Zaterdag 16/01/2021

'Mijn jaar Parijs was uniek en onvergetelijk'

Van de achterlijke kleiputten van de Rupelstreek tot wervelend Parijs: zo beschrijft psychiater Dirk De Wachter (53) zijn ontpopping als man van de wereld. Terug naar de plek waar hij ontbolsterde. 'In Parijs voel ik me hypomaan.'

Dirk De Wachter is zijn boekje kwijt. Het blauwe Michelingidsje dat hij bijna dertig jaar geleden kocht, en waarin hij al die jaren netjes aankruiste waar hij sliep, at en kwam. Uit zijn jaszak gevallen, zonet, onderweg naar Esquirol, het psychiatrisch ziekenhuis waar hij destijds werkte. In 1986 was dat, zijn wonderlijke jaar in Parijs. Maar nu overheerst even teleurstelling. "Een stukje leven kwijt."

Opgetogen is De Wachter wel over het reusachtige, groene domein net buiten het stadscentrum, waar hij sindsdien niet meer is geweest. Hij was vijfentwintig toen hij als assistent aan de slag kon in het ziekenhuis, waar ooit Markies de Sade verzorgd werd.

Als kind ging hij met zijn ouders op vakantie naar zee, maar het was zijn jaar in de Franse hoofdstad waar hij veruit de mooiste herinneringen aan overhield. Vandaar dat hij voor deze reeks geen pretpark of camping uitkoos, wel de stad waar hij naar eigen zeggen "de tijd van mijn leven" had.

"Het werkritme in Esquirol was van de zuiderse slag", vertelt hij, "'s ochtends koffie drinken met de collega's, wat patiënten zien en dan aanschuiven voor de exquise lunch: een driegangenmenu met kazen en wijn toe."

Maar Esquirol was uiteindelijk niet meer dan een prachtig excuus om zich eindelijk in de echte wereld storten. "Ik heb hier veel gelezen, gezien en gehoord. Ongelooflijk hoe sponzig je de wereld opzuigt als je jong bent."

In de aanloop naar dit gesprek mailde u: "Ik kom uit de achterlijke kleiputten van de Rupelstreek. Dit heeft mij heel erg bepaald." Vertel.

"Het was de streek van de oude industriële teloorgang, en de onrechtvaardigheid tussen arbeiders en patroons in de steenbakkerijen. De ecologische oneerlijkheid ook: in de kleiputten werd licht radioactief gips gestort, in een armoedige streek protesteerde toch niemand. De sites waar we nu geforceerd romantisch over doen, stonden symbool voor politiek en zakelijk wanbeleid. Wat me zeker ook gevormd heeft was de culturele armoede. Ik bezoek graag mijn vader in Boom, maar de buurt maakt mij een beetje ongelukkig. Ik vind het daar lelijk, onaangenaam, gehavend."

In wat voor gezin bent u opgegroeid?

"Ik kom uit een zeer liefhebbende familie. Mijn vader was kinesist, mijn moeder had een winkel. Haar twee broers waren priesters, heel verstandige mensen die hun leven hebben besteed aan de zwakkeren in de samenleving. Een mens reconstrueert achteraf pas zijn verleden, maar die combinatie van het priesterschap en de medische stiel zou toch wel iets te maken kunnen hebben met mijn keuze voor de psychiatrische wereld."

In uw buurt zag u veel mensen met

psychiatrische problemen.

"In ons straatje was er enorm veel suïcide. De Rupelstreek is een gedepriveerde regio met veel miserie en psychiatrische pathologieën. Al is dat niet de reden waarom ik psychiater ben geworden. Mijn leraar Nederlands in de vijfde humaniora sprak bevlogen over literatuur: via Reve, Ivo Michiels, het modernisme in de Nederlandse letteren ben ik gefascineerd geraakt door de menselijke geest, door psychoanalyse, Freud, Jung, Adler. Op mijn zestiende besloot ik dat ik psychiater zou worden en de literatuur was mijn toegangspoort."

