Vrijdag 23/10/2020

'Mijn enige plicht is de leugen te ontmaskeren'

Jagen, de wijze waarop ik aan jacht deed, heeft niets met macht te maken; het is teruggaan naar de oermens. Als ik een buffel wilde schieten, smeerde ik me in met buffelmest. Opdat ik, letterlijk en figuurlijk, zo dicht mogelijk bij het wilde dier wilde geraken

Margot Vanderstraeten in gesprek met Jef Geeraerts over leven en werk

In de reeks 'Oude schrijvers gaan niet dood' laat Margot Vanderstraeten de coryfeeën van de Nederlandstalige literatuur aan het woord over de kern van hun bestaan. Nadat ze eerder op bezoek was geweest bij Jos Vandeloo, Ward Ruyslinck, Paul de Wispelaere, Hella Haasse, Ivo Michiels, Hugo Raes en Harry Mulisch, ging ze nu Jef Geeraerts opzoeken.

Vijfenveertig jaar geleden verscheen het debuut van Jef Geeraerts Ik ben maar een neger. Intussen heeft de schrijver 43 titels op zijn palmares. 'En er staan nog boeken op de plank. Niet dat ik al notitieboekjes vol heb gekrabbeld. Ik maak nooit notities. Ik wacht tot het hoofd zo vol zit dat alles er gejaagd uit komt.' Een rustig gesprek met de man die van ongeduld een stijlfiguur maakte. Door Margot Vanderstraeten

In zijn dag- en nachtboekaantekeningen van Dood in Bourgondië: 'Baarle, 6 juli 1976. De hittegolf van de eeuw houdt alsmaar aan. De grond van de tuin is droog als turf. Het gazon verbrand. De twee thuya's die ik in november van verleden jaar (drie dagen voor Eleonore geopereerd werd) plantte, zijn dood gegaan. Ook de lorken die we van Mia kregen. De magnolia. (...) Elke avond, wanneer de zon achter de canadabomen daalt, besproei ik overvloedig de bloemperken en de haag. Voorlopig is er nog water in de put, maar gisteren is de elektrische motor afgeslagen door oververhitting."

Eenenveertig jaar later, Baarle, rond dezelfde periode. Gezien vanaf de witleren banken oogt en geurt diezelfde tuin frisser, groener, voller en exotischer dan weleer. Natter ook, want in mei en juni is de regen achterwege gebleven, maar in de eerste helft van deze zomermaand weet hij van geen ophouden en blaast ook de wind met herfstallures. De grote treurwilg, in deze passage niet beschreven, waart als een spook aan de rand van de tuin, tussen de straat en het afgebakende woonerf. Jef Geeraerts had veel liever het wandbrede schuifraam wagenwijd opengezet. De liefde voor de zinderende hitte heeft hem sinds zijn verblijf in Kongo niet verlaten. Gelukkig helpt de gekoelde roséwijn om het ook binnen warm te krijgen. "Wij, Eleonore en ik, hebben deze tuin zelf ingericht. Hij is naar onze behoeften geschapen. En organisch gegroeid. Net als dit huis. Net als mijn boeken. Niet alleen boeken vertellen over hun maker. Ook uit de wijze waarop iemand woont, kun je iemands persoonlijkheid afleiden. Schoonheid is een noodzaak om me goed te voelen. Schoonheid is evenwicht, en evenwicht brengt rust. Daarom woon ik mooi, in die zin dat dit relatief kleine huis vol mooie, door ons geselecteerde voorwerpen staat. Daarom heb ik een mooie tuin. Daarom luister ik naar mooie, klassieke muziek. En daarom heb ik een mooie vrouw. Alles hangt samen."

'Writers do not live one life, they live two. There is the living and there is the writing.' Met dit citaat van Anaïs Nin begon u in 1967 Black Venus, het eerste deel van uw Gangreen-cyclus. Nin ziet twee levens, naast elkaar. In uw boeken lijken die twee levens vooral innig met elkaar verstrengeld.

