Dinsdag 11/08/2020

OnderwijsPreteaching

‘Mijn leerlingen hebben geen ouders die het verschil tussen onderwerp en persoonsvorm kunnen uitleggen’

Bo Dutrieue geeft les in het vijfde en zesde leerjaar.Beeld Wouter Van Vooren

Preteaching is nergens evident, maar als ouders niet weten hoe ze een computer moeten gebruiken, of het toilet is het enige rustige plekje in huis, dan is het nog moeilijker. Bo Dutrieue (32), leerkracht in het vijfde en zesde leerjaar van het Sint-Paulus - De Wonderboom in Gent kan niet wachten om haar klas weer te zien. Ze is bezorgd over haar leerlingen: ‘Sommige kinderen zijn al weken niet buiten geweest.’

“Mijn groep telt nu 33 leerlingen: samen met een collega geef ik hen les volgens niveau. Velen van hen zijn tweede-, derde- of vierdegeneratiemigranten. Ze zijn hier geboren, maar als je in de zomer vraagt wat ze gedaan hebben, dan zeggen ze: ik ben naar mijn land geweest. Ze hebben weinig voeling met België en spreken thuis geen Nederlands. Ik merk nu al dat ze snel de taal verliezen, dat ze niet meer aanvoelen welk lidwoord ze moeten gebruiken. Toch maak ik mij daar geen zorgen over. Na de zomervakantie hebben ze dat ook en dan komt hun taalgevoel snel weer terug. 

“In de meeste gezinnen werkt de vader en is de moeder thuis. Het voordeel is dat er opvang is voor de kinderen. Maar financieel is het krap. Ze wonen soms in onderkomen huizen en appartementen zonder balkon of buitenruimte. En vaak met veel broers en zussen van allerlei leeftijden, die daar soms ook met hun gezin zitten. Zich een uurtje kunnen terugtrekken op hun kamer om geconcentreerd te werken, is een luxe die ze niet kennen. Ik heb een leerling waar het zo druk is thuis, dat ik hem heb gevraagd of hij de les misschien in de badkamer of op het toilet kan volgen. Of ze sturen me een bericht: ‘Juf, je zegt dat we die oefening moeten verbeteren met een groene bic, maar ik heb dat niet.’ Je mag er niet zomaar van uitgaan dat iedereen gekleurde pennen in huis heeft.” 

Zes weken niet buiten

“Een aantal kinderen zijn al zes weken niet buiten geweest, zelfs niet om te wandelen. De ouders zijn soms ongeschoold of kunnen nauwelijks lezen en schrijven. Ze lezen geen kranten en halen hun informatie van overal en nergens: van het nieuws in pakweg Bulgarije of van Facebook, maar daar daar circuleren veel hoaxes. 

“Ze snappen niet goed wat een virus is en zijn bang dat hun kinderen besmet zullen worden als ze buiten spelen. Als we langskomen, doen ze de deur niet open. Sommigen lieten de lesbundels die we in hun brievenbus achterlieten 72 uur zitten, want ze hebben ergens gelezen dat het virus zo lang op een voorwerp overleeft. Er was zelfs één ouder kwaad omdat we zo de kinderen zouden kunnen besmetten. 

“Meteen na de sluiting van de scholen zijn we in gang geschoten. Ik ben bij elke leerling gaan aanbellen: heeft iedereen opvang? Ik heb een Instagram-account aangemaakt om met de kinderen te kunnen communiceren. Wat een geluk dat deze sociale media bestaan, al gaat dat natuurlijk veel moeilijker in de eerste leerjaren. 

“De paasvakantie was stresserend, met heel weinig slaap. Wij gebruiken geen werkboeken, maar maken al ons materiaal zelf. Als je plots helemaal anders moet werken, dan moet je eigenlijk weer helemaal opnieuw beginnen. Ik heb uren en uren online instructiefilmpjes gekeken om zeker te weten dat ze goed in elkaar zitten. De laatste dag van de paasvakantie heb ik een hele dag kopieën gemaakt en voor elke leerling een werkbundel samengesteld, want sommigen volgen een individueel traject. 

“Ondertussen overleg ik voortdurend met mijn collega’s en de directie. We hebben uitgezocht hoe dat live lesgeven werkt op Smartschool, en geoefend met elkaar. Voor de wat oudere leerkrachten is die digitale omslag echt niet zo evident.”

