Zondag 25/09/2022

Mijn dorp aan de Hudson

et begon allemaal met een foto van een jongen en een meisje. Allebei twintigers, schatte ik. Ze struinen arm in arm door een winterse New Yorkse straat, met hun natte schoenen in de wakke sneeuw. Links van hen staat een oud blauw VW-busje geparkeerd en rechts van hen een eierschaalwitte Chevrolet van een model dat vandaag de dag alleen nog door Ever Meulen zou herkend worden.

De foto waar ik het over heb, stond begin jaren ’60 enkele weken lang tentoongesteld in de vitrine van een winkel die zich tegenover de kerk van St.-Joost bevond, aan het gelijknamige plein, van de gelijknamige Brusselse gemeente die de weinig benijdenswaardige titel draagt van ‘armste gemeente van België’.

De winkel in kwestie was een platenwinkel en op een mooie dag zag ik daar The Freewheelin’ Bob Dylan staan, Dylans tweede langspeelplaat waar de hierboven beschreven foto als hoesillustratie dienst doet.

Ik heb The Freewheelin’ Bob Dylan in die dagen nooit gekocht omdat de aankoopprijs ervan twaalf weken lang al mijn zondagsgeld zou hebben opgeslorpt en ik eerlijk gezegd ook niet over een platenspeler beschikte, een detail dat bij het uitoefenen van de melomanie wel eens een struikelblok kon zijn, toen.

Freewheelin’ zou pas een lustrum later van mij worden, in de vorm van een afgeprijsde mono-versie, met weliswaar ezelsoren aan de hoes, en ook nog de naam van een zekere Jean-Marie erop, die er in blauwe Bic had bijgeschreven had dat hij er niks aan vond. Op de Voddenmarkt gevonden, voor 49 frank, en sedertdien een voorwerp van adoratie in mijn schattenkamer, ook al heb ik ’m ondertussen ook nog eens in stereo, en op cd, en via iTunes en natuurlijk voor altijd in mijn hart.

Nu is Freewheelin’ ook wel een modderfukker van een Dylan-plaat, een van die zeldzame zwarte schijven met eigenlijk niets dan hoogtepunten erop.

Maar ik ging het eigenlijk over die platenhoes hebben en hoe hard die mij begeesterde als 14-jarige jongen met een vol hoofd en lege zakken. Ik heb daar lang en vaak naar die hoes staan kijken, op dat Sint-Joostplein. En van daaruit liep ik steevast naar de Bon Marché, waar je het van vinyl gemaakte objet de désir niet alleen kon aanraken maar wanneer je het mooi vroeg en het niet te druk was in de zaak in een daartoe bestemde cabine de hele plaat rustig mocht beluisteren, op voorwaarde dat je je manieren hield en halfweg de beluistering aan de winkeldochter ook eens ging vragen of ze s.v.p. voulait tourner la plaque?

Daar, in een van die cabines van de Bon Marché, ben ik op een vrije woensdagmiddag van de lente van 1963 verliefd geworden op Suzanne Rotolo, dat New Yorkse meisje van hevige Italiaanse en zelfs anarchistische afkomst en ook, zoals u al vermoedde, het meisje met de koude voeten op de hoesfoto van The Freewheelin’ Bob Dylan waar ze zo liefdevol aan de arm hangt van haar schuchtere lief, de jongeman die enkele maanden later al diep tegen zijn zin, gekroond worden tot de spreekbuis van zijn generatie.

Suze Rotolo - ze had haar voornaam inmiddels ingekort, omdat ze op reis door de Provence verslingerd was geworden aan het gelijknamige drankje - was niet echt mooi, maar dat kwam me goed uit, want zelf ben ik ook niet van de schoonste en ik had tijdens familiefeesten van een zonder twijfel overspelige oom ook al wel eens vernomen dat je met mooie vrouwen toch niks dan last had.

Hoe meer ik naar die hoes keek, hoe meer ik ook besefte dat ik niet alleen het meisje op die foto wilde zijn, maar ook die jongen, en zelfs dat VW-busje en die eierschaalwitte Chevrolet en waarom niet ook die vuile sneeuw waar ze door waadden.

Een kunstenaar in New York met een vrouw aan mijn arm: dát is wat ik wilde worden toen ik 14 jaar was.

En mutatis mutandis is dat ook wat ik geworden ben, eigenlijk.

Of toch een beetje. En in de winter van 1973 stond ik toch maar mooi, samen met mijn eigen Suze Rotolo, voor het eerst op die plek op de hoek van Jones Street en 4th Street, in Greenwich Village, waar die beroemde foto genomen werd.

Er lag zelfs wat wakke sneeuw, die dag. En ik herinner mij nog levendig hoe ik daar op die plek, precies tien jaar na Bob en Suze, helemaal gelukkig stond te zijn.

Gisteren las ik in de krant dat diezelfde Suze Rotolo maandag laatstleden aan kanker is overleden, in haar appartement daar in Greenwich Village, mijn geliefde dorp aan de Hudson.

Ik ben dan maar haar boek, uit 2008, A Freewheelin’ Time - A Memoir of Greenwich Village in the Sixties gaan herlezen vannacht. En tegelijk luister ik naar ‘Don’t Think Twice, It’s Allright’ dat Dylan aan haar opdroeg en waarin ik de schuchtere Joodse jongen over het Italiaanse meisje met de koude voeten hoor zingen: “I gave her my heart, but she wanted my soul”.

En aansluitend stel ik me volgende levensvraag: waar zijn die verdomde papieren zakdoeken als je ze nodig hebt?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234