"Oh, Anaïs Nin, 'de madame van een hoogst merkwaardig huis van literaire ontucht'. Ik vond haar een zeer intrigerende vrouw, en haar gepassioneerde liefdesrelatie met schrijver Henry Miller in het Parijs van de jaren dertig heeft me zeer verbaasd. Nin was een vrouw die je niet kon plaatsen, op geen enkel gebied, ook niet op het seksuele. Ze was niet alledaags. Ik houd van alles wat niet alledaags is, word ertoe aangetrokken. Nin heb ik niet persoonlijk gekend, maar ik heb haar dagboeken, die na haar dood verschenen zijn, allemaal gelezen. Ze was de literaire erotiek of de erotische literatuur vooruit. Anaïs Nin was niet alleen mooi en erotisch maar ook intelligent. Nogal logisch dat ik door haar geïntrigeerd was. Voor mij moet een vrouw mooi zijn en kunnen praten en luisteren. Ze moet een weerbaar klankbord zijn. Ik zou niet zonder een vrouw, zonder zo'n vrouw kunnen leven. Ik heb Eleonore. En hoe ouder ik word, hoe nijpender die behoefte aan aanvulling, die behoefte aan haar. En ja, u zegt dat nu, dat het hoogst uitzonderlijk was voor die tijd dat een mannelijke auteur met een citaat van een vrouw uitpakte. Ik vond het goed en grensverleggend wat ze deed. En het citaat was treffend.

"Bij mij gaan leven en schrijven in elkaar op. Het ene kan niet losstaan van het andere. Onmogelijk. Ik schrijf alleen over zaken die ik heb beleefd, of die ik heel grondig heb bestudeerd. Plus: omdat ik wil wéten. Vele reizen die ik heb gemaakt stonden in het teken van mijn boeken. Ik moest naar die plek of ik moest met die mensen spreken omdat ik erover moest schrijven. Er zijn mensen die niet geloven dat ik dat allemaal echt beleefd heb. Er zijn er die niet willen geloven dat ik op mijn 59ste in mijn eentje de grizzlyberen van Alaska van dichtbij, van wel zeer dichtbij (hij doodde de beer voor de beer hem doodde, het verhaal staat beschreven in Kodiak .58, mvds) ben gaan bekijken. Er zijn er die hun wenkbrauwen fronsen als ze over de liefdeslessen lezen die ik als zestienjarige van de veel oudere, joodse vrouw Hélène (33) heb gekregen. Die liever denken dat het een leugen is dat ik, dankzij toevallige maar oprechte contacten, bij wijze van research in het Bellevue Hospital in New York een aantal autopsies heb kunnen bijwonen. In België is dat onmogelijk; hier maakt autopsie deel uit van het gerechtelijk onderzoek en dat is geheim. In de Verenigde Staten regeren andere wetten. 'I need some dead people with bullets', zei ik aan de patholoog anatoom. 'Oh, which caliber', vroeg hij. '.38', antwoordde ik. En hij: 'No problem. We got many.' Ik heb niet het leven van de gemiddelde Vlaming geleid. Die ongewoonheid wekt weleens jaloezie, maar dat laat ik aan me voorbijgaan. Het is altijd makkelijker om jaloers te zijn dan om je eigen leven ter discussie te stellen."

U zegt: u wilt weten. En omdat u wilt weten, schrijft u. Zijn die trekken niet vooral eigen aan een journalist, meer dan aan een schrijver?

