Zaterdag 07/12/2019

'Mijn gitaar is mijn handvat op de wereld'

De gitaar in de juiste versterker steken en met De Mens voor de mensen zingen. Dat doet Frank Vander linden (53) al sinds 1992. Nooit met 'blasé en routine'. Altijd met angst. Op hun nieuwe theatertournee zal dat niet anders zijn. 'Iedereen zou wat meer aan zichzelf moeten twijfelen.'

Wat zouden Den Amer en De Plomblom zijn zonder 'cc' ervoor? Namen voor een ijzerhandel, het café in het dorp van Asse of de kinderopvang waar de zanger op de Crocs die hij in huis draagt zijn dochter Polly zou afzetten voor een dagje rust? Het zijn ideeën, maar ooit beslisten schepencolleges dat hun cultureel centrum zo zou heten, en vanaf donderdag gaat De Mens in die zalen veertien keer 'op theatertournee'.

In de hal van zijn huis staat wat Frank Vander linden daarvoor nodig heeft en straks zal hij zijn flightcase openmaken. Het is de kist met zijn essentie, nodig om de wolk te creëren, sinds 1992 al. Toen was hij 30 en dus wordt de jonge vader dit jaar 54. En nu hij zijn vrouw Kat Steppe al weken naar de kelder ziet afdalen om te monteren aan Een kwestie van geluk (een reeks die ze voor Eén maakte en vanaf 1 februari te zien is), zegt hij: "Muziek is eigenlijk niet zo tijdrovend. Mensen zeggen vaak hoe productief ik ben, maar zoveel is het niet. Vijftien nummers schrijven om de zoveel jaar: dat is niet in de zilvermijnen gaan werken, hè. Ik word steeds gelukkiger met mijn beroepskeuze."

Heerlijk, zegt hij: op je dertigste een liedje maken en "daar dan jaren deugd van hebben". Of anders gezegd: "Als je een boek schrijft, dan krijg je in het beste geval een eigen Wikipedia-pagina en kun je uit dat boek gaan voorlezen. Maar je gaat daar toch niet telkens opnieuw van genieten. Ik schrijf niet zo graag, en als ik elke dag een nummer zou moeten schrijven, dan schreef ik elke dag hetzelfde. Dat doe ik ook niet. Nu heb ik er misschien 150. Of 200. Dat zijn 200 bladzijden.

"Maar na de relatief korte kramp van het schrijven, kan ik me jarenlang met zo'n liedje uitleven op een podium. Mijn uitdrukking zit in het optreden. Ik denk daar veel over na. Liedjes maken is tegelijk bescheiden en pretentieus. Bescheiden omdat dat de houding van de schrijver moet zijn. Niet, met hoofdletters, denken: 'Nu Ga Ik Eens Iets Prachtigs Aan De Wereld Schenken'. Maar toch pretentieus: het moeten die honderd woorden en die noten zijn. Geen andere."

Verandert dat met de jaren? Ik las dat je 'Irene', 'Jeroen Brouwers' en 'Dit is mijn huis' in een week schreef. Vind je die woorden meer dan twintig jaar later nog altijd even goed?

"Live hebben we 'Irene' wel al op verschillende manieren gezongen, en 'Maandag' zing ik consequent verkeerd.'Je billen, je buik. Je stemmen te luid. Je huisdier een hond. Je benen gezond.' Zo zing ik het, en dan zie ik fans op de eerste rij 'Neen, Frank' schudden. Omdat het op papier 'Je benen gezond. Je huisdier een hond' is. Soms denk je dat iets beter had kunnen worden geschreven.

"Het is zoals naar een foto kijken van twintig jaar geleden: 'Waarom droeg ik dat hemd toen?' Naar de opname van 'Irene' kan ik niet luisteren. Dat is echt slecht gezongen. Maar het is een soort volwassenwording om dat te aanvaarden. Als je sterft, dan zal die versie worden uitgezonden. En ik heb niet, zoals Radiohead, een 'Creep' dat ik niet meer wil spelen. Zo'n nummer is toch een cadeau geweest. Zelfs al die nummers die, met grote aanhalingstekens, 'hits' zijn geweest, speel ik echt graag. Je moet er niet over mekkeren. Veel artiesten hebben er zelfs geen. Wij hebben er te veel, en dat speelt ons zelfs parten in de Top 100 Aller Tijden. Met 'Irene' komen we pas op 83."

