Woensdag 26/02/2020

‘Mijn Nero is een klein ventje van vier met een sponsen broekje’

Auteur-regisseur Peter Verhelst gaat woensdag in première met twee voorstellingen tegelijk. In deSingel brengen Muziektheater Transparant en Veenfabriek een opera op zijn nieuwe versie van de klassieke Medeatragedie. Voor NTGent schreef en regisseerde hij Nero, een tekst, een voorstelling op het lijf van artistiek leider Wim Opbrouck. ‘Hij is een zeer elegant, kunstzinnig man, en tegelijk heeft hij een lijf dat een zekere wellust uitstraalt. Die combinatie maakt hem ideaal voor deze rol.’ DOor STIJN DIERCKX

Eén week voor de première staat in de Gentse Minardschouwburg alles op scherp voor de allereerste volledige doorloop van Nero. “Welkom op onze opendeurdag”, grijnst Wim Opbrouck in Nero-ornaat. Behalve een cameraploeg, een journalist en een fotograaf, wonen nog zo’n dertiggenodigden deze repetitie bij. Onder hen een aantal dove en blinde Gentenaren. Geen probleem, bedenk ik, Verhelsts letteren beroeren alle vijf de zintuigen.

Vooraf, op een traag terrasje in de schaduw van de Minard, verhaalt de schrijver-regisseur over zijn nieuwe geesteskinderen, Nero en Medea. “Medea heb ik al meteen na het schrijven moeten loslaten. Een beetje tot mijn ongenoegen, ik had graag beide repetitieprocessen kunnen volgen. Al weet ik met grote zekerheid dat mijn tekst bij regisseur Paul Koek en componist Wim Henderickx in zeer goeie handen ligt.”

Ik neem aan dat je op 18 mei voor de première van Nero kiest?

“Ja, dat spreekt voor zich, en zondag ga ik naar Medea kijken. Deze dubbele programmering is puur toeval, daar zit ik voor niks tussen. Eigenlijk heb ik zelfs drie teksten geschreven: Terra Nova van Eric Joris (van gezelschap Crew, SD) gaat gelukkig pas in juli in première.”

Op 1 april 2011 schreef je op je Facebookprikbord: na één maand samenwerken met Wim Opbrouck vloekt Peter Verhelst van tevredenheid.

“Ik ken Wim al een tijdje. Ik vertrek altijd vanuit een fascinatie voor iemand, vanuit een bewondering voor zijn kunnen. In 2000 werkte ik samen met Luk Perceval in Aars!, daar heb ik Wim voor het eerst een hele repetitieperiode lang aan het werk gezien. In dat stuk speelde hij een geweldenaar, een soort van pornobulldozer die alles platbombardeert. Fenomenaal hoe die man uit de bol kan gaan. Een jaar later zag ik hem dansen, licht als een veertje in de Leenane trilogie van Johan Simons. Hij veranderde ter plaatse in een ballerina, fantastisch. Ik wilde voor deze voorstelling een vierjarige Nero. Ik wist dat Wim dat in zich heeft. Vandaag, anderhalve maand later, vloek ik nog altijd van tevredenheid.”

Jullie zijn vrienden van jaren?

“We kennen elkaar al jaren, maar het is van Aars! geleden dat we zo intensief samenwerkten. Wij blijken echt compatibel te zijn. De acteur Wim Opbrouck is alles wat ik hoopte, en zelfs nog veel meer en beter. Hij weet perfect hoe hij zijn stem gebruikt, waar zijn lijf zich bevindt in een ruimte, wat het effect is van de minste toonverandering, van de geringste vingerbeweging. Wim is een zeer elegant, kunstzinnig man, en tegelijk heeft hij een lijf dat een zekere wellust uitstraalt. Die combinatie maakt hem ideaal voor deze rol. Ik zag mijn Nero van bij het begin als een klein ventje met een sponsen broekje. Dat breekbare van een kind, ook dat kan Wim ongelooflijk goed.”

Je schreef een tekst op zijn lijf, naar zijn mond?

“Dat probeer ik bij elke productie, voor elke acteur te doen. Voor Nero schreef ik aanvankelijk een viertal bladzijden, na één repetitie hadden we al vijfentwintig minuten toneel. Dat is belachelijk, normaal gesproken doe je daar een maand over. Nu vonden we, bijna zonder zoeken, meteen de juiste toon, de adem van de voorstelling. Dan krijg je iets wat zich heel simpel installeert, iets wat je verder nog met veel zorg moet uitwerken. Het decor was al klaar op voorhand, omdat ik hou van theater dat vertrekt vanuit de handeling in een ruimte, en niet vanuit de tekst. Het is adembenemend, hoe Wim daar nu als een kinderlijke King Kong in beweegt.”

Naast Wim Opbrouck staat Johanna Lesage op de scène. Nero is geen monoloog?