"Ik ben een schrijver met de mentaliteit van een journalist. Ik lees, kijk, zoek, ruik, reis, onderzoek, tot ik wéét. Zo ben ik. En zo schrijf ik dus. Pas als ik de materie ten gronde beheers, neem ik de pen ter hand. En als ik dan begin te schrijven, wil ik dat er meteen duidelijkheid optreedt. Precies zoals een journalist. Correctie. Zoals een journalist die de nodige zorg besteedt aan taal, toon en stijl. Ik heb ontzettend veel respect voor de taal. Ik kan het niet verdragen dat de taal almaar vaker als vuil wordt behandeld, en dat die mishandeling de norm lijkt te worden. De taal is een mysterie. Je neemt je pen in de hand, de woorden rollen eruit zonder dat je weet waar ze naartoe gaan. Elk mysterie verdient verwondering en respect. Taal is cultuur. Cultuur van de geest. Wie goed kan schrijven, kan ook goed denken en praten. Die geest wordt in onze cultuur van vandaag verwaarloosd. Er wordt vandaag te weinig belang gehecht aan de ontwikkeling van het denkvermogen. In de joodse cultuur krijgen het intellectualisme en de talmoedstudie nog de overhand en wordt de filosofische discussie nog hoog geacht. Maakt het denken deel uit van de traditie. Bij ons niet. Op school leren kinderen tegenwoordig almaar vroeger schrijven op de computer. Ze kunnen sneller tikken dan dat ze met de hand kunnen schrijven. Dan dat ze leren nadenken. Noam Chomsky, hoogleraar linguïstiek en criticus van de Amerikaanse buitenlandse politiek, heeft deze evolutie bestudeerd, en kwam onder meer tot de conclusie dat de computer zeer nadelig is voor het creatief schrijven. Als dat klopt, belooft dat niet veel goeds.

"Ik voel me ook op andere vlakken een journalist. Ik vind niet dat een schrijver een zending of een boodschap heeft. Zijn enige plicht, en die kan tellen, is de mythologie en de leugen te ontmaskeren. Hij moet de wereld en de politici wantrouwen. Wantrouwen moet de drijfveer van een auteur zijn, en duidelijkheid scheppen is zijn plicht. Als ik een tekst lees, en als ik me na enkele pagina's afvraag 'wat bedoelt de schrijver daar nu mee', dan schort er niets aan mij, maar aan de tekst. Duidelijkheid creëert een schrijver door flink te kappen. Door naar soberheid te streven. Door met kennis van zaken te schrijven. En door over die zaken zo te schrijven dat de tekst leest als een roman. Het gaat in een boek niet om de schoonheid van zinnen, maar om de kracht en de helderheid van het verhaal. Om de juistheid van de feiten ook. Zo ben ik ook een voorstander van het abrupte einde. Een verhaal mag niet langdradig zijn. Het moet eindigen, om Hemingway te citeren, als 'een biddende valk'. Ik ben niet toevallig een bewonderaar van Ernest Hemingway en Gabriel García Márquez. Alle twee schitterende auteurs die er naast hun leven als schrijver ook een volwaardige, journalistieke loopbaan op na hielden. Het is voor mij een gelukkige constatering dat ik, als ik bijvoorbeeld The Snows of Kilimandjaro of Green Hills of Africa van Hemingway lees, voel dat hij weet waarover hij schrijft. De mooiste openingszin die ik ooit gelezen heb en die me nu, als ik hem citeer, nog steeds kippenvel bezorgt, komt trouwens uit Honderd jaar eenzaamheid van García Márquez. 'Vele jaren later, staande voor het vuurpeloton, moest kolonel Aureliano Buendia denken aan die lang vervlogen middag toen zijn vader hem meenam om kennis te maken met het ijs." Alles zit erin. En dan dat laatste woord ijs, dat is een dimensie die je zo plots in de nek valt dat je koud wordt van emotie."

U staat bekend als iemand die gulzig heeft geleefd. Maar ook uw pen krijgt er niet genoeg van. Uw behoefte om zinnen, zonder interpunctie, hele bladzijden te laten doorgaan, kreeg de naam lawinestijl. Maar welke gulzigheid, welk ongeduld is het grootste? Dat om te leven, of dat om te schrijven?

"Er zijn honderden andere dingen die ik veel liever doe dan schrijven. In de tuin werken. Autorijden. Door wilde landschappen dwalen. Dromen. Dicht bij Eleonore zijn. Gekke plannen maken. Non-fictionboeken lezen. Kruiswoordraadsels oplossen. Kwestie van het geheugen te trainen. Zo onthoud ik ook bewust telefoonnummers. En nummerplaten. Het geheugen is niet anders dan het lichaam: het is gebaat met oefeningen.

