Maandag 24/02/2020

Mijn geloof in assisen heeft een schram gekregen

Phara, TerZake, ze hebben Vermassen allemaal aan de mouw getrokken. Tevergeefs, Vermassen had geen zin om de bittere nederlaag te herkauwen. Toch bleef hij met een zwaar gevoel op de maag zitten, reden waarom hij ons woensdagavond, na lang aarzelen, te woord staat. Oorzaak van het ongemak: een onverteerbare opinie die zich tijdens zijn zelfgekozen mediastilte heeft verbreid. Vermassen is een slechte verliezer, kon men in kranten en op blogs lezen, een windhaan bovendien die na deze ene tegenslag afbrandt wat hij altijd heeft aanbeden. Zou het? Mogen tegenstanders van assisenrechtspraak met Jef Vermassen een nieuwe en invloedrijke rekruut in hun rangen inlijven? Zo’n vaart zal het niet lopen, zal gauw blijken uit dit interview, dat overigens in een restaurant in Tongeren werd afgenomen. Vermassen heeft er net een lange procesdag op zitten, als strafpleiter voor de burgerlijke partij in een ongemeen gruwelijke moordzaak. Toch weer assisen, ondanks de dreun die hij vorige week mocht incasseren.

Kunt u de zaak-Beerlings wel uit uw hoofd zetten?

Jef Vermassen: “Moeilijk. Het blijft knagen: hoe moet mijn cliënte deze slag verwerken? De steile verwachtingen die niet zijn uitgekomen? Dat gevoel is des te pijnlijker als het om een slachtoffer gaat dat in afschuwelijke omstandigheden moet verder leven, zoals vorige week. Maar een assisenproces kruipt nooit in je koude kleren, ook niet als het goed afloopt. Ik doe dit nu veertig jaar, maar telkens weer giert de adrenaline door mijn lijf. Slapeloze nachten horen er nog onverminderd bij, ik kruip nog altijd in bed met een notitieboekje binnen handbereik. De nacht voor het slotpleidooi is het gegarandeerd prijs. Wakker schieten met een schok. Dat mag ik niet vergeten, dit moet ik zeker zeggen. En maar krabbelen in mijn boekje. Het afschuwelijkste moment is wanneer de jury na de beraadslaging de zaal betreedt. Hoe de hoofdman - het kan ook een vrouw zijn hoor - de hand op het hart legt en het antwoord op de schuldvraag voorleest. Als je op dat moment mijn bloed zou trekken, je zou niets vinden. Mijn hart staat gewoon stil, ook al is het een eenvoudige zaak waarvan de uitkomst verzekerd lijkt. Stel je maar eens voor dat de jury zich heeft vergist, maalt het door mijn hoofd.”

Een jury die zich vergaloppeert, is dat wat in de zaak-Beerlings is gebeurd? U verklaarde achteraf dat de gezworenen niet alle juridische finesses van de zaak hadden begrepen. Openbaar aanklager Björn Backx ging nog verder en sprak onverbloemd van een juridische dwaling...

“Hoe valt het stemgedrag van de jury anders te verklaren? Beerlings heeft volgens de jury niet gehandeld met voorbedachten rade. Terwijl hij het zelf altijd heeft toegegeven: hij wilde eerst zijn vrouw doden en daarna zelf sterven. De intentie lag er vingerdik op. De man komt zijn vrouw met haar minnaar tegen op café, daagt hem tot tweemaal toe uit om te vechten en gaat dan gedecideerd naar huis om zijn pistool te laden, keert ongeveer een half uur later terug en wacht dan nog tien à twintig minuten het ideale moment af om te schieten. Als dat geen voorbedachtheid is, dan weet ik het ook niet meer. Zijn advocaat had het de jury trouwens bezworen: op de eerste twee vragen mag u gerust ja antwoorden. Primo: is hij schuldig aan poging tot doodslag? En secundo: is er de verzwarende omstandigheid van voorbedachtheid en moeten we bijgevolg van moordpoging spreken? Twee keer ja, zegt meester De Man. En wat doet de jury? Ze negeert voor de tweede vraag zowel de bekentenis van de beschuldigde als het advies van zijn verdediging. Geen voorbedachtheid, alleen poging tot doodslag. De beschuldigde heeft van de jury een cadeau gekregen waar hij niet eens om gevraagd had! Niemand had dit verwacht, alle advocaten en wellicht ook de verdediger vielen van hun stoel. Het was trouwens niet de enige ongerijmdheid in het arrest. Uitlokking door het slachtoffer als verzachtende omstandigheid, dat is al even absurd.”

