Zaterdag 21/09/2019

Interview

‘Mijn gsm rinkelde constant . Maar mijn handtas met gsm was niet te vinden’: Corine Bastide, na 6 dagen in een autowrak

De auto van een vrouw uit het Waalse Wanze heeft defecte remmen en ze mist een bocht op een rotonde. Haar Fiat Bravo smakt een berm af, rolt overkop en blijft tussen dicht gebladerte liggen. Zes dagen lang wordt Marie ‘Corine’ Bastide (45) niet gevonden. Zes dagen ligt ze vlak bij een rotonde waar dagelijks honderden bestuurders passeren. ‘Ik bad: ‘God, alsjeblieft, help mij!’ En ik zweer het: twintig seconden later hoorde ik iemand mijn naam roepen.’

Het ‘mirakel’ in Saint-Georges-sur-Meuse haalde het wereldnieuws. Letterlijk op alle continenten vind je berichten en journaalitems over Corine Bastide. ‘Six days trapped in a car during heatwave’, het sprak wereldwijd tot de verbeelding. Ik heb al heel mijn leven een fascinatie voor overlevers. Krijgsgevangenen die een winterse dodenmars overleven. Skiërs die uit een graf in een lawine opstaan. Een Amerikaan die zes dagen gekneld zit in een canyon en zijn arm amputeert om zich te bevrijden: ik heb ze gesproken. Net zoals de man van de watersnood in 1953. In die orkaannacht zag hij zijn ouders verdrinken en kon hij in een telefoonpaal klimmen die boven het water uitstak; dertig uur stond hij daar in de kou en de ijsregen. Wat maakt dat sommigen overleven? Wat maakt dat Corine Bastide het niet opgaf? Ik heb het haar gevraagd. Het is de eerste keer dat ze zo’n lang interview geeft.

In de warme ziekenhuiskamer ligt ze onbeweeglijk. Drie dagen geleden is ze voor de tweede keer geopereerd, er moesten schroeven ingeplant worden om haar wervelkolom te verstevigen. Haar hoofd mag ze niet bewegen, haar nek zit in een brace. Ze vraagt me op een laag bankje plaats te nemen, zo kan ze me aankijken zonder het hoofd te verroeren.

Bastide: “Ik heb alles bewust meegemaakt. De smak op de betonnen boord, de ‘sprong’ over de vangrail, de tuimeling tussen takken en bomen en de klap bij het neerkomen. Maar toen heb ik het bewustzijn verloren en pas de volgende ochtend schoot ik wakker. Ik besefte eerst niet dat de wagen op zijn kop lag. Pas toen ik rondkeek, realiseerde ik me: de auto ligt met zijn wielen omhoog en ik lig met mijn rug op de binnenbekleding van het dak. Ik zat ook gekneld, mijn benen staken tegen de voorruit en mijn zetel hing boven mij. Ik kon me amper bewegen, deels van de pijn, deels omdat ik half verlamd was.

“De voorruit was versplinterd, maar het glas stak er nog in. Het achterraam was stuk. Van de vier zijruiten waren er twee kapot. Overal lag glas, het kraakte als ik me bewoog. Onder mijn rug en benen lag het vol glasgruizels. Mijn uitzicht? Dat was heel beperkt. Mijn ‘plafond’, dat waren de zetels, het stuur en het dashboard. Buiten zag ik alleen takken en bladeren, die in de val waren meegesleurd. Vanuit één ooghoek kon ik ook een stukje rotonde en de passerende auto’s zien. Maar dan moest ik mijn hoofd zijdelings bewegen, en dat deed veel pijn in mijn nek en mijn rug. Als ik stil voor me uitkeek, had ik de minste pijn. Als ik me te veel bewoog, viel ik flauw.”

Uw linkerkant was verlamd.

