Donderdag 11/08/2022

'Mijn beste jaren moeten nog komen'

Hoe eenzaam is de loper in het Marokkaanse Midden-Atlasgebergte op 2000 meter? In de verte klautert een motorhome omhoog, nadert, vertraagt, stopt. Een Belgische nummerplaat, de wereld is klein. Een blanke man wringt zich door het raampje, vergaapt zich aan de atleet, en zegt in het Frans: 'Jij, die loper? Jij, Mourhit?' Mohamed Mourhit knikt en lacht. Spontaan begint de man te applaudisseren en rijdt dolgelukkig verder. Het verhaal van langeafstandsloper Mohamed Mourhit is er een van vallen en opstaan: het geluk beproefd in Amerika, teruggekeerd naar de Marokkaanse eliteschool voor sporters, verstoten door de Marokkaanse atletiekbond, dan maar zijn broer nagereisd naar Luik, en dit jaar als Belg de wereldtitel veldlopen behaald. 'Ik wist altijd dat ik iets groots zou doen. Alleen heb ik het nooit van de daken geschreeuwd.'

Hans Jacobs / Foto's Stephan Vanfleteren

Hij valt meteen op, in de luchthaven Mohamed V in Casablanca. Een knalgeel petje met opschrift Belgian Athletics, een modieuze zonnebril met spiegelglazen, een fluorescerend trainingspak, dito sportschoenen en een tandpastaglimlach: Bouzkri 'Maurice' Mourhit, Mohameds oudere broer en begeleider annex trainer, zal de gids van dienst zijn. Immers, verhaalt hij, Mohamed is nog aan het trainen in Ifrane, 300 kilometer verder en haast 2.000 meter hoger. Waar Maurice Mourhit opduikt, zijn gouden zaakjes te doen. Hoezo, de fotograaf krijgt geen reductie op de prijs van de huurwagen? Na minder dan een minuut over en weer discussiëren met de verkoper verschijnt opnieuw de stralende glimlach op het aangezicht van Maurice. "Voilà, 12.000 Belgische frank (sic) heb ik van de prijs afgedaan." Het toverwoord heet un ami. "Ach, iedereen in de luchthaven kent me. Elke pompbediende, elke douanier, elke politieman, allemaal kennen ze Maurice en Mohamed Mourhit." En inderdaad, geregeld houdt het luchthavenpersoneel Maurice op voor een kus, een handdruk, een hartelijk woord. Bij de uitgang van de luchthaven salueert de politieman nog eens extra ter afscheid. Jawel, un ami.

De ontvangst in Ifrane is hartelijk, het eten overvloedig. Moeder Chraibi-Rahma (56) heeft zich uitgesloofd: een dampende schotel couscous met kip, lamsbrochettes gedrenkt in komijn en koriander, thee van de fijnste kruizemuntblaadjes, griesmeelpap, platte ronde broden, olijven, dadels, rozijnen, amandelen, aardbeienshake, rijstpap met kaneel en niertjes toe. Wie weigert, krijgt de heer des huizes Molhoud Mourhit (71) op zijn dak. "Allez, mangez, mangez, mangez,..."

Geamuseerd hoort Mohamed toe hoe Molhoud het verhaal vertelt van zijn getalenteerde zoon. "Ik was zo boos toen ik aan de weet kwam dat Mohamed liep." Pardon? "Boos, ja, omdat ik een goede toekomst voor hem wilde. Hij mocht geen loper worden, maar dokter of ingenieur. Maar hij verstopte zich en achter mijn rug ging hij toch lopen." En Mohamed liep. "Op een dag zag ik een aantal lopers trainen en sloot aan. Ik bleef iedereen volgen. Toen bleek dat ik onder meer met de kampioen van Marokko aan het trainen was. De trainer hield me tegen. 'Ben je van een andere club', vroeg hij me. 'Neen', zei ik, 'het is de eerste keer dat ik train met andere lopers.' Hij zei me dat ik zeker moest blijven trainen bij hem. De trainer was politieman. In een politiewagen kwam hij bij mijn ouders aan en vroeg of ik niet mocht trainen." "La", luidde het antwoord van Molhoud. Vertaald: neen. Mohamed: "Mijn vader baatte een koffiehuis uit in Khouribga en hij had mij nodig om een handje toe te steken."

