Woensdag 23/10/2019

'Mijn geloof in politiek is groot'

Vijftien jaar woordvoerster van Jean-Luc Dehaene, maar na de dioxinekippen was het kabinetsleven voorbij en ging communicatiedirecteur Moniek Delvou naar de industrie. Toen kwam Congo op haar weg. En haar vijftigste verjaardag. Na een sabbatical is ze nu zegsvrouw in het Lernout & Hauspiedossier van Dexia Bank. Dit jaar gaat het proces tegen het technologiebedrijf wellicht van start.

Betty Mellaerts Foto Stephan Vanfleteren

'Congo heeft me alles in vraag doen stellen. Ik bezocht er vrienden die er al hun leven lang werken. In de gesprekken hoorde ik weemoed en spijt, over de mogelijkheden die het continent biedt, maar nog niet benut. Ik was vijftig en keek terug op mijn eigen beroepsleven. Twintig jaar in de politiek, zonder één moment van rust, en zeven jaar in de industrie, waar ik het begrip weekend ontdekte. Wat kon ik met al die ervaringen doen? Hoe moest ik de rest van mijn leven invullen? Mijn eerste reactie was: ik wil een actieve rol spelen in de ontwikkelingssamenwerking. Ik nam een sabbatical van een paar maanden en ging met mensen op het terrein praten.

"Maar met mijn achtergrond was het niet zo eenvoudig, ik besefte dat mijn toekomst daar jammer genoeg niet zou liggen. Mijn oude liefde, het woordvoerderschap, dat is mijn corebusiness. Een brug zijn tussen degene voor wie je het woord voert en de media, die op hun beurt ook weer een brug slaan naar het grote publiek, dat is een fantastisch mooie taak. De druk die bij crisissituaties komt kijken, geeft ook een kick. Je werkt mee aan het verloop van een geschiedenis, hoe klein dat ook mag wezen. Dat kleine millimetertje mogen bijdragen is wat het zo boeiend maakt. Dus toen Dexia mij vroeg, heb ik niet lang geaarzeld. Ze wensten de stilte te doorbreken die in het verleden over bepaalde dossiers bestond. Hun verhaal is het waard verteld te worden en via de Foundation van de bank vond ik er ook het maatschappelijke engagement dat ik zocht.

"Eigenlijk ben ik professioneel een zondagskind. Ik heb veel kansen gekregen en daar ben ik heel dankbaar voor. Dankbaarheid is ook een gevoel dat nu pas echt in mijn leven is binnengeslopen. Vroeger passeerde ik in een job zonder er veel bij na te denken. Ik ben ook rustiger, er is niet meer dat jachtige. Op je vijftigste hoef je je ook niet meer zo te bewijzen en je kunt kiezen waar je echt voor gaat. Ik heb nu een goed evenwicht gevonden, zowel privé als professioneel. Ik heb een schat van een man en we hebben drie kinderen die hun eigen weg aan het volgen zijn. Als werkende moeder met een driedubbele agenda geeft dat me een goed gevoel. De kinderen hebben me in het verleden mijn drukte niet altijd in dank afgenomen, maar nu ze ouder zijn, begrijpen ze wel beter wat de drijfveren waren."

Onze generatie vrouwen moest veel van zichzelf. Kinderen, een fijne relatie, een carrière, een druk sociaal leven. Hebt u zich ooit schuldig gevoeld dat niet alles even goed lukte?

"Ik heb me vaak tegen dat gevoel moeten afzetten. Toen ik in 1992 als woordvoerster van Dehaene op het kabinet van de premier belandde, was ons jongste kind zes en het oudste nog geen tien. Ze hebben hun moeder zeker niet permanent ter beschikking gehad. We hebben dat proberen op te vangen door te zeggen dat niet de kwantiteit telt maar de kwaliteit. En door het behoud van rituelen, zoals het verhaaltje 's avonds. De vakanties waren ook heilig, we hebben ze tot het uiterste uitgebuit. Maar zo'n leven legt een enorm grote druk op je omgeving. Een afspraak kon altijd fout lopen door de actualiteit. Ik heb vrienden verloren die dat niet begrepen. Wat het met jezelf doet, ook fysiek, kun je bemeesteren. Maar thuiskomen, vaststellen dat je man en kinderen al in de wagen zitten om met vakantie te vertrekken en moeten zeggen dat het niet voor vandaag zal zijn, dat moet een plaats krijgen.

