Woensdag 18/05/2022

'Mijn pa is hier de grootgrondbezitter. Hij koopt het ene stuk land na het andere'

Een snipperdag in Emirdag

Maandag, 13 uur. Uitgeslapen en monter kruipen we achter het stuur voor de laatste etappe. Nog 200 kilometer, weinig meer dan een boogscheut. Gisteravond speelden we nog met het idee: doorbijten en Recep volgen, wiens eindbestemming nog een eind voorbij Emirdag lag. Uiteindelijk, om een uur of twee 's morgens, haalde de wijsheid het van de koppigheid. We zouden met zijn allen stoppen en de rest van de nacht in Fort Acar doorbrengen. Het bordje hangt er niet echt, al zou het beslist niet misstaan op de gevel. Fort Acar, een rijhuis met vier verdiepingen, ligt in een rustige straat van Eskisehir, een boomtown van 600.000 inwoners die iedere zomer een opmerkelijke bevolkingstoename kent. Ook de Acars zijn seizoensgasten. Behalve Saban bezitten zijn ouders, zijn zus en zijn jongste broer elk een verdieping van Fort Acar, hun pied-à-terre in Turkije.

Het verkwikkende effect van een echt bed, het valt met geen pen te beschrijven. Op ons dooie gemak stonden we op, een snelheidsrecord Gent-Emirdag zat er toch niet meer in. We maakten uitgebreid kennis met de ouders van Recep en Saban, gastvrij met een vanzelfsprekendheid waar Turken een patent op hebben. In hun salon hing een geschilderd portret van de 13de-eeuwse soefi-meester Haci Bektasi Veli, zowat de goeroe van de alevitische minderheid waartoe de Acars behoren.

Sterk vereenvoudigd uitgelegd is het alevitisme een islamitisch schisma met een mystieke en sterk humanistische inslag. Het is alleszins geen toeval dat de Acars een erg liberale kijk op godsdienst huldigen. "Dat zorgt soms wel eens voor spanningen", vertelde Saban tijdens het ontbijt. "Een van onze buren is een fanatiek islamist. Hij maakt zich boos als hij mij in een marcelleke ziet rondlopen. Onzedig, noemt hij dat. Als vader op vrijdag in de tuin werkt, komt hij bij moeder van zijn oren maken. Dat het een schande is! Werken in de tuin, terwijl men op vrijdag in de moskee hoort te zitten! Maar moeder laat zich niet intimideren. Dat hij zich niet te moeien heeft, voegt ze hem dan toe."

Twee keukens, vijf slaapkamers

We zien de zwarte BMW X5 van ver staan. Rifan en Volkan zwaaien, ze hebben ons opgewacht bij de afslag Kurudere. Het weerzien met Recep lokt een geanimeerde discussie uit. We begrijpen geen Turks, maar het onderwerp laat zich raden. Wie is in de fout gegaan bij het misrijden vlak voor de Duits-Oostenrijkse grens? Meermaals valt de naam van Saban. Wordt hij als zondebok aangeduid? De afwezigen hebben altijd boter op het hoofd. We wensen Recep en zijn dierbaren een deugddoende vakantie en volgen Rifan naar zijn geboortedorp, twee kilometer verderop. Kurudere, een verzameling gehuchten op 15 kilometer van Emirdag, telt zo'n 700 inwoners. "Maar in de zomer zijn het er veel meer", zegt Rifan. "Klein België wordt het dan genoemd, vier vijfde van de huizen is eigendom van Belgen."

Rifan geeft een rondleiding op het landgoed Karakaya, Sükran en Betül lopen mee. Eerste halte: de nieuwbouw van Rifans jongere broer. Twee keukens, twee badkamers, vijf slaapkamers, hier werd niet op een baksteen gekeken. De bouwheer heeft aan de verre toekomst gedacht. Later kunnen zijn eigen kinderen en kleinkinderen komen logeren. Een goede investering? Niet als je het Rifan vraagt. "Ik heb het mijn broer gezegd: het is dwaas zo'n kast van een huis te bouwen als je er nooit meer dan twee maanden per jaar kunt verblijven. Dat spel kost minstens 80.000 euro, hij heeft er een van zijn huizen in Gent voor verkocht. En het is niet dat de vastgoedprijzen hier in de toekomst gaan stijgen. Alle Turken trekken naar de stad, niemand wil nog in een afgelegen dorp wonen. Als je dit verkoopt, krijg je maar een fractie van de kostprijs".

