Dinsdag 21/05/2019

Cold Case

“Mijn geloof in de politie en het gerecht heeft een serieuze knauw gekregen”

Beeld VTM

Het zijn heftige dagen voor misdaadjournalist Kurt Wertelaers. Het Antwerpse parket haalde alles uit de kast om de uitzending van zijn docureeks Cold Case: Wie heeft Sally vermoord? op VTM te verbieden, maar dat is niet gelukt. “Ik besef dat mij nog woelige weken te wachten staan”, zegt Wertelaers, die voor een primeur in Vlaanderen heeft gezorgd. Hij vond een spoor naar de vermoedelijke dader in de 23 jaar oude moordzaak van Sally Van Hecke, die het gerecht nooit heeft kunnen oplossen. “Ik denk dat Claudy Pierret al veel eerder gevat had kunnen worden, en dat hij dan niet zoveel slachtoffers had gemaakt.”

Anderhalf jaar geleden stapte Kurt Wertelaers naar het Antwerpse gerecht met een interessant spoor naar de vermoedelijke moordenaar van Sally, de nu 70-jarige Claudy Pierret. Hij zit een straf van twintig jaar uit voor de moord op twee andere vrouwen en komt in aanmerking voor vervroegde vrijlating. Het oude moorddossier werd op basis van zijn informatie heropend, maar anderhalf jaar later is er nog geen doorbraak. Toen bekend werd dat Wertelaers zijn onderzoek uit de doeken zou doen in een docureeks en in een boek, reageerde het Antwerpse parket als door een wesp gestoken. Het Openbaar Ministerie stapte naar de rechter en vroeg om de uitzending te verbieden, omdat die het lopende onderzoek zou verbranden. De rechter heeft die eis verworpen.

Kurt Wertelaers: “Ik ben eerlijk gezegd nogal geschrokken van de aanval van het parket. Ik zie niet in wat ik fout heb gedaan. In de zomer van 2016 ben ik in alle stilte samen met Lydia, de moeder van Sally, op zoek gegaan naar de moordenaar. Er was op dat ogenblik niemand meer met de zaak bezig. In 2005 was het dossier afgesloten. Tegen Lydia was gezegd dat ze zich erbij moest neerleggen dat de dader nooit gevonden zou worden.

“Toen Sally in de zomer van 1996 werd vermoord, was ik nog geen journalist, maar ik heb de zaak in de jaren erna wel leren kennen. Spelende kinderen hebben haar verminkte lichaam gevonden tussen het riet op Linkeroever in Antwerpen. Haar schedel was ingeslagen. Sally was toen 20, verslaafd aan heroïne en mama van een dochtertje van 3. Ze tippelde in de Antwerpse prostitutiebuurt om haar drugsverslaving te betalen. Waarschijnlijk is ze vermoord door haar laatste klant. Getuigen zagen haar die nacht instappen in een blauwe Amerikaanse oldtimer, bij een man met een paardenstaart. Ik heb altijd een buikgevoel gehad over wie die automobilist was die het gerecht maar niet kon vinden.

Beeld RV

“Cold cases boeien mij: er is altijd iemand die weet wat er is gebeurd, namelijk de moordenaar zelf. Ik zit geregeld in oude krantenknipsels over onopgehelderde moordzaken te snuisteren, en heb een opleiding tot privédetective gevolgd. Niemand is onvindbaar. Als je een frisse blik op een oude zaak kunt werpen, vind je soms dingen die anderen over het hoofd hebben gezien. In de zomer van 2016 heb ik de moeder van Sally gevraagd of ze het goed vond dat ik de zaak van haar dochter zou onderzoeken. Ik deed geen beloftes dat ik iets zou vinden, maar ik wilde het wel proberen.”

Waarom net die zaak?

“Ik werkte toen nog als journalist voor Het Laatste Nieuws. Die zomer was het twintig jaar geleden dat Sally was vermoord. Toen ik Lydia opzocht, was dat in de eerste plaats omdat ik dacht dat er misschien een mooi verhaal voor de krant in zat. We hebben toen heel lang gepraat. Ik had in het verleden al over de zaak geschreven, en in 1999 had ik zelfs een tip aan het gerecht doorgespeeld over de mogelijke dader, Claudy Pierret. Ik was nieuwsgierig naar wat het gerecht daarmee had gedaan. Ik was er altijd van uitgegaan dat dat spoor was onderzocht, en dat het op niets was uitgedraaid. Toen hoorde ik de moeder praten over het dossier, dat ze heel goed kende. Maar de naam Claudy Pierret zei haar niets. Dat vond ik vreemd. Wat had het gerecht destijds dan met die tip aangevangen? Hoe hard was er gezocht? Dat ben ik toen zelf gaan onderzoeken.”