"Anderzijds heb ik altijd vooropgesteld dat als een meisje de kans krijgt om te studeren, het maar erg zou zijn als ze die waarde voor de maatschappij verloren laat gaan door zich terug te trekken. Vandaar mijn strijd voor gelijk loon voor gelijk werk en om de combinatie gezin-werk zo evenwichtig mogelijk te maken. Toen ik een dertiger was, speelde 75 procent van mijn generatie vrouwen een actieve rol in het beroepsleven. Alle kinderen van al die vrouwen zullen allicht hetzelfde gevoel gehad hebben als mijn kinderen, met af en toe een stevige confrontatie zoals ik er ooit één had met mijn dochter. Op een dag zei ze: 'Als ik later groot ben, ga ik goed voor mijn kindjes zorgen. Andere moeders zijn altijd thuis en jij bent er nooit.' Dat kwam hard aan. Maar nu ze aan de universiteit studeert, moest ze een werk schrijven over de combinatie arbeid en gezin. Ik vroeg wat haar stelling was. 'Wat denk je dat ik met jou als mama zou zeggen? Ik verdedig het, uiteraard.' Daarmee is de cirkel rond en weet ik dat ik ook daar een evenwicht heb kunnen bereiken. Onze twee dochters zijn zeker zo ambitieus als onze zoon, dat is dus in goede banen geleid."

Was het vanzelfsprekend dat u aan de universiteit zou studeren?

"Daar is thuis geen seconde aan getwijfeld. Mijn vader was ingeschreven aan de universiteit, maar kon door de dood van zijn moeder niet studeren. Zijn kinderen heeft hij daartoe altijd gestimuleerd. Ook vanuit de school werden wij sterk aangemoedigd om die kans te grijpen.

"Ik koos voor een rechtenstudie omdat ik niet goed wist welke kant ik op wilde. Het was een brede opleiding en ik had altijd al een feeling voor de politiek. Ik zat in de schoolraad en nam graag deel aan debatten, maar de microbe is echt geactiveerd via de rechtenstudies. Wij bestudeerden wetten die theoretisch moesten zorgen voor recht, terwijl ik dacht: 'Welke rare kronkels had de wetgever om dit op te stellen? Dit is geen recht maar onrecht.'

"In 1980 deed ik een stage. Ik kwam in contact met Hugo Weckx, die een parlementair medewerker zocht. Dat was de kans om aan de andere kant te staan, die wilde ik grijpen. Je moet de wereld niet aanvaarden zoals hij eruitziet, maar proberen om er een eigen accent aan te geven. Dat ene steentje verleggen in de rivier."

Had het ook voor een andere partij kunnen zijn, of viel de CVP samen met uw overtuiging?

"Het had ook een andere partij kunnen zijn. Groen!, bijvoorbeeld. Dat heeft thuis nog voor debatten gezorgd. Mijn man was ervan overtuigd dat de CVP een goede keuze was, maar ik was toen radicaler. Agalev stond nog meer dan nu voor een ecologisch thema. Ik voelde me aangetrokken tot het idee van anders te gaan leven en denken. Terwijl het in die periode bij de CVP niet altijd duidelijk was welk mens- en maatschappijbeeld de partij had. Daardoor dreigde ze volgens mij te veel compromissen te moeten sluiten. Maar mijn man en ik hebben het bijgelegd, ik ging voor de CVP werken en ik heb er nooit spijt van gehad. Nu heeft de CD&V het leefmilieu ook opgenomen in het programma."

Kon u zich ook vinden in de C van de partij?

"Absoluut. Het doet mij veel genoegen dat ze in de nieuwe naam is gebleven. Niet dat ik de partij zou hebben verlaten als het niet zo was geweest, maar de christelijke inspiratie heeft voor mij een grote waarde."

Was u daarom, tijdens uw sabbatical, persverantwoordelijke van het congres Brussel/Allerheiligen 2006 over de evangelisatie in Brussel?