Desalniettemin: Rifan koestert zelf plannen om het Belgisch patrimonium van Kurudere uit te breiden. De bouwgrond hoeft hij niet meer te zoeken. We lopen door de boomgaard, een paradijs waar kersen, abrikozen en kweeperen rijpen in de zon. Aan gene zijde van de stenen omheining ligt het grasveld waar Rifan zijn Turkse huis wil bouwen. "Het wordt hoog tijd", zegt hij. "Mijn drie broers en mijn zus hebben al een eigendom in Turkije. Ik weet precies hoe ik het wil. Geen vijf slaapkamers, het moet juist groot genoeg zijn voor ons gezin. Maar wellicht doe ik eerst nog een andere investering. Deze zomer ga ik prospectie doen aan de kust. Een mooi appartement ergens tussen Izmir en Bodrum, of een villa met een zwembad. Alleszins iets dat je kunt verhuren, zodat het zichzelf terugbetaalt".

Er wordt beweerd dat het beroep van vastgoedmakelaar een Angelsaksische uitvinding is. Wie met Belgische Turken omgaat, weet wel beter. Immobiliën, het moet de naam van een stad in het Ottomaanse rijk zijn geweest. Turken praten over het verhandelen van huizen zoals gewone stervelingen over de aanschaf van een paar schoenen. "In België heb ik al drie huizen verkocht", zegt Rifan, die in Oudenaarde een appartement, twee opbrengsteigendommen en een winkel bezit. "Mij maken ze niks meer wijs." Volkan is intussen op de Fiat-tractor gekropen. Eén brok energie, helemaal zijn vader. "Toe nou papa", smeekt hij, "een klein ritje maar." "Niks van", antwoordt Rifan, "weet jij wel wat een liter diesel kost?"

Sneu voor Volkan, maar zijn moment zal nog komen. De tractor staat er immers niet als decorstuk, we zijn te gast op een bloeiend landbouwbedrijf. Graan en schapen, zo vat Rifan de corebusiness samen. "Mijn pa is de grootgrondbezitter van het dorp, hij koop het ene stuk land na het andere. In de winter trekt hij naar België, maar de rest van het jaar speelt hij hier voor boer. Iedere zomer kom ik hem helpen. Of dacht je dat ik hier de hele tijd op mijn luie krent kwam liggen? Werken, werken en nog eens werken, ik heb nooit iets anders gekend. Die boomgaard, die heb ik nog als kind helpen aanleggen. Dat was pas labeur, we moesten al het water per ezel aanvoeren."

Pestepidemie

Op het terras van de gerenoveerde boerderij maken we kennis met de grootgrondbezitter en zijn vrouw. Seref Karakaya (64) en Palit Elif (61) excuseren zich. Ze begrijpen een aardig mondje Gents, maar praten doen ze bij voorkeur via een tolk. Er zijn kandidaten zat, zowel Rifan, Sükran, Betül als Volkan zijn perfect tweetalig. Nederlandse les voor anderstalige nieuwkomers was nog een onbekend fenomeen toen Seref naar België uitweek. "Uit noodzaak", vertelt Rifan. "Vader is van goede komaf. Zijn eigen vader kwam uit de rijkste familie van het dorp, zijn moeder uit de op een na rijkste. Beide families kweekten schapen. Niet voor het vlees, maar voor lederindustrie. Ze zijn allebei ten onder gegaan in de grote pestepidemie, het moet begin jaren zestig zijn geweest. Er was geen hongersnood, maar veel scheelde het niet. Die ramp heeft de hele familie over de grens gejaagd."

Ere wie ere toekomt: oom Berbat was in 1966 de eerste die de weg naar België vond. Met succes: hij zou een groentewinkel openen op de Steendam in Gent, destijds een verpauperde buurt, tegenwoordig een van de hipste wijken van de Arteveldestad. "Gekocht voor een miljoen Belgische frank", weet vastgoedspecialist Rifan. "Vandaag kan zijn zoon er een miljoen euro voor krijgen."