Khouribga, het geboortedorp van Mohamed, staat bekend om de fosfaatwinning. In 1954 vormde de fosfaatproductie liefst 20 procent van de Marokkaanse export, met 11.000 werknemers was het Office Chérifien de Phosphate de grootste onderneming van Marokko, met de staat als enige eigenaar. Mohamed: "Om halfvier 's ochtends stond ik op om het ontbijt klaar te maken voor de arbeiders die de mijnen introkken. Maar dat was geen bezwaar voor de trainer/politieman. Hij zou mij vervangen, zou zoveel hulpjes sturen als mijn vader wenste." Molhoud stelde zijn veto. Mohamed mocht meetrainen, maar zijn studies mochten in geen geval lijden onder de training. "Om vijf uur 's ochtends vertrok ik naar school, studeerde ik, en tussendoor trainde ik."

De terughoudendheid van Molhoud veranderde snel in tevredenheid toen Mohamed een competitie op school won en zijn zoon de krant haalde. Nog leuker werd het toen de achttienjarige Mohamed naar een wedstrijd in Casablanca trok, won, en met 4.000 dirham (18.000 frank) terugkeerde. Zijn zoon had niet alleen sportief talent, hij kon er zelfs geld mee verdienen. Molhoud: "Toen mocht hij pas serieus trainen."

Mohamed heeft het zijn vader allang vergeven. "Het is toch normaal dat ze me eerst niet lieten lopen. Niemand van de familie had ooit professioneel sport beoefend. Sport was in hun ogen een tijdverdrijf, een synoniem voor kinderen die in de wijk een partijtje voetbalden. Sport diende tot niets: het leverde alleen gescheurde kleren en gebroken benen en voeten op. Moeilijkheden, dus. Bovendien hadden mijn ouders het geld niet om trainingskledij te kopen. Dan investeerden ze liever in de studies van de kinderen, zodat hun kinderen hen later zouden helpen. Het is dus niet waar dat ze niet van sport hielden, ze begrepen alleen niet dat het beroep van atleet een volwaardig beroep is.

"Maar altijd heb ik geweten dat ik tot grootse dingen in staat was. Alleen heb ik het nooit van de daken geschreeuwd. Anders lachen sommige mensen je toch maar uit. Ik heb gewerkt, misschien wel te hard gewerkt. Toen ik pas begon te lopen, spraken mensen over mij. Trainers vertelden me dat ik ongelooflijke kwaliteiten had om het te maken, zowel op de 800 meter als op de marathon. Eerst dacht ik dat mensen dat zeiden om me een plezier te doen. Maar overal ter wereld heb ik dezelfde commentaren gehoord. Toen ik voor het eerst met Marokkaanse kampioenen mocht trainen en ik zag dat ik niet moest onderdoen, wist ik genoeg. En mijn beste jaren moeten nog komen."

Ifrane ontwaakt. Een blik door het venster scheurt in een ruk het clichébeeld van Marokko aan flarden. De woestijn? Niet te zien. Een brandende zon? Niet te zien. Dorre laagvlaktes en verdroogde planten? Niet te zien. Wel dennenbomen, mist, mooi aangelegde parkjes met vijvertjes, flanerende Marokkaanse maatpakken met gsm, en slagbomen met het opschrift barrière de neige. Sneeuw? In Marokko? Waarlijk, dit moet een droom zijn. "Ifrane is niet het echte Marokko", zegt Mohamed, "maar een populair buitenverblijf voor de bourgeois Marokkaan. Verleden week was koning Mohamed VI nog op bezoek. Ifrane was vergeven van politiemannen."