Dat moet eigenlijk 86 zijn, gezakt van 41 vorig jaar zelfs. Gaat het dan niet goed met De Mens? O jawel. Al zal 'Irene' zijn pensioen niet maken. "Misschien dat 'Bluesette' dat nog is voor Toots Thielemans en dat 'Mia' dat voor Luc De Vos had kunnen zijn, maar als het van bepaalde politici afhangt, dan komt er zelfs een einde aan de auteursrechten. Maar mijn leven is dit: de flightcase en gaan optreden. 'Irene' staat op 83 (86 dus, RVP) en 'Als ze lacht' van Yevgueni op 2, en ik maak me geen zorgen. Kunnen optreden voor 300 mensen in Schilde en voor 5.000 in Mechelen is ontzettend veel belangrijker dan dat ene nummer."

In een interview in De Standaard zei je vorig jaar dat songschrijven werd onderschat en songteksten vaak beter zijn dan poëzie.

"Ik bedoelde dus: wij brengen tekst én muziek, dat is toch meer ? (lacht) Ik heb een antipretentieobsessie, alleen dan kan ik vooruitgaan in mijn poging om ooit misschien de 384ste zanger van de wereld te worden. Vroeger had ik zelfs schroom om mijn eigen nummers thuis in te studeren. Dat is veranderd toen ik in 2009 een solotoer deed. In één jaar, met alleen mijn gitaar, ben ik een betere zanger en een betere gitarist geworden. Maar ik heb nog altijd de neiging te zeggen: het zijn máár 200 bladzijden die ik schreef. Tegelijk hebben gedichten alleen tekst. Liedjes hebben ook muziek en je gaat ermee optreden. Misschien dat ik die uitspraak van toen moet nuanceren. Maar 'De Dichter' met hoofdletter die nooit de afwas doet, vind ik een lachwekkend personage."

Hij doet de afwas wel. Schenkt koffie. Hij bracht deze morgen John naar school, hij is 5 en bij een vorig bezoek aan dit huis sprak hij de onsterfelijke De Mens-quote: "Sommige mensen heten Jürgen." De zanger bracht Polly naar de onthaalmoeder en pratend met het zicht op het groen waarmee het Pajottenland begint, lijkt de première van donderdag in Diest voor niet zoveel onrust te zorgen. "Ik kan me dat niet veroorloven. Maar ook toen ik nog geen gezin had, was dat zo. Ik denk dat dat in De Mens zit. Kleinkunstenaars stonden niet op een podium, maar (spreekt het plechtig uit) 'op de bühne'. Brel moest kotsen voor een optreden, John Lennon ook en sommige anderen zijn de hele dag voor een optreden slechtgezind. Ik ben misschien een beetje prikkelbaarder, maar kotsen, ijlen en mijn vrouw afslaan? Nooit gedaan."

Is er, nu je weer gaat toeren, een leven voor en een leven na de Bataclan?

(knikt) "Er is die avond in ieder geval ingehakt op alles wat wij tof vinden: rockmuziek, uitgaan en rondhangen op een terras. Op onze laatste plaat zing ik met Sarah Bettens "Alsof we belangrijk zijn', en nu besef ik dat dat liedje daarover gaat: met een fles in je handen op straat staan, uit eten gaan en in volle vrijheid van muziek genieten. Dingen die wij normaal vinden maar die bepaalde anderen ons blijkbaar niet gunnen. (denkt na) Het belangrijkste is dat je geniet, dat het nog kan en dat het in de toekomst nog zal kunnen. Maar het heeft spanning gezet op het besef dat alles fragieler is dan we dachten. Tegelijk, zonder cynisch te doen: de kans dat in het cultuurcentrum van Diest gebeurt wat in de Bataclan gebeurde, lijkt me niet zo groot.

"In de hele discussie rond de lockdown in Brussel hoorde ik iemand uit India zeggen: 'In Mumbai zien we niet anders dan aanslagen. Maar een dag later gaat het leven verder.' Dat vind ik een moeilijke discussie. Stel dat er die dagen toch een aanslag was gebeurd? Het probleem is dat er altijd wel iemand aan het liegen is. Zelfs nu met die brief van de Kamikaze Riders. Was die er nu of niet? Je mag dus eigenlijk geen mening hebben, want je hebt niet alle info."

Maar heeft Theo Francken wel gelijk als hij een cursus 'met vrouwen omgaan' voor asielzoekers voorstelt?

(met een vraagteken op zijn gezicht) "Ja en neen? Ik weet het ook niet. Maar als nu iedereen gewoon eens zijn manieren zou houden en eens wat meer aan zichzelf zou twijfelen. Iedereen is zo zeker van zijn stuk. Dat is eigenlijk het probleem. Maar hoe zeker ben je als je hoort wat er aan de hand is tussen Saudi-Arabië en Iran? Dat is toch straffer dan James Bond? Je houdt het niet voor mogelijk. (lacht) Neen, dan denk ik liever na over mijn Fat-Boost."

