Dinsdag 29/11/2022

Mijn eerste cruise

Klinkt paradijselijk, 'op cruise gaan', en toch huiveren veel mensen bij het idee om op de oceaan rond te dobberen tussen een bataljon halfdemente bejaarden. Maar: je kunt er pas echt over meepraten als je het gedaan hebt!

Mijn grootouders langs vaderskant waren schippers. Zelf draag ik graag marinetruien, en streepjes, maar een zeemanshart heb ik niet en ik houd ook niet van georganiseerde groepsreizen. En dus vertrek ik toch niet helemaal gerust op mijn eerste cruisevakantie. Bestemming: de oostelijke Caraïben. Gelukkig ben ik intussen oud genoeg om mijn eigen vooroordelen niet al te ernstig te nemen.

De reis duurt zeven dagen. Ik vaar met de Eurodam, een schip uit de zestienkoppige vloot van Holland America Line, de legendarische, van oorsprong Nederlandse rederij die thans in handen is van de Amerikaanse mastodont Carnival. We vertrekken uit Fort Lauderdale, Florida, na een korte nacht aan wal in een sfeerloos zakenhotel - verloren in een wirwar van autowegen, moerassen en billboards met reclame voor verzekeringen. Port Everglades, dicht bij het natuurgebied met dezelfde naam, geldt als een van 's werelds drukste havens voor pleziervaarten. Ik ben nooit eerder in Florida geweest, en dus wil ik voor het inschepen graag nog even op verkenning, maar dat blijkt onbegonnen werk. Er zijn amper trottoirs, veel voorbijrazende trucks, en bij nader inzien valt er op wandelafstand van het schip echt niets te beleven. See you later, alligator.

Parfums en Pringles

Ons maritiem avontuur begint op de smalle gangplank van de Eurodam, waar alle 2.131 passagiers worden verwelkomd door een breed grijzend Indonesisch Robbedoesje in rood uniform met gouden knoopjes. Het is vier uur 's middags. Na de verplichte emergency drill varen we precies op tijd de haven uit. In mijn hoofd speelt het muzikale thema van The Love Boat, de televisiereeks uit de jaren '70 (het had ook 'My Heart Will Go On' kunnen zijn, van Céline Dion, want er is altijd erger).

De kust van Florida versmelt redelijk snel met de diepblauwe horizon, waarna we alleen nog lucht en water zien, en af en toe een strook land (enkele passagiers zien tijdens de reis ook een walvis). Mijn kajuit op de vijfde verdieping, bijna helemaal aan de voorsteven, draagt het nummer 5004. Ik heb mijn eigen terras, en een salontafel met daarop een bord vers gesneden exotisch fruit, een chocoladesculptuur, een fles schuimwijn. Er is ook een vaasje met bloemen, die snel verwelken. Misschien om er ons aan te doen herinneren dat het noodlot altijd lonkt, dat bloemen verwelken en schepen vergaan.

De eerste nacht word ik wakker in ruwer water. Daar gaan we, denk ik, maar uiteindelijk word ik de deining snel gewoon.

Het duurt twee dagen en nachten voor we onze eerste bestemming aandoen. Er rest een zee van tijd om het schip van boven tot onder te verkennen, van de restaurants, over het casino (waar nog ouderwets gerookt mag worden) en de winkels (parfums en Pringles), tot de gym, sauna en spa, twee zwembaden, basketbalterrein (bijna altijd verlaten), en de cinema (Blue Jasmine, The Hunger Games).

De tijd raast voorbij, en van mijn goede voornemens - een dagboek bijhouden!, elke dag naar de gym! - komt nauwelijks iets terecht. Gewichtheffen en golven gaan niet goed samen.

En dan doe ik niet eens mee met de animatie die aan boord is voorzien: cursussen (beestjes plooien met handdoeken, computergebruik voor dummies), spelletjes (Dancing With the Stars voor passagiers, kruiswoordraadsels van The New York Times), veilingen, shoppingtips voor de verschillende excursies, stand-upcomedy, cocktails, et cetera.

Je kunt ook gewoon naar mensen kijken, of eten, à volonté, op elk moment van de dag, of kijken naar mensen die zich volproppen.

Fleurig mortuarium

Het eten is bij de prijs inbegrepen, hoewel voor enkele van de betere restaurants een klein forfait wordt aangerekend. Ik probeerde een menu geïnspireerd door De Librije, een driesterrenrestaurant in het Nederlandse Zwolle, en kreeg dezelfde deconstructed apple pie als Barack Obama tijdens zijn bezoek aan Nederland.

Het voedsel aan boord is vers en smakelijker dan verwacht. Ik eet elke ochtend pancakes met stroop, buiten op het achterdek, en bijna elke middag Indiase curry's, van het departement Foods of the World in het drukke zelfbedieningsrestaurant van de Eurodam, The Lido. Mijn espresso's haal ik in de koffiebar naast de goed gevulde bibliotheek, met veel meer snuggere boeken dan je zou verwachten van een cruiseschip.