“Wim had met Johanna gewerkt in een kortfilm. Je moet hen samen zien, ze hebben echt iets bijzonders, ze lijkt wel zijn tante. Oorspronkelijk schreef ik een monoloog. Vanuit mijn bewondering voor Beckett vind ik dat de zuiverste vorm van toneel. Maar Wim heeft niks met monologen. Hij zei van bij het begin: ‘Als je iemand tegenover die wellustige rotzak plaatst, krijg je vanzelf een veel urgenter en persoonlijker verhaal.’ Die dialoogvorm brengt Nero dichterbij: soms zit hij heel erg in zijn eigen kop gevangen, op andere momenten kan hij iemand aanspreken, dat maakt hem veel brozer. In alle documenten die over Nero bestaan, wordt hij aanvankelijk beschreven als een bejubeld keizer, maar hij ontaardt zeer snel in een onaantastbare geldwolf zonder moraal. Ook al zijn die geschriften totaal onbetrouwbaar, van roddelbladniveau, ze blijven wel heel interessant, geestig zelfs. De enige die op het einde trouw aan Nero’s zijde blijft staan is de voedster. De vrouw die hem gezoogd heeft. Het kan ook moeilijk anders, hij heeft al de anderen vermoord. Johanna speelt dat mooie, broze, moederlijke personage.”

Waarom wil je dat beeld van een perverse keizer uit de oudheid zonodig nuanceren?

“Ik had het plan opgevat om binnen NTGent een monologentrilogie op te zetten. Ik begon met Lex, een voorstelling over macht, al gaat het verhaal van Alexander de Grote wat mij betreft nog veel meer over eenzaamheid. Hij probeert vanuit zijn immense godenstatus een wereld te scheppen, simpelweg om niet meer alleen te zijn. De tweede monoloog heette Julius Caesar. Dat stuk gaat over de perfectionering van die macht. Over hoe je door een verfijnd gebruik van de retoriek een volk kunt misleiden. Met Nero ga ik in dat verhaal nog een stapje verder: Nero predikt kunst en schoonheid. Daar moet de wereld in geloven.”

Klinkt op zich niet fout, was Nero in jouw ogen een dromerig poëet?

“Nee, geenszins, Nero was iemand die zichzelf als de messias zag. Hij stelde zich gelijk met de wet en de moraal. Als hij zegt: ‘Schoonheid zal de wereld regeren’, dan doelt hij op zichzelf. Hij probeerde de leer van zijn meester Seneca in de praktijk te brengen, maar dan in zijn uiterste, dus onmenselijke consequentie. Net zoals bij de bijbel of bij Das Kapital van Marx: als je een intrinsiek mooi idee tot in zijn uiterste consequenties gaat toepassen, dan kom je in de problemen. De Franse filosoof Jacques Derrida stelde dat de mensheid historisch gezien in oorlogen en terreur belandt vanaf ze concreet begint te verlangen naar een messiasfiguur. Dat vind ik een heel interessant en bruikbaar inzicht. Hij stelt dat die drang naar verlossing een utopie is. Je kunt je verlangens beter bijstellen naar iets kleiners, iets pragmatischers, iets haalbaars. Dat is wat ik met dit verhaal wil vertellen.

“Mijn Nero is een expliciete commentaar op een soort behoefte die de laatste jaren weer de kop opsteekt. De wereld lijkt op zoek naar een verlosser, naar iemand die de scheefgetrokken situatie rechtzet.”

Barack Obama, bedoel je?

“Ik herinner mij toch onze collectieve ontroering bij zijn verkiezing, je voelde de hoop overal opflakkeren. Plots stond daar iemand op meesterlijke wijze de geschiedenis van de retorica voor onze neus uit te leggen. De man die Obama’s teksten schrijft is een regelrecht genie. Hij kent de speeches van alle grote redenaars en herkent er heel slim de universele dynamiek in. Cicero, Gandhi, Martin Luther King, zelfs Hitler, al hun redevoeringen verlopen volgens dezelfde identieke principes. Voor alle duidelijkheid, Hitler kende geen moraal en mededogen en was in die zin een monster. Maar formeel gezien was de opbouw van zijn retoriek gelijk aan die van Gandhi.”

Los van de retorische

trukendozen, geloof jij zelf dat schoonheid of kunst de wereld kan redden?

“Redden, nee. Maar kunst maakt de wereld wel tegelijk complexer en rijker. Schoonheid en kunst zijn twee begrippen die al te vaak met elkaar worden verward. Het grote misverstand tussen de kunstenaar en zijn publiek zit hem in de verwachting: mensen geloven dat schoonheid het doel is van kunst. Dat is niet waar, het is een van de middelen van de kunstenaar. Kunst is geen decoratie. Ook hier biedt Derrida een antwoord: herleid dat grote schoonheidsideaal van de kunst naar iets kleins, iets wat binnen haar bereik ligt. Zelfs troost is mogelijk. Op een moment dat ik mij heel slecht voelde in het leven, omringde ik mij letterlijk met kunstboeken en muziek. De kunsten kunnen je niet genezen, maar ze kunnen wel troost bieden.”

Kunst moet nut hebben?

“Kunst moet niets, maar ze heeft wel nut. Een sluipende variant van nut dan toch. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat de wereld een pak slechter af zou zijn zonder kunst. Zonder mensen die luidop vragen stellen, door hun werk midden in de wereld te plaatsen.