Tegen de natuur van een krantenjournalist in heb je toen geen artikel geschreven.

“Omdat ik de moeder van Sally daar geen stap mee vooruithielp. Het eerste gesprek met haar had me enorm geraakt. 'Sally was voor de buitenwereld een heroïnehoer’, zei Lydia. 'Maar voor mij is ze mijn dochter. En de moeder van Naomi, mijn kleindochter.' Ze vertelde over die maandagochtend na de moord, die in de nacht van vrijdag op zaterdag was gepleegd. Ze ging naar het buurtwinkeltje omdat ze dacht dat er toch iets over in de kranten zou staan. De uitbater duwde de kranten ongemakkelijk naar haar toe. 'Heroïnehoer doodgeslagen op Linkeroever', stond daar in een vette kop. Lydia's hart kromp in elkaar. Dat verhaal greep me erg aan, zeker toen ik Sally's moeder en dochter daar voor me zag zitten, in dat nette appartement.

“Kort vóór 2005, toen het dossier werd afgesloten, had ze telefoon gekregen van een speurder: 'Mevrouw, ik krijg hier enkele oude dossiers op mijn bureau gegooid. Ik moet daar eens voor rondbellen voor ze afgesloten worden. Het zal wel niks opleveren, maar ik bel toch eens.' Dat telefoontje kwam hard aan bij Lydia. En ik deelde die verontwaardiging. Zoiets verdient toch niemand?

“Sally heeft pech gehad. Ze kwam uit een heel normaal Antwerps gezin. De ouders werkten allebei in de kerncentrale van Doel, ze woonden in een mooi rijhuis, hadden twee dochters. De oudste legde een vlekkeloos parcours af, de jongste ontspoorde helemaal. Sally raakte in de ban van slechte vriendjes en zat aan de drugs, en het ging van kwaad naar erger. De ouders hebben er alles aan gedaan om Sally weer op het rechte pad te krijgen, maar dat is niet gelukt. Ze belandde in jeugdinstellingen, liep voortdurend weg, gebruikte steeds meer drugs.”

Vandaag zou zij een typisch slachtoffer voor een tienerpooier zijn.

(knikt) “Alle ingrediënten waren er: instellingen, drugs, prostitutie. Voor haar ouders was ze oncontroleerbaar geworden. Meestal wisten ze niet waar hun dochter uithing. Sally is een paar keer in het ziekenhuis beland na een overdosis. Haar moeder hield er rekening mee dat ze op een dag telefoon zou krijgen met het bericht dat de zoveelste overdosis haar dochter fataal was geworden. Ze had de tekst voor Sally's doodsprentje al twee jaar in een lade liggen. Haar dood kwam dus niet zo onverwacht, maar dat iemand Sally had vermoord, daar kon Lydia niet mee leven. Daarom is ze altijd naar de waarheid blijven zoeken. Sally's dochtertje Naomi was op dat ogenblik 3 jaar en groeide op bij haar grootouders. Naomi is nu 23, drie jaar ouder dan de leeftijd waarop Sally is gestorven. Ze lijkt als twee druppels water op haar moeder. 'In haar zie ik Sally ouder worden’, zegt Lydia.”

Blunders en hiaten

Hoe ben je te werk gegaan?

“Ik heb een jaar lang in mijn vrije tijd gezocht, naast mijn werk voor de krant. Niemand wist dat ik met die zaak bezig was. Thuis natuurlijk wel, want de muur van mijn bureau hing vol documenten met data en feiten. Mijn zoon van 15 was enorm gefascineerd.

“Ik ben eerst met vrienden van Sally gaan praten, daarna met getuigen en onderzoekers. En ik had een verdachte op het oog: ik wilde vooral weten wat de Antwerpse speurders met de piste van Pierret hadden gedaan. Niet omdat ik dacht dat ik het beter kon, maar om te weten of de onderste steen wel was bovengehaald, zoals het gerecht aan de moeder van Sally had verteld.”