Weet u nog hoe u was als kind?

"Zeer curieus. Ik prutste overal aan, stak overal mijn neus in. Zodra ik kon lezen kreeg ik van mijn meter elk nieuwjaar een deel van de Zoek het eens op, een kinderencyclopedie. Ik verslond die boeken van voor tot achter, waardoor ik op jonge leeftijd nogal wat onnozele dingen wist. Het leven van Rossini, of zo."

Was u een gelukkig kind?

"Het zou schandalig zijn om te zeggen dat ik niet gelukkig was, ik kreeg alle kansen en liefde. Maar ik was wel een kind dat veel vragen stelde over het bestaan, dat niet vanzelfsprekend door het leven ging. Gewoon al het feit dat ik zo gelukkig was, maakte mij wel wat ongelukkig. Omdat ik zag hoe onrechtvaardig dat eigenlijk was. Heel raar."

Waar droomde u van?

"Volgens mijn ouders zei ik als kind dat ik dokter wilde worden. Wat al te gek is voor een ventje van vier. Wellicht was dat dus de wens van mijn ouders. Als je een goede leerling was, werd dat ook wel van je verwacht."

U hebt geneeskunde gestudeerd in Antwerpen. Eindelijk de grote stad?

"Antwerpen was een grote tegenvaller. De universiteit bleek helemaal geen broeihaard van intellectuelen en engagement, zoals ik gezien had op de zwart-witbeelden van mei '68 in Parijs. We waren al tien jaar verder, wat restte waren de AMADA's die zich ultralinks profileerden. De studenten geneeskunde kwamen in Antwerpen studeren, en zich in het slechtste geval zat drinken. Ik vond dat de faculteit zeer weinig aandacht had voor cultuur en literatuur en ik vind dat nog steeds. Mijn boek Borderline Times is mijn engagez-vous, dertig jaar na datum. Mijn kleine mei '68."

De Rupelstreek was kapot, Antwerpen loste zijn belofte niet in. Zijn bomma had hem wonderlijke verhalen verteld over haar tijd als au pair in Parijs tijdens WO I, zijn nonkel Leon woonde er. De jonge psychiater ging er op zoek naar Sartre en Proust, naar schoonheid vooral. "Het was aangenaam om al die verhalen te laten samenkomen. Parijs was mijn recherche du temps perdu." Echt vertrokken is hij nooit meer. Elk jaar nog bezoekt hij wel vijf keer Parijs.

Herinnert u zich nog uw eerste dag in Parijs?

"Ik weet het nog heel goed, het voelde fantastisch. Nog steeds. Ik stap uit de trein aan Gare du Nord en kom op het plein met die bistro. Dan voel ik mij bijna hypomaan, alsof ik word opgeheven in de vaart der volkeren."

Wat zou uw jongere, Parijse versie te zeggen hebben over uw leven zoals het is gelopen?

"Wat ik nu ga zeggen is heel onnozel en naïef, maar ik had nooit kunnen denken dat het mij zo zou vergaan. Mijn beroep is echt wat ik ben, het is mijn identiteit. Het is toch een ongelooflijke chance dat zo te kunnen zeggen. Mijn leven met mijn vrouw en kinderen, dat wist ik evenmin op voorhand. Zelfs nu niet, het kan nog alle kanten op. Maar ik heb een gedroomd leven."

Geen tegenvallers?

"Ik werk elke dag met mensen die onwaarschijnlijke miserie meemaken. Het zou werkelijk schandalig zijn om, met mijn leven, te zagen over het een of het ander."

Ontneemt andermans ongeluk u dan het recht op ellende?

"Natuurlijk heb ik mijn problemen. De psychiatrie en de academische wereld zijn vol intriges, ambities en ego's. Zoals overal. En ik word daar soms erg ongelukkig over, net als over het onrecht van de wereld. Ongelukkig zijn over dat onrecht vind ik een ethische plicht. Het onrecht van de wereld kan mij ook ongelukkig maken. Ieder zou, vanuit zijn kleine bestaan, moeten proberen daar iets aan te doen. Zelfgenoegzaamheid vind ik een zonde, een kwaal van deze tijd."

