Zondag 16/01/2022

Mijn jaar van de aanslagen

You got him, boys!, werd geroepen toen Salah Abdeslam bij de kraag werd gevat. Maar wat enkele dagen later gebeurde in Zaventem en Maalbeek, kan zomaar weer gebeuren, schrijft Laïla Ben Allal.

Begin december een persoonlijk jaaroverzicht insturen is niet zonder risico: voor je het weet, schrijf je iets voorbarigs - sommige ministers kunnen ervan meespreken. Dus ja, je kunt alleen maar bidden dat we het ergste voor dit jaar achter de rug hebben.

2016 heeft er hoe dan ook behoorlijk stevig in gehakt. Werkzaam bij CNN, ben ik toe aan een break, maar dat dacht ik in maart ook al.

Woensdag 16 maart om precies te zijn. Het eerste deel van de opnames voor de documentaire Frontline Belgium is klaar. Wekenlang hebben we dag en nacht in Molenbeek doorgebracht om, na Parijs, antwoorden te zoeken "why Belgium is Europe's front line in the war on terror". We hebben families van Syrië-gangers gesproken, tientallen deskundigen geïnterviewd - van imams over veiligheidsmensen tot psychologen -, en Montasser AlDe'mehs deradicaliseringscentrum bezocht.

Maar van vakantie komt niets in huis. Op vrijdag 18 maart wordt Salah Abdeslam, de enige nog levende terrorist achter de aanslagen in Parijs, bij de kraag gevat. Niet veel later sta je bij je cameraploeg, voor het huis waar Abdeslam is opgepakt. En ga je op zoek naar reacties van buurtbewoners. Die zich vragen stellen. Zoals Katrien, een prille dertiger: "Waarom hebben ze nooit gereageerd op tips van informanten, van bezorgde moeders begin 2013 nog voor de éérste Syrië-strijders vertrokken? Wat is er met de tips van anti-terreurcellen en politiekorpsen gebeurd? Waarom heeft Binnenlandse Zaken daar niets mee gedaan?"

Goede vragen, denk ik bij mezelf. Want vanuit de moslimgemeenschap is effectief cruciale informatie doorgeseind. Men heeft dit jaar wel getoeterd over dansende moslims en Molenbeekse omerta, maar ze zijn kennelijk vergeten dat heel wat mensen uit de Marokkaanse gemeenschap hun nek hebben uitgestoken. Na de gruwelijke aanslagen in Parijs heeft inspecteur Hamid A. cruciale informatie over de schuilplaats van Abdeslam doorgegeven aan de Mechelse politie. "Als die wel zou zijn doorgestroomd, zou alles anders zijn gelopen?", vraagt m'n collega.

Staatssecretaris Theo Francken (N-VA) kondigt als eerste de arrestatie van Abdeslam aan: 'We hebben hem.' Te vroeg, en de tweet wordt verwijderd. Later volgt een tweet van minister Jambon (N-VA), mét foto waarop hij samen met premier Michel (MR) strak in het pak staat te blinken voor een terreinwagen met een speciaal interventie-eskadron. Zijn 'You got him, boys!' gaat de wereld rond. Een significant aantal politici volgt de vicepremier als een zwerm vogels; ik had nog nooit zo veel selfies van smilende Belgische politici gezien op mijn Twitterfeed.

Weten zij veel dat ze een luciferlengte van een menselijk drama zijn verwijderd? De euforie van die dagen blijft o zo bitter.

Gezochte polemiek

22 maart zal ik me beter blijven herinneren dan mijn eigen verjaardag. Twee soldaten van de jihad, Najim Laachraoui en Ibrahim El Bakraoui, besluiten zich die ochtend op te blazen in de vertrekhal van Zaventem. Ruim een uur later blaast Khalid El Bakraoui zich op in metrostation Maalbeek.

De rest is nieuwste geschiedenis. Er vallen 35 doden, daders inbegrepen, en ruim 270 gewonden. Mijn herinneringen aan die dag liggen in tienduizend scherven voor me, onder te verdelen in woorden, beelden, stiltes.

Ik raap er een handvol op.

- Een Arabische journalist van Sky News die mompelt: "Hier in België kunnen jullie gelukkig nog gewonden verzorgen en doden begraven. In Syrië kan dat nauwelijks meer." Ik slik, en knik.

- De krijtspreuken op het Beursplein: 'United against hate', 'We are one', 'Terrorism has no religion'. Iedereen is op de een of andere manier verbonden. Joden, christenen, moslims, atheïsten, Walen en Vlamingen: allemaal rouwen ze om de gruwel. Eventjes toch. 'De bloemenzee wordt vertrappeld' is een zin die ik het liefst zou deleten.

- Vriend en collega Ayman Mohyeldin van NBC News vraagt me die avond of ik een goed restaurant ken in Molenbeek en of ik nu verrast ben door de aanslagen "in het hart van Europa". Ik weet niet waarom, maar op dát moment dringt het tot me door dat ik tot dan toe alles - van de IS-gruwel tot de kleuter die moederziel alleen zijn ouders roept - op automatische piloot heb verwerkt. Met emoties on hold, probeer je de alom geprezen neutraliteit in acht te nemen en alles wat fout is gelopen koel te registreren. Ayman is overigens vooral bekend om zijn verslaggeving van de verschillende oorlogen in Gaza.