Klopt het dat de jury tijdens de beraadslaging over de schuldvraag twee keer de hulp van het Hof heeft ingeroepen om het concept van uitlokking te verduidelijken?

“Daar kan ik niet op ingaan, anders schend ik het geheim van het beraad. Maar kennelijk hebt u goede bronnen.”

Daar kunnen de jezuïeten een puntje aan zuigen. Ik probeer het via een omweg. Waarom is die informatie, gesteld dat ze klopt, zo delicaat?

“Het beraad van de assisenjury over de schuldvraag is door de wet zeer strikt geregeld. De onafhankelijkheid is heilig, er mag zelfs geen schijn van externe beïnvloeding bestaan. Hulp inroepen van buitenaf kan alleen om praktische problemen op te lossen. Mogen we met het potlood stemmen of moet het met een balpen? Hoe krijgen we de videorecorder aan de praat om die ene opname nog eens te bekijken? Dat zijn de enige twee gevallen die ik zelf heb meegemaakt, en telkens was het een heel gedoe. Alleen de voorzitter mag op zo’n vraag antwoorden, maar de bijzitters, de griffier, de advocaten alsook de beklaagde gaan mee binnen, om alle speculaties over manipulatie de kop in te drukken. Wat tijdens het beraad echter absoluut niet kan, dat is uitleg vragen over juridische kwesties.”

Zoals de betekenis van uitlokking?

“Dat is een zuiver juridische vraag, een heel cruciale bovendien. Als dus klopt wat u uit goede bron hebt vernomen, dan stelt zich een enorm probleem. Dat betekent immers niets anders dan dat de jury een van de schuldvragen heeft beantwoord zonder er de precieze betekenis van te snappen. Begrijpe wie kan, want tijdens de debatten is er drie kwartier over uitlokking gepleit.”

Op 13 januari 2009 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens het fameuze arrest-Taxquet geveld. België werd veroordeeld omdat assisenjury’s hun arresten niet motiveren. Sindsdien is het de praktijk dat de voorzitter en zijn assessoren tijdens de beraadslaging over de strafmaat uit de mond van de hoofdman een beknopte motivering voor de schuldigverklaring acteren. In de zaak-Beerlings heeft de jury die motivering evenwel geweigerd. Kan dat zomaar?

“Nee, we gaan daarmee naar Cassatie en als het moet naar Straatsburg. Ik steek mij hand niet in het vuur voor een verbreking, daarvoor hangt er op dit ogenblik nog te veel mist over die motivatieplicht. Maar als het arrest-Taxquet betekent dat een beschuldigde het recht heeft te weten waarom hij schuldig wordt verklaard, dan hebben de burgerlijke partijen en de samenleving ook het recht te weten waarom een beschuldigde geheel of gedeeltelijk wordt vrijgesproken. Voor mijn cliënte is dit een tweede klap in het gezicht. Donderdag, na het arrest, heb ik het haar gezegd. Maandag gaan we het weten, want dan moeten ze hun beslissing motiveren. Mijn cliënte keek daar enorm naar uit. Eindelijk zouden de kwellende vragen een antwoord krijgen: waarom was de aanslag op haar leven niet voorbedacht? Waarom nam de jury uitlokking in overweging? En waarom werd haar ex helemaal vrijgesproken voor de vier kogels die hij op haar vriend heeft afgeschoten? Maar nee, de jury weigert te motiveren.”

Omdat, zo schijnt de hoofdman te hebben gezegd, ze in dat geval hun stemgedrag dreigden bloot te leggen...

“Als dat zo is, vind ik dat onbegrijpelijk. Het toelichten van het stemgedrag, dat is precies wat het arrest-Taxquet eist.”

Krijgt u geen verwijten van uw cliënte? Want daar staat ze nu met haar steradvocaat...

“Ik kan je geruststellen: ze beseft heel goed dat we hier met een aberratie te maken hebben. Gelukkig neemt ze het zo op, want voor mij is dit al zwaar genoeg. Alleen al het idee dat die arme vrouw in haar toestand de rest van haar leven moet liggen piekeren, terwijl een assisenproces ook voor het slachtoffer een louterend effect hoort te hebben. Pijnlijk, maar we zullen zien wat Cassatie oplevert.”