"Toen kardinaal Danneels me zei dat hij nog iemand zocht voor de persrelaties, heb ik niet getwijfeld. De kerk is een instituut dat tweeduizend jaar bestaat. Een organisatie op poten zetten die zo lang functioneert, je moet het maar doen, ook al is het niet altijd tot ieders blijdschap. Wat Christus aan communicatietechnieken heeft gebruikt, was zijn tijd vooruit. Hij leerde ons dat je je overtuiging met een aantal hulpmiddelen moet uitdragen: er was de Bergrede, hij bracht mensen samen, koos er enkele uit aan wie hij taken delegeerde en die hij op pad stuurde. De huidige kerk verliest dat soms wat uit het oog. Ik heb er voor het congres in ieder geval allemaal dankbaar gebruik van gemaakt."

Waar bent u dat radicale uit uw jeugdjaren kwijtgeraakt?

"Ik ben het niet kwijt, het is wat verzacht. Als je vijftig bent, weet je dat je te allen tijde water bij de wijn moet doen. Je kunt niet verwachten dat mensen je zonder compromissen volgen in je project. Op dat vlak heb ik veel van Dehaene geleerd. Hij weet heel scherp waar hij naartoe wil, maar hij zal nooit een stap te vlug zetten en sluit altijd compromissen. Je kunt meer bereiken als je de groep langs de zachte weg bij elkaar houdt dan door met de banier op kop te lopen en te beseffen dat de rest niet volgt."

Hoe werd u Dehaenes woordvoerder?

"Ik werkte op het kabinet van premier Martens toen in 1985 de regering over het Heizeldrama viel. Dehaene was minister van Sociale Zaken en Institutionele Hervormingen. We werkten nog dossiers af en op een avond rond een uur of zes kreeg ik een telefoontje. Dehaene: 'Ha, ge zijt er nog. Wilt ge niet eens afkomen?' Ik vroeg: 'Wanneer?' Hij antwoordde: 'Nu.'

"Ik heb mijn boekentasje genomen en ik ben van de Wetstraat 16 naar de 56 gegaan, waar hij in zijn grote bureau zat. Zijn persverantwoordelijke Mieke Vandenberghe ging weg en of ik niet haar plaats wilde innemen. Ik wilde daar toch even over nadenken. Dat mocht. Tot 's anderendaags. Dat was Dehaene ten voeten uit."

U hebt achter de schermen veel gezien en meegemaakt waarover u zelden kunt praten, ook niet met intimi. Is het moeilijk om dat mee te dragen?

"Jamie Shea, de woordvoerder van de NAVO, zei ooit: 'Het is belangrijk om te kunnen ronddwalen in het hoofd van degene voor wie je het woord voert.' Dat is zo. En het is ook belangrijk om precies te weten wat er in een organisatie gebeurt.

"Voor de buitenwereld gaat er natuurlijk een grote fascinatie uit voor de politieke wereld. De manier waarop men die beschrijft, is ook altijd iets harder dan wat er in werkelijkheid gebeurt. Ik heb in ieder geval mogen ervaren dat als politici een ideaal hebben, ze daar veel voor laten en proberen het beste van zichzelf te geven. Er is, over de partijen heen, ook veel vriendschap, al beweren ze zelf van niet. En in de buitenlandse politiek was het net zo. Men zei dat de Benelux als instelling op sterven na dood was. Wel, ik kan getuigen dat de drie premiers Kok, Juncker en Dehaene een hechte vriendschap hadden.

"De ervaring heeft me geleerd dat mensen eigenlijk heel gelijkend zijn, ondanks de verschillen, en de politiek is een wereld waar mensen elkaar kunnen vinden. Dat maakt het zo boeiend en daarom is mijn geloof in de politiek enorm groot. De twisten die naar buiten komen, horen bij het politieke spel. Het is een façade, dikwijls ingegeven door diplomatieke redenen. Maar ik heb natuurlijk alleen de periode-Dehaene gekend."

Hebt u ook gezien wat macht met iemand doet?

"Macht kan een gevoel van superioriteit geven. Maar de mensen die ik heb ontmoet, waren zich meestal bewust van de grote verantwoordelijkheid die daarbij hoort. Met hun macht kunnen politici idealen gestalte te geven. Het is een instrument om de maakbaarheid van de samenleving te realiseren."

Welke momenten zullen u altijd bijblijven?

"De realisaties van Dehaene, zoals de toetreding tot de monetaire unie of het Sint-Michielsakkoord. Ik ben blij dat ik daar bij was. En er zijn de enorm droevige momenten. De Witte Mars, als culminatie van een aantal verschrikkelijke gebeurtenissen. Die draag ik mijn leven lang mee."