Niet alleen de opvolger van Hassan II bezit een riant optrekje met vijver, plantentuin en constante politiebewaking. Geregeld komen ministers zich ontspannen in het Kitzbühel van Marokko. Mogelijkheden zat: vanaf december tot begin maart zijn de skipistes open. Of wat te denken van een langlauftocht doorheen de cederbossen? Ook studeren kan: een academiejaar aan de universiteit van Ifrane betekent 400.000 frank neertellen. Ifrane, the place to be voor de Marokkaanse snob. "Ik huur in Ifrane geen appartement om het rijkeluiszoontje uit te hangen", benadrukt Mohamed, "maar heb me hier gevestigd omdat het klimaat en de hoogte ideaal zijn voor topsporters. Veel topatleten profiteren van de natuurlijke hoogtestage in combinatie met de milde temperaturen. Cassius Clay kwam hier op afzondering, de volledige Marokkaanse atletiekploeg traint hier, onlangs trainde de Zweedse nationale atletiekploeg hier in hun bloot bovenlijf. Na een week zagen ze zwart." Straks zal Mohamed zijn trainingsparcours laten zien, maar eerst ontbijten. Natuurlijk onder het alziende oog van Molhoud.

In de woonkamer van het ruim bemeten maar bescheiden appartement hangt een foto van een jongetje dat een houten reiskoffer en een wereldbol in de hand houdt. Symbolischer kan niet. Reizen zit de familie Mourhit in het bloed. Eerst pakte Molhoud zijn biezen, zij het noodgedwongen. Als legionair diende hij eind jaren veertig in het Franse leger, in de woelige periode dat Marokko, vooral de onafhankelijkheidspartij Istiqlal, schreeuwde om soevereiniteit en de Franse autoriteit langzaam maar zeker afbrokkelde. Een jaar en vier maanden vervulde hij zijn rol in het leger, op Italiaanse bodem. "Ik was foerier. Telkens ik mijn compagnie zag vertrekken, kon ik er zeker van zijn dat er minstens veertig zouden sneuvelen. De oorlog was degoutant. Daarom wilde ik nadien niet blijven in Frankrijk. Ik heb te veel geleden. Ooit heb ik bij een bevoorradingsronde gezien hoe soldaten baby's doodschoten voor de ogen van hun moeder."

Op 2 maart 1956 werd een akkoord bereikt over de volledige Marokkaanse onafhankelijkheid. Intussen was Molhoud al teruggekeerd naar Khouribga. Hij huwde met de toen vijftienjarige Chraibi, die negen kinderen baarde, zes dochters en drie zonen. Trots diept Molhoud het familiealbum op en gaat de rij af: Bouzkri (34), Fatima (33), Saida (31), Mohamed (29), Fatiha (28), Najat (27), Atika (25), Bouchra (21), Hassan (18).

Maurice, de oudste zoon, zocht zijn heil in het buitenland, toen hij een beurs kreeg om zijn studies in een Franstalig land af te maken. Hij koos voor de universiteit van Luik om zijn ingenieursdiploma te behalen, huwde een Belgische vrouw en naturaliseerde zich tot Belg. Ook een aantal zussen zwermde uit: inmiddels leven drie zussen in Italië. Midden jaren tachtig, na een jaar in het Centre d'Athlétisme National in Rabat, vond Mohamed dat het tijd was om zijn geluk te beproeven in de Verenigde Staten. Het doel: een beter leven, zowel sportief als intellectueel. Aan de universiteiten van New York, Philadelphia en Albuquerque studeerde hij, in de stratenlopen verdiende hij goed geld. "Ik denk te mogen zeggen dat ik mijn doel bereikt heb in de Verenigde Staten. Ik spreek Engels, ik weet wat het leven in de States inhoudt." Een cultuurshock van jewelste, bijvoorbeeld. "Dat klopt, maar ik pas me overal aan. De kunst is om uit elke cultuur de goede dingen over te nemen en de slechte dingen te laten liggen. In Amerika en de westerse wereld is het gemakkelijk om je elke nacht te laten gaan, en in de discotheek uit de bol te gaan op techno en house. Ook aan de Marokkaanse cultuur zijn er goede en slechte dingen. Er heerst veel armoede, maar er zijn ook Marokkanen die niet willen werken voor een minimumloon. In Marokko leven de mensen dan weer relaxer en dragen ze de familie hoger in het vaandel."

