Woensdag 26/02/2020

'Mijn begrafenis zal bescheiden zijn'

Zijn dochter Nona zei het mooi: 'Papa, aangezien er geen lijken met ADHD bestaan, zal 'Rust in vrede' zelfs voor jou ooit gelden.' Maar kijk: toen Bart Peeters zelf in de kist van Een laatste groet ging liggen, voelde dat niet slecht. 'Alsof ik in een broeikast lag', glimlacht Peeters. Hoe het ooit écht zal zijn, maakt hem niet uit. En bij het afscheid voorziet hij show noch brief. 'Je kunt niet terugreizen in de tijd om nog vlug iets goed te maken.'

Een woensdagavond bij Videohouse in Vilvoorde, 23 uur. Tot de studio van Een laatste groet is het maar twee deuren ver. Centraal de kist die Tom Hautekiet ontwierp, zonet heeft Evy Gruyaert hier gelegen, nu gaat Bart Peeters er op vraag van onze fotograaf in. Later zal hij zeggen: "Ik vond het een beetje oneerlijk. Bij Queen mocht maar één man het microfoonstandaardje hanteren: Freddie Mercury. En bij Stevie Wonder mag er maar één blinde met zijn dreadlocks zwaaien: de Stevie. Het voelde oneigenlijk aan om op de plaats van de hoofdrolspeler te gaan liggen."

Veel licht is er niet, maar op geen enkel moment heb je het gevoel in een kerk te zijn. Dat was heel bewust. "We hebben veel geprobeerd, samen met mensen als Ludovic Beun en Peter Stevens, die achter het idee van Een laatste groet zitten. Tom, die ook mijn platenhoezen ontwierp, dacht eerst in de richting van de doodskop met diamanten van Damien Hirst of de Mexicaanse begraafkunst met veel sierskeletten. Niet doen, dacht ik. Het gruwelijke of het tragische van de dood wilde ik niet zien. Ook geen verwijzingen naar engelen, rijstpap, kruistekens... niks dat op runentekens lijkt. In Een laatste groet mocht niks zitten waardoor vuuraanbidders of alle andere gelovigen zich onnodig aangesproken zouden voelen."

Zaterdag, in de hoek van een wegrestaurant langs een Vlaamse autostrade. Bart Peeters heeft een onleesbaar gekribbeld namenlijstje bij met medewerkers aan Een laatste groet. Hij wil benadrukken dat hij niet het centrum is van de show. Een programma - "onnozele comedy met de dood als uitgangspunt", noemt hij het - kan niet meer zonder dat zelfs de grappigste gasten hun huiswerk hebben gemaakt. "Ik ben trouwens geen onvoorwaardelijke fan van comedy", zegt hij. "Ze beginnen met een mop, dat gaat door en aan het einde is het verschil met HT&D soms klein. Comedy wordt wel eens een systeempje. Als Youp van 't Hek morgen een show maakt, gaat het opnieuw over Bucklerdrinkers of mannen met een paardenstaart. Hij moet altijd ergernisjes vinden. Terwijl Bart Cannaerts dingen zoekt die mensen ergeren en dan die ergernissen supergrappig ontzenuwt. Zo'n comedygast wordt innemend en dat is volgens mij het nieuwe cool."

Comedy met een kader dus. Zoals Mag ik u kussen? dat volgens Bart "geen datingprogramma was en omdat het op Canvas zat, begreep iedereen ook wel de hypothetische wijs. Je wist dat Pieter Embrechts na de aflevering in principe niet met Erika Van Tielen naar huis ging. (lacht)

"Niet alle aflopen zijn gedocumenteerd, maar we gaan ervan uit dat mensen dat programma niet vanuit het idiote perspectief van de tabloids bekeken. Dat de gave des onderscheids aanwezig was. Dat heeft Een laatste groet ook. De werktitel was niet voor niks Mag ik u kisten?.

"Je zou kunnen zeggen dat er een groot verband is tussen Baantjer en Een laatste groet. Het begint met een interessante medemens die dood is. Baantjer begint altijd met een lijk en bekende Nederlanders van Katja Schuurman tot Ivo Niehe stonden in de rij om dat lijk te mogen spelen. Het verschil is dat vanuit dat gegeven bij Baantjer een krimi begint en bij ons een comedyprogramma."

Met productiehuis De Mensen werd een lijst opgemaakt. Maandag komt Tom Waes aan de beurt, later Paul Jambers, Herman Brusselmans, Rik Torfs, Erik Van Looy, Rani De Coninck en Jeroen Meus. "Gek genoeg werkt het even goed met Evy Gruyaert, die nochtans pas 32 is", zegt Peeters. Fijntjes voegt hij er nog iemand aan toe: "Het werkt ook wondermooi met Sien Eggers. En dat is weer het cynisme van deze tijd. Zelfs in de ernstige pers werd Sien onlangs beticht van racisme. Ik weet zeker dat dat niet klopt. Mogelijk viel op te merken dat Sien misschien een glas of twee te veel op had. Bijacteurs durft er dan wel eens een geestestoestand te ontstaan waarbij 'een personage' het roer overneemt. In dit geval eentje waar een mooi donker meisje, die Sien niet kende, terecht onthutst over was. Maar nogmaals, de echte Sien is geen raciste.

"In Een laatste groet komt iemand die veel voor de hoofdpersoon betekent, de overledene uitgeleide doen. Bij Walter Grootaers was dat zijn dochter Layla, bij Stijn Meuris zijn ouders Jaak en Mia en bij Sien Eggers haar beste vriendin: Lies Lefever. We verkneukelen ons daar nu al op."

Lachen met Walter Grootaers

Dit is Bart Peeters: met vuur praat hij over zijn programma. Ook al was de start afwachtend, dat kon niet anders: "In een eerste aflevering zoek je een situatie die iedereen begrijpt en waarmee je je format duidelijk kunt stellen. Dat is wat ik het 'exposésyndroom' noem. Lachen met Walter Grootaers is een olympische discipline geworden, waarin de Fred Deburghgraeve van dienst Walter Grootaers zelf is. Maar het is wel duidelijk: we willen niemand iets ten kwade duiden."

Overigens zat een vroege vorm van 'lachen met Walter Grootaers' al in Het leugenpaleis. "Ik ken Walter al een leven lang, ik was ooit bijna drummer van De Kreuners. Ik heb hem altijd geweldig gevonden. Het leugenpaleis sloten we altijd af met een emotioneel moment. In zo'n aflevering, vroeg Hugo (Matthysen, RVP): 'Bart, je lijkt een emotioneel wrak.' Ik begon te vertellen: 'Gisteren reed ik op de ring van Lier en toen zag ik Walter Grootaers oversteken.' Ik barstte in snikken uit, Hugo vroeg wat er gebeurd was en ik zei: 'Ik heb geremd.' En Hugo: 'Ik begrijp dat je je daar heel schuldig bij voelt, maar probeer het te vergeten. Er komt nog wel een kans.'

"Die waanzin hebben we nu in de eerste aflevering nog niet bereikt, maar het zal snel duidelijk worden. Nu ik niet meer toer en door mijn nieuwe statuut van 'man-die-wel-eens-zijn-vrouw-meeneemt' ben ik vanuit de zaal fan geworden van mensen als Bart Cannaerts, Wim Helsen, Dimitri Leue, Pieter en Tine Embrechts, Adriaan Van den Hoof, Philippe Geubels en Pascale Platel. Heel veel voorstellingen heb ik gezien. Voeg daar Xander De Rycke aan toe, gasten als Lieven Scheire en Jelle De Beule, en Linde Merckpoel die - als je jonge kinderen hebt en dus vroeg op moet - op Studio Brussel het eerste deel van je dag kleurt. Dat is de vijver waaruit we vissen."

Waren er mensen die niet wilden meedoen? "We hadden een ruime lijst, maar een aantal mensen hebben we zelf beleefd afgebeld. Politici bijvoorbeeld. Omdat het lijkt alsof mensen er niet meer naar verlangen politici in entertainmentprogramma's te zien. Muggenzifters zullen opmerken dat Walter Grootaers en Rik Torfs erin zitten, maar Walter is veel meer dan 'van de Lierse Open Vld' en Rik Torfs zou je een leuk hobby-CD&V'ertje kunnen noemen. Als professor kerkelijk recht daarentegen is hij op wetenschappelijke wijze de rechtstreeks afgevaardigde van god.

"Alleen Natalia had het er uiteindelijk letterlijk moeilijk mee, omdat de dood van haar vader en van haar hond nog te vers in het geheugen lagen. Op straat spreken mensen me wel eens aan. Ik heb net mijn zoon verloren, ga ik er wel om kunnen lachen? Jazeker. Het zijn geen grappen over de tragische gebeurtenissen in Luik of over verkeersdoden door de eerste sneeuwval. Het enige waar we wel om lachen, is het ritueel 'begraven'. Of beter met de pretentie van ongeveer alle godsdiensten: mensen voorspiegelen iets te weten wat de mens nu eenmaal niet kan weten. De ijdelheid waaraan godsdiensten zich bezondigen, hou je toch niet voor mogelijk? Ze zeggen wel dat je dat allemaal niet letterlijk moet nemen. Dat vrouwen geen priester mogen worden, of dat Afrika geen condooms mag gebruiken. Allemaal niet letterlijk? Zwijg dan toch. Die maagden in de hemel, dat moet je niet letterlijk nemen, het zijn immers rozijnen. Zwijg dan toch."

IJdelheid is een ergernis. "Alleen niet als het Prince of Mick Jagger betreft", zegt hij. "Bij hen is ijdelheid een belangrijk onderdeel van de adrenaline die ze bij ons veroorzaken. Maar bij een priester, die toch de rol van een soort sjamaan zou moeten vervullen? Op begrafenissen slagen ze er zelfs vaak niet in om sociale trooster te zijn. Dan vind ik Daniël Termont een betere moderne priester. Hij heeft voeling met de werkelijkheid. Dat er in tempels ijdel gesproken wordt, dat weet je. Als je dat niet wilt horen, moet je er niet komen. Tempels zijn de filialen van god op aarde. Alleen is er nooit een bestelbon van god geweest. Dat mensen zich dus vertegenwoordiger van god noemen en onder die mantel ook nog criminaliteit bedrijven, dat is betreurenswaardig."

Afgetrokken lijk

Zijn eerste dode als kind herinnert hij zich nog. Of beter: zijn eerste begrafenis. "In de Sint-Martinuskerk in Duffel was een duif naar binnen gevlogen en ze kon niet weer weg. Geen moment dacht ik dat er een duivenmelker zijn kampioen aan het missen was, neen, voor mij was dat: dames en heren, voor u treedt live de Heilige Geest op, geef hem een applausje. Ik nam dat allemaal letterlijk."

Veel later, de man van de nicht van Bart sterft jong. De familie trekt naar de rouwkapel van de Heilig Hartkliniek van Lier voor een begroeting. "Ineens dacht ik dat ik in de Gamma stond", zegt Bart, die overschakelt op de stem van zijn Gammatypetje uit Het peulengaleis: "Hoe, zijt ge er al? Dat is keispijteugh? Ik moet nog zo veel bijwerkeuh. Ik zou hem zo schoon kunnen makeuh. Wij worden niet naar waarde geschat. Is dat uwe man? Allez, hij ligt hier als een afgetrokken lijk. Ik heb nochtans middeleuh tot mijn beschikking, ik kan hem zijn blos teruggeveuh, die rigor mortis is niet nodig. Maar ja, als ze mij de tijd niet geveuh... Die man had het niet in zich te condoleren, maar de comedy bracht de redding. Het was Koot & Bie in een sketch van de lijk-make-upper, gratis en met voldoende opbouw en clous."

In Een laatste groet zitten rubrieken. Zoals: schrijf een tekst voor een doodsprentje.

Je moet het Bart Peeters niet eens vragen. "Ik ben daar heel slecht in, ik heb ook geen testament. Ik laat alles aan mijn vrouw en kinderen over. Pas op, ik was onder de indruk van de faire-part van Hugo Claus. 'Ni dieu, ni maître' stond erop en hij had ze zelf met de hand ondertekend. Dat vond ik heel indrukwekkend, maar ik heb zo niks voor ogen. Ook niet voor mijn begrafenis. We zijn heel bescheiden getrouwd en ik denk dat dat ook bij het overlijden zo zal zijn."

Dat lijkt onmogelijk. Van Hugo Claus werd afscheid genomen in de Bourla, van Bobbejaan Schoepen in een circustent. Telkens op tv. Bart Peeters heeft nu all 30 tv-programma's op zijn naam. "Ik zou het heel leuk vinden, mochten die niet alle dertig voorgelezen worden", glimlacht hij. "Tv-programma's zijn trouwens niet voor de eeuwigheid. Ik heb ooit grote shows gedaan voor Veronica, ze zagen in mij een nieuwe Willem Ruis. In grote theaters in Limburg of Groningen naaiden we mensen op om met hun voordeur naar het programma te komen, de Deurzakkers zongen 'Geef ons de sleutel maar' en die mensen mochten in een koker graaien naar rondvliegende biljetten van 100 gulden. Goed voor hysterie en 5 miljoen kijkers! Maar als ik dat nu zie. Ik had 'een deur' gezegd, in plaats van een voordeur en plots stonden ze daar met een deur van een ijskast, van een autowrak in de tuin, van een koekoeksklokje. Duizenden mensen, dat programma liep 40 minuten uit en het NOS-journaal begon dus 40 minuten te laat. Een historisch fiasco in de Nederlandse omroepgeschiedenis en de volgende ochtend moest ik bij de directie komen. Rob Out zei: 'Ik moet je officieel berispen.' Maar meteen daarna: 'Goed gedaan jochie, Veronica was toch maar weer lekker top.'"

Helaas, stelt hij vast, dat hij in het collectief geheugen nog wel zit zoals Jonas Van Geel hem in Tegen de sterren op imiteert. "Zo sprak ik vroeger", zegt hij. "Toen ik zelf in het programma te gast was, werkte het ook alleen als ik zelf de imitatie van Jonas van mij imiteerde. (denkt na) Overigens durf ik dat van die ADHD nog wel te betwisten, alleen niet te fanatiek. Want misschien is het wel zo. En iedere vijftiger zou trouwens heel blij zijn met de kritiek een 'irritante ADHD'er' te zijn. Daar moet je van dromen! Normaal zeggen ze dan: 'Die uitgebluste sloef, die dementerende zieligaard die enkel goed is voor het olifantenkerkhof.'"

Doodshumor

Is het toeval dat op zijn website verwezen wordt naar 'Don't Look Back' van Bob Dylan? Wil hij niet te veel terugkijken? "We kunnen dat makkelijk naar het Vlaams vertalen als we de hulplijn Herman Brood inroepen: 'Spijt is wat de koe schijt'. Ik probeer zo weinig mogelijk aan spijtcultuur te doen. Back to the Future bestaat niet. Je kunt niet terugreizen in de tijd en iets nog snel goedmaken."

"Herman Brood kon trouwens heel ver gaan in zijn doodshumor. Zijn laatste tv-performance was toevallig in een show die ik presenteerde. Het idee was dat ik in een trein zat die me naar de gouden tijden van Toppop zou voeren en Herman zou conducteur zijn. Maar dat miste voor Herman toch fantasie. (imiteert z'n stem) 'Bartje', zei hij. 'Ik heb twee kaartjes voor het huis van Anne Frank. Nu zou het wel kunnen dat ze niet thuis is.' Waarop de producer de opname stillegde, dit was de enige humor die in Nederland niet kon. We herbeginnen en hij zegt het nog eens. We doen het nog eens en Herman zegt: 'Bartje, ik was de befkoning. Maar nu ben ik eruit gebeft door een jongen uit Tongeren. Jij woont daar toch? Kun jij niks voor me doen? Dan heb ik voor jou twee kaartjes voor het huis van Anne Frank. Maar ik vrees dat ze niet thuis is.' (schatert) Na die befkoning hebben ze dat geknipt en een rottige overgang naar 'Never be clever' gemaakt. Dat begreep niemand. Ik moet zeggen: ik heb Herman ooit meer in the moment geweten dan die dag. Maar het was wel zijn laatste optreden op tv."

Een jaar eerder had hij Brood overigens nog opgevoerd in Lalala Live, Brood in een rolstoel met dekentje, Geena Lisa als verpleegster. "Hij dronk de hele dag absint en 's avonds zei ik: 'Herman, ik kan absint stemmen'. Op een flessofoon met absint, speelden we 'Saturday Night'. Hij was heel helder toen. Maar het kan snel gaan."

Dat doet hem aan Ramses Shaffy denken. Als hoofdgast op Nekka wilde Bart de Nederlandse zanger op het podium. "Ze zeiden: dat gaat niet, hij is zo goed als dood.' Maar, typisch Hollands, hij komt toch, begeleid door drie muzikanten: een dokter, een psychiater en een welzijnswerker. Dat was zijn begeleidingsband. Vooraf vraagt de manager of ik Ramses even wil uitleggen wat er moet gebeuren. 'Want goed nieuws: hij kent je nog