Er zijn voornamelijk Amerikanen aan boord, bejaarde koppels maar ook hele families. Ik zie een oude man in een veel te grote, lichtblauwe jas met madeliefjesprint, en een koppel bejaarden dat elke avond identieke, zelfgemaakte outfits draagt (nog meer bloemen). Er is een man die de hele week onzin staat te roepen tegen niemand in het bijzonder. En een jonge vrouw die in haar nek het logo van de rockgroep Kiss heeft laten tatoeëren. Twee tienerjongens met puisten en vettig lang haar lijken bevroren in de vroege nineties, air guitar in de hand. Er loopt ook een rasta rond, dreadlocks ingepakt onder een wollen muts, en een kreupel meisje, en een ietwat groot uitgevallen bijna-kloon van Justin Bieber. In de discotheek, The Northern Lights, staat de eerste avond slechts één koppel op de dansvloer. 'Umbrella' van Rihanna barst uit de luidsprekers. Kom, zwaait de vrouw, vervoeg ons in ons vertier.

Op een rustig moment geeft de Nederlandse kapitein Henk Keijer ons een rondleiding in de buik van zijn schip, twee verdiepingen onder de zeespiegel. We maken stops in de ankerkamer en de koelkamers en de kamers met proviand (per week worden gemiddeld 1.636 flessen wijn soldaat gemaakt, en 450 flessen champagne en schuimwijn, dat valt eigenlijk nog mee).

De frigo met bloemen kan worden gebruikt als mortuarium, maar het gebeurt, ondanks het grote aantal bejaarden aan boord, uiterst zelden dat er iemand overlijdt. Keijer heeft het in zijn lange carrière slechts één keer meegemaakt.

Het schip heeft een eigen bakkerij - 20 soorten brood, 1.000 croissants per dag - en verschillende in aluminium uitgevoerde keukens, waar elke dag ongeveer 12.000 maaltijden worden bereid. Een chef vertelt ons dat er elke week 3.500 pond rijst wordt gekookt. Daarvan dient 450 pond voor de bemanning. Die komt overwegend uit de Filippijnen (keukenpersoneel) en Indonesië (restaurants), waar Holland America Line eigen scholen heeft. Tijdens de rondleiding maakt een kok een draak uit chocolade. Een andere kok houwt een dolfijn uit ijs, nog een andere snijdt fruit in elegante stukjes.

Er is een kamer waar een zeskoppig team godganse dagen uniformen verstelt, en een soort knutselkamer, waar defecte koffers, bedden en kasten worden gerepareerd. In de industriële wasserij is het heet, en het stinkt een beetje in het recyclagedepot, waar het afval wordt gesorteerd en het leidingwater gereinigd wordt voor het in zee wordt geloosd. In theorie zou de smurrie uit toiletten en douches opnieuw gebruikt kunnen worden, maar de cruisemaatschappij vreest voor de reacties van reizigers, en allicht terecht.

De kapitein en zijn 915-koppige crew blijven telkens maandenlang aan boord. Een cruiseschip blijft varen, dag in, dag uit, met uitzondering van een opknapbeurt in een droogdok, ongeveer om de tweeënhalf jaar.

Stop 1: Grand Turk

Onze eerste stop is Grand Turk, het administratieve centrum van de archipel Turks & Caicos, een Britse kroonkolonie waar Colombus nog is langsgeweest. Er wonen minder dan vierduizend mensen. Nogal wat medepassagiers hebben op voorhand een activiteit geboekt. Ze gaan snorkelen, racen in buggy's over het strand, varen wat rond in kajaks of vissersbootjes. Maar ik wil toch liever wat van het land zien.

Met mijn reisgenoot en een collega van Marie Claire in het getouw volg ik een laan (de enige in ons gezichtsveld), die zich richting hart van het eiland slingert, voorbij leegstaande legerbarakken, transportcontainers met opschrift 'Tropical.com', een kleine luchthaven, en een replica van de capsule waarin astronaut John Glenn in de jaren 60 voor de kust van Grand Turk uit de hemel viel. En langs een verlaten strand dat met wat goede wil paradijselijk zou kunnen worden genoemd.

Het hele eiland geeft een eerder uitgebluste, half uitgestorven indruk. Er rijdt tijdens onze wandeling één jongen op een fiets voorbij, en in de verte zien we een groepje toeristen op Segways. We spotten welgeteld één grauwe, grijze flamingo, terwijl dat beestje nochtans prominent figureert, met roze pluimen, in het officiële embleem van het eiland. De woningen zijn pittoresk, maar in veel gevallen vervallen. In een donkere, karig gestockeerde supermarkt liggen budgetparfums voor mannen van Jean Philippe Paris naast gele blouses, in maat XXL, van Oleg Cassini, de in 2006 overleden Amerikaanse ontwerper die nog jurken heeft gemaakt voor Jackie Kennedy.

De belangrijkste toeristische attractie van Grand Turk is de voormalige gevangenis, Her Majesty's Prison. De poort wordt bewaakt door een lappenpop in cipierstenue. We passen, en nemen een taxi terug naar het schip.

