Dinsdag 31/03/2020

'Mijn personages tekenen mij'

Parijs. Met een warrige haardos en slaperige, maar priemende ogen, zit een kettingrokende Benicio Del Toro (46) zijn jetlag te verwensen. Hij babbelt en brabbelt, denkt soms lang na en schiet plots weer in gang. Zeker als het over zijn politieke dada's gaat.

Op het terras van een Parijse cinemabar, die enkele jaren geleden door Catherine Deneuve is heringericht, nippen we van een espresso. Del Toro's ambitie om de perfecte bijrolvertolker te zijn heeft hij sinds zijn aantreden in Soderberghs Che-diptiek uitgebreid naar de hoofdrol. Binnenkort draaft hij op als drugsbaron Pablo Escobar. Met Jimmy P. bevestigt hij zijn status als karakteracteur. In die film speelt hij een Blackfootindiaan die zich met een naoorlogs trauma onderwerpt aan de psychoanalyse van dokter Devereux. Het is diens boek waarvan Jimmy P. de verfilming is.

Klopt het dat u onlangs de Spaanse nationaliteit heeft verworven?

Benicio Del Toro: "Ja, de Spaanse overheid heeft me die geschonken, een hele eer. Ik heb nu een dubbele nationaliteit, Spaans en Puerto Ricaans. Puerto Rico heeft ooit tot Spanje behoord. We hebben een historische connectie. Bovendien heb ik familie in Barcelona wonen. Ik vind het dus fijn dat ik ook Spanjaard ben."

Bent u als Puerto Ricaan niet ook Amerikaan?

"Jawel, al honderd jaar behoren we tot de States. Lange tijd heeft dat voor frustratie gezorgd bij de bevolking, maar de mentaliteit verandert gaandeweg. Ons volk heeft er ook zijn voordeel mee gedaan. Er leven momenteel meer Puerto Ricanen op het Amerikaanse vasteland dan op het eiland. Ik heb er zo mijn gevoelens bij, maar wat doet mijn mening ertoe? De tijd holt voort en het is de bevolking die dicteert hoe ze wil evolueren.

"In de States gaat nu eenmaal meer om dan in het piepkleine Puerto Rico. Wat kunnen we doen? Kwaad worden en onafhankelijkheid claimen? Belachelijk. Ik bekijk het liever pragmatisch, ondanks mijn sentiment. Wat ik wel vind, is dat de overheid van de VS het volledige plaatje moet herbekijken. Ze moet zich engageren om het welzijn in Puerto Rico op te krikken. Die verantwoordelijkheid heeft ze. Ze laat de regio aan haar lot over. De eigenaar van het huis moet de leidingen en de buizen onderhouden, juist? Ze laten ons maar aanmodderen."

Ook in de Caraïben ligt Cuba. Sinds Che kent u dat land goed. Hoe beoordeelt u de situatie daar?

"Wel, telkens ik daar ben, kan ik niet anders dan vaststellen dat de samenleving stilaan meer vrijheden kent. De meeste politieke veranderingen die dat in gang steken zijn goed. Er moet nog meer veranderen, maar jij noch ik kunnen vertellen wat het betekent om te leven in een land onder een Amerikaans embargo. Geen Spaans of Frans embargo, een Amerikááns. Dat is zwaar. En het Westen maar mopperen dat het te traag gaat. Met zo'n embargo moet Cuba voetbal spelen met zijn handen. Dat is oneerlijk."

Gaat u voor al uw rollen tot op de rand van de uitputting zoals u deed voor uw rol als Che Guevara?

"Geen enkele film is een fluitje van een cent. Che was gecompliceerd omdat er zo'n bekendheid aan vast hing. Je vertelt niet gewoon het verhaal van Guevara alleen, maar van een hele geschiedenis die ermee gepaard gaat. Plus, we hielden er een razend tempo op na."