Bastide: “Dat besefte ik toen ik me wilde bewegen. Ik voelde mijn linkerarm niet meer. Eerst dacht ik: ‘Hij is gebroken’, want hij zag dik en blauw, maar mijn hand en vingers bewogen evenmin, en toen wist ik het. Ik moest die linkerarm optillen en wegleggen met mijn andere arm als ik me op mijn zij wilde draaien. Het was een dood voorwerp. Net als mijn linkerbeen.”

Kon u niet claxonneren?

“Dat heb ik geprobeerd met mijn rechtervoet. Maar claxonneren lukt niet als het contact uit staat. Met mijn voet heb ik ook geprobeerd om de alarmknipperlichten in te drukken, en dat is me gelukt, maar ze gaven helaas geen kik.”

Kreeg u snel dorst?

“Ik ga veel lopen, dus ik weet hoe belangrijk het is dat je niet uitdroogt. Maar de dorst was niet overweldigend. Het was draaglijk. Vlakbij waren er bladeren en ik wilde erop kauwen voor het sap, maar ik durfde niet. Ik vreesde dat ze giftig waren.”

Vier dagen niets drinken is extreem. Twee of drie dagen zonder water kunnen al fataal zijn. Maar de verkoelende schaduw, het bijna bewegingloze lichaam dat weinig energie verbruikte, én veel geluk hebben haar geholpen te overleven.

“Ik kon pas drinken op zaterdag, nadat het was beginnen te onweren. Ik had een leeg potje van Mentos-kauwgom en dat hield ik buiten om de regen op te vangen. Maar dat raakte nauwelijks gevuld en het deed veel pijn. Gelukkig had ik zelfgevlochten linnen bandjes om mijn polsen. Toen er regenwater in de auto drupte, sopte ik die bandjes erin en zoog ik het vocht op. Maar ik was ongerust. Ik had immers ook mijn plas laten lopen in de auto, en overal lagen oude dekens. Was dat regenwater dan nog zuiver? Of riskeerde ik een darminfectie? Ik heb toen voorzichtig een tak naar binnen getrokken en het regenwater van de bladeren gelikt.”

U hebt bijna 140 uur in dat wrak doorgebracht. Hing er een geur van benzine of diesel?

“Gelukkig niet. Maar in de koffer lagen producten om de auto schoon te maken, enkele waren tot voorin gevlogen en opengebroken, ik zat dus in een geur van detergenten. Irriterend voor de adem en de ogen. Enkele kon ik na lang rondtasten vinden en buitengooien.”

U verongelukte in de week van de hittegolf. In Angleur, nabij Luik, was het meer dan 40 graden in de schaduw.

“Die hitte was vooral na een dag of twee, die donderdag (26 juli, red.), heel benauwend. Ik had zelfs moeite om te ademen. Toen heb ik veel moeite gedaan om met mijn rechterhand bij de deurhendel te komen, ik hoorde een klik en toen heb ik met volle kracht mijn voet ertegen gezet, zodat die deur een beetje openging en er wat meer lucht binnenkwam dan door die kapotte ramen alleen.”

Gedachten uitzenden

Kon u slapen met al die pijn?

“Ik heb onregelmatig geslapen, maar ik ben iemand die weinig slaapt, en dan zeker op warme dagen. Dan gebeurt het vaak dat ik opsta, en naar de sterren en de vliegtuigen kijk. In de auto heb ik het elke dag licht zien worden, aan het toenemende verkeer hoorde ik dat het spitsuur begon. En als er in de late namiddag weer een spitsuur kwam, wist ik dat er een dag voorbij was. Zo telde ik de dagen. Ik had geen horloge en mijn gsm was onvindbaar.”

Hebt u gepanikeerd in het begin?

“Nee, ik kon kalm blijven.”

Maar het idee dat uw drie jonge kinderen zich heel ongerust maakten, moet toch beangstigend zijn geweest?