"Schrijven vind ik dus niet plezierig. En behalve dat euvel geef ik ook nog eens blijk van een aangeboren aanleg tot nietsdoen. Ik vind altijd excuses om toch maar met iets anders dan met pen en papier aan de slag te gaan. Het is ongetwijfeld aan de jezuïeten te danken dat ik die luiheid binnen de perken houd. De jezuïeten hebben me discipline bijgebracht. Maar ik kan niet blijvend nietsdoen. Op een bepaalde dag, op een bepaald moment, is het dan zover: dan moet ik schrijven. En als dat moment aangebroken is, komt alles er meestal in een vloeiende trek uit. Niet dat ik niet meer ga schrappen en schaven. Ik ben een maniakale polijster van zinnen. Maar het verhaal, die eerste 'draft', die loopt eruit en maakt dat schrijven toch weer erg plezierig wordt.

"De eerste maal dat ik me bewust was dat ik voor een boek de juiste vorm had gevonden, was in Gangreen I. Ik heb zeven jaar aan dat boek gewerkt. En toen stond het er: die eindeloze zinnen van 3.700 woorden zonder punt, die lawinestijl die bij me hoort.

"Ik val nooit stil in een tekst. Ik ken geen writer's block. Die les heb ik van Hemingway geleerd: je moet niet blijven schrijven tot je vastzit. Je moet je dag of je nacht beëindigen met een passage waarvan je weet dat je er de volgende dag in één ruk mee verder kunt. Schrijven is als dakpannen leggen: de nieuwe dakpan ligt altijd een stukje over de vorige. Even werk je voort met het resultaat van de vorige dag, en daarna ga je weer verder."

Het is bekend dat u tussen 1953 en 1960 als politieofficier in Kongo met plezier macht uitoefende over uw ondergeschikten. U was een verwoede jager en kon ook genieten van uw overmacht over groot wild. Is schrijven ook een manier om macht uit te oefenen? Om uw personages te creëren en te manipuleren?

"Die drie zaken kun je niet vergelijken. Jagen, de wijze waarop ik aan jacht deed, heeft niets met macht te maken; het is teruggaan naar de oermens. Door te jagen heb ik de neolithische mens leren kennen; ik heb mijn zintuigen leren gebruiken. Jagen betekende door het landschap van de prehistorie trekken. Door savannes en oerwoud. En jagen betekende ook een techniek aanleren om zo dicht bij het wilde dier te geraken dat het wilde dier niet wist dat ik er was. Dàt, dit bijna ook dier worden, is de essentie van jagen. Als ik een buffel wilde schieten, smeerde ik me in met buffelmest. Opdat ik, letterlijk en figuurlijk, zo dicht mogelijk bij het wilde dier wilde geraken. Buffels zijn gevaarlijke beesten: als een buffel chargeert, stormt hij in een rechte lijn op je af, en dan moet je snel en juist reageren. Dat is verschillend van een nijlpaard; een nijlpaard bijt jou in tweeën; een olifant pakt je dan weer. Ik weet dat, omdat ik enkele van deze scenario's beleefd heb.

"Schrijven is al evenmin een spel van macht. Ik schrijf niet om macht uit te oefenen, ik schrijf omdat ik iets de moeite waard vind. Maar in Kongo, waar ik politieofficier van het district Bumba was, oefende ik wel degelijk macht uit; en niet een beetje ook. Ik leidde de verhoren die meestal handelden over doodslag en slagen en verwondingen; misdrijven die in de brousse tot de orde van de dag behoorden.

"Het is een heerlijk gevoel iemand te ondervragen en vervolgens te doen bekennen. Een ondervrager moet hyperalert zijn. Hij manipuleert met zijn vraagstelling. En hij mag niets missen. De lichaamstaal. Negers worden grijs als ze bang zijn. Iemand die nerveus is, begint te slikken. Of knippert met de ogen. Haalt zijn hand voortdurend over zijn schedel. Streelt over zijn adamsappel. Vrouwen glimlachen op een vreemde manier. Ik heb nooit vrouwelijke daders verhoord. Maar ik herinner me er wel een die uit jaloezie de duim van haar man had afgebeten, en die de vinger uit woede op mijn bureau smeet.