Wij weten niet wat dat is, een Fat-Boost. Wat de Carbon Copy, de Neon Clone of een Soulfood van 200 euro is. Ze zitten naast elkaar in die flightcase. "Als ik schilder was, dan was dit mijn verfbak. In de meeste gevallen gaan interviews over mijn teksten, maar voor mij is mijn gitaar mijn handvat op de wereld. En dit is mijn gereedschap om die gitaar goed te laten klinken. Maar je mag daar nooit over praten. Extra Time is een fantastisch programma over voetbal, waarin Frank Raes, die er alles van kent, zich wegcijfert om Jan Mulder, Marc Degryse en Geert De Vlieger heel specialistisch over voetbal te laten praten. Wel, dat zou het voorbeeld voor alle Canvas-programma's moeten zijn. Maar over muziek en hoe dat te spelen, mag een muzikant niet praten."

Twee Fat-Boosts, "telkens een streepje hoger", geven zijn gitaar een andere klank. Subtiel. Hier tremolo, daar echo. In een dieper laagje zitten extra snaren, kabels en een plectrum. "Iemand als Philip Catherine (jazzgitarist, RVP) heeft dat niet nodig. Die komt het podium op, struikelt over een kabel, dat bromt een beetje en hij begint geniaal gitaar te spelen. Bij mij werkt dat niet, ik ben graag met de techniek bezig. Straks brengt de postbode kabels die ik heb besteld, en daar kijk ik nu al naar uit. Misschien zou ik beter kunnen mediteren om mijn tournee voor te bereiden, maar dat doe ik wel als ik in de auto zit."

Of dat met perfectionisme te maken heeft? Frank Vander linden noemt het liever toewijding. "Het is belangrijk voor je 'kunst'. In 2003 speelden we in Ninove samen met Gorki op Krasjelrock. Toen Luc mijn Vox- en Marshall-versterkers zag, zei hij: 'Amai, het gaat goed met De Mens.' Dat was een van de mooiste momenten van mijn leven. Maar ook dat is het voordeel van ouder worden: je koopt minder gitaren omdat je ze beter snapt, en ik denk dat ik nu wel een versterker voor het leven heb.

"Het is zeker meer dan toys for boys. Maar de beste gitaren zijn in de jaren 60 gemaakt, en zelfs tweedehands zijn die Fenders en Gibsons niet te betalen. Daar droom ik dus niet van. Als ik violist was, dan zou ik niet kunnen slapen van het idee dat die Stradivarius uit 1727 zo duur was."

'Als iedereen eens wat meer aan zichzelf zou twijfelen', zei je daarnet. Zie je rondom jezelf veel mensen die dat niet doen?

"Mick Jagger heeft een eigen stylist, maar de onderbroek die hem wordt aangereikt, moet hij nog altijd zelf aantrekken.

En die spant toch tegen zijn eigen ballen. Ook als je rijk en beroemd bent, moet je af en toe naar je vrouw roepen: 'Sjoeke, waar ligt mijn tandenborstel?'Ik heb me weleens afgevraagd hoe Saddam en Stalin in de spiegel keken. Of ze zichzelf hele kerels vonden. Misschien niet.Als kind dacht ik altijd dat mijn vader wisthoe hij een huis moest kopen en hoe hij zich dan bij de notaris moest gedragen. Pas als je ouder wordt en je daar zelf zit, weet je dat je dat allemaal niet zo zeker weet."

Je noemde net Frank Raes, die een goede vriend is. Jouw bassist Michel De Coster is dat al van toen je een kind was, en in alle interviews die ik las, komen een paar dezelfde namen terug: Jan Van Eyken, Jan Leyers, Steven Van Herreweghe, Jeroen Meus, Jan Eelen... Wat is de rode draad in die vriendschappen?

"Allemaal BV's, hè! Dat zit op elkaar jong, dat wil je niet weten. (ernstig nu) Ik denk dat het bewondering is. Ik bewonder al die mensen. Als ik dat nu zeg, dan lijkt het alsof ik mijn vrienden daarop kies, maar het is alsof ik me met hen voed. En waarom zit er dan geen elektricien bij? Dat is een goede vraag. Al is onze geluidstechnicus Bert Van Roy ook iemand waar ik al meer dan twintig jaar mee werk en bevriend ben, en eigenlijk is hij een beetje elektricien.

"Ik leef graag in functie van anderen. En er is een soort verdriet toch: iemand als Jan Eelen zie ik nu hooguit twee keer per jaar. Dat is te weinig. Ook Luc De Vos heb ik de laatste jaren veel te weinig gezien. Dat hij er niet meer is, kan ik nog altijd niet plaatsen. Thé Lau zag ik vorig jaar wel nog een keer bij de Radio 1-sessie met K's Choice. We hebben toen lang gesproken, in het besef dat het misschien een afscheid was. Daar waren we ons allebei van bewust. Maar toch genoten we van dat gesprek over onze kinderen en over muziek. Het leven is zo doordeweeks, dat is eigenlijk de essentie. En ik dacht dat praten met Thé absurd zou zijn. Maar het was net heel goed.