In '91 keerde hij terug naar Marokko. In Amerika had hij het wel gezien, zijn naam en faam kon hij nu te gelde maken. Bovendien, zegt hij, lagen er lucratievere voorstellen te wachten in de Franse stratenlopen, die hij benutte. In '91 won Mourhit de prestigieuze twintig kilometer van Parijs. De uitvalsbasis was opnieuw de befaamde atletiekschool van Rabat. Jarenlang zou Mohamed Mourhit kamer 114 betrekken. Dat moest wat geweest zijn: van het liberale Amerika naar de strenge Marokkaanse discipline. "Helemaal niet. In het centrum was ik vrij. Ik kreeg een auto, kwam thuis wanneer ik wilde."

Maar vooral vergaarde hij veel aanzien. "Vroeger waren we niet straatarm, maar we hadden het ook niet breed. Sportieve prestaties in Marokko kunnen de familie een trapje hoger brengen op de sociale ladder. De familie wordt gerespecteerd, dat vind ik belangrijker dan bergen geld bezitten. In Marokko zijn er veel families die meer geld hebben dan de familie Mourhit, maar ze krijgen niet zoveel respect. Mensen adoreren sporters, ze hebben ontzag voor de inspanningen die nodig zijn om de top te bereiken. Bovendien krijgen Marokkaanse topsporters veel faciliteiten: ze hoeven geen belasting te betalen, na hun sportieve carrière zijn ze verzekerd van een job."

Onbegrijpelijk lijkt het dat Mohamed Mourhit in '92 het Mekka van de topsport verliet voor België. Voor het grauwe Luik, godbetert. Hij corrigeert: hij verliet het Centre d'Athlétisme niet, hij had geen andere keus dan het Centre d'Athlétisme te verlaten. "De top van de atletiekbond vond dat ik te blessuregevoelig was, en liet me verstaan dat ik tweede keus was. Ik trok mijn conclusies en stapte op." Maurice: "Said Aouita was zijn trainer. Aouita was een koning in Marokko, in het buitenland legde hij elke meetingsorganisator zijn wil op. Hij bepaalde welke Marokkaan wel en niet mocht deelnemen aan belangrijke meetings. Voor Mohamed was in Marokko geen plaats." "Het is niet toevallig dat ik voor België koos", zegt Mohamed. "Maurice leefde al in Luik, ik ging hem achterna."