Wat gaf jou dat buikgevoel over Claudy Pierret?

“Dat dateerde al van 1999, toen ik als jonge reporter een artikel over hem schreef. Claudy Pierret was toen de hoofdverdachte in twee moordzaken: die op Marie-José De Nocker (46), een aan lager wal geraakte vrouw uit Vrasene, en de moord op Yolanda Prinsen (29), een aan drugs verslaafde postbode uit Verrebroek. De eerste dateerde van 1995, de tweede van 1998. Een jaar later deden speurders van Aalst huiszoekingen in Koewacht, net over de grens met Nederland. Pierret woonde daar in een stacaravan in de tuin van Sven Bergunde, met wie hij in de kroeg bevriend was geraakt. Bergunde was ingenieur en vaak maandenlang van huis. Pierret zorgde in zijn afwezigheid voor de woning.

“Op de dag van de huiszoekingen viel er weinig nieuws te rapen in Koewacht. Het enige wat ik zag, waren graafmachines en twee agenten aan een politielint die tegen de journalisten zeiden: 'Tot hier en niet verder.' De huiszoekingen leverden niets op dat Pierret aan de moorden kon linken. In de maanden erna ben ik een paar keer naar die plek teruggekeerd. Voor een reporter zijn dat de interessantste momenten, als de politielinten zijn verdwenen en de rust is weergekeerd. Dikwijls gaan er dan deuren open die eerst gesloten bleven.”

Zoals een echte speurneus in een detective.

(lachje) “Ik ben nogal een einzelgänger. Bij de krant kreeg ik veel vrijheid, omdat ze wisten dat ik altijd met iets terugkwam. Soms verdween ik een paar weken onder de radar. Als ergens een drama gebeurde en ik zag de zwerm journalisten staan, dan wist ik: daar moet ik niet zijn. Dan ging ik naar de andere kant. Ik stond dus vaak alleen.

“In juni 1999 passeer ik opnieuw in die wijk en ik kom een oudere man tegen, met de fiets aan de hand. Of hij Pierret kent, vraag ik hem. 'Niet echt’, zegt hij. 'Een zonderlinge figuur, altijd in jeans, en met zijn lange haren in een paardenstaart.' En dan vertelt hij iets interessants: hij heeft Pierret een paar keer zien rijden met één van de oldtimers van zijn vriend Sven. Hij had er Pierret zelfs over aangesproken. Die zei dat Bergunde dikwijls voor lange tijd in het buitenland was en dat hij intussen met de wagens mocht rijden, zodat ze niet te lang zouden stilstaan.

“Dat detail over die oldtimer bleef door mijn hoofd spoken. Was er in ons land niet ooit een moord gepleegd door een man met een paardenstaart, die in een oldtimer reed? Daar had ik ooit iets over gelezen. Ik kende de zaak Sally Van Hecke op dat ogenblik maar heel vaag. Na een paar uur zoeken in het krantenarchief vond ik artikels over het vermoorde meisje dat voor het laatst in de Antwerpse prostitutiebuurt was gezien, in het gezelschap van een man in jeans, met een paardenstaart, in een blauwe oldtimer. Wat een ongelooflijk toeval!

“Als krantenjournalist kon ik niks met die informatie aanvangen, maar als de politie die wilde onderzoeken, werd het wél nieuws. Dus ik bel naar de politie van Aalst, waar de moorden op Yolanda Prinsen en Marie-José De Nocker worden onderzocht. Ik krijg een commissaris aan de lijn die geboeid luistert. Zij belooft mij dat ze de informatie aan Antwerpen zal doorgeven en overleg zal plegen. Door mijn tip! Ik was een jonge reporter van 23 jaar, dat was nogal wat voor mij. Zo had ik mijn eerste grote scoop voor de krant.