Wanneer ik buiten de diensturen de familie van Loubna Lafkiri - ik kende haar via via - ga condoleren in Molenbeek, knapt er alsnog iets in me. Er wordt ons verteld dat haar lichaam zodanig verkoold is dat ze niet meer te identificeren is. Ik veeg mijn tranen weg en zak net niet in elkaar. Loubna kwam net als Salah Abdeslam uit Molenbeek. Ze was een mooie, jonge, hardwerkende lerares die het leven liet in Maalbeek.

Op 1 april breng ik samen met 2.500 anderen hulde aan Loubna tijdens het vrijdaggebed in het Jubelpark. De imam wijst op woorden van Allah: 'Het doden van een onschuldige is volgens de Koran hetzelfde als het doden van de hele mensheid.'

Woensdagnacht heb ik even wezenloos zitten scrollen door de lijst van slachtoffers van 22 maart. Zo veel verwoeste levens. Zo veel stilte, die bij momenten schaamteloos is overschreeuwd door soms gezochte polemiek, en vaak weinig constructief debat. Hoe dikwijls ben ik het voorbije jaar niet gebeld met de vraag of ik mee wil debatteren over "het Brusselse probleem". Probleem is dat het een wereldprobleem is, zeg ik dan. Dat het tijd wordt dat we - de media, jawel - verder kijken dan de radicale ideologie van extremistische jihadisten, maar ook de ten hemel schreiende vervreemding aankaarten die heel veel jonge mensen ervaren in dit land.

Kalief

De ziekelijk makende terreur vertrekt natuurlijk van de zelfverklaarde kalief al-Baghdadi en de zijnen, die het Westen de totale oorlog hebben verklaard onder valse voorwendselen en cherrypicking van koranverzen. Terreur spruit voort uit conflicten in het Midden-Oosten, maar staat niet los van het militair optreden van het Westen in de Arabische wereld. Dat we dus terug moeten inzoomen op de invasie van Bush en Blair in Irak. Dat het Sykes-Picotverdrag uit 1916 ook een bron is van conflict. Dat moslimjongeren anders kijken naar het Westen,

en dat ze de Europese waarden en normen moeilijk verteren wanneer de gruwel van IS terecht veroordeeld wordt maar tegelijk wapendeals met Arabische dictators blijven plaatsvinden. Dat de hypocriete houding van het Westen ook een pushfactor is tot gewelddadig extremisme. Enzovoort.

Sinds de aanslagen op Charlie Hebdo heb ik bijna non-stop gewerkt en een paar honderd mensen gesproken: families van Syrië-gangers en van terreurslachtoffers, politiemensen en inlichtingendiensten, terreurexperts en islamologen, imams en politici, jeugdwerkers en jongeren. Wie daar één rode draad in kan vinden, mag hem komen leggen. De complexiteit van gewelddadig extremisme maakt monomane verklaringen - 'het is dé islam, madam' - lachwekkend.

Er zijn diepe wonden geslagen, ik heb veel woede geregistreerd. En wantrouwen, niet het minst tegenover media. "Je legt je ziel op tafel en televisiemakers maken er gehakt van", zei een Molenbeekse winkelier nadat hij de reportagereeks van Eric Goens had gezien. Terecht of niet, ik ontmoet weinig mensen die zichzelf terugvinden in de portretten die zijn gemaakt. Reportagemakers zijn niets zonder 'moslimfixer' of 'bruggenbouwer', weet ik uit ervaring. Met hun kennis en achtergrond wordt weinig gedaan. Ze worden niet betrokken in de montage. Dat zou nochtans gevoeligheden en nuance kunnen toevoegen, die dikwijls ontbreken om een kritisch en herkenbaar beeld te maken.

Sinds Charlie Hebdo is kostbare tijd verloren gegaan. Veel media maken hun verhaal op het grid van polarisering. Veel nieuwe politici zijn getrainde roepers, maar slechte luisteraars. De overheid schiet zo schromelijk tekort. Inzetten op inlichtingendiensten en een stukje repressie zijn een noodzakelijk kwaad, maar op het vlak van preventie en deradicalisering merk ik op het terrein weinig resultaat. Dit verdeelde land maakt consequent beleid er niet makkelijker op.

Opgeleide vrouwen

En toch zijn er antwoorden, al liggen die vaak in het buitenland, zoals in Marokko, waar de islam wordt voorgesteld zoals hij is, complex maar ook gematigd. Het land heeft in 2003 ook een 'Brussel' gekend. Bij de aanslag in Casablanca vielen 33 doden en een honderdtal gewonden. De overheid startte een intensief leerprogramma voor imams, met nadruk op een gematigde islam. Op die manier maakt Marokko komaf met externe invloeden, zoals het Saoedische wahabisme. Opgeleide vrouwen worden ingezet om extreme ideeën te counteren. Dat lost niet alles op, maar het is een begin. Waarom kan dat hier niet?

Begrijpend luisteren kun je oefenen. Begin met de jongeren, en met moeders als Géraldine Henneghien. Zij had in 2014 de moed om haar zoon Anis in te seinen bij de veiligheidsdiensten. Er gebeurde hoegenaamd niets. Twee weken later vertrok Anis naar Syrië, waar hij de dood vond. Ik weet wat een cynicus dan denkt, maar mevrouw Henneghien en haar familie verdienen beter dan marginalisering. Zij zijn cruciale stemmen voor wie échte oplossingen wil zoeken.

Zo oogt de toekomst niet wolkenvrij. Een hoge functionaris bij de veiligheidsdiensten zei me onlangs: "Er is weinig veranderd sinds 22 maart. We doen wat we kunnen. Wat gebeurd is, kan zomaar weer gebeuren."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234