Mohamed kwam terecht bij docteur Mouton van atletiekclub RFCL Luik, en al snel werd het euvel vastgesteld: het ene been is 1,7 millimeter korter dan het andere. Dat de Marokkaanse atletiekdokters dat niet gemerkt hadden. "De Marokkaanse atletiekbond heeft geen geduld met mij gehad. Ze moeten de gevolgen maar dragen." Dankzij een simpele zool raakte Mohamed Mourhit in geen tellen weer blessurevrij, de sportieve resultaten volgden snel. In de zomer van '99 brak hij definitief door, met een bronzen medaille op de vijf kilometer tijdens de wereldkampioenschappen atletiek in Sevilla. In het naar zweet ruikende muffe lokaaltje - Sevilla is niet voor niets de warmste stad van Spanje - stond Mohamed de wereldpers te woord, de aanwezige delegatie van de Marokkaanse atletiekbond lachte maar zuur. Ook tijdens een training in het bos van Ifrane kijkt nationaal trainer Abdelkader Kada nors als Mohamed Mourhit voorbijloopt. Het bos is van iedereen, hem verbieden om er te lopen kan hij niet. De banden met de Marokkaanse atletiek zijn overigens bijlange niet doorgeknipt. 's Avonds gaat de bel van het appartement, en een man schuift mee aan de dis en plukt de kippenbouten uit een schotel couscous. "De kinesist van de Marokkaanse nationale ploeg", zegt Mohamed. "Hij is nog steeds een goede vriend." En tijdens een training op 2.000 meter hoogte ontmoet Mohamed een groep Marokkaanse atleten, en niet van de minsten: Abdelkader Mouaziz, winnaar van de marathon van Londen, en Brahim Boulami, een topper op de 3.000 meter steeple. Samen lopen ze naar de geparkeerde wagen van Mohamed. Hij opent de deuren van zijn wagen, zet de radio hard, en op een Arabisch deuntje werkt de volledige groep de stretching af. "Wij nemen het Mohamed niet kwalijk dat hij vertrokken is", zegt Boulami. "De afgelopen jaren verlaten steeds meer Marokkaanse atleten de atletiekschool en laten ze zich naturaliseren. Sommigen zeggen dat de Marokkaanse atletiekbond geen geld meer heeft, het tegendeel is waar. De meeste atleten zijn vertrokken omdat ze niet meer konden wennen aan de grillen van de Marokkaanse atletiekbestuurders. Soms wil de technische directie zich te veel bemoeien met de atleten. Sommige atleten verdragen dat beter dan anderen. Iedere atleet heeft het recht om te kiezen wat hij zelf wil." Sinds zijn wereldtitel veldlopen, afgelopen voorjaar, wordt Mohamed met de nodige egards behandeld. "Iedere Marokkaan kent mij. En ik heb nog nooit een boze reactie gekregen omdat ik de wereldtitel behaald heb in een Belgisch shirt. De mensen kennen mijn situatie. Het is geen ongewoon verschijnsel dat mensen emigreren op zoek naar een beter leven. Als adolescent is het toch normaal dat je nieuwsgierig bent naar de rest van de wereld? Heel mijn leven had ik onder de vleugels van mijn ouders geleefd, ik wilde wat anders. Ik ben overal geweest, van Azië tot Amerika. Na alle avonturen is de liefde voor mijn ouders er alleen maar groter op geworden. Zonder hen is het leven niet veel waard. De waardering voor mijn vader en moeder is dus niet verdwenen, en ik weet wat er te koop is in de rest van de wereld. Het objectief om naar het buitenland te vertrekken was inderdaad geld verdienen. Maar het belangrijkste voor mij was uit te groeien tot een held. Als je loopt, denk je niet aan geld, maar aan winnen."

Mohamed Mourhit is zonder twijfel de succesrijkste Belg van Marokkaanse afkomst. Een gewezen Marokkaan die het gemaakt heeft in Europa, een Belg die tot voorbeeld strekt van de zowat 150.000 Belgen van Marokkaanse afkomst. "Ik voel me een symbool voor de Marokkaanse gemeenschap in België, dat gevoel heb ik heel sterk. Daarom is Marokko ook niet meer boos dat ik vertrokken ben en de Belgische nationaliteit heb aangenomen. In het begin waren ze kwaad, nadien begrepen ze mijn beslissing. Ik ben ervan overtuigd dat mijn sportieve prestaties de politieke relaties tussen België en Marokko ten goede zijn gekomen. Ook op lager niveau speel ik een rol: in België discussieert men nu meer over hoe jongeren van Marokkaanse afkomst ingepast kunnen worden in Belgische sportclubs. Ouders van Marokkaanse afkomst zien het belang ervan in om hun kinderen naar Belgische sportverenigingen te sturen, dat werkt integratie in de hand. Sport is een sociaal bindmiddel dat niet onderschat mag worden. In dat opzicht is sport misschien wel belangrijker dan politiek."

Eind juli 1999. Marokko rouwt. Na een regeerperiode van meer dan 38 jaar bezwijkt de zeventigjarige koning Hassan II aan een hartaanval. Wereldleiders prijzen hem om zijn diplomatieke bemiddelingskwaliteiten, hoewel hij regeerde als een absoluut monarch. Ook aan mensenrechten liet hij zich tot voor kort niet veel gelegen. Ooit noemde Hassan II Amnesty International "die club die opgericht is door die zure Ierse mijnheer". Na onthullende rapporten van Amnesty International werd in '91 de geheime gevangenis van Tazmamart gesloten en de nog levende gevangenen vrijgelaten. Voordien had Hassan II wel al het bestaan van die geheime gevangenissen gerechtvaardigd met de woorden: "Iedere vorst heeft recht op zijn geheime tuin." Pas de laatste jaren verbeterde de mensenrechtensituatie, hoewel de voorzitter van de Marokkaanse mensenrechtenorganisatie in '97 zich nog liet ontvallen dat "we nu genegeerd worden waar we vroeger werden gedwarsboomd".