Wat overhaalde u om de rol van een Blackfootindiaan in therapie te vertolken?

"Regisseur Arnaud Desplechin had me benaderd. Hij vertelde me dat Mathieu Amalric de dokter zou spelen. Hem had ik in Cannes al ontmoet. Dat was me enorm bevallen. En ik houd ook van het werk van Desplechin. Zijn films komen op je af, telkens weer met een ander verhaal, recht in je gezicht. Maar het originele idee van deze film trok me in het bijzonder aan. 'Een Franse psychiater en een indiaanse soldaat ontmoeten elkaar in Kansas', het kon het begin van een grap zijn. Er zijn maar weinig films, toch geen geslaagde, met native Americans die niet in een western worden afgeslacht.

"Narratief is het een interessante film omdat het om één specifieke zaak gaat en niets anders. Je volgt dit ene, lange psychotherapeutische proces van één man die een andere redt. De dokter vertelt Jimmy hoe hij zichzelf kan helpen. Maar, misschien zonder het te weten, helpt Jimmy door dat hele proces ook de arts. Er groeit een bijzondere vriendschap tussen de twee. Dat is mooi."

Denkt u dat Amerikanen, vooral de native Americans, het acceptabel zullen vinden dat u voor een indiaan doorgaat?

"Wat de Amerikanen ervan vinden, trek ik me niet aan. Wat de native Americans zeggen, interesseert me al meer. Ik denk er zo over: dit script valt op dit moment in mijn leven op mijn tafel. Ik heb het gelezen en vond het een origineel verhaal dat het waard is om verteld te worden. Ik word bovendien gevraagd als acteur om dit te spelen. Wie ben ik dan om het te weigeren?

"Ik wil niet zeggen dat er geen goede acteurs onder de native Americans zijn, integendeel. Maar films worden gemaakt met veel geld. En ik heb ondertussen een carrière waarmee ik kan helpen dat die film inderdaad wordt gemaakt. Ik heb dat geluk. Als ik de rol afwijs, kan het zijn dat er voor de film geen geld wordt vrijgemaakt. Het is overigens niet de eerste keer dat een acteur buiten zijn etnische afkomst speelt. Aan mijn Mexicaanse rol in Traffic heb ik een Oscar overgehouden. Just saying."

Tony Soprano ging in therapie. In Treatment toont op tv volledige therapiesessies en twee jaar geleden kreeg A Dangerous Method veel bijval. Is psychoanalyse weer in?

"Geen idee. Het blijft spannend om in iemands hoofd te kijken. Hoe dan ook is Jimmy P. geen vanzelfsprekende kaskraker. De film is op dat vlak veeleer ambitieus. Je gaat hem niet met de familie gezellig samen bekijken. Er wordt de hele tijd gepraat en je moet mee in het proces stappen. Maar wat ik er leuk aan vind, is dat Desplechin je niets oplegt. Op de eerste tien minuten na. Dan gaat het 'bam, bam, bam': deze kerel heeft hoofdpijn. Maar daarna zegt hij nergens aan de kijker: dit is wat je nu moet voelen. Sommige films kun je bekijken zoals je luistert naar jazz."

Laat ons even uw eigen kleine psychoanalyse voeren. U speelt deze rol opnieuw ingehouden en gereserveerd. Vanwaar die speelstijl?

"Als kind werd ik altijd opgesloten als ik mijn rijst en bonen niet wilde opeten (lacht). Nee, het heeft met mijn acteursopleiding te maken. Ik ging, tegen de zin van mijn vader, acteren bij Stella Adler. Haar benadering van acteren had de meeste invloed op mij, meer dan wat ook. Dat was methodacting natuurlijk. Je begint na verloop van tijd je eigen methode te hanteren, maar mijn stijl is essentieel aan Adler ontsprongen. Zij baseerde zich op Stanislavski.