U beschouwt uw werk als een daad van rechtvaardigheid?

"Zo klinkt het wat zwaar op de hand, maar eigenlijk is het zo. Ik kan mijn beroep relativeren in het licht van de eeuwigheid, maar als ik tegenover een mens zit, probeer ik mij daarin te engageren."

Ziet u uw patiënten als gedepriveerde mensen?

"In mijn boek schrijf ik regelmatig dat er geen verschil is tussen patiënten en niet-patiënten. Er is een vraag en ik luister. Dat kan een vraag zijn van iemand met een psychose, maar evengoed een vijftigjarige, succesvolle journalist wiens vrouw is vertrokken met de kinderen, en die niet weet wat hij nu moet met zijn leven. Een diagnose is belangrijk voor medicatie of voor de formulieren, maar verder heeft dat geen belang. Het is een opstapje naar een verhaal. Hoe kan je leven als je niet kan werken en veel medicatie nodig hebt? Hoe kan je zo een partner vinden en menswaardig leven met je beperkte uitkering? Ik zie geen verschil. Een beetje bestendigheid opbouwen met onze partner is in deze tijd voor iedereen een groot probleem.

"Ik praat over het leven, en hoe te leven. En het doel is, volgens mij, niet gelukkig zijn. Dat zonodig gelukkig willen zijn, is de ziekte van deze tijd. Michel Foucault, de filosoof waar ik in mijn werk veel naar refereer, zegt dat goed leven betekent zorgen voor jezelf, je medemens, en ook wel de aarde. En dan komt het geluk vanzelf. Onze maatschappij, die zo gelukzoekend is, kampt met meer burn-outs, depressies, stress en psychiatrische problemen dan waar ook ter wereld. Dus zeg ik: zoek niet naar geluk, maar probeer goed te leven."

Is dat moeilijk, goed leven?

"Ja. Het komt niet zomaar vanzelf. Het vergt wat nadenken en loslaten, en dat gaat met vallen en opstaan."

Gaat het in tegen onze natuur?

"Ik denk dat goed leven onze natuur is. Alleen zijn we in onze westerse consumptiemaatschappij van die natuur vervreemd geraakt. Ze haalt niet altijd het beste in ons naar boven. Dus goed leven gaat misschien een beetje in tegen de stroom, en tegen de tijd. Ik heb het niet over hedonistisch genot, of ikke, ikke, ikke. Maar: hoe kan ik zorgen voor mezelf, en echt mezelf zijn, en hoe is dat goed voor mijn geliefden en medemensen? Ik zeg het nu wat eenvoudig, de filosoof Emmanuel Levinas heeft dat al veel juister gezegd.

(mijmert) "Foucault heeft, toeval of niet, zijn leven in Parijs doorgebracht. Levinas de tweede helft van zijn leven. Sartre, de filosoof van mijn puberteit, Simone de Beauvoir. Ik ben altijd in filosofie geïnteresseerd geweest. Bergson, de man van het spirituele, Derrida de postconstructivist, allemaal Parijs. Kijk ja, zo was het toch. Ook in de literatuur. Joyce is naar Parijs gekomen, Beckett ook. Oscar Wilde, Picasso. Alles wat ik zo bewonder, is hier te vinden."

Het was ook in deze stad, zo vertelt De Wachter, dat hij Michel Houellebecq ontmoette, een schrijver met wie hij een bijzondere affiniteit heeft en die hij in Borderline Times regelmatig aanhaalt als visionair wiens maatschappelijk diagnose hij volmondig deelt. Via via had Houellebecq dat vernomen, en hij vroeg De Wachter op visite. Het werd een typische Houellebecqiaanse avond: een anoniem appartement, een piepjong vriendinnetje, een copieuze maaltijd en veel drank. Uniek, glundert hij nog na.