Dehaene kreeg toen het verwijt dat hij te afstandelijk reageerde. Als woordvoerder moet u die reactie hebben voelen aankomen. Kon u niet ingrijpen?

"Ik kon begrijpen dat de buitenwereld hem afstandelijk vond, maar voor mij was zijn houding eerder een manier om te kunnen optornen tegen zijn gevoeligheid. Dehaene is een zeer gevoelige en tedere man die volgens mij toen aan de grens zat van wat hij emotioneel aankon. Maar ik had alleen rationele elementen om zijn houding uit te leggen en dat in een periode waarin de gevoeligheden zo groot zijn. Dat maakte me ongelukkig.

"Gedwongen door de omstandigheden in zijn eigen privéleven heeft Dehaene achteraf zijn gevoeligheid beter leren uiten, maar hij behoort tot een generatie die dat niet heeft geleerd. Bovendien moet er in de politiek, zelfs in de gevoeligste situaties, ook rationaliteit zijn. Het overlijden van koning Boudewijn was een bijzonder emotioneel moment. Maar met emotie zou men toen niet ver zijn geraakt. Op de eerste vergadering van het kernkabinet die volgde op het nieuws van het overlijden heb ik gezien hoe politiek echt functioneert. Gevoelens werden daar gekanaliseerd in het opnemen van verantwoordelijkheid."

U bent nog actief in de CD&V maar altijd op de achtergrond. Waarom bent u zelf nooit in de politiek gestapt?

"Het heeft vaak gekriebeld, maar communicatie is echt mijn ding."

Hoe kijkt u nu naar de huidige generatie politieke communicatoren?

"Het is sterk veranderd. De regering die Dehaene in 1999 opvolgde, moest wel een andere koers varen. Zij wilden absoluut het verschil maken en dat op alle mogelijke manieren duidelijk maken. Het was niet toevallig dat ministers telkens spraken over deze regering om het verschil te maken met de vorige. En ze wilden anders communiceren, via de open debatcultuur. De communicatie voor de daad, in plaats van erna. Ondertussen hebben ze geleerd dat ook dat niet zaligmakend is en zijn ze daarvan sterk teruggekomen. Ze hebben geleerd uit hun fouten, net als iedereen."

In 1999 neemt Dehaene de verantwoordelijkheid voor de verkiezingsnederlaag na de dioxinecrisis op zich en trekt zich terug uit de nationale politiek. Dat betekent dat het ook afgelopen is met uw woordvoerderschap. Hoe komt zoiets na al die jaren aan?

"Ik had toen al de beslissing genomen om iets anders te doen, een kabinetsleven is geen gewoon leven. Je werkt van vijf tot negen en zelfs nog buiten die uren. Het is meedraaien op een heel hoog niveau, zowel qua ritme als ervaringen. Dat knaagt aan je. Iedereen die op een kabinet zit, weet ook dat het bij elke verkiezing gedaan kan zijn. Vijftien jaar onafgebroken kunnen meewerken aan het beleid was al uitzonderlijk. Maar als het dan ook echt gebeurt, is het zoals met de dood. Iedereen weet dat hij moet sterven, maar het komt toch altijd als een verrassing. De CVP verloor, maar Dehaene had persoonlijk een schitterende verkiezingsuitslag. Hij ging door de grote poort naar buiten. Dat heeft mij ook gesterkt in de overtuiging dat er andere wegen bewandeld moesten worden."

Word je dan financieel door de partij opgevangen of moet je je plan maar trekken tot je een nieuwe job hebt?

"De dag dat de stok van Dehaene naar Verhofstadt ging, werd ik door Karel Vinck ontboden bij Union Minière. Ik had meteen weer werk. Maar administratief komt elke medewerker van een kabinet dat stopt in de werkloosheid terecht. Je moet je inschrijven bij de VDAB. De papiermolen die je dan overvalt, de absurditeit van openingsuren. Of het wachten bij een dienst met twintig mensen voor je en bij de achttiende gaat het loket dicht omdat het toevallig één uur is. Het was maar voor even, maar het heeft mij doen nadenken over de manier waarop men naar werklozen kijkt. Je wordt echt gestigmatiseerd. Intussen is er gelukkig veel veranderd, werklozen worden beter opgevangen. Maar het doet toch iets met je. Ik kan nu veel beter begrijpen waarom mensen kwaad zijn. Vaak zijn ze in die situatie terechtgekomen door omstandigheden waar zij geen vat op hebben. Niemand heeft het recht om hen met de vinger te wijzen."