“Toen Lydia vorig jaar het dossier kon inkijken, bleek dat de commissaris uit Aalst woord had gehouden, en mijn informatie over Claudy Pierret aan Antwerpen had doorgegeven. Meer nog, ik was niet de enige. Een maand of drie eerder had een prostituee uit Antwerpen dezelfde informatie doorgespeeld aan de speurders. Maar Pierret werd meteen, en tot twee keer toe, als verdachte afgeserveerd door de commissaris die in Antwerpen het onderzoek leidde. Die schreef in hetzelfde document dat de beschrijving van de verdachte in de zaak Van Hecke niet overeenstemde met Pierret, en dat de getuigen hem niet op foto's hadden herkend. De leeftijd die hij daarbij aan de verdachte toeschreef, zat er helemaal naast. Over de tip van de prostituee in maart 1999 schreef de commissaris dat de modus operandi niet overeenkwam. Welke modus operandi? Het lijk van Yolanda Prinsen was toen nog niet gevonden, dus kon hij moeilijk weten hoe de moordenaar bij haar te werk was gegaan.

“Toen ik dat las, wist ik dat de piste-Pierret afgevoerd was voor ze goed en wel was onderzocht. Er zat geen verhoor van hem in het dossier, zijn alibi was niet gecheckt, en het pv van de fotovoorlegging waar de commissaris het over had, was ook nergens te vinden. Het is nooit mijn ambitie geweest om de blunders van de speurders bloot te leggen. Maar gaandeweg heb ik zoveel gemiste kansen en hiaten in het onderzoek ontdekt, dat ik me toch vragen begon te stellen. Ik denk dat Claudy Pierret al veel eerder gevat had kunnen worden, en dat hij dan niet zoveel slachtoffers had gemaakt.”

‘De psychiaters omschreven Pierret als een sadist en een manipulator.' (Foto: Claudy Pierret tijdens het proces over de moorden op Marie-José De Nocker en Yolanda Prinsen in 2011.) Beeld PHOTONEWS

Wat voor man is die Claudy Pierret?

“De psychiaters op het assisenproces omschreven hem als een sadist en een manipulator, die zijn lugubere verleden goed verborgen kan houden voor zijn omgeving. Hij is zo glad als een aal: hij werd van verschillende misdrijven verdacht, maar hij ontsprong elke keer de dans bij gebrek aan bewijzen.

“Pierret hield op het proces over de moorden op Marie-José De Nocker en Yolanda Prinsen vol dat hij onschuldig was, maar werd veroordeeld tot twintig jaar. Twee jaar geleden bekende hij de twee moorden plots toch. Niet uit wroeging, maar omdat hij een aanvraag had gedaan om vervroegd vrij te komen. Schuldinzicht is daar één van de voorwaarden voor, en daarom moest hij de moorden wel bekennen.”

Maar de moord op Sally Van Hecke heeft hij niet gepleegd, zegt hij nu.

“Hij heeft eerst ook twintig jaar over de moorden op Marie-José en Yolanda gelogen. En wat heeft hij nog op zijn kerfstok? Zijn naam duikt al in 1976 op in de zaak rond de verdwijning van Maddy Hollanders, een meisje van 13 dat op de laatste dag van de zomervakantie is verdwenen op Linkeroever in Antwerpen. Pierret was toen 27 jaar oud en de hoofdverdachte, omdat hij de laatste persoon was met wie Maddy was gezien. Er waren een pak aanwijzingen tegen hem, maar toch werd hij al na één dag vrijgelaten bij gebrek aan bewijzen – omdat ze geen lijk van Maddy vonden.

“En wat heeft hij met Sandra V. gedaan? Dat meisje werd in 1989 als tiener door hem gegeseld en gemarteld, en ziet vandaag nog altijd af van wat hij haar toen heeft aangedaan. En dan is er Sally. Staalharde bewijzen om hem te linken aan de moord zijn er niet, maar ik heb wel veel aanwijzingen gevonden.”

DNA 

 Hoe zeker ben je van je zaak?

“Met alles wat nu op tafel ligt, zou het al raar moeten lopen als hij het niet zou zijn. Ik heb na veel onderzoek de twee kroongetuigen in de zaak teruggevonden, aan wie ik zelf een reeks foto's heb voorgelegd waar Pierret tussen zat. Afzonderlijk van elkaar haalden ze hem er allebei uit. Ze zeiden dat de speurders hun die foto nooit hadden voorgelegd. Ze hebben ook de blauwe oldtimer herkend waar de verdachte toen mee reed. De oldtimer heb ik teruggevonden in de woestijn van Arizona, waar ik ingenieur Bergunde heb opgespoord – de man bij wie Pierret destijds logeerde. Bergunde bevestigt dat die blauwe oldtimer ten tijde van de moord op Sally in zijn garage in Koewacht stond, en dat Pierret ermee kon rondrijden.