U hebt hard uitgehaald naar de jury. Onbekwaam en/of vooringenomen, noemde u hen. Dat is niet alleen bij de betrokkenen in slechte aarde gevallen. Vermassen kan niet tegen zijn verlies, kon je de voorbije dagen op menig forum lezen. Ook uw palmares werd er bij gesleurd. Wie in assisen al zoveel vrijspraken heeft geoogst, moet niet komen jammeren als het een keer fout gaat. Uw commentaar graag?

“Die vrijspraken hebben hier niets mee te maken. Dit gaat om iets anders: een jury die een onbegrijpelijke uitspraak doet en bovendien weigert die uitspraak te motiveren. Zonder overdrijven: de manier waarop ze de voorbedachtheid en uitlokking hebben beoordeeld, dat heb ik in mijn hele carrière nooit meegemaakt. Ik heb assisen altijd verdedigd, en ik zal dat allicht blijven doen tot mijn laatste snik. Maar na deze zaak moet ik voor het eerst toegeven dat de tegenstanders een punt hebben. Iedereen kent hun voornaamste bezwaar: de volksjury zou onvoldoende juridische kennis hebben om recht te spreken. Ik heb dat altijd weggewuifd. Assisen gaat weliswaar over levensdelicten, maar de vragen die tijdens een proces worden opgeworpen, zijn in wezen vrij simpel. Voorbedachtheid, uitlokking... dat is voor leken even duidelijk als voor beroepsrechters. Maar vorige week heb ik mijn mening willens nillens herzien. Het is dus wel denkbaar dat een volksjury door een gebrek aan juridisch inzicht over dergelijke kwesties struikelt. Geloof me, voor mij was dat een ontnuchterende ervaring. Ik vind het dan ook erg flauw dat ik als een slechte verliezer word afgeschilderd, terwijl ik alleen maar mijn verwondering over dat verbijsterende inzicht heb uitgedrukt.”

Evengoed was het een pijnlijke nederlaag, zeker voor iemand met de reputatie van een eeuwige winnaar. Heeft dat helemaal niet meegespeeld in uw reactie?

“Nee, verliezen hoort er nu eenmaal bij. Als strafpleiter sta je in een boksring. Je deelt slagen uit, maar je moet ook kunnen incasseren. Zolang die slagen niet onder de gordel vallen, moet je niet komen jammeren. Begrijp me niet verkeerd: dit was geen slag onder de gordel, ik kan de tegenpartij niets verwijten, en ook aan het hof ligt het niet. Dit was een slag die uit het ijle kwam, uit een kamp dat normaal niet actief deelneemt aan het gevecht. Toch aanvaard ik dit arrest, als democraat kan ik trouwens niet anders. Maar dat verandert niets aan mijn probleem met bepaalde antwoorden van deze volksjury.”

Een citaat van Jef Vermassen uit De Standaard: ‘Dat ze de volksjury dan maar beter kunnen afschaffen.’ Meende u dat echt?

(verontwaardigd) “Maar dat heb ik nooit gezegd! Ik heb na het arrest maar heel weinig commentaar gegeven. Alleen op vtm heb ik verklaard dat deze jury het juridisch blijkbaar niet begrepen had, en dat ik me voor het eerst in mijn leven vragen begon te stellen bij de juridische bekwaamheid van lekenrechters. Die uitspraken zijn door sommigen uit hun verband gerukt, en niet alleen om mij als een slecht verliezer te brandmerken. Ze hebben me in het hokje bij de tegenstanders van assisen proberen te duwen. Vermassen is overgelopen, dat zouden sommigen wat graag zien gebeuren. Maar ik ben geen Dirk Vijnck of hoe heet die LDD’er alweer die eerst naar de Open Vld overloopt, om dan meteen naar LDD terug te keren. Ik hoef niet naar het kamp van assisen terug te keren. Mijn geloof in het systeem heeft na dit accident weliswaar een schram gekregen, maar ik heb er geen seconde aan getwijfeld dat assisen voor dit soort misdrijven nog altijd de beste vorm van rechtspraak is.”

Een accident? Niemand kan uitsluiten dat er zich in de toekomst nog van die accidenten voordoen. Dit is trouwens geen precedent. Onlangs heeft deze krant de ware toedracht onthuld over de sensationele vrijspraak voor een man die zijn ex-vriendin had neergestoken en onthoofd. De materiële bewijzen stapelden zich op, niemand trok zijn schuld in twijfel. Toch wandelde hij als een vrij man het Brusselse justitiepaleis uit, omdat één van de juryleden uit wrok tegen de Belgische justitie het hele beraad had gemanipuleerd. Je zult als dader maar terechtstaan voor zo’n jury, of er als slachtoffer gerechtigheid zoeken.