U hebt moeten wachten tot u het zelf meemaakte, in hoeverre heeft een eerste minister nog voeling met wat er buiten gebeurt?

"Een eerste minister die naar een voetbalmatch gaat, heeft meer dan wie ook voeling met wat er aan de basis gebeurt."

Moest u ook voor Club Brugge supporteren?

"Er is één ding waar we het niet over eens zijn geraakt en dat is voetbal. Ik heb er nooit een zwak voor gehad. Toen ik eens mee ging kijken naar een match en er een doelpunt viel dat ik gemist had, zat ik vergeefs op de herhaling te wachten."

In 1999 ging u naar Union Minière, zoals Umicore toen nog heette. Een bedrijf met een koloniaal verleden en een omstreden imago. Wat trok u daar in aan?

"Nieuwsgierigheid en het gevoel dat er veel potentieel in dat bedrijf zat. Door de samenwerking met Karel Vinck en Thomas Leysen merkte ik ook snel dat het beeld dat ik er net als u van had niet klopte. Het bedrijf heeft een sterke Nederlandstalige inslag, er is geen mijnbouw meer maar zeer vooruitstrevende technologie. Dat verleden was een erfenis waarmee ze verantwoordelijk wilden omgaan. Dat heeft mij overtuigd om in het project te stappen. Het is ook heel gemakkelijk om de geschiedenis achteraf te schrijven en te oordelen vanuit de positie die we nu kennen. Wie destijds naar Congo ging om de mijnen te exploiteren, deed dat vanuit een mensbeeld dat eigen was aan die tijd. Zodra je dat kunt begrijpen, dan wordt je ethische gevoel op een veel positievere manier gevoed."

Waarom bent u er al na enkele jaren weer weggegaan?

"De naamsverandering was nodig en gaf een nieuwe stijl aan het bedrijf. Toen die communicatie achter de rug was, was mijn werk voorbij. Ik had mijn steentje in de grote rivier kunnen leggen, ze stroomt niet meer zoals toen ik eraan begon. Als ik dat gevoel krijg, kijk ik uit naar een andere job."

U bent altijd opgekomen voor de rol van de vrouw in de beroepswereld, hoe hebt u dat zelf ervaren?

"Ik zat in een moeilijke, zeer mannelijke omgeving, maar ik kon er goed aarden en mijn ding doen. Ik kwam dikwijls in situaties terecht waarin ik de enige vrouw was. Dat maakte voor mij geen verschil, ik was het gewoon, maar voor de anderen was ik 'anders'. Ik kan niet zeggen dat men het mij moeilijk heeft gemaakt omdat ik een vrouw was. Ik ben twee keer zwanger zijnde van functie veranderd. Dat heeft geen enkele man mij kwalijk genomen."

Hebt u uw stijl moeten aanpassen?

"Het feit dat ik vrij cool ben, helpt wel. Mannen appreciëren het niet dat je in tranen uitbarst als je het even niet meer ziet zitten. Ik heb meestal geen last om mijn emoties uit te schakelen en rationeel tegen de dingen aan te kijken. Wat niet wil zeggen dat ik een emotieloze mens ben, ik heb gewoon ook geleerd om mijn gevoelens te kanaliseren en ze op de achtergrond te houden."

Kan het zijn dat Congo u daarom zo heeft aangegrepen?

"Ik vermoed van wel. Ik herinner me ook dat we in Rio de Janeiro eens een straatproject zijn gaan bezoeken waar kinderen werden opgevangen die in gevaarlijke omstandigheden leefden. Zo dikwijls heb ik me daarna afgevraagd: leven ze eigenlijk nog wel? Maar het gaat tijdens zo'n bezoek allemaal zo snel dat je dat niet kunt verwerken. Je verzamelt je emoties en steekt ze in een 'folder', ik heb ze nooit een plaats kunnen geven in mijn leven. In Congo kwam alles naar boven. Ik heb nu meer evenwicht gevonden. Als het noodzakelijk is, zal ik koel blijven. Maar ik besef dat het af en toe wat warmer mag."

Zo'n leven legt een enorm grote druk op je omgeving. Een afspraak kon altijd fout lopen door de actualiteit. Ik heb vrienden verloren die dat niet begrepen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234