Het was oom Berbat die de arbeidsvergunningen voor zijn jongere broers regelde. Seref volgde in 1969. Hij ging werken bij Welda, een vleesverwerkend bedrijf in Oudenaarde waar ook Sükrans vader emplooi had gevonden. Het is een kleine wereld, die van de migranten uit Emirdag. Later opende Seref een theehuis op de Dendermondsesteenweg in Gent. "Naast sekscinema Paris", zegt Rifan met een grijns. "Een vzw, interessant voor de belastingen. Er werd niet alleen thee gedronken, we kregen trouwens veel Belgen over de vloer."

Het is vandaag de zoete inval. Eerst lopen Kemal Karakaya en zijn vrouw Altin Tas langs. Beiden zijn 77, net als Seref en Palit verdelen ze hun tijd tussen twee continenten. Lente, zomer en herfst brengen ze in Turkije door, winters in België worden dankbaar benut voor medisch nazicht. Altin heeft 13 jaar bij Texaco in de Gentse haven gewerkt, Kemal was een illegaal toen dat woord nog niet bestond. "In feite ben ik als toerist naar Nederland gekomen", vertelt hij bij monde van neef Rifan. "Ik vond werk in een betoncentrale in Terneuzen. Zonder arbeidsvergunning, maar dat was geen probleem. Zolang je je koest hield, lieten ze je met rust." Later zou Kemal naar Gent verhuizen, hij werd een van de eerste imams in de grote moskee op de Beestenmarkt.

Nog meer familiebezoek, alweer een broer. Rachid is uit Izmir komen overwaaien, in het gezelschap van een vriend die over een bijzondere gave schijnt te beschikken. Wichelroedelopen, het bestaat dus ook in Turkije. De man heeft zijn materiaal meegebracht, een gevorkte stok van twaalf in een dozijn. Dit is dan ook geen beleefdheidsbezoek, Rifans vader heeft zijn diensten ingeroepen. "Onze pa heeft weer een stuk land gekocht", legt Rifan uit. "Hij wil weten of er een waterbron in de ondergrond zit. Vraag me niet hoe hij het doet, maar die man kan dat met zijn stok voelen." Seref scheurt met zijn gevolg weg in een zware terreinwagen. Rifan ziet het hoofdschuddend gebeuren. "Ik rijd zelf nogal snel", zegt hij, terwijl we de achtervolging inzetten. "Maar tegen onze pa kan ik niet op. Hij gedraagt zich hier heel anders dan in België. Thuis wil hij nooit iets nieuws kopen, alles moet zo goedkoop mogelijk. Maar die terreinwagen komt wel rechtstreeks van de Mitsubishi-dealer. Alleen al de taksen kosten 3.000 euro. Met zo'n auto rijden in Turkije, dat betekent dat je rijk bent."

Volkan heeft het meteen gezien. Daar, bij die zwerfkei, veert de stok omhoog. De wichelroedeloper stapt het traject wel drie keer af. Telkens maakt de roede een fallische beweging. Een waterader, het belang van de vondst kan in deze kurkdroge regio niet worden overschat. "Vorig jaar is er bijna een oorlog uitgebroken", vertelt Rifan. "Op de grens tussen Kurudere en het buurdorp ligt een gemeenschappelijk waterbassin. Op zekere dag hebben die van het andere dorp onze leiding afgesloten. Het was groot alarm, heel Kurudere liep uit om te protesteren. De gendarmes zijn met vijftig man tussenbeide gekomen, anders waren er zeker doden gevallen." De test is geslaagd, weliswaar op een stuk land dat staatseigendom is. De echte proef vindt een kilometer verderop plaats, op een pas omgeploegde akker van Seref Karakaya. De wichelroedeloper doorkruist het veld in alle windstreken, maar de stok geeft geen kik. Geen water, de ontgoocheling staat op Serefs gezicht. Zelfs een Karakaya kan zich al eens verkijken op een vastgoedoperatie.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234