“Ik drukte die gedachten weg. Als ik me in hun ongerustheid ging inleven, dan wist ik dat ik zou huilen en dat ik zou breken, en dat wilde ik niet. Ik hield me de hele tijd voor: ‘Ik moet hier levend uit raken, ik moet mijn kinderen terugzien!’ Mijn enige angst was dat ik daar zou sterven, waardoor de kinderen konden denken dat mama misschien zelfmoord had gepleegd. Wat hetzelfde is als: ‘Mama heeft ons in de steek gelaten’. Ik wilde absoluut niet dat ze met die gedachte zouden opgroeien. Dat heeft me kracht gegeven.”

Probeerde u geruststellende gedachten 'uit te zenden' naar uw kinderen?

“Voortdurend! Ik sloot mijn ogen en ik ‘stuurde’: ‘Mama is er nog! Mama laat jullie niet in de steek!’ Ik kan niet zeggen hoeveel honderden keren ik dat gedacht en luidop gezegd heb.”

Het was als een mantra?

“Precies. Ik richtte me ook tot Hadrien, mijn oudste. Ik zei de hele tijd: ‘Hadrien, jij gaat mij vinden! Ik ben hier!’”

Haar zoon Hadrien is een innemende 18-jarige. Hij woont met zijn twee jongere broers om de week bij zijn vader, Stéphane Riga. Die is geweldig trots op hem. Riga: “Al die dagen heeft hij via de sociale media zoveel mogelijk opsporingsberichten verspreid en tips nagetrokken. Er waren dagen dat hij niet buiten kwam, altijd zat hij voor dat scherm.”

Ze zijn twee jaar geleden gescheiden, maar Corine en hij waren 25 jaar samen. Riga: “Die scheiding stop je niet weg, maar het verleden ook niet. Ik ging als vanzelf in beschermingsmodus. Ik wilde de moeder van mijn kinderen absoluut terugvinden.” Hij noemt zichzelf nuchter, maar alle mogelijke én onmogelijke scenario's schoten door zijn hoofd. “Verdronken, ontvoerd, vermoord, zelfmoord gepleegd, haar verstand verloren, op de dool: het hield niet op. Niets leek uitgesloten te kunnen worden. Misschien was ze zomaar op reis gegaan, zonder een woord te zeggen. Dat zou ze nooit doen, en toch hield ik daar rekening mee.” Hij heeft zelfs vakantieadressen opgebeld in Zuid-Frankrijk, Londen en op het eiland Mauritius, waar ze geboren is. “Plaatsen waar we een fijne vakantie hadden beleefd. Ik dacht: ‘Zou ze soms door plotse nostalgie bevangen zijn?’ De Belgische kust was ook zo’n mogelijkheid. De politie heeft haar nummerplaat door een enorm computerbestand gehaald, met alle nummerplaten van auto’s die op 23 en 24 juli naar de kust waren gereden, maar zonder resultaat. Elke dag checkte ik haar bankrekening wel tien keer: ‘Heeft ze ergens betaald? Ergens geld afgehaald?’”

Slangenmens

Bastide was niet bezig met geld. Ze spitste de oren als ze sirenes hoorde. “Op die drukke rotonde hoorde ik geregeld sirenes. De dag na mijn crash moet er vlakbij zelfs een ongeval zijn gebeurd; ik heb de ambulances horen naderen. Ook later hoorde ik nog ziekenwagens of de politie, en elke keer dacht ik: ‘Ze zijn er!’ Maar dan stierf het toch weer weg. Dat was ontmoedigend, ja. Maar dan hield ik me voor: ‘Reken niet op die anderen, die gaan je toch niet vinden, reken op jezelf, jij moet standhouden.’ Ik heb nooit aan een slechte afloop gedacht.”

Sprak je met jezelf?

“Heel vaak, en hardop, hè! Als ik ’s morgens wakker werd, zei ik: ‘Allez, Coco, wat ga je doen vandaag? Denk goed na, Coco. Doe iets nuttigs.’ En zo de hele dag door. Ik gaf mezelf ook taken. Zoals: ‘Deze voormiddag ga ik mijn goeie been bewegen.’ Dan deed ik opwarmingsoefeningen die ik kende van het joggen. En ’s namiddags volgde een andere opdracht.”