"Filmmaker Willem Wallyn is nog zo'n vriend die ik te weinig zie. Ik woon heel graag waar ik woon, maar eigenlijk mis ik een scene. Ik zou dat wel tof vinden, iets als Wenen in 1910 of New Orleans in 1902, net voor de jazz echt ontstond. Dat zou mijn ideale plek en tijd zijn. Of New York eind jaren 70, in de CBGB, de club waar Blondie, Talking Heads en de Ramones speelden."

Waarom?

"Misschien beseften die mensen op dat moment ook niet waar ze in zaten. Maar ik droom er toch nog van om in een bejaardentehuis zo'n scene te hebben. Samen met Roland Van Campenhout of met de gitarist van The Van Jets naar muziek zitten luisteren. Het probleem is dat veel muzikanten niet genoeg geld hebben om zich een rusthuis te veroorloven; ze zijn dus wel verplicht om jong te sterven. En bovendien zitten mijn vrienden in te veel verschillende generaties om daar samen te zitten."

Het lijkt een grap, maar er zit wel sérieux in. "De laatste jaren heb ik veel in bejaardentehuizen gezeten. (lacht) Dat is een van de hobby's van mijn vrouw, ze heeft daar veel gefilmd. Maar wat hoor ik daar altijd? Jo Vally. Dat is toch raar. Gasten die nu twintig zijn en zot zijn van techno, die willen over zestig jaar toch geen accordeon horen? Voor ons zou een eerste rock-'n-rollbejaardentehuis een goed idee zijn. Maar nog zeker dertig jaar niet. Ik word 54, maar ik heb jonge kinderen en moet nog lang werken om die naar de universiteit te laten gaan."

Wat leer je die jonge kinderen met wat je nu zelf weet over hoe je was als kind?

"Je kunt je kinderen niet veel bijbrengen. Omdat ik zelf lange tijd geen kinderen had, heb ik geprobeerd mijn neefje raad te geven toen hij 14 was. Vlieg erin! Als nonkel of vader kun je dat zeggen. Zou je eens geen lief nemen? Maar het helpt niets. Je kunt alleen maar dingen tonen, en voorts is het bewezen dat kinderen mentors nodig hebben, maar dat dat niet hun ouders kunnen zijn. De vijftigjarige Frank Vander linden zou aan de twintigjarige misschien zeggen: 'Wacht niet te lang.' Een mooi liedje van Gorki is dat. Maar voorts kun je enkel warmte geven. En geld. En kinderen die hetzelfde beroep doen als hun ouders, hebben het niet altijd makkelijk. Je zult maar de zoon van een van The Beatles geweest zijn."

Maar hoe keken je ouders naar wat jij deed? En komen ze bijvoorbeeld naar de theatertournee?

"Een paar jaar geleden kreeg ik een mail van iemand die schreef: 'Volgende week geeft mijn zoon Kjell een eerste concert met zijn punkgroep. Iedereen welkom.' Dat klopt niet, vind ik, een moeder die haar kennissen uitnodigt voor het punkoptreden van haar zoon. En dat hebben mijn ouders nooit gedaan.

"Mijn vader is 86 en hij kan niet meer komen kijken. Maar mijn moeder, die 79 is, 'verscheen' onlangs in Vilvoorde wel op een optreden van De Mens. Ik wist het niet, maar bij het laatste nummer stootte mijn bassist tegen me aan: 'Uw ma staat daar!' Op zo'n moment moet je kalm blijven, maar natuurlijk was dat fijn om te zien. Ik heb het ook meteen gezegd aan het publiek: 'Daar staat mijn moeder.' Het gekke is dat ik nooit poch over mijn muziek of over succes. Alleen tegenover mijn moeder doe ik het wel. Waarschijnlijk omdat ik haar nog altijd wil geruststellen over mijn beroepskeuze.

"Soms denk ik na over de oorsprong van mijn muziekobsessie. Als kind van 5 jaar zag ik Michel Polnareff op tv. Hij had een plastieken gitaarband die hij naar boven liet springen, en dat maakte indruk. Dat wilde ik gaan doen. (lacht) Zo'n gitaarband heb ik nooit gehad, het lijkt me ook gevaarlijk voor je kin, maar ik ben wel muzikant geworden."

De theatertour Nooit genoeg van De Mens start op donderdag 14 januari in cc Den Amer in Diest. Alle info op demens.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234