"Als ik het proces-verbaal had opgesteld, als ik mijn professionele plicht had vervuld, kreeg mijn nieuwsgierigheid de bovenhand. Ik wilde met name in de psyche van de dader doordringen. Ik vroeg de dader waarom hij gedaan had wat hij had gedaan. En ik wilde tot in detail weten wat hij voelde tijdens het plegen van de feiten. Toen al, en dat is vandaag ongeveer vijftig jaar geleden, voelde ik in mijn onderbewustzijn dat ik ooit misdaadauteur zou worden. De manier waarop de Antwerpse rechercheur Vincke in mijn misdaadromans zijn verdachten verhoort, is zoals ik in Kongo, als politieofficier van het district Bumba, de verhoren leidde."

U hebt de Gangreen-cyclus geschreven, en Sanpaku, Marcellus, Jagen, De nachtvogels, Terug naar Afrika,... boeken die binnen het hokje literatuur vallen. Daarnaast bent u de auteur van succesvolle misdaadromans; na de verfilming van Diamant en de Zaak-Alzheimer ziet een deel van de buitenwereld u zelfs vooral als misdaadauteur. Hoe denkt u over de in literaire kringen veelgehoorde stelling dat misdaadliteratuur een inferieur genre is?

"Onzin. Thrillers schrijven is even moeilijk als een zogenaamd 'literair' boek schrijven. Wie zegt dat de misdaadroman een inferieur literair genre is, heeft nog nooit een misdaadverhaal geschreven. En ach, die literaire kringen. Er wordt aan inteelt gedaan; en omdat je ook nog weinig gezaghebbende literatuurcritici meer hebt, is er geen respectabele stem die nog een stok in dat hoenderhok kan werpen. Ik maak geen deel uit van de literaire club. Ik ben zelfs van geen enkele club lid, ook niet van de loge.

"Als ik een hiërarchie van de kunsten optrek, staat muziek op één, film op twee, oude architectuur op drie en literatuur pas op vier. Ik denk dat weinige literatoren met deze structuur zullen instemmen; ze zien zichzelf graag helemaal bovenaan. Ik voel me in muziek en in film erg goed thuis, maar ik beoefen die kunsten niet. Als ik in de filmzaal zit, en het eerste beeld stroomt binnen, dan word ik als het goed zit helemaal opgezogen en valt de biologische tijd stil. Dat is kunst voor mij, en dat doen ook goede klassieke muziek en oude architectuur bij mij. De piramides van Egypte doen me mezelf vergeten, de kerk van Saint-Sulpice en haar meridiaan in Parijs, de stad Machu Picchu van de Inca's in Peru,... Als ik die monumenten zie, word ik voelbaar bij de kosmos betrokken. De emotie die ik bij het begin van een boek gewaarword, is altijd minder. Waarom zijn al mijn boeken, misdaadromans of niet, zeer filmisch geschreven? Omdat ik van het medium film houd.

"Ach, ik ben lang voorwerp geweest van afgunst. De vaudeville rond het eerste boek van Gangreen maakte die afgunst er alleen maar groter op. (Het zogenaamde 'pornografische, seksistische en racistische gehalte' van Gangreen I, Black Venus leidde tot interpellaties in de Kamer en de Senaat, in 1969 ontving Geeraerts voor datzelfde boek de Driejaarlijkse Staatsprijs voor Proza, nog even later wordt het boek door de politiek in beslag genomen, mvds.) Gangreen I, Black Venus en de controverse errond hebben voor mijn doorbraak gezorgd; de zes boeken die ik voor Black Venus had geschreven, beschouw ik als een voorstudie. Ik werd overal in het land gevraagd, zo veel dat ik niet meer wist waar mijn hoofd stond. Maar ook toen werd ik door vele collega's niet als een schrijver beschouwd. Ik was ineens opgedoken uit de brousse, ik schreef over een blanke man die seks had met zwarte vrouwen, dat lag allemaal ver buiten de schaduw van de kerktoren. De stal van uitgeverij Manteau heeft me lang de rug toegekeerd. Er heerste weinig solidariteit onder de auteurs. Ik heb de indruk dat dit bij de huidige generatie Vlaamse auteurs anders is: dat die mensen elkaar niet als concurrenten beschouwen, maar als collega's die elkaar het succes gunnen."

