde gaan geloven. Ik heb me nooit laten weerhouden om ervoor te gaan uit angst om opnieuw verpulverd te worden."

Je hebt al vaak de liefde voor vrouwen bezongen. Wat waardeer je het meest in hen?

"Op een feestje zul je mij altijd bij de vrouwen zien. En niet alleen omdat ik ook geniet van het oudste spel ter wereld, dat sowieso anders wordt gespeeld als je exclusiviteit huldigt in je relatie. Het zijn gewoon wonderlijke wezens. Ik vind dat ze lekker ruiken en tof bewegen. Ik vind ze mooi, zowel de grote als de kleine, de zwarte als de blonde, de dikke als de dunne. Ter illustratie: ik heb een dom soort van bijgeloof. Dan zeg ik bijvoorbeeld tegen mezelf: 'Als er nu een mooie vrouw langskomt, dan komt dit of dat zeker goed.' En dan mag eigenlijk langskomen wie wil, ik denk: bwa, kom, dat kan er toch goed mee door (lacht). Het gemiddelde gesprek met vrouwen is ook doorgaans boeiender dan dat met mannen. Wij zijn veel competitiever: wie is de geestigste? Wie weet het meest? Als je tegen mannen zegt 'Ik heb mijn been gebroken', dan krijg je meteen: 'Ja, ik heb ook eens mijn been gebroken.'

"Verder kick ik op slimme vrouwen die het goed kunnen zeggen. Vrouwen bij wie ik het niet kan halen, ook. Daarom ben ik als een blok voor Lieve gevallen. Ik wist heel goed: deze merrie zul jij in geen duizend jaar temmen, man (lacht)."

Wat is het lastigste aan samenleven met jou?

"Dat ik een drammer ben. Ook als het over niet-leuke onderwerpen gaat: het milieu, bijvoorbeeld. Cynici beweren dat ik een man ben met maar één verhaal die zichzelf daarmee interessant hoopt te maken. Ik wou écht dat ik er niet hoefde over te beginnen. Maar ik word elke ochtend wakker met het idee: dit gezin gaat de hel nog meemaken. Ik ging onlangs met mijn prachtige dochter naar het theater, een superfijne avond. Toen we thuiskwamen, zei ze tegen me: 'Ik ga zo'n fantastisch leven hebben.' Toen kon ik niet anders dan denken: ik hoop het zo diep. Maar ik vrees zo enorm dat het waarschijnlijk ook wel eens een stuk zwaarder zou kunnen uitdraaien.

"Verstandige mensen stimuleren hun kinderen om Latijn te leren en piano te spelen, om hen voor te bereiden op een ideale toekomst. Maar het gigantische gevaar dat de mensheid en hun toekomst bedreigt, daar kijkt men van weg. Dat is de vraag waarmee ik lezingen eindig: ga naar huis en vraag je af hoeveel je kinderen je waard zijn. Want als we niet zoeken naar oplossingen, zal er simpelweg geen toekomst zijn.

"Cijfers lijken abstract: de aarde zal met 3,5 graden opwarmen. Dat klinkt niet zo erg, maar dat betekent wel dat 70 procent van de planten en dieren uitsterft. Dat het in een continent als Afrika makkelijk acht graden zal opwarmen, en daar is het nu al zo droog als een rijstkoek. En je denkt toch niet dat de Afrikanen gewoon lijdzaam gaan toekijken en blijven waar ze zijn? Ze zullen naar hier komen, want wij, op ons leefbaar stukje aarde, hebben hun land kapotgemaakt. En er zal almaar minder voedsel zijn en almaar minder plaats. We zullen elkaar kapotmaken. Dat is wat er zal gebeuren. Ik hoop zo dat ik, samen met 99 procent van de klimaatwetenschappers, ongelijk krijg. Maar we moeten hoe dan ook, dringend, op alle niveaus, tot actie overgaan. Want dat is het goede nieuws: we hebben het - nog heel even - zelf mee in handen."

Word je er niet een beetje misantroop van? Ongeveer iedereen weet dat er problemen zijn, en de meeste mensen gaan gewoon door.

"Ik vrees ten eerste dat mensen niet weten hoe erg het is. En ten tweede: ik ben zelf natuurlijk even schuldig als de rest. Al was het maar omdat ik meer airmiles heb verzameld dan de opgetelde bevolking van Lendelede. Maar een schuldgevoel lost niets op, integendeel. Daar proberen we alleen zo snel mogelijk weer van af te geraken. Door weg te kijken van de realiteit. Door ons te kanten tegen de boodschappers. Daar word ik soms wel wat moedeloos van: de agressie waarmee sommigen terugslaan naar de Al Gores van deze wereld, en dus bij uitbreiding naar kleinere garnalen als ikzelf. Als een journalist over onze poging om een CO2-vrije film te maken letterlijk zegt: 'Dat grenst toch aan het waanzinnige', dan denk ik wel: iemand moet die mens eens uitleggen hoe erg het gesteld is. Of hij moet maar eens naar een van mijn extreem onplezierige lezingen komen (lacht)."

Je bent 47 en nadert dus voorzichtig de vijftig. Vind je dat lastig?

"Onlangs las ik ergens: 'de bijna-vijftiger Nic Balthazar'. Toen dacht ik toch even: hoe is dat opeens zo gekomen? (lacht) Ik ben mentaal gestopt rond mijn 25ste, denk ik. En elk jaar kijk ik met verwondering, en soms ook met minder geamuseerde ergernis, naar het niet-congruente van mijn gevoelsmatige en mijn reële leeftijd. Tegelijk heb ik toch ook wel een soort van volwassenheid bereikt. Als twintiger deed ik de domste dingen: van de Pont du Gard springen met een paar pastissen in mijn botten, dwaze stunts met de auto. Ik ben zo vaak net niet dood geweest. En dan word je veertig en besef je: bon, dit was de eerste helft van mijn leven. Als ik daar stil bij sta, word ik daar niet vrolijk van. Maar in plaats van me te laten platslaan, geniet ik des te bewuster, van een goed gesprek, een fijn moment, een lekkere koffie en iemand om die mee te drinken. Ja, eigenlijk geniet ik ongelooflijk van deze neergang (lacht)."

En de dood, is dat volgens jou de put in en gedaan?

"Ik vond dat beeld van Stephen Hawking wel treffend: de dood is een computer zonder stroom, die gaat nooit meer werken. Ik kan me op weinig dingen zo kwaad maken als op een kapotte computer. De dood blijft een erg dwaze constructiefout."

Stel dat je morgen onder een tram loopt, is het dan goed geweest?

"Ja, ik probeer echt zo te leven. Als ik afscheid van iemand neem, bijvoorbeeld, vertrek ik nooit met een kutgevoel. Liever eerst nog wat ruziemaken om het daarna bij te leggen. Dat het in orde is als het de laatste keer zou zijn geweest. En ik doe vrijwel niets tegen mijn zin. De kans is dus groot dat mijn laatste moment, vlak voor die tram komt, goed was. En dan is het oké. Ik wil natuurlijk nog niet weg, maar als het zover zal zijn, ben ik er klaar voor."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234