Maar over wijlen Hassan II geen kwaad woord. In elk café, elk hotel of elke winkel hangt wel ergens een beeltenis van de voormalige vorst. Wel geeft Mohamed voorzichtig toe dat opvolger Sidi Mohamed VI "in een ander tijdsgewricht geboren is dan Hassan II. Sinds de nieuwe koning is de werkloosheid gedaald met 10 procent. Hij geeft mensen een bestaansminimum." Maar, haast Mohamed zich, "Hassan II heeft wel de basis gelegd en zijn opvolger zet het werk voort. Hij had zeer goede verhoudingen met andere wereldleiders."

Maar Marokko heeft andere katten te geselen dan alleen de relaties met het buitenland te optimaliseren. 'De wedloop tussen eg en ooievaar', bestempelen Marokkanen het fenomeen: jaarlijks komen er 700.000 Marokkanen bij, bijna de helft van de bevolking is jonger dan achttien jaar. Een zwaard van Damocles dat de Marokkaanse samenleving bedreigt: het is geen sinecure om een snel wassende en jeugdige populatie te voorzien van scholing, werk, huizen, energie, voedsel en water. De geringe economische groei dient bijna volledig om de bevolkingstoename bij te houden, zodat er weinig overblijft ter verbetering van de Marokkaanse economie. Mohamed: "Marokko is geen onderontwikkeld land. Er is wel een kloof tussen rijk en arm. Al wie in de administratie werkt, heeft het goed. Daarom proberen ouders hun kinderen te overtuigen om te studeren. Al is het niet evident om zes kinderen te laten studeren. De sukkels zijn diegenen die geen familie hebben, niet naar school kunnen gaan. Dat zijn de naweeën van het verleden. Pas na de onafhankelijkheid in '56 is Marokko vooruitgegaan, alleszins veel meer dan andere Afrikaanse landen. Net zoals in Europa kunnen mensen een appartement of een auto op krediet kopen, dat was vroeger niet het geval."

Toch loert armoede om elke hoek. Wie langs de kustlijn van Rabat slentert, wordt aangeklampt door mannen en vrouwen die een sigaret vragen, liever nog een paar dirham. Tijdens een bergwandeling versperren tenten het pad. Het zeil gaat opzij, twee kinderhoofdjes verschijnen. "Bonjour", zeggen ze, en steken de ongewassen hand uit voor een aalmoes. Mohamed: "Natuurlijk zijn er nog schrijnende toestanden. Maar mensen komen niet om van de honger omdat er een officieus sociaal systeem bestaat. De bemiddelden geven aan de armen. Wat brengt geld op als je al rijk bent? Een miljardair die tien miljard op een spaarrekening zet, krijgt na verloop van tijd misschien een intrest van een miljard frank. Onzin, toch. Dan geef je beter geld aan iemand die niet dezelfde kansen heeft gekregen." Maurice: "Sommige mensen zijn arm, maar werkloosheid bestaat niet. On s'arrange. Als iemand een oogje in het zeil wil houden terwijl ik mijn wagen in hartje Rabat parkeer, geef ik hem geld. En Mohamed heeft een familie twintig schapen geschonken die per stuk 10.000 frank kosten. In België is het meer ieder voor zich, in Marokko helpt iedereen iedereen."

De gouden benen van Mohamed Mourhit moeten heel wat monden voeden. Hoeveel mensen hij in leven houdt, weet hij niet uit het hoofd, maar wel dat het er een heleboel zijn. "Ik pas bij voor iedereen, desnoods betaal ik alles. Ik voel me verantwoordelijk voor de volledige familie. Mijn ouders, mijn zusters en de kinderen die in Marokko wonen, al mijn broers, ook Maurice, zijn Belgische vrouw en zijn drie kinderen. Momenteel heeft hij geen werk in België. Dat wil niet zeggen dat hij niet werkt, hij is mijn trainer en begeleider. Ik zou hem alles geven, ik zou mijn familie alles geven. Dat is een grote verantwoordelijkheid, ja, daar ben ik me wel van bewust. Maar ik heb die mensen ook nodig. Ik zou niets zijn zonder Maurice net zoals Maurice niets zou zijn zonder mij, en dat geldt voor iedereen van de familie."