De Amerikaan Laurence Gonzales schreef in 2005 een boek met tientallen getuigenissen van mensen die een langdurige levensbedreigende situatie hebben overleefd: schipbreuk, verdwaald in de wildernis, zwaargewond in de bergen... Hij zei me dat al die overlevers zich taken oplegden. Daardoor voelden ze zich nuttig, het hield zwarte gedachten weg, en het gaf een soort dagindeling.

“Zo was het echt! Ik gaf mezelf ’s morgens opdrachten en dat was alsof ik opstond, me klaarmaakte en naar mijn werk ging. Maar mijn werk was dan: dat lamme been verleggen, of die lamme enkel toch heen en weer wrikken zodat hij minder verstarde. ’s Namiddags werd ik moe en zei ik tegen mezelf: ‘Spaar je krachten, Coco. Ga nu slapen, morgen is er een nieuwe dag!’”

‘Mijn leven was niet altijd makkelijk; mensen die mij kennen, weten dat. Daardoor ben ik ‘une battante’, ik geef nooit op, ik blijf vechten.’

Overlevers waren volgens hem ook mensen die zich wilden neerleggen bij die nieuwe situatie. Geen paniek, geen gesakker, maar accepteren wat je overkomen is.

“Ik vermoeide me niet met ‘Had ik maar dit of dat gedaan’. Maar mij in die situatie schikken was toch heel moeilijk. Het ene ogenblik ben ik nog aan het rijden en plots zit ik in een hokje van een vierkante meter, terwijl ikzelf 1,65 meter ben. Ik voelde mij een slangenmens die van alles moest verzinnen om te kunnen bewegen.”

Was u niet bezorgd om uw verlamde ledematen, die zo lang zonder medische zorg bleven?

“Natuurlijk. En mentaal was ik al klaar om te horen dat er een arm, been, of voet moest worden geamputeerd. Dat was geen zwarte gedachte. Dat was het accepteren van iets onvermijdelijk, de prijs om in leven te blijven. Ik kon dat ook aanvaarden omdat ik in de atletiekclub van Hoei een atlete ken die een been is kwijtgeraakt. Ik heb al samen met haar gelopen, zij draagt zo’n sportprothese zoals Oscar Pistorius (Zuid-Afrikaanse hardloper, red.). En zo troostte ik mezelf: er zijn mensen die sporten met één been minder, zelfs zonder armen. En trouwens, ik kon nog altijd mama zijn met die beperkingen. Dat was een geruststellende gedachte.”

Volgens Laurence Gonzales hebben overlevers geen zelfmedelijden, en kunnen ze hun hulpeloosheid met humor relativeren.

“Had ik ook! Soms wilde ik lichte turnoefeningen doen, zoals me optrekken aan de autogordel, en dan zit je daar met die lamme ledematen. Ik sprak ze luidop toe: ‘Jij luie arm! Doe nu toch eens moeite!’ Of: ‘Jij lui been! Waarom doe jij niets?! Waarom moet dat andere been alles doen?!’”

Mensen die al een moeilijk leven hebben gehad, zouden ook beter overleven, omdat ze al vaker in onverwachte en penibele situaties zijn beland.

“Ik heb geen makkelijke kindertijd gehad. Op Mauritius moest je met weinig geld zien te overleven. Op mijn dertiende ging ik al huizen schoonmaken zodat mijn broertje van zeven eten en kleren zou hebben. Mijn leven was niet altijd makkelijk; mensen die mij kennen, weten dat. Daardoor ben ik une battante, ik geef nooit op, ik blijf vechten.”