“Intussen is er ook een materieel element tegen Pierret. Toen het gerecht het dossier heropende, wilde de onderzoeksrechter vooral inzetten op DNA-onderzoek. Lydia had de rijglaarzen nog die Sally op het moment van de moord had gedragen. Die had ze van het gerecht teruggekregen en twintig jaar in een plastic zak bewaard. Uitstekend materiaal om te onderzoeken. Volgens de eerste test zit er een mengprofiel met DNA van Claudy Pierret op die laarzen. Ze zijn nu een dubbelcheck aan het doen in een Nederlands laboratorium.”

De speurders waren niet zo blij met je onderzoek, en ze probeerden je piste zelfs onderuit te halen. Merkwaardig.

“Dat heeft me enorm verbaasd. Ik had geen schouderklopjes verwacht, maar dat ze ons als volwaardige gesprekspartner zouden behandelen hadden Lydia en ik na al dat werk wel verdiend, vond ik. Maar dat was niet aan de orde. Het eerste verhoor door de speurders was allesbehalve hartelijk. Dat kon ik nog ergens begrijpen. Als je je tanden hebt stukgebeten op een dossier, en er zit plots een wijsneus voor je die je zegt dat je dingen hebt gemist, dan steekt dat. Maar ik had niet verwacht dat ze na twintig jaar zoveel energie zouden steken in het onderuithalen van het enige spoor dat ze aangeboden krijgen. Alleen de onderzoeksrechter nam mijn informatie wel ernstig. Gelukkig.

“Toen ik na een tijdje bij de speurders informeerde naar het onderzoek, kreeg ik als antwoord 'dat er over het verloop van een onderzoek niet met journalisten gecommuniceerd mag worden'. Dat kwam hard aan. Als ik de zaak-Sally Van Hecke puur als reporter had gedaan, had ik anderhalf jaar geleden een vette scoop gehad met het nieuws dat het gerecht de zaak had heropend. Ik heb dat niet gedaan, omdat ik hun tijd wilde geven.”

Beeld VTM

Heb je daar nu spijt van?

“Ik ben al een tijdje met een nieuwe cold case bezig, en ik weet niet of ik het nog een tweede keer op die manier zou doen, als je ziet hoeveel herrie we over ons heen krijgen. Mijn geloof in het gerecht en de politie heeft een serieuze knauw gekregen. Ik doe al meer dan twintig jaar aan misdaadverslaggeving, en ik heb altijd geloofd dat een politieman of een magistraat per definitie 'een goeie' was. Maar ik heb nu moeten vaststellen dat ook daar mensen zitten die het niet zo nauw nemen met de regels, en dat ze nog altijd geneigd zijn om de rangen te sluiten.”

Was je naïef?

“Misschien wel. Dat heeft met mijn wereldbeeld te maken: ik wíl niet geloven dat speurders iets moedwillig niet zouden onderzoeken. Ik zou niet dúrven te beweren dat ze incompetent zijn. Waarom het onderzoek van Sally in het slop is geraakt? Daar heb ik geen antwoord op. Mijn eerste zorg is nu dat de familie van Sally eindelijk te weten komt wie de moordenaar is.”

Congolese weesjes

Waarom heb je die opleiding tot privédetective gevolgd?

“Vooral om mensen te leren kennen in een voor mij onbekende wereld. Ik heb er nieuwe inzichten gekregen en een netwerk van contacten uitgebouwd die me als krantenjournalist 'rijker' hebben gemaakt. Onder anderen twee specialisten in open source intelligence, voor wie het internet geen geheimen heeft. Een belangrijk deel van de cursus gaat trouwens over hoe je naar informatie op het web moet speuren. Een straatrat als ik kon hun hulp wel gebruiken. Er hebben verhalen in de krant gestaan die ik niet had kunnen maken als ik die cursus niet had gevolgd.”

Je deed bij Het Laatste Nieuws niet alleen misdaadverslaggeving, je maakte ook buitenlandreportages.