De familie Mourhit kan gerust zijn: de volgende kostwinner staat al klaar. Atletiekkenners dichten middellangeafstandsloper Hassan nog meer kwaliteiten toe dan Mohamed. Of met de woorden van Maurice: "Over een aantal jaar hoor je niet meer van Hicham El Guerrouj, de Marokkaanse koning van de middellange afstand, maar zullen de mensen over Hassan Mourhit spreken. Net zoals de mensen niet meer zullen spreken over wereldrecordhouders Haile Gebrselassie of Paul Tergat, maar wel over Mohamed Mourhit."

Na een training laat Mohamed de ruwbouw van een huis zien in een chique wijk. Hij toont de fraai afgewerkte plafonds, de vele kamertjes. In de kelder moet een fitnesszaal komen, met douche. Dit is zijn huis, dat in juli volledig klaar zal zijn, daar moeten dertig werklieden voor zorgen. Het prijskaartje: 8 miljoen Belgische frank. "Ik zal hier niet zoveel wonen, ik ben veel in het buitenland. Maar iedereen die wil, mag hier slapen."

"Die verantwoordelijkheidszin dateert niet van sinds ik Belg geworden ben, maar al veel langer. In de Verenigde Staten heb ik goed mijn brood verdiend, daar won ik vrijwel elke wedstrijd. In Frankrijk heb ik geld verzameld met de stratenkoersen. Het grote geld heb ik niet in België verdiend, in tegenstelling tot wat sommigen denken." De toon wordt grimmiger. "Integendeel, in de drie jaar dat ik Belg ben, heb ik vrijwel niets verdiend. Ik kreeg een auto van de organisatoren van de CrossCup (een Belgisch regelmatigheidscriterium van veldlopen, HJ), maar die heb ik moeten teruggeven. Het Olympisch Comité gaf aan elke topatleet een auto, maar niet aan mij. Dat vind ik niet logisch. Wat willen die mensen nog meer? Ik denk dat ik genoeg voor België gedaan heb: ik pakte een medaille op de wereldkampioenschappen atletiek in Sevilla en ik behaalde de wereldtitel veldlopen. Ik vraag geen buitensporige dingen, ik vraag gewoon hetzelfde waar elke topatleet recht op heeft. Nogmaals, het gaat me niet zozeer om het geld, maar wel om respect." Intussen heeft hij een wagen van het Olympisch Comité gekregen.

De hoogste tijd voor een bezoek aan Rabat, vindt Maurice, terwijl Mohamed "een saaie duurloop" moet afwerken. Hijzelf moet toch naar de hoofdstad om iets te 'arrangeren.' Het ontkoppelingspedaal van de wagen weigert af en toe dienst, dat fikst un ami van Maurice in een handomdraai. Dat het ontkoppelingspedaal naar de vaantjes is, valt niet moeilijk te begrijpen. Geen voorligger is veilig voor Maurice, slalommend en constant claxonnerend baant hij zich een weg doorheen het drukke verkeer. Elk woord over 'onvoorzichtig rijgedrag' wuift hij weg, dan hebben de bezoekers nog niets gezien. In de heksenketel van Rabat zal hij wel eens een demonstratie geven: behendig stuurt hij de Rover 826 SD tot amper een paar centimeter van de bumper van de voorligger, toetert, wijkt uit, toetert, haalt in, en hoopt dat geen enkele tegenligger eenzelfde manoeuvre wil uitvoeren. "Iedereen doet het zo. Anders raak je nergens." En wat met de verkeersboetes? "Ik rijd zo hard ik wil, ik doe wat ik wil. Als ik geen geld heb, hoef ik geen péage te betalen op de autosnelweg. Als de politie me tegenhoudt, zeg ik dat ik Maurice Mourhit heet, de broer van de wereldkampioen veldlopen Mohamed Mourhit. Natuurlijk is er de wet, maar er zijn uitzonderingen. Dat heeft niets te maken met de wet overtreden, maar alles met het respect voor een groot atleet. De politie begrijpt dat een atleet op tijd moet zijn voor een afspraak."

