Woensdag 01/12/2021

Opinie

Mijn geliefde Aleppo brandt

rook stijgt op vanuit Aleppo na luchtaanvallen van het Syrische leger. Beeld AFP
rook stijgt op vanuit Aleppo na luchtaanvallen van het Syrische leger.Beeld AFP

Lina Sergie Attar is een Syrisch-Amerikaanse architecte en schrijfster, afkomstig uit Aleppo. Ze is directeur van de Karam Foundation voor humanitaire hulp aan Syriërs.

In juni 2011, de laatste keer dat ik in Aleppo was, ging ik elke dag bij mijn grootmoeder op bezoek. Als bezeten fotografeerde ik alles in het appartement waar mijn vader opgegroeid was en ik een groot stuk van mijn jeugd had doorgebracht: de houten deuren, het balkon, de snuisterijen in de vitrinekast, de keuken, het trotse portret van mijn grootvader in de eetkamer. Toen ik naar huis vertrok, naar de VS, nam ik slechts enkele souvenirs mee. Nu wou ik dat ik alles meegenomen had.

Sinds 2012 is Aleppo een verdeelde stad. Het westen is in de klauwen van de regering, het oosten wordt door de rebellen gecontroleerd. In de voorbije vier jaar is de stad een slagveld geworden. Ongeveer twee miljoen mensen (onder wie duizenden binnenlandse vluchtelingen) wonen in relatieve veiligheid in het westelijke deel, terwijl meer dan 250.000 burgers al jaren door de regering met vatenbommen worden bestookt en sinds vorig jaar ook door de Russen worden gebombardeerd.

Lina Sergie Attar Beeld RV
Lina Sergie AttarBeeld RV

Aleppo is de laatste belangrijke Syrische stad waarvan grote delen in handen zijn van de rebellen. President Assad denkt dat de verovering van de stad hem dicht zou brengen bij wat hij een overwinning noemt. In juli namen zijn troepen het oosten van Aleppo opnieuw in een wurggreep en gebruikten ze het wapen van de honger. De bevoorrading met voedsel en medicijnen werd afgesneden, honderden burgers kwamen om.

In het begin van augustus keerden de kansen onverwacht. Activisten staken duizenden autobanden in brand om met de enorme zwarte rookwolken de Russische vliegtuigen blind te maken. De rebellen vormden een broze coalitie en bundelden hun krachten met het Front voor de Verovering van de Levant, dat vroeger het Al-Nusra Front heette en daarvoor Al Qaida in Syrië. Op 6 augustus werd het beleg gebroken. Vrachtwagens uit het nabijgelegen Idlib brachten voor het eerst in weken vers voedsel naar de burgers. De Russische jets namen wraak door steden in de omgeving met brandbommen aan te vallen.

Wanneer ik naar de beelden kijk van Ramouseh, de zuidwestelijke wijk waar het beleg gebroken werd, probeer ik niet de mannen met de baarden en de wapens te zien, maar wel de rijke rode bodem die eeuwenlang de beroemde olijven, pistachenoten en zure kersen van Aleppo heeft voortgebracht. Op de video's van mensen in het oosten van Aleppo, die de bevrijding van de belegering vieren, kijk ik naar de rijen huizen en tel ik de gevels die nog heel zijn, op zoek naar hoop.

De laatste keer dat ik in Aleppo was, heb ik geen foto's van ons eigen huis gemaakt. De oorlog was toen nog ver van de stad, maar foto's maken leek toegeven aan wat ondenkbaar was: dat ik nooit zou terugkeren. Sindsdien is ons huis door de troepen van Assad geplunderd. Teruggaan lijkt nu even onmogelijk als de klok terugdraaien.

Ze blijven vechten in Aleppo. Alles is onzeker, maar ons collectieve geheugen, de basis van onze identiteit als mensen van Aleppo, blijft bestaan. Wij kunnen het verleden niet vergeten. We kunnen de herinnering niet uitvlakken aan de gebombardeerde minaret van onze Omajjadenmoskee, de herinnering aan onze rivier, de Queiq, waar de soldaten gemartelde lijken dumpten die door de families van de slachtoffers uit het water werden gevist, de herinnering aan onze verbrande bazaars, onze in puin geschoten antieke gebouwen. We zullen nooit vergeten wat Aleppo was voor de belegeraars en de vatenbommen kwamen, in die tijd toen er geen vluchtelingen waren.

undefined

Olympische zwemmer

Voor Syriërs als ik, die in een rechtvaardige revolutie geloofden, mensen die de dictatuur van de Assads weg wilden, heeft het woord overwinning een nieuwe betekenis gekregen. Het staat nu voor dingen die we ons vijf jaar geleden niet konden voorstellen: niet moeten rouwen over de dood van weer een vriend, een Syrisch kindbedelaartje weghalen van een Turkse, Libanese of Jordaanse straat en weer naar school sturen, een einde maken aan de uithongering van belegerde Syriërs, juichen voor onze olympische zwemmer die de Egeïsche Zee overzwom en nu niet als Syriër maar als vluchteling deelneemt.

We zullen gewonnen hebben als Syrië weer heel wordt. Als we thuis in Aleppo wakker worden.

© The New York Times

undefined

De 18-jarige Yusra Mardini redde al zwemmend een boot vluchtelingen op de Egeïsche Zee en trad aan in Rio als lid van het Olympische vluchtelingenteam. Beeld Getty Images
De 18-jarige Yusra Mardini redde al zwemmend een boot vluchtelingen op de Egeïsche Zee en trad aan in Rio als lid van het Olympische vluchtelingenteam.Beeld Getty Images
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234