"Het komt erop neer dat de acteur het verhaal vertelt met de keuzes die hij maakt, en met de keuzes die hij niet maakt. Dit script nodigde uit tot een introspectieve aanpak, met veelbetekenende stiltes, gebaren en blikken. Ik heb het boek Jimmy P., psychothérapie d'un Indien des plaines van Georges Devereux, de echte psychiater, gelezen, maar heb me vooral gebaseerd op het script om Jimmy's karakter vorm te geven."

U zei dat het verkennen van uw personage vergelijkbaar is met het werk van een psychoanalyticus. Zijn al uw personages dan patiënten?

"Yes, sir. Er zitten rare snuiters tussen. Sommigen zijn niet meer te helpen. En anderen kun je best naar de gevangenis sturen."

Leert u van uw personages?

"Zeker. Ze tekenen mij, tot op zekere hoogte. Ik word niet even gek of eenzaam als zij, maar er blijft van elk van hen wel iets hangen. Ze hebben iets in me losgemaakt, omdat ik in hun huid ben gekropen, weet je wel. Het feit dat Jimmy hier in zichzelf moet kruipen en zijn probleem zelf onder ogen dient te zien vind ik leerrijk. Je moet je ziel zelf in bedwang leren houden. Jimmy begrijpt dat, net op het ogenblik dat hij kwaad wordt op de dokter. Ik hou van dat moment."

Wat zou u zelf beter in bedwang kunnen houden?

"Mijn haar. Daar moet ik constant mee in therapie. Voor het overige, zou ik soms minder moeten praten. En soms had ik iets moeten zeggen en verwijt ik me achteraf dat ik het niet gedaan heb. Dat, echter, is een levenslang werk."

Jimmy P: Psychotherapy of a Plains Indian verschijnt komende woensdag in de bioscoop.

Buitenbeentje, maar geen freak

Benicio Monserrate Rafael Del Toro Sanchez (°1967) heeft Italiaans en Spaans bloed, maar werd geboren in Puerto Rico en leefde er tot zijn dertiende. Del Toro heeft een vijftigtal titels op zijn palmares en heeft gewerkt met een gevarieerd aantal grote regisseurs uit allerlei landen zoals Terry Gilliam, Susanne Bier, Alejandro González Iñarritu en Steven Soderbergh.

Del Toro's moeder stierf toen hij negen was, wat zijn leven en werk naar eigen zeggen sterk beïnvloed heeft. Hij veranderde op de universiteit van San Diego zijn studiekeuze van Business naar Drama, tot groot ongenoegen van zijn vader. Del Toro: "Die moeilijke periode is gelukkig voorbij. Nu wil hij met alle geweld het script lezen van elke film die ik doe." Later schreef Del Toro zich in aan de academie van Stella Adler, bekend omdat ook Marlon Brando en Elia Kazan bij haar hadden gestudeerd.

Del Toro speelt personages met een hoek af. Meestal doet hij dat intens en ingehouden, erop uit om mensen van vlees en bloed neer te zetten. Al zijn het vaak buitenbeentjes, hij maakt van hen geen freaks. Een van zijn eerste rolletjes versierde Del Toro voor de tv-reeks Miami Vice. Twee jaar later speelde hij in Licence to Kill (1989) de jongste Bondschurk ooit. Zijn onvergetelijke rol van de onverstaanbaar mompelende Fred Fenster in The Usual Suspects (1995) betekende zijn doorbraak. Andere opgemerkte rollen waren die van de corrupte agent Jackie Boy in Sin City (2005), kleine flik Javier Rodriguez in Traffic (2000) en Dr. Gonzo in Fear and Loathing in Las Vegas (1998). Ook als producer gaat Del Toro aan de slag, zoals voor Che Part 1: the Argentine en Che Part 2: Guerrilla (2008), een productie waarvoor hij jarenlang research en prospectie deed voor hij er zelf de hoofdrol in speelde. Voor Traffic won hij de Oscar voor de beste bijrol.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234