In uw boek zegt u dat het verschil tussen 'geslaagden' en 'niet-geslaagden' niet zo groot is als we graag denken. Je zou kunnen argumenteren dat u toch bij die geslaagden hoort: een academische carrière, een succesvol boek, een veelgevraagde gast op televisie...

"Vooral dat laatste. Ik ben een BV, of een BP. Bekende Psychiater. Daar voel ik me ongemakkelijk bij, al klinkt dat snel vals bescheiden. Maar wij psychiaters moeten de boer op, uitleggen wat een depressie is en dat het iets is van iedereen."

IJdelheid speelt toch ook mee? Anders zat u hier nu niet.

"Natuurlijk. Wie zegt dat die belangstelling hem niets doet, is hautain. Het is prettig om graag gezien te worden, maar ook gevaarlijk. Soms krijg je kritiek die de ijdelheid geen deugd doet. De jaloezie van collega's, al dan niet uitgesproken, is ook niet altijd prettig."

Nog uit uw boek: we leven in een tijdsgewricht waarin onze identiteit troebel is. Het is bijna normaal om vroeg of laat tegen een identiteitscrisis aan te lopen. Heeft u dat zelf al meegemaakt?

"Het is een constante zoektocht, ook voor mij. De media: moet ik dat wel doen? De wetenschap: ik geloof in onderzoek, maar ik zie ook dat het menselijke lijden wordt vernauwd tot DSM-vragenlijstjes en hersenscans, waarbij het unieke, subjectieve verhaal van de patiënt over het hoofd wordt gezien.

"Als je het persoonlijker wil: ik ben een getrouwde man met kinderen, wat dat betreft ben ik geprivilegieerd. Maar zo vanzelfsprekend is het niet. Hoe moet je vader zijn in deze tijd? Hoe moet je echtgenoot zijn in deze tijd?"

De psychiater zou het toch moeten weten?

"Die weet het nog minder."

Kent u uw bijnaam bij journalisten?

"Nick Cave? Zo noemen mijn studenten me ook. Cave vind ik een van de weinige interessante figuren uit de popmuziek. Een zeer bevlogen gast die curieus blijft. Dus rouwig om die bijnaam ben ik zeker niet.

"Ik ben erg op mijn hoede voor wolligheid en halfzachte lulligheid. Platitudes, daar walg ik van. Sommige mensen vinden mijn boek nogal hard, maar dat was een bewuste keuze. Daarom kan ik Cave wel pruimen, hij is evenmin een zachtmoedige wolligerd. Hij bijt."

De Wachter drinkt een koffie op de Boulevard du Montparnasse, tegenover het art deco-restaurant La Coupole. Hij heeft er, met vrienden, zijn veertigste verjaardag uitbundig gevierd. "Meer dan tien jaar geleden, ik was 39, aan het werk in mijn kantoor, toen ik me niet zo goed voelde. Ik kon mijn arm niet bewegen, moest naar de telefoon kruipen, en kon enkel nog wauwelen. Ik belde met één hand mijn vrouw om te zeggen dat ik zou sterven. Ik ben niet alleen psychiater, maar ook neuroloog, ik wist dat ik heel waarschijnlijk een hersenbloeding had. Ik dacht: ik ga dood, dat is wel erg, omdat mijn kinderen nog klein zijn. Ik weet dat nog goed, ik was daar echt wat triest van. Ik wilde ze groot zien worden.

"Uiteindelijk ben ik op tijd naar Gasthuisberg gebracht, waar de halfzijdige verlamming na enkele uren is verdwenen. Ik ben daar ongeschonden uitgekomen, en ze hebben nooit iets gevonden. Sindsdien is elke dag een geschenk. Op zo'n moment leer je veel over jezelf. Ik dacht: als ik niet meer kan lopen, dat is niet zo erg, zolang ik maar kan werken en lezen. Maar ik dacht dat ik doodging, en ik had me op dat moment verzoend met wat me overkwam.

"Het klinkt vlug onnozel, maar ik dacht: het is echt wel goed geweest, ik heb een goed leven. Alles wat er nu bijkomt, is surplus."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234