De buitenlandse toerist kan maar beter het verkeersboekje volgen. "Een rood licht negeren kost normaal 10.000 frank. Een buitenlander met een huurwagen moet 20.000 frank neertellen." Heel af en toe heeft de Marokkaanse rijstijl desastreuze gevolgen. Later die avond zijn we ooggetuige van een man die door een taxi neergemaaid wordt in een buitenwijk van Rabat. Het duurt ijzingwekkend lang vooraleer een ambulance arriveert. Te lang. "Is hij dood? Geen geluk gehad", zegt Maurice. "Dat is de wil van Allah. Inch'Allah."

Maurice toont zich een verstokte islamiet. Elke dag ontwaakt hij naar eigen zeggen om vier uur om te bidden. Mohamed drijft het niet zover. "De islam verbiedt of gebiedt niets. Als je moet werken, dan gaat het werk voor het gebed, bijvoorbeeld. Als je tussendoor de tijd vindt, kan je bidden. Hoe meer je anderen helpt, hoe meer God je helpt. Maar het is niet door Allah dat ik wereldkampioen veldlopen ben, zover wil ik het niet drijven. Mijn wereldtitel heeft er wel voor gezorgd dat mensen van mij houden, en dat wil zeggen dat Allah ook veel van mij houdt."

Niet alleen Allah wil Mohamed koesteren. Toch niet als we Maurice mogen geloven, die een buitenwijk van Rabat in de avondzon laat zien. Jonge vrouwen paraderen ongesluierd over de wegen, Maurice schreeuwt elk van hen vanuit het open venster lofbetuigingen toe. Hij krijgt een lach als antwoord. "Als ik hier met Mohamed zou zijn, hangen ze allemaal aan onze lippen."

Ook Mohamed is niet ongevoelig voor vrouwelijk schoon. Op een middag doden Mohamed en collega-loper Rachid Berradi de tijd voor de breedbeeldtelevisie. Bij het Italiaanse televisiekanaal houden ze halt als een voluptueuze vrouw in beeld verschijnt. Even vergewissen beiden zich ervan dat vader Molhoud een paar meter verder in de divan wel degelijk zijn middagslaapje houdt. De kust is veilig. "Quelle bête, wat een moordgriet", fluistert Mohamed tegen Rachid en beiden grinniken gedempt. Later verklaart Mohamed zijn voorzichtige gedrag. "De ouders hebben niet graag dat we vrouwen in huis halen. Of over vrouwen praten." Vrouwen, hoezo vrouwen? In '95 huwde Mohamed toch de Belgische Béatrice Bouteille, en een jaar later werd de naturalisatieprocedure ingeleid. Hoe zit het dan met die andere vrouwen? Tijdens het driedaagse bezoek zal Mohamed met geen woord reppen over zijn vrouw, vragen ontwijkt hij handig. Het voedt alleen maar de geruchten dat Mohamed Mourhit een schijnhuwelijk aanging om Belg te worden. Mohamed: "Dat zijn van die typische uitspraken. Mensen zeggen dingen omdat ze zelf niet zo succesrijk geweest zijn. Dat is typisch menselijk." Detail: dat hij intussen gescheiden is, zegt hij er niet bij. Maurice doet minder geheimzinnig over de scheiding. "Hij is inderdaad al een tijd van zijn vrouw weg. Maar dat wil niet zeggen dat hij haar aan haar lot overlaat. Hij draagt nog steeds goed zorg voor haar, om geld zal ze zich niet hoeven te bekommeren. Zo is Mohamed. Hij laat niemand in de steek. In Marokko niet, en in België niet. Niemand."

'Iedere Marokkaan kent mij. Ik heb nog nooit een boze reactie gekregen omdat ik de wereldtitel behaald heb in een Belgisch shirt. Het is niet ongewoon dat mensen emigreren op zoek naar een beter leven''Sport is een sociaal bindmiddel dat niet onderschat mag worden. In dat opzicht is sport misschien wel belangrijker dan politiek'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234