Beeld Wouter Van Vooren

“Voor alle duidelijkheid: de meeste ouders, die nu uit hun comfortzone moeten komen, doen echt hun best. Er zijn ouders die mij elke dag mailen of bellen om te vragen hoe hun kind het doet tijdens de liveles, of hoe ze best een planning opmaken. Sommigen zijn speciaal een laptop gaan kopen, anderen proberen zichzelf bij te scholen door materiaal te zoeken waarmee ze hun kind kunnen verder helpen. Er zijn ouders die de gekste spelletjes bedenken om met weinig middelen hun kinderen bezig te houden. Maar het is niet voor iedereen zo evident. 

“Afgelopen maandag hebben we kraampjes opgezet op school om ouders te helpen om zo’n Smartschool-account te activeren. Sommigen weten niet hoe je met een muis moet scrollen, of hoe je caplocks gebruikt. Ze moeten plots ‘algemene voorwaarden aanvaarden’, en ‘een sterk paswoord’ aanmaken. 

“Een van mijn leerlingen geraakte er maar niet aan uit: op een gsm begint een zin bijna automatisch met een hoofdletter, maar om zijn mailadres in te voeren moest hij een kleine letter typen. Ik ben uiteindelijk naar die jongen thuis gereden om in zijn tuin, op twee meter afstand, uit te leggen hoe hij dat moet doen. Het goede nieuws: na deze periode gaan onze kinderen allemaal digitaal geletterd zijn.

“Via Digipolis hebben we wel twaalf laptops gekregen. Een vergiftigd geschenk. Ze hebben Linux als besturingssysteem, je moet al een heel stappenplan door voor je die zelfs maar aan krijgt. En ze zijn zo oud dat je er niet mee op het wifinetwerk kan, dus we hebben internetkabels moeten meegeven. Een moeder stond hier na een uur al terug: ‘Het lukt niet, we doen het wel met de smartphone.’” 

Bo Dutrieue: ‘Mijn leerlingen hebben geen ouders aan wie ik kan vragen om hen het verschil tussen een onderwerp en een persoonsvorm uit te leggen.'Beeld Wouter Van Vooren

“Elke maandag gaan we nieuwe werkbundels uitdelen en die van de week voordien nakijken. We zien de leerlingen dagelijks even via Smartschool, zodat ik hen kan vragen hoe het gaat. Af en toe is er een liveles. Voor de leerkrachten in de lagere graden is het veel moeilijker: ze kunnen de leerlingen niet rechtstreeks bereiken en ik zie niet in hoe je een kind kan leren lezen en schrijven via de computer. 

“Wat mijn leerlingen niet mogen, is hun werk zelf plannen, want dat is voor hen te vrijblijvend. Zij hebben ook geen ouders aan wie ik kan vragen om de kinderen het verschil tussen een onderwerp en een persoonsvorm uit te leggen. Een paar kinderen, die thuis geen computer hebben, werken hier op school.

“We zijn al volop aan het nadenken hoe we weer kunnen opstarten, eens het mag. Evident is dat niet om dat organisatorisch geregeld te krijgen. Ik geef les in het vijfde en het zesde leerjaar, en we zitten met grote groepen. Ik viel ook achterover toen ik hoorde hoeveel mondmaskers en handgel ons zullen kosten: makkelijk 500 euro per week. Maar ik zal enorm blij zijn om de kinderen terug te zien.

“Als we moeten doorwerken in de zomervakantie, prima. Ik wil dat gerust doen, en het is de max dat er wordt nagedacht over hoe we dit schooljaar tot een goed einde brengen. Maar een onderwijsminister moet zo’n idee niet eerst in de media lanceren voor hij het heeft afgetoetst met de sector. Ik begrijp niet dat onderwijsminister Ben Weyts zegt dat hij niet langer de virologen gaat volgen maar zelf over de heropening wil beslissen. Dat gaat niet pakken, hoor. Ouders die bang zijn, houden hun kinderen thuis.”

Miguel Wiels

“Het is ook echt frustrerend als mensen zoals Miguel Wiels op Twitter zeggen dat we niet mogen klagen omdat we al zeven weken thuis zijn en nauwelijks moeten werken. Van een BV met duizenden volgers mag je toch verwachten dat die even nadenkt voor hij zoiets online zwiert? Serieus: als hij denkt dat het zo makkelijk is, dat hij dan in het onderwijs stapt, we kunnen het gebruiken. Mensen hebben geen idee wat wij achter de schermen doen. Niemand die dat ziet, behalve onze leerlingen. 