“Er is een probleem. Maar het is niet omdat de oogst één keer mislukt, dat de boer meteen zijn hele schuur in brand steekt. We moeten assisen moderniseren, zodat de procedure minder log en theatraal wordt. Dat inzicht dateert niet van vorige week, ik loop daar al jaren over te piekeren. Mijn voornaamste suggestie: laten we de rol van de voorzitter anders invullen. We moeten hem niet betrekken bij het schuldberaad, dat blijft het monopolie van de volksjury. Maar als er tijdens het beraad een juridische vraag rijst, dan mag de voorzitter uitleg geven, in aanwezigheid van alle partijen welteverstaan. Ook tijdens de debatten moet hij die rol spelen. Nu zie je de beroepsrechters met hun ogen rollen als advocaten juridische ongerijmdheden proberen te verkopen. Ze moeten dat laten passeren, ze mogen van de wet niet ingrijpen, ook al zien ze dat de jury er geen jota meer van snapt. Dat zou best veranderen: op zo’n moment moet de voorzitter kunnen ingrijpen, een soort time-out afkondigen. ‘Sorry meester, ik ga de jury nu eerst even uitleggen hoe de wet in elkaar steekt...’ Zie je, een revolutie is nergens voor nodig. Met een paar lichte ingrepen kun je de hele assisenprocedure stroomlijnen en de kans op accidenten zoals vorige week minimaliseren.”

Een revolutie zit er niet aan te komen, maar minister van Justitie De Clerck (CD&V) wil nog voor het einde van het jaar de wet op assisen grondig aanpassen. Een van de mogelijke ingrepen: de gezworenen des volks oordelen niet langer alleen over schuld of onschuld, ook de beroepsrechters worden bij het beraad betrokken. Een goede zaak?

“Ik ben daar niet voor gewonnen, dan kunnen ze voor mijn part de hele volksjury maar beter afschaffen. Want wat krijg je als zeven leken met drie beroepsmagistraten gaan samen zitten om de schuldvraag te beantwoorden? In theorie zijn ze misschien gelijkwaardige rechters, maar in de praktijk zal daar niet zoveel van overschieten. Die zeven leken worden door de beroepsrechters volledig gedomineerd, zelfs als die laatsten dat niet willen. Verzamel een dozijn leken en één arts rond een ziekbed om een diagnose te stellen. Dan spreekt het toch vanzelf dat die leken allemaal naar die ene dokter zullen luisteren? Zo zal het ook met die gemengde assisenjury gaan, de gezworenen des volks zullen er alleen nog voor de show bij zitten. Nu al stel ik soms vast dat juryleden gefrustreerd buitenstappen uit het beraad over de strafmaat, omdat ze zich door de beroepsrechters gedomineerd voelen. Dan kan heel ver gaan. Een voorzitter die tijdens het strafberaad een papier uit zijn zak haalt en begint voor te lezen wie er de voorbije jaren voor het hof is verschenen en tot welke straf ze werden veroordeeld. En dan nu, vervolgt hij na de proclamatie, zal ik jullie eens vertellen hoe lang die veroordeelden onder de wet-Lejeune effectief in de gevangenis hebben gezeten. Dat heeft zich jaren geleden afgespeeld in een zaak waar ik zelf bij betrokken was, het geheim van het beraad was ook toen al zo lek als een mandje. De bedoeling van die voorzitter was duidelijk: hij wilde de juryleden in de richting van een strengere straf manoeuvreren. Let op, dat is een uitzonderlijk geval. De meeste beroepsmagistraten springen keurig met de jury om, al speelt het niveauverschil altijd parten.”

Niettemin blijft het bezwaar overeind: assisen is een loterij. Toch?

“Ja, maar een loterij heeft ook verdiensten. Iedereen kan de lotto winnen, relaties of vriendjespolitiek komen er niet aan te pas. Toch wil ik iets bekennen: als er bij justitie iets is waarin ik na veertig jaar ben ontgoocheld, dan is het de rol van het toeval. Maar op dat vlak zijn beroepsrechters niet beter dan een volksjury. Kijk, als advocaten kennen wij onze voorzitters, we weten wie streng is voor welk soort misdrijven. Soms vertellen we het onze cliënten op voorhand om hun verwachtingen te temperen. We zullen ons best doen, maar we zijn op een strenge voorzitter gevallen. En dan verneem je ’s morgens op de griffie dat voorzitter X ziek is en vervangen wordt door de veel mildere voorzitter Y. Dan spring je een gat in de lucht van vreugde, terwijl de tegenpartij er alles aan doet om de zaak te laten uitstellen. Maar wat heet toeval? De procureur kiest via zijn dagvaarding in welke kamer een zaak wordt behandeld. Dat gebeurt ook niet willekeurig, die man of vrouw weet precies wie de voorzitter van die welbepaalde kamer is, en hoe daar recht wordt gesproken. Het zou allemaal niet mogen, maar wat is het alternatief? Recht spreken met een computer? Dan gaan alle nuances verloren. We moeten er ons bij neerleggen: volmaakte objectiviteit is een illusie, de menselijke factor zal altijd meespelen in de rechtspraak. Ik kan daar sterke anekdotes over vertellen, maar die bewaar ik voor mijn memoires.”