Helderziende

Haar ex-man, haar vriend David Bartholomé, haar oudste zoon en een pak vrienden en bekenden gaven evenmin op. Riga zocht de boorden van de Maas af, tussen Engis en Statte, 17 kilometer langs beide oevers. Honderd meter rijden, honderd meter terugstappen en naar aanwijzingen speuren: gekneusde takken, kapot autoglas, remsporen. Hij durfde zijn twee jongste zonen niet te vertellen dat hij daar ging zoeken, ‘want dan zouden ze denken dat hun mama dood was’. Intussen boden helderzienden en pendelaars zich aan bij Riga. De ene zei: ‘Ze is dood.’ De andere beweerde dat ze nog leefde, maar veel pijn had. “Zijn pendel sloeg uit naar Saint-Georges-sur-Meuse, maar ook naar Flémalle, en dat was verontrustend. Daar is een pont-barrage (stuw, red.) en er spoelen al eens lijken aan van mensen die zich in de Maas gegooid hebben. Geen goed teken, vond ik.”

Hadrien kreeg intussen uiteenlopende reacties op Facebook. Dat zijn moeder in allerlei Waalse steden was gezien, zelfs in een nachtclub. En naast sympathiserende reacties waren er ook lelijke berichten. Iemand schreef: ‘Hebben jullie er al eens aan gedacht dat Corine niet wil dat je haar vindt?! Wat geeft jullie het recht om haar te zoeken? Misschien wil ze gewoon met rust gelaten worden?!’

Wekkermuziekje

Werd u niet gek van de gedachte dat er op 12 meter boven u dag in, dag uit auto’s en dus mogelijke hulpverleners passeerden?

Bastide: “Dat was frustrerend, ja. Ik hoorde hen niet alleen remmen en gas geven. Als het verkeer echt stremde, hoorde ik ze babbelen door hun open venster. Ik hoorde muziek, de autoradio, telefoons die rinkelden. Er hebben ook bestuurders stilgestaan, ik hoorde lange tijd dezelfde stemmen, en dan riep ik, maar mijn stem raakte niet boven dat motorlawaai uit. Duizenden mensen moeten gepasseerd zijn, en natuurlijk werkte dat op mijn zenuwen: ‘C’est pas possible!’

Uw gsm heeft ook nog uren gerinkeld in uw onzichtbare handtas. Dat is om krankzinnig te worden.

“Waar ik ook keek of tastte, mijn handtas was niet te vinden. En natuurlijk dacht ik aan mijn dierbaren die mij vergeefs belden. Wisten zij maar dat ik het hoorde, dat ik vlakbij was! Maar ineens was het gerinkel gedaan. Putain, dat vond ik erg, want dan kon mijn gsm ook geen signalen meer uitzenden. Ik ben dan ook hardop uitgevlogen tegen mijn handtas en tegen mijn gsm. (lacht) Op den duur praatte ik zelfs tegen mijn kleren omdat ze te warm waren of in mijn hals prikten: ‘Toi, tu m'énerves!’ En dan gooide ik ze een eind van me weg. Als om ze te straffen.”

Door zo met uzelf te praten, was u uw eigen gezelschap.

Ah, oui. Ik was mijn vriendin.”

‘Er hebben vlakbij bestuurders stilgestaan, en dan riep ik, maar mijn stem raakte niet boven het motorlawaai uit.’

Hebt u gezongen?

“Af en toe. Mijn beste muzikale herinnering kwam zaterdagmorgen. Ineens ging mijn tablet af, ergens in de auto. Een soort wekkermuziekje voor een afspraak. Een elektronisch niemendalletje, maar het heeft toch een hele dag geduurd. Ik was blij, ik vond het zelfs aangename muziek, en misschien kon die tablet ook signalen uitzenden voor de lokalisatie.”

Over muziek gesproken: toen de Engelse alpinist en schrijver Joe Simpson een zware val in de bergen had gemaakt, zweefde hij dagenlang tussen leven en dood. Hij vertelde me dat hij continu geplaagd werd door een oorwurm, ‘een dom hitje van Boney M.’.

