Donderdag 23/09/2021

'Mijn donkere kant vind ik via mijn personages'

Cosey, de Zwitserse striptekenaar die bekend is van de klassieker Jonathan, staat volop in the picture: zopas heeft hij de grafische autobiografie Echo gepubliceerd. In Brussel exposeert hij zijn werk in stripgalerie Brüsel en deze maand verschijnt de langverwachte herdruk van 's mans andere klassieker Op zoek naar Peter Pan. Gesprek met een dromer.

Door Geert De Weyer

BRUSSEL l 'Instinctief voelde ik aan dat ik iets interessants zou kunnen doen als ik mijn eigen interesseveld en stijl zou volgen. Ik denk dat ik geen geweldige tekenaar ben, maar dat ik er wel in slaag de juiste sfeer over te brengen', zegt Cosey (57).

Eind jaren zeventig zette de Zwitser Cosey zich definitief op de Europese stripkaart met zijn tot klassieker uitgegroeide reeks Jonathan. Weet je nog, Jonathan, het eerste album uit de poëtische cyclus, verscheen in 1977. Het vertelt het verhaal van een verwarde jongeman die zich ergens in de Himalaya, tussen Nepal en Tibet, laat droppen uit een sportvliegtuig. Hij blijkt de elektroshocktherapie van een psychiatrische instelling te zijn ontvlucht voor een zoektocht naar zijn eigen identiteit en een oude liefde die, zo blijkt later, in het gebied omkwam tijdens een luchtaanval van de Chinezen. In de daaropvolgende delen blijft Jonathan door de Tibetaanse hoogvlakten trekken, een goed excuus voor de Zwitserse auteur Cosey om zijn interesse voor de cultuur aldaar nog intenser te verkennen. Van opwindende gebeurtenissen is in de reeks geen sprake. De sensationeelste momenten zijn denkpistes in het hoofd van het introverte personage. Flashbacks, herinneringen, mystieke dromen, vriendschap, het reinigen en ontdekken van de ziel en later de liefde, stonden centraal.

"En dat terwijl eerst niemand geïnteresseerd was in Jonathan", herinnert Cosey zich. Op één uitgeverij na verwezen alle uitgevers zijn antiheld naar de prullenmand. Maar toen in 1975 zijn reeks uiteindelijk voorgepubliceerd raakte in Kuifje/Tintin, werd de onconventionele reeks op gejuich onthaald. De andersdenkenden, de hippies en de linkse rakkers - zo werd gezegd - kregen eindelijk de reeks die hen toebehoorde. De verhaalstijl die Cosey hanteerde, opende de poorten naar de volwassen striplectuur. Zijn verhaalopbouw was licht poëtisch, zijn tekenstijl viel op door de dromerige pastelkleuren en de zin voor decor. Dat muziek zijn muze was om in hogere sferen te geraken was toen al langer bekend, maar Cosey ging verder en liet op de achterflap van elk album opnemen welke muziek je er het beste bij beluistert: Pink Floyd, Mike Oldfield, Tangerine Dream, Kate Bush, Chopin of Beethoven.

"Jonathan is hooguit een sterk geïdealiseerde versie van mezelf", zei Cosey ooit. Maar wie tegenover de man zit, kan niet anders dan concluderen dat de fysieke gelijkenissen tussen beiden opvallend zijn. De auteur wordt wat ongemakkelijk van die vergelijking, maar ontkennen doet hij ze niet. "Kijk, het was nooit mijn bedoeling een autobiografisch verhaal te maken. Ik wilde enkel een interessant personage op papier zetten. Om dat te bereiken moest ik in mezelf afdalen. Waar mogelijk zou ik mijn vrolijke kant centraal zetten, maar dat lukte me niet voor Jonathan. Ik ben geïnteresseerd in de schaduwkanten van de mens. Bij mezelf, bij de mensen rondom me, maar dus ook bij Jonathan. Ik wilde de zwakheid laten zien. (denkt even na) En God ja, dat de ogen en kleur en structuur van haren dezelfde zijn als de mijne, dat is... (haalt schouders op) Weet je, ik bezit niet Jonathans moed en ben minder genereus dan hem. En Jonathan is ook geen tekenaar. Op het moment dat ik hem aan het papier toevertrouwde, was ik wel eenzelfde zoekende ziel, maar daarmee houden de vergelijkingen op."

"Hm, misschien was Jonathan toch wel een vlucht", geeft hij even later schoorvoetend toe. "Het was nooit als vlucht bedoeld, hoor, maar het wérd het wel. Met die reeks kon ik ontsnappen aan mijn eigen leven en negatieve gedachten. Want ik had ze natuurlijk wel, die donkere kronkels in mijn hoofd, alleen kon ik ze niet altijd zien - anders zou het de donkere kant niet zijn, natuurlijk. Maar via Jonathan lukte me dat wel."