Nu maakt u ons wel nieuwsgierig...

“Vooruit maar, ik zal er eentje verklappen. Een man steelt een fles whisky uit de shop van een tankstation. Hij wordt door de correctionele rechtbank bij verstek veroordeeld. Het duurt lang vooraleer ze de man vinden en hem zijn vonnis kunnen betekenen. De man komt bij mij, we tekenen verzet aan. Toevallig vindt de zitting plaats in een heel kleine zaal, we zaten zowat onder de neus van de voorzitter. Ik kan het dus perfect horen wanneer die voorzitter zijn griffier volgende vraag stelt: ‘Meneer de griffier, vertel me nu eens hoe het komt dat ik in deze zaak maar zes maand heb gegeven.’ ‘Wel’, antwoordt de griffier, ‘dat komt omdat deze zaak nog dateert van voor die tweede inbraak bij u thuis.’ ‘Ha ja’, reageert daarop de voorzitter. Meer was er niet nodig om mij razend benieuwd te maken. Ik ben het gaan natrekken. Er was bij die rechter inderdaad twee keer ingebroken. Na de eerste inbraak gaf hij systematisch zes maanden voor diefstal, maar vanaf de tweede inbraak heeft hij het tarief verdubbeld. Ineens werd hetzelfde misdrijf met één jaar bestraft. Kijk, dat kan natuurlijk niet. Zo’n rechter zou zich niet meer over diefstal mogen uitspreken, hij is namelijk betrokken partij.”

Iedereen kan de lotto winnen, inderdaad. Maar bij assisen ligt het toch anders. De winstkansen stijgen met de kwaliteit van de advocaat. U staat zelf bekend als een meester in het bespelen van de jury. Voor een Limburgs publiek zult u nooit nalaten bij wijze van entree de spreekwoordelijke Limburgse gastvrijheid te loven. Attent, maar wat heeft dat te maken met de waarheidsvinding die centraal hoort te staan in een assisenproces?

“Maar dat is redenaarskunst, een lang onderschatte discipline die nu aan een verdiende remonte bezig is. De oude Grieken begonnen iedere redevoering met een captatio benevolentiae, een gevleugeld woord of een streepje humor om het publiek op hun hand te krijgen. Ook wij strafpleiters zijn mannen en vrouwen van het woord, we moeten onze standpunten met woorden zien te verkopen. Waarom wordt ons altijd verweten dat we onze boodschap zo fraai mogelijk proberen te verpakken? Een cadeau wordt toch ook niet in krantenpapier gewikkeld? Nee, je doet er een fraai papiertje en een strik rond, ook al belanden die binnen de kortste keren in de vuilnismand. Mijn geloof is op dat punt onwrikbaar: assisen behoort tot het werelderfgoed, we moeten het met respect behandelen. De oude Grieken hebben het uitgevonden, tegenwoordig wordt het in een groot deel van de wereld toegepast. Zelfs binnen de Belgische justitie zie ik weinig voorstanders om het af te schaffen, ik hoor dat eigenlijk alleen in bepaalde kringen in Vlaanderen. Het gaat dan om intellectuelen, vaak mensen die geen enkele praktijkervaring met assisen hebben.”

A propos, meent u dat van die Limburgse gastvrijheid?

“Natuurlijk. Waarom denk je dat ik met een Limburgse ben getrouwd?”Dit was geen slag onder de gordel, ik kan de tegenpartij niets verwijten, en ook aan het hof ligt het niet. Dit was een slag die uit het ijle kwam, uit een kamp dat normaal niet actief deelneemt aan het gevecht. Toch aanvaard ik dit arrestAls er bij justitie iets is waarin ik na veertig jaar ben ontgoocheld, dan is het de rol van het toeval. Maar op dat vlak zijn beroepsrechters niet beter dan een volksjury

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234