“Echt?! Bij mij zat er de hele tijd een RTL-radioprogramma in mijn hoofd. Een dagelijks quizje waarbij de luisteraars moeten raden wie de auteur van een bekend citaat is. De vaste vraag van de presentator luidt: ‘Qui a dit...?’ En dat ging niet uit mijn hoofd. Het was er dag in, dag uit, een hele week lang. Maar toen ik in het ziekenhuis kwam, was het ineens weg.”

Hebt u aan boeken of films gedacht waarin iemand zich moest zien te redden?

“Ik heb altijd graag waargebeurde verhalen gelezen, en zo heb ik aan de Zuid-Amerikaanse sporters gedacht van wie het vliegtuig in de Andes was neergestort en die het vlees van hun dode kameraden moesten eten (16 van de 45 inzittenden hadden de crash op 13 oktober 1972 overleefd, red.). Dat vond ik pas afzien, in vergelijking met mezelf.

“Ik dacht ook aan mensen die met hun auto in een kanaal waren gesukkeld en daar nog uit waren geraakt. Alles wat ik in die zin gelezen had, kon mij aanmoedigen. Zo heb ik veel aan de film Cast Away met Tom Hanks gedacht, waarin hij alleen is op een onbewoond eiland. Ik herinnerde me dat hij zichzelf ook klussen gaf om zich bezig te houden en hij praatte zelfs met een aangespoelde rugbybal, die hij een naam gaf. Ik voelde mij zoals hij: alleen op een verlaten eiland.”

Had u het gevoel gegijzeld te zijn in die auto?

“Eigenlijk wel. Ik had me kunnen forceren om meer te bewegen, maar ik vreesde dat mijn toestand dan zou verergeren. Je leest altijd dat hulpdiensten bij ongevallen eerst het hoofd, de nek en de rug stabiliseren. Dat was wat ik deed en die positie durfde ik niet te veranderen.”

Hebt u gebeden?

“Ja, ik heb gebeden. Af en toe een rustig gebed: ‘God, help me sterk te blijven, God, help me rustig na te denken.’ Slechts één keer heb ik heftig gebeden, ten einde raad was ik toen. Dat was op maandag. Ik was daar zes dagen, in mijn hoofd had ik al het mogelijke geprobeerd, en toen heb ik gebeden: ‘God, alsjeblieft, help mij, ik zie geen uitweg meer. Geef me een oplossing, en als die er niet is, zorg dan dat iemand me vindt.’ En ik zweer het, geen twintig seconden later hoor ik iemand mijn naam roepen: ‘Bent u Corine?’ Dat was een schok. Ik dacht dat ik droomde. En toen verscheen die meneer, Olivier Lechantre, gevolgd door zijn vrouw Laurence. ‘On vous cherche partout’, zeiden ze. Hij is de hulpdiensten gaan bellen. Zij is bij mij gebleven, ze heeft mijn hand vastgehouden en heeft me naar Stéphane laten bellen, bij wie mijn kinderen waren. Ik hoorde ze huilen aan de telefoon en ik huilde, en die mevrouw huilde. (verbijt haar tranen)

Ik sloot voortdurend mijn ogen en ik stuurde gedachten naar mijn kinderen: ‘Mama is er nog! Mama laat jullie niet in de steek!’ (Foto: met haar ex-man Stéphane Riga en hun drie zonen.)

Brutaal weggerukt

Dat het koppel haar vond, is een meer dan gelukkig toeval. Hun zoon zit in dezelfde atletiekclub als Hadrien, en zo gingen ze ook opsporingsaffiches ophangen. Voor die ene keer namen ze hun grote pick-up, en vanaf haar hogere zitplaats zag de vrouw tussen het gebladerte naast de rotonde plots de wielen in de diepte.

Riga: “Die opening in het struikgewas is heel smal. De vrouw moet in een fractie van een seconde de wielen gezien hebben. Ze zei me dat iets haar blik plots had aangetrokken.”

Bastide: “Zes dagen lang had ik niemand gezien en alleen met mezelf gesproken, en ineens waren er allerhande mensen en stemmen, de ambulanciers die me de eerste zorgen toedienden, de brandweer die boompjes omzaagde om mij uit het wrak te bevrijden. Daardoor zag ik ineens weer de zon, maar het ging allemaal zo snel. Het overrompelde mij. Het was me te veel.