De auto stinkt naar ongewassen hond en is volgestouwd met het detritus van minstens twaalf maaltijden. De chauffeur veegt het afval opzij, kiepert papieren bordjes en etensresten op straat. "We hadden gisteren een feestdag", mompelt hij. "Jullie komen een dag te laat."

Voor we terug op het schip stappen, ga ik nog even zwemmen in zee (turkoois water, perfect op temperatuur). Achteraf blijken mijn slippers foetsie. Later vertelt de kapitein dat Grand Turk een relatief recente bestemming is voor cruiseschepen. Die varen trager dan vroeger, om brandstof te besparen en aldus winst te maximaliseren. Een halte als Grand Turk dient de monotonie van een langere reis te breken. Blij dat ik er geweest ben, maar ik zou er niet speciaal naar ginder voor reizen.

Stop 2: San Juan

San Juan, Puerto Rico, doet me denken aan de bananenrepublieken in de stripverhalen uit mijn kindertijd - Raymond Macherots eiland Notenschelp in de reeks Chlorophyl, bijvoorbeeld. De havenbuurt, die zich uitstrekt over een heuvel, heeft nog een aantal sierlijke art-decogebouwen, en aan de keerzijde ligt de fascinerende ruïne van een vissersdorp, naast kasteel San Cristobal. De huizen zijn geschilderd in felle variaties van blauw en groen, met reusachtige tekeneningen en graffiti.

Op goed geluk stappen we in de richting van een cluster kleine, eerder moderne wolkenkrabbers, dwars door een eindeloze straat met leegstaande fabrieken en ateliers. Verroeste oldtimers, meer graffiti, en af en toe een flard reggae, misschien overgewaaid uit Jamaica. Dan een reeks resorthotels, waaronder een Hilton met logo uit de jaren 50, en een dichtgetimmerd, ooit glorieus Hotel Normandie. Ik koop mijn enige souvenir van de week, een oversized T-shirt met de vlag van Puerto Rico, en chips en drank in een plaatselijk filiaal van supermarkt Walgreens, voor een geïmproviseerde picknick op het strand.

Het is al donker als we een paar Corona's drinken in SJ Food Court, een soort overdekte markt met straatrestaurants die tijdens ons bezoek allen gesloten zijn. Maar bier kunnen we krijgen. En timide lasers, en bonkende, lome reggae. San Juan is cool. Beetje Bredene, beetje Hoboken, met een milder klimaat en meer attitude.

Stop 3: St. Thomas

Saint Thomas, een van de Amerikaanse Maagdeneilanden, komt helemaal overeen met de Caraïben in mijn hoofd. Het is de hel van het Westelijk Halfrond. We maken een wandeling. Aan onze linkerkant, een bar met de goedgevonden naam Tourist Trap. Aan onze rechterkant het Frostco Center, een stripmall in Amerikaanse traditie, met onder meer de Love of Christ Ministries Inc, Audra's Sophisticated Hairstyles, en het IDEAL Insurance Agency (goed nieuws, er is nog space for rent).

St. Thomas is niet bijzonder mooi, en in het centrum is écht niets te zien. De anderhalve winkelstraat is volledig overgeleverd aan handelaars in juwelen, polshorloges, en misschien de lelijkste T-shirts die ik ooit heb gezien.

Maar dat geeft niet, echt niet.

Niet zo ver van het schip, parallel met de runway van de plaatselijke luchthaven, vinden we een klein maar degelijk strand. Een plons, een dutje, een hamburger - en gratis wifi, selfies naar huis - en dan terug richting kajuit.

Stop 4: Half Moon Cay

Na St. Thomas maakt de Eurodam rechtsomkeer, terug naar Fort Lauderdale. De laatste stop is Half Moon Cay in de Bahama's, het onbewoonde privé-eiland van Holland America Line. Een strand in croissantvorm, met daarachter een strook natuur en een uitgestrekt openluchtrestaurant. We worden bediend door de crew van de Eurodam, voor de gelegenheid uitgedost in bloemenhemden. Een bar langs de baai heet I Wish I Could Stay Here Forever. Dat lijkt me net iets te lang.

Maar: eerlijk is eerlijk, ik geniet enorm van mijn laatste uur strandvakantie in de Caraïben. En dat geldt ook voor mijn laatste momenten op de Eurodam.

Het is gaan waaien, de lucht ziet duizend tinten grijs, en ik heb het zwembad voor mij alleen. Het schip schudt, en het water rimpelt en golft en propelleert me van het ene eind van het zwembad naar het andere.

Forever? Hm, bij nader inzien...

We reisden als gast van Holland America Line.

www.hollandamerica.com

De indrukwekkende ms. Eurodam van Holland America Line (opgeleverd in 2008): 285 m lang, 32 m breed, 11 dekken, 1052 hutten, ruimte voor 2.671 passagiers en 929 bemanningsleden. Het zijn voornamelijk Filipino's en Indonesiërs die in de keuken, de restaurants, de wasserij en het kledingatelier werken.

Activiteiten van boord: snorkelen, vogels

spotten tussen het straatvuil en

verstoppertje spelen met oude auto's

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234