U weet dat dit interview deel uitmaakt van de reeks 'Oude schrijvers gaan niet dood'. Toen ik u belde om een afspraak te maken, riep u uit: 'o, dus ik kom in die mooie reeks van de ouwe wrakken te staan. Maar zo voel ik me niet, hoor, ik voel me niet oud en al zeker geen wrak!' Kan dat? Is het mogelijk om 77 te zijn, en jong te blijven? Ik bedoel ook: toen u zojuist over de jacht sprak, deed u dat in de verleden tijd.

"Ik voel me jong, ik ben vitaal, mijn energie is amper verminderd, maar ik heb niet alles in de hand. Met ouder worden vinden er volgens bevriende neurologen neurobiologische veranderingen plaats. Hersenen reageren anders. Ik merk dat. Ik sluit mijn ogen en ik zie zwart-witbeelden van het leven dat al voorbij is. Dat had ik vroeger niet. Maar vandaag kan ik die beelden oproepen. Als ik besluit om aan 1962 te denken, beleef ik dat jaar bij wijze van spreken opnieuw. Dat is beangstigend. Ik noem deze verschijningen spoken. Spoken is ook de titel van het boek dat Eleonore over me maakt, en dat dit najaar zal verschijnen. Spoken is zeker geen biografie. Het is het verhaal van de omstandigheden waarin mijn boeken ontstaan en gegroeid zijn. Ik heb Eleonore geholpen met het samenstellen van dit boek. En voor die opdracht ben ik in al mijn papieren en documenten gaan snuffelen. Over Gangreen I heb ik hele stapels kritieken. Ongelooflijk als je dat allemaal leest. Maar ik heb ook mijn manuscripten en typoscripten doorgenomen. Mijn hele archief is door mijn handen gegaan. Toen kwam ik tot het besef dat dit archief behouden moest blijven. De manuscripten stuk voor stuk veilen in verkoopzalen interesseerde me niet. Het is Leen Van Dijck, hoofd van het AMVC-Letterenhuis, die met het voorstel kwam mijn archief en bloc over te nemen. Dat leek mij de beste oplossing. Nu ben ik gerust: het archief is integraal in goede handen.

"Ik ben ontzettend bang voor het afscheid. Niet de dood, maar het sterven; dat moment waarop ik naar die andere kant zal moeten gaan, is voor mij een kwelling. Ik probeer dat moment ook zo lang mogelijk uit te stellen. Sinds mijn haast fataal afgelopen avontuur in Alaska jaag ik niet meer. Ik heb onlangs besloten niet meer paard te rijden. En gisteren heb ik mijn geweer ingeleverd om het te laten vernietigen. Ik wil me behoeden voor het moment waarop ik met een geneeskundig onderzoek moet bewijzen dat ik nog met een wapen kan omgaan. We reizen ook niet meer, nog een recent besluit. We hebben zoveel gereisd, en we vernemen van alle kanten dat talrijke bestemmingen zo verneukt zijn door het massatoerisme, dat we beter de beelden en herinneringen die we bezitten kunnen behouden. Bovendien houden we te veel van onze poezen om ze alleen te laten, en slagen Eleonore en ik er wonderbaarlijk goed in om van l'art de vivre de rode draad in ons leven te maken. En wat het schrijven betreft: ik zit nog met allerlei plannen in mijn hoofd. Uit puur bijgeloof spreek ik dan telkens over 'mijn voorlaatste boek'. Ik wil niet over mijn laatste spreken. Maar dat begrijpen de mensen niet goed. Het is ironie in de tweede graad."

Ik was ineens opgedoken uit de brousse, ik schreef over een blanke man die seks had met zwarte vrouwen, dat lag allemaal ver buiten de schaduw van de kerktoren

'Ik was ineens opgedoken uit de brousse, ik schreef over een blanke man die seks had met zwarte vrouwen, dat lag allemaal ver buiten de schaduw van de kerktoren'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234