“Het is ook veel meer dan tien bladzijden taaloefeningen uitdelen, of vijf bladzijden rekensommen. Ik worstel met een identiteitscrisis: ik ben leerkracht met hart en ziel, en ik kan niet bij mijn gasten zijn. Ik zie mijn leerlingen vijf dagen per week, sommigen al twee jaar. Ik mag er niet te lang over nadenken, want dan moet ik huilen. Of ik ze mis? Dat is een groot woord. Maar ze krijgen soms zo weinig liefde, en ze hebben het meer dan ooit nodig. Wij zijn hun warm nest. We hebben het hier ook nooit over klassen, maar over nesten: mijn groep is het nest van de toekans. 

“Klasuitstappen, het schoolfeest: alles wat onze kinderen motiveert, gaat niet door. Zullen de zesdejaars nog een proclamatie krijgen? We weten het niet. Weyts is enorm gericht op kennisoverdracht: daar moeten we nu mee bezig zijn, ook als de school weer opengaat. Maar voor ons is dat nu totaal geen prioriteit. Wat ze dit jaar niet leren, halen we volgend jaar wel in. Hoe het met hen gaat, dat is mijn eerste bezorgdheid. Niet die toets Frans. “

Bo Dutrieue: 'Er zijn leerlingen die bij ons elke dag een warme maaltijd krijgen, betaald door het OCMW. Wat eten die kinderen nu?'Beeld Wouter Van Vooren

“Ik kan daar heel kwaad van worden, ja. Wil minister Weyts alstublieft eens een dagje meedraaien hier? We weten dat een aantal kinderen fysiek geweld moeten ervaren. Er zijn leerlingen die bij ons elke dag een warme maaltijd krijgen, betaald door het OCMW. Wat eten die kinderen nu? Er zijn families met baby’s waar iedereen binnenshuis rookt. 

Er zullen ook kinderen zijn die familieleden verloren hebben aan corona. Wat moeten wij dan zeggen? ‘Jammer van je oma, maar volgens de minister is het nu dringend tijd om de oppervlakte van een ruit te berekenen?’ Als ze zich niet goed voelen, komen kinderen niet tot leren toe. 

Ze mailen me vaak, of sturen me berichten. “Juf, wat ben je aan het doen?” Dan weet ik dat ze even nood hebben aan contact. Ik antwoord altijd, ook om negen uur ‘s avonds. Vroeger zou ik dat niet doen, maar nu vind ik dat belangrijk. Ze hebben het echt lastig, en de verveling slaat toe. 

Ongesteld worden

Bo Dutrieue: 'Toen ik de takenbundels deur-aan-deur ging afgeven, kwamen sommigen me echt toegelopen. Ik kon niet anders dan ze wegduwen, maar dan breekt je hart.'Beeld Wouter Van Vooren

“Ik ben vaak hun moederfiguur, hun psycholoog, hun opvoeder. En pas daarna hun juf. Ik ben normaal diegene die aan de meisjes uitlegt dat ze ongesteld gaan worden en wat ze dan moeten doen. Ik ben diegene die ze op een verdrietig moment vraagt of ik ze een knuffel mag geven. Dan kijken ze je verbaasd aan: huh? Ze zijn dat niet gewend. Toen ik de takenbundels deur-aan-deur ging afgeven, kwamen sommigen echt naar me toegelopen. Ik kon niet anders dan ze wegduwen, maar dan breekt je hart.

“Deze week is, al bij al, goed verlopen. De start was moeizaam: niet iedereen geraakte aangemeld, sommige leerlingen deden niet mee. Als ik ze daarna belde, bleken ze nog te slapen. Inmiddels gaat het beter. ’s Ochtends beginnen we met een onthaalmoment waarop we even met elkaar kunnen babbelen. Je moet ze wat op gang krijgen, maar ze vinden heel fijn om elkaar te kunnen zien. 

“Donderdag had ik voor het eerst het gevoel: ze willen weer leren. Deze kinderen beseffen ook dat we achterstand oplopen en willen meewerken. Ze zijn intussen alweer vergeten wat een onderwerp is, en een persoonsvorm, maar ze vinden het fijn dat hun vaste juf het hen nog eens uitlegt. Volgens mij volgens ze daarom de online les: om de juf en hun klasgenoten te zien, en zo weer een beetje routine te vinden.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234