“De kunstenaar moet niet hoognodig antwoorden formuleren. Ik vind het zeer moeilijk om te geloven in een groot verhaal, maar ik geloof wel rotsvast dat het ontbreken van een groot verhaal niet noodzakelijk tot wanhoop hoeft te leiden. Met Medea en Nero hou ik eigenlijk tweemaal een pleidooi voor de schoonheid, hoe lastig die term ook is. De toon is anders dan in mijn vorig werk, dat meer gebaseerd was op ontwrichting. Nu zit die drang naar schoonheid er onverholen in.”

Je regisseert nu vaker dan

vroeger. Heb je die afwisseling met het schrijven met de jaren meer nodig?

“Ik heb me nog maar net publiekelijk geout als regisseur. Toch werk ik maar een paar maanden per jaar voor NTGent, het grootste deel van de tijd zit ik nog steeds thuis te schrijven. Soms maar een paar seconden op een dag, soms vijftien uur aan een stuk. Vroeger schreef ik dag en nacht, die tijd is nu voorbij. Ik heb tot mijn scha en schande moeten ondervinden dat er ook geleefd moet worden. Het samenwerken met mensen, die afwisseling maakt je volgens mij beter als schrijver, anders word je een halve autist. Zo’n laptop blijft toch uiterst beperkt in zijn mogelijkheden.”

In spelerskringen worden jouw teksten weleens moeilijk speelbaar, ontoegankelijk en onherkenbaar genoemd. Word je daar als regisseur vaker mee geconfronteerd?

“Vroeger schreef ik een theatertekst, verzond ik hem, en klaar was dat. Tot ik eens ging kijken: ik was ogenblikkelijk gechoqueerd. In goeie zin. De manier waarop acteurs teksten konden opeten, fascineerde mij meteen. Ik wist niet dat zoiets kon. Later bij Aars! leerde ik lijntjes te schrijven naar de mond van iedere acteur. Dat ben ik blijven doen. Ik besef dat ik moeilijke, dictatoriale teksten schrijf. Dan moet ik minstens de moeite opbrengen om te zorgen dat het voor iedereen juist zit. Bovendien lenen mijn teksten zich niet tot elk soort theater. Eigenlijk zijn het allemaal verkapte monologen, het lukt pas als ze ter plaatse uitgeademd, uitgezweet worden. Mijn teksten verdragen sommige dingen niet, al vind ik dat moeilijk om uit te leggen. In Nero heb ik voor de eerste keer het gevoel dat we verder gaan, mijn taal lijkt zich duidelijker te plooien naar wat Wim staat te doen. Hij verstaat de kunst om het spelen heel helder te houden. Dat blijft toch het moeilijkste voor een acteur: spelen met een lichtheid.”

Ik heb jouw verbeelding en inlevingsvermogen altijd bewonderenswaardig gevonden. In Medea bijvoor- beeld beschrijf je op een heel zintuiglijke manier hoe het voelt om een kind zogen.

“Wat wil je dat ik zeg? Dat ik een gemankeerde vrouw ben? Ik wil daar liever niet over praten (lacht).”

“... één geluid, één kreuntje en je borsten lopen over... ik voel de melk tot in mijn hals stuwen... nooit eerder heb ik dit...”

“Jaja, dat volstaat. Dat heeft veel minder met verbeelding te maken dan je zou denken. Het is toch, zoals bij elke kunstvorm, gewoon een kwestie van concentratie? Het gaat over een soort kijkempathie: aandachtig observeren, geduldig afwachten en gepast reageren. Iedereen kan die vaardigheid ontwikkelen. Iedereen heeft dat eigenlijk in zich zitten, dat merk je bij kinderen. Vanaf het moment dat een kind naar school wordt gestuurd, verandert dat kijken. Het wordt niet verder getraind, het wordt integendeel afgebakend. Kijken naar de wereld, de dingen, de mensen, dat is het allerbelangrijkste stuk, of dat nu over een moeder gaat, of over een hond. Het kan zelfs over dit kopje koffie gaan. Niet dat ik onophoudelijk naar vrouwen of mannen zit te loeren, maar bij dit weer zijn deze terrasjes ideaal voor dat slag observaties. Eigenlijk zit ik constant te beschrijven terwijl ik kijk.”

n Peter Verhelst: ‘Vroeger schreef ik dag en nacht. Die tijd is nu voorbij. Ik heb tot mijn scha en schande moeten ondervinden dat er ook geleefd moet worden.’

Peter Verhelst

nBrugge, 28-01-1962

n1987: poëzie- debuut Obsidiaan

n1993: romandebuut Vloeibaar harnas

n1999: stapt uit het onderwijs

n2000: Gouden Uil, Jonge Gouden Uil en Driejaarlijkse Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap (2001) voor Tongkat

n2005: Zwerm

n2006: wordt regis- seur bij NTGent

n2009: aanstelling

Gents stadsdichter

n2011 premières Nero en Medea

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234