“Dat deed ik heel graag. Ik was erbij na de aanslagen in Parijs, Manchester en Nice, ik heb over de hongersnood in Afrika geschreven, over de oorlog met IS en de vluchtelingen in Irak... Ik leef voor mijn werk. Ik hou van het avontuur, ik stort me graag op een zaak. Een dossier waar ik erg trots op ben, is het schandaal van de Congolese adoptiekindjes, die bij hun ouders in Kinshasa waren ontvoerd en naar Belgische adoptieouders gestuurd. Die dachten te goeder trouw dat ze zich over een weeskindje ontfermden. Daar ben ik maanden mee bezig geweest. We hebben een aantal biologische ouders in Congo en hun kinderen in België samengebracht. Dat zijn topmomenten. Daar deed ik het voor: de highs, de kicks. En je weet dat je iets goeds hebt gedaan, dat je iets fundamenteel hebt veranderd.”

Er zit een Rode Ridder in jou.

“Ach, nee. Ik doe het graag, en het levert mooie verhalen op. In mijn hart ben ik in de eerste plaats nog altijd journalist. Ook nu. Lydia heeft me ooit gezegd: 'Al het werk dat je erin steekt, kan ik nooit vergoeden.' Ik heb haar geantwoord: 'Als mijn onderzoek iets oplevert, schrijf ik er liever een boek over, als de tijd rijp is.'”

Een jaar geleden werd je plots ontslagen bij Het Laatste Nieuws. Dat moet hard zijn aangekomen. Is dit je moment de gloire?

“Een ontslag is nooit prettig, maar verder ga ik daar niets over zeggen. Het heeft me wel de tijd gegeven om mijn boek te schrijven. Een maand na mijn ontslag ben ik Eric Goens van productiehuis Het Nieuwshuis tegengekomen, en hij zag er onmiddellijk voer voor een documentaire in. Zo kwam ik in een nieuwe, heel boeiende wereld terecht, die van de televisie. Het productiehuis heeft me de kans gegeven om Bergunde in Arizona op te zoeken en de blauwe oldtimer terug te vinden. Een hele onderneming, zelf zou ik zoiets niet kunnen betalen. Maar een moment de gloire? Ik heb het niet gedaan om te triomferen.”

Word jij de Peter R. de Vries van Vlaanderen? Ga je nog meer cold cases aanpakken?

“Ik kijk op naar Peter R. de Vries, maar ik denk niet dat mijn werk te vergelijken is met wat hij al heeft gepresteerd. Hij heeft door de jaren heen een uitgebreid netwerk in de onderwereld uitgebouwd, en hij heeft een heel researchteam rond zich. Ik werk het liefst alleen.

“Ik wil nu wel meer cold cases gaan onderzoeken – ik heb in 2014 al Bureau Van Meerbeeck opgericht. Sally Van Hecke is mijn eerste zaak. Mijn mailbox zit helemaal vol. Als ik wil, kan ik morgen beginnen aan de Bende van Nijvel en aan de Roze Balletten, maar dat doe ik niet. Ik heb ook niet de pretentie dat ik nog een verschil kan maken in zaken die al eindeloos onderzocht zijn. Dat ik Nathalie Geijsbregts zou terugvinden (verdwenen in 1991, red.), of de moordenaar van Kim en Ken (een verdwijningszaak uit 1994). Daar zijn tientallen speurders mee bezig geweest. Dan werk ik liever aan zaken die al lang dood en begraven zijn, maar waarvan ik merk dat er iets nog niet is uitgezocht. En misschien levert dat iets op.

“Rijk zal ik er niet van worden, dat weet ik. Als ik me destijds had willen settelen als privédetective, dan had ik me moeten specialiseren in fraude- en overspelzaken: daar is veel geld mee te verdienen. Maar dat wilde ik niet, ik wilde cold cases uitspitten. Dat boeit me en daar kan ik misschien een verschil maken.

“Ik besef dat ik een groot risico neem. Als het niet Claudy Pierret maar een andere dader blijkt te zijn, kan ik als onderzoeksjournalist wel inpakken. Maar ik vind het dat wel waard voor de familie van Sally. Als het niet het juiste spoor is, hebben we er wel voor gezorgd dat de zaak bovenaan op de agenda van het gerecht staat. Het is nu aan justitie om het verder uit te zoeken.”

Cold Case: Wie heeft Sally vermoord?, VTM, donderdag, 21.40 uur
Het boek Cold Case: Sally van Kurt Wertelaers  is uit bij uitgeverij Van Halewyck.

©Humo

Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.