“De helikopter, het lawaai van het opstijgen, de schrik die ik had. Het was niet de schrik van iemand die nog nooit in een heli heeft gevlogen, het was een diepere angst. In die zes dagen was het wrak een soort vertrouwde omgeving geworden, en ineens werd ik ‘brutaal’ weggerukt uit die cocon, j'étais perdue.

“Het was zelfs zo dat ik tot drie dagen later nog moeite had om aan te nemen dat ik niet meer in de auto was. Ik lag in dat ziekenhuisbed, en ik lag nog in de auto. Ik hoorde het infuus druppelen en ik dacht aan regen in de auto. Ik voelde nog water op mijn rug, en stukjes glas.”

Een man die op het nippertje uit een lawine was gered, vertelde me krek hetzelfde. Hij wist dat hij in zijn bed lag, ‘maar een deel van mij stak nog altijd in die sneeuw’.

“Goed om te horen dat anderen dat ook hadden, want ik raakte er helemaal van in de war. Zelfs nu, bijna een week later, moet ik me soms nog inprenten dat ik veilig in een ziekenhuiskamer lig. Het is alsof je geest daarmee worstelt, alsof hij moeite heeft om die andere modus uit te schakelen.”

Ze zegt dat het regenwater in de auto nog de ergste beproeving was. ‘Die kou was lastiger dan de hittegolf. Het water maakte mijn huid week en extra gevoelig. Die stukjes glas begonnen ineens veel feller te prikken, het leek of mijn huid in brand stond. C’était horrible!

Ik vraag naar de woorden op haar halsbrace. Niets speciaals, zegt ze. Vrienden mogen daarop signeren, ‘zoals op een arm in het gips’. Ze zegt dat ze vlugger herstelt dan verwacht: ‘De dokters zijn verbaasd dat mijn nieren alweer naar behoren functioneren.’ Ook de verlamde ledematen kunnen nog herstellen, zij het na meerdere maanden revalidatie, en dan wil ze ook weer met de auto rijden.

L’Imprévu

Ik rijd naar Saint-Georges-sur-Meuse. De rotonde ligt bij de snelweg E42, naast een grotere rotonde met baanwinkels: twee banken, een tankstation, een carwash, een carrosseriebedrijf, een broodjeszaak en deftige winkels voor mode, schoenen en huisinterieur. Hier zijn duizenden bestuurders gepasseerd. Zelfs haar vriend David is er naar eigen zeggen ‘wel vijf keer voorbijgereden’. Er is ook een snack-friterie, die heet L'Imprévu. Zo toepasselijk kun je het zelf niet verzinnen.

Tweehonderd meter verderop is ‘haar’ rotonde. Een rond punt met daarop een kiepwagentje uit een steenkoolmijn. Lokale geschiedenis op een plek waar geen mens ooit zal stoppen. In de bocht zie ik de diepe inkepingen waar haar auto de betonnen boord heeft geraakt, de vangrail waar ze overheen stuiterde, en vlak daarachter ligt een wieldop van haar Fiat Bravo. Bravo is Italiaans voor ‘dapper’. Dan het steile talud met een grote es, een linde, veel kreupelhout en klimop. Dat heeft haar schaduw gegeven én haar auto aan het zicht onttrokken. In de droge greppel liggen gebroken takken, groezelig glas, een stuk gevarendriehoek en een wegwerphandschoen van een hulpverlener. Tussen dat restafval een verrassing: het lege Mentospotje waarin ze regenwater heeft opgevangen! Ik neem het behoedzaam vast. Een stille maar bevoorrechte getuige. Het is te laat om nog naar het ziekenhuis te rijden. Ik stuur het morgen op met de post.

De rotonde draait weer als tevoren. De wereld staat geen oogwenk stil.

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234