Ik merk op dat zijn introverte personage me doet denken aan Corto Maltese van Hugo Pratt. "Dat is een groot compliment", reageert Cosey, "want ik ben een fan van Corto Maltese. En ik ga ermee akkoord. Ik denk dat Jonathan een neefje zou kunnen zijn van Corto. Ook die laatste beleeft verhalen op een suggestieve manier. Je kunt als lezer nooit echt in zijn hoofd kijken. Daar blijken dat soort mensen te mysterieus voor. Dat is geen pose, hoor. Het zijn figuren die zichzelf zoeken. Het is niet zwart-wit, daarbinnen in hun hoofd."

Cosey dweept met andere culturen, zoveel is duidelijk. Hij stuurde zijn papieren karakters in het verleden naar onder meer Burkina Faso, Birma, Laos en Californië, maar Tibet blijkt de grote constante in zijn werk. Naast de reeks Jonathan situeerde hij er ook De azuren boeddha, een tweeluik dat vorig jaar door de verzamelde Vlaamse en Nederlandse stripcritici als tweede beste werd uitgeroepen in de categorie traditioneel/populair. Daarin wordt een uit een public school weggelopen jonge Brit verliefd op Lhahl, de reïncarnatie van een Tibetaanse mystica.

"Goh, waarom Tibet me zo interesseert?" Cosey krabt wat nerveus in zijn haar, zucht even. "Waarom is iemand geïnteresseerd in sciencefiction of horror? Weten die mensen het? Nu, het is wel zo dat ik als tiener al erg geïnteresseerd was in spiritualiteit, psychologie en filosofie. Toen ik later Jonathan Livingston Seagull van Richard Bach onder ogen kreeg, was ik zodanig onder de indruk van die vertelstijl dat ik ook zoiets wilde maken. Nog later kreeg ik een boek onder ogen van Alexandra David Neel. Zij schreef al in de jaren twintig over haar trips naar Tibet, toen nog een onontgonnen terrein voor westerse reizigers. Ik denk dat zij me de liefde voor de Tibetaanse cultuur, de sneeuwlandschappen en de rust heeft aangekweekt. Maar laat ik meteen uit de wereld helpen dat ik zweer bij de Tibetaanse cultuur. Misschien heb ik zelfs meer interesse in andere Aziatische culturen en tradities. Meer dan het boeddhisme dweep ik overigens met andere 'religieuze' of filosofische overtuigingen."

Cosey wenst nog een hardnekkig gerucht van zich af te werpen. "Ik was geen hippie", verduidelijkt hij. "Ik was enkel erg geboeid door mensen die naar iets op zoek waren. Zichzelf, de zin van het leven... Noem maar op. Verder ging het niet."

Hoe dan ook, al die interesses hebben de tekenaar in Cosey een gezicht gegeven. "Voor mij bleek het erg moeilijk om op een westerse manier te tekenen. Ik voelde instinctief aan dat ik iets interessants zou kunnen doen als ik mijn eigen interesseveld en stijl zou volgen. Ik denk dat ik geen geweldige tekenaar ben, maar dat ik er wel in slaag de juiste sfeer over te brengen."

In het zopas verschenen fraaie en lijvige boek Echo, dat 230 pagina's telt, toont in het hoofdstuk 'Vrij werk' een persiflage op Kuifje in Tibet. De cover van dat album is nagenoeg hetzelfde witte sneeuwlandschap als dat van Hergé, alleen domineert een tankspoor het beeld en staat het paleis van de dalai lama verderop in brand. "Dat is geen kritiek op Hergés album", zegt Cosey. "Integendeel, het is een hommage aan dat album. Het is een album dat me geïnspireerd heeft, mijn interesse in Tibet aangewakkerd heeft." Maar terzelfder tijd uit hij kritiek op de Chinese bezetting van het land. "Ik hou van de Chinezen", zegt Cosey. "We vergeten het vaak, maar zij zijn de eerste slachtoffers van die gekte daar. Ik hoop dat er snel een oplossing voor Tibet komt en ik denk dat ze in de eerste plaats zal komen door dissidente Chinezen. Op een dag zullen ze hun overheid en hun politieke systeem aanvechten, daar ben ik zeker van." Hij zegt erover in zijn nopjes te zijn dat de Chinezen hem nooit gecontacteerd hebben, ondanks de aanhoudende kritiek in zijn albums. "Ik denk niet dat ze mijn strips onder ogen hebben gekregen. Gelukkig maar, anders kreeg ik misschien geen visum meer om het land binnen te komen."

Echo verscheen bij uitgeverij Daniel Maghen (www.danielmaghen.com). Tot 7 november wordt in galerie Daniel Maghen (47, Quai des Grands Augustin, Parijs) een kleine retrospectieve gehouden, met de mogelijkheid om origineel werk te kopen. De Brusselse expo over Cosey's werk is tot 12 november te zien in stripwinkel/galerie Brüsel, Anspachlaan 100. Info: 02/511.08.09.

Cosey:

Ik was geen hippie. Ik was enkel erg geboeid door mensen die naar iets op zoek waren. Zichzelf, de zin van het leven

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234