Dinsdag 24/05/2022

'Mijn muziek neem ik bloedserieus maar mezelf niet'

Tom Helsen (38) is terug. Vier jaar nadat hij aankondigde om voortaan alleen nog achter de schermen te werken, heeft de Leuvense singer-songwriter een nieuwe radiohit, een nieuwe plaat, én is hij straks acht weken in primetime te zien op VTM. 'Ik wil er raken op de kracht van mijn schoon liekes.'

Hij heeft het even uitgerekend. 'Castle Walls' is zijn drieënveertigste single die de nationale airplaylijsten haalt. Een record? Misschien niet - Will Tura doet vast beter - maar toch: een indrukwekkend cijfer.

Tom Helsen maakt momenteel de comeback waarvan hij tijdens ons laatste interview, bijna vier jaar geleden, overtuigd was dat die er nooit zou komen. Toen schrapte hij niet alleen een volledige tournee, maar ook een plaat die kant en klaar was. In plaats daarvan zou Helsen voortaan alleen nog songs voor anderen schrijven.

Maar nu is er, na veel zelfreflectie, Unbreakable - een mooie nieuwe plaat - en heeft Helsen opnieuw een band rond zich geschaard.

Vanaf 23 maart is hij bovendien acht weken lang te zien in Liefde voor muziek, een gloednieuw muziekprogramma op VTM waarbij zes uiteenlopende artiesten elkaars nummers coveren. Het format heeft in het buitenland zijn degelijkheid al bewezen, en in de Vlaamse versie krijgt Helsen onder meer gezelschap van Guy Swinnen, Kate Ryan, Slongs Dievanongs en het curiosum Christoff.

"Ik doe mee omdat het écht om muziek draait", legt Helsen uit. "De makers wilden iemand die zowel breed gaat als geloofwaardig is. En op z'n minst zullen de mensen op die manier weten dat ik een nieuwe plaat uit heb. Noem het: een win-win."

Je bent in 2011 heel abrupt gestopt. Er was een tournee gepland waarvan de kaartverkoop al liep, toen je van de ene dag op de andere aankondigde dat je een punt achter je carrière zou zetten. Omdat je er geen plezier meer

in had - een valabel argument overigens.

Tom Helsen: Ik zat niet goed in mijn vel en kampte met een depressie. Dat is vandaag eigenlijk nog steeds zo. Ik zit op dit moment nog even diep als toen. Het enige verschil is dat ik nu echt zin heb om te spelen. Toen ik destijds voor mijn stotteren ben uitgekomen, heb ik daar veel positieve reacties op gekregen. Daarom wil ik nu - voor één keer, tenminste - ook wel over mijn depressie praten.

"Omdat ik weet dat anderen zich daarin zullen herkennen, en er misschien ook wat aan zullen hebben.

Het is niet dat ik er mee te koop loop omdat ik toevallig een nieuwe plaat te promoten heb. Maar jij hebt destijds mijn afscheidsinterview gedaan, dus ik vind het mooi om nu op deze manier de draad weer op te pakken."

Wat was er precies aan de hand, toen?

"Ik zat op het hoogtepunt van een depressie die op dat moment al zes jaar aansleepte. Het zit sowieso een beetje in de familie. Het eerste signaal was mijn vrouwenplaat. Ik wilde mijn eigen songs niet meer zingen, dus vroeg ik aan een handvol zangeressen om het in mijn plaats te doen. Ik was mijn eigen stem beu, hoorde mezelf niet meer graag.

"En toen kwam dat interview met Tomas De Soete op Studio Brussel waar ik alleen maar klinkklare onzin uitkraamde. Geen enkele zin had waarde of betekenis. Kortom: het geluid van iemand die er totaal door zat, en geen benul had van wat hij wilde. Ik kwam ook heel arrogant over, blijkbaar. De dag nadien heb ik de plug eruit getrokken, en beslist dat het genoeg was geweest."

Ondertussen zijn we bijna vier jaar verder. Hoe heb je al die tijd het hoofd boven water gehouden?

"Ik heb aan een heleboel succesvolle songs meegeschreven, zodat ik van mijn Sabam-inkomsten kon leven. Dat is mijn geluk geweest. Ik was niet alleen de muziek kotsbeu, maar ook mezelf. Telkens als ik een nieuw nummer had gemaakt en dat aan mijn vrienden liet horen, vonden ze het wel schoon. Maar er was altijd iemand die zei: het klinkt te veel als Tom Helsen. Dat vond ik verschrikkelijk, vooral omdat het waar was.

"Ik dacht dus dat ik mezelf compleet moest heruitvinden. Alleen: iederéén doet altijd hetzelfde. Hooverphonic herken je al na twee seconden, en alle song van Admiral Freebee lijken op elkaar. Nu besef ik dat dat een pluspunt is. Meer nog: precies die herkenbaarheid zorgt ervoor dat ik van mijn muziek kan leven. Wat ik toen haatte aan mezelf, zie ik nu als mijn grootste kracht. Dus blijf ik clichématige popsongs van drie minuten maken. Omdat ik daar zelf erg van hou. En omdat ik er verdomd goed in ben."

Oké, maar vanwaar die ommezwaai?

"In de eerste twee jaar dat ik met mijn depressie kampte, wist ik heel goed wat ik níét wilde. In de jury van televisieprogramma's zitten, met Regi de studio ingaan, optreden in Tien om te zien... Ik had me laten meeslepen door het succes. Als mensen zeiden dat iets niet hoorde, was dat voor mij net een argument om het toch te doen. Door weer liedjes te schrijven weet ik nu wat ik wél wil. En die lijn ga ik de volgende twintig jaar volgen. Ongeacht hoe anderen daar tegenover staan. Ik kijk er nu ook weer naar uit om een publiek voor me te hebben."

Maar als ze je morgen bellen om voor veel geld in de jury van The Voice te zetelen, zeg je 'nee'?

"Dat ga ik inderdaad niet doen. Zelfs niet voor honderdduizend euro. Omdat ik een probleem heb met het format. Ze maken de kop van die kandidaten acht weken zot. Allemaal denken ze dat iedereen hun vriend is, en dat ze op het punt staan om door te breken. Maar

99 procent ervan eindigt in de goot. Of op een pensenkermis, waar ze één nummerke mogen zingen. Het is een debiele show. Ik wil ook niet in de boekskes staan omdat ik in The Voice zit. Ik wil er raken met mijn schoon liekes.

"Muziek maken, dát moet de essentie zijn. Ik sta heel graag op het podium, maar eigenlijk ben ik het contact met het publiek pas zes maanden geleden gaan missen. Ik kan zonder de aandacht, heb niet veel complimenten nodig. Applaus voedt mij niet. Het is nooit mijn motivatie geweest om liedjes te schrijven. Als af en toe iemand zegt dat ik iets moois heb gemaakt, volstaat dat."

"Ik behoor tot dat ene procent muzikanten dat het meest voldoening haalt uit thuis songs componeren. De rest is mooi meegenomen, maar geen doel op zich. Zolang ik geen schijtnummers maak, zal ik altijd geld verdienen met mijn muziek. Soms wat meer, soms wat minder. Voor ik stopte, heb ik bakken geld verdiend. In mijn bvba kwam elke maand vijftienduizend euro binnen, dus ik moest naar niks kijken. Nu, ik hoef niet rijk te worden van mijn muziek. Als ik er gewoon van kan leven, is het al lang goed. En ondertussen gaan mijn nummers via via de wereld rond. Voor hetzelfde geld neemt volgend jaar een of andere bigshot uit de countrywereld een van mijn songs op."

Die theorie heb je me jaren geleden ook al uit de doeken gedaan, maar veel concreets is er voorlopig niet uit de bus gekomen.

"Dat besef ik, maar vroeg of laat gebeurt het. Je hebt maar één liedje nodig dat aan de juiste kant van de lijn valt, en ik ben er al een paar keer heel dichtbij geweest. Het komt er dus op aan om vol te houden. En goeie nummers te blijven schrijven. Ik acht de kans veel groter dat een of andere superster een song van me opneemt dan dat ik in België weer een nieuwe hype word. Laat dat maar aan Oscar and the Wolf over.

"Kijk: songs schrijven is zwoegen en zweten. Voor elk goed nummer dat ik maak, schrijf ik er honderd slechte. Alleen krijgt niemand die ooit te horen. Geef toe: in België ben ik gewoon een hitschijtmachine geworden. 'Castle Walls' is mijn drieënveertigste single die door de radio wordt opgepikt. Tweeëntwintig daarvan stonden in 'high rotation' bij Studio Brussel. En dan waren er ook nog eens twaalf cross-overhits die op alle zenders werden gedraaid."

Hoe heb je de voorbije jaren je dagen dan gevuld? Een muzikant brengt platen uit en treedt op, twee dingen die je sinds 2011 nauwelijks of niet gedaan hebt.

"Vorig jaar heb ik zeven à acht uur per dag aan mijn nieuwe plaat gewerkt. De jaren ervoor schreef ik tussen de soep en de patatten. Ik hield me vooral met het huishouden bezig, eigenlijk. Ik heb vier klein mannen en een heel groot huis. Daar kruipt een boel werk in, maar mijn vrouw heeft niet veel moeten doen. Leek me niet meer dan normaal, trouwens. En voor de rest schrijf ik nummers. De beste negen staan nu op de plaat, maar daarnaast liggen er nog 45 in de schuif die ik de volgende maanden allemaal voor anderen ga uitwerken. Dat is altijd het moeilijkste: wat hou ik zelf, en wat geef ik aan collega's?"

Je hebt, als ik je vrouwenplaat The Truth About that Girl and Me buiten beschouwing laat, zeven jaar geen plaat meer uitgebracht. Maar je bent - ook al door je hilarische updates op Twitter en Facebook - eigenlijk nooit uit de aandacht verdwenen.

"(lacht) Blijkbaar vindt men dat ik daar vernieuwende dingen doe, en dus halen mijn berichtjes heel vaak de kranten en de boekskes. Iemand die een beetje bekend is en geen blad voor de mond neemt, is kennelijk een zeldzaamheid. Veel mensen vinden het trouwens erg verwarrend: mijn groot bakkes, en die pipi-kakahumor staan in schril contrast met mijn gevoelige popnummers. Maar voor mij is dat niet in tegenspraak. Ik bén gewoon zo. Ik laat de mensen graag lachen.

"Ik weet dat er zonder die aangebrande tweets wellicht meer mensen naar mijn optredens zouden komen, maar ik heb die twee uitersten nodig. Ik sta liever in kleinere zalen als ik in de grote mezelf niet kan zijn. Veel van mijn collega's hebben overal uitgesproken meningen over, maar zodra ze een microfoon onder hun neus geduwd krijgen, klappen ze dicht. Dat is een keuze. Mijn muziek neem ik bloedserieus, maar mezelf niet. Ik ben een onuitputtelijke bron van debiele zinnen en woordspelletjes. En Twitter biedt daar een perfect platform voor."

Je hebt last van mentale ADHD.

"Daar zit iets in. Ik praat heel graag en snel, maar als ik mezelf op de radio bezig hoor, word ik daar zelf ambetant van. Ik ben verschrikkelijk rusteloos, word voortdurend geprikkeld door duizend-en-een dingen die andere mensen niet eens opmerken. Wat ook meespeelt: ik wil het graag luchtig houden. Ook als ik met mijn muzikanten een plaat aan het opnemen ben. Het leven is toch al naar de kloten, dus het moet verder niet te serieus worden."

Eigenlijk meet je jezelf op die manier een houding aan, trek je een façade op.

"Misschien. Maar het helpt me om niet in een put te vallen. Intussen is het ook een soort automatisme geworden. Noem het instant gratification, maar als je een depressie hebt, is dat al een godsgeschenk. Gewoon eens een avond lang onnozel kunnen doen, is voor mij van levensbelang. Mocht ik dat niet hebben, had ik al lang aan een boom gehangen."

Valt er van zo'n depressie af te raken, denk je?

"In mijn geval niet, nee. Ik zal mettertijd een manier moeten vinden om daarmee om te gaan."

Dat klinkt heel fatalistisch.

"Ik worstel er nu toch al een jaar of acht mee. Misschien dat het met de juiste medicatie deels te verhelpen is, maar daar ben ik bang voor. Omdat ik niet wil dat het me afstompt, of me artistiek beïnvloedt. Mijn psycholoog hamert er trouwens op om daar zolang mogelijk mee te wachten. Maar ik informeer me wel, want mijn moodswings zijn mentaal heel slopend. Ik kan het beste nieuws van mijn leven krijgen, en er een minuut later compleet doorheen zitten. Die momenten zijn gelukkig zeldzaam."

Eigenlijk heb je er vier jaar over gedaan om te ontdekken dat datgene waar je zo hard van bent weggelopen, het liefste is dat je doet.

"Ja, dat is zo. Door die depressie zag ik op den duur door de bomen het bos niet meer. Het had ook met stress te maken. Ik kan me opwinden over de futielste details. Tegelijk heb ik last van een ziekelijk rechtvaardigheidsgevoel, dat létterlijk levensbepalend is. Ik houd voortdurend rekening met de mensen met wie ik werk. Als ze een deadline van me vragen, zal ik hemel en aarde verzetten om die te halen.

"Maar als ík deadlines stel, worden zes dagen al gauw zes weken. Daar erger ik me kapot aan, omdat ik dat niet begrijp. Nog zoiets: ik kan een uur naar een parkeerplaats zoeken, en als ik dan eindelijk een plekje vind dat zo krap is dat de auto ervoor z'n koffer niet meer open krijgt, rij ik desnoods nog een half uur extra rond. Met dat soort onnozelheden kamp ik constant."

Ten slotte: zie je er tegenop om vanuit het niets terug te komen? Vier jaar - of zeven, al naargelang - is láng in de popmuziek.

"Ik voel geen stress. In België heb ik zowat alles gedaan wat je kunt doen. Rock Werchter, twee keer TW Class-ic, Dranouter, Lokerse Feesten... Die moet ik nu allemaal opnieuw veroveren. Dat zal niet lukken via een hype, of met een nieuw geluid dat niemand ooit eerder heeft gehoord. Maar misschien wel met 'Adelaide', mijn volgende single waarvan iedereen denkt dat het een bom wordt.

"Eén ding heb ik wel geleerd. Veel artiesten creëren iets onbereikbaars, iets geheimzinnigs om zich heen. En dat werkt. Alleen: ik ben zo niet. Het komt er nu dus op aan om daar een goed evenwicht in te vinden. Vroeger ging ik op festivals altijd vooraf mijn eigen instrumenten opstellen, terwijl het publiek stond toe te kijken. Dat breekt de mythe. Dat ga ik dus niet meer doen. (lacht) Mensen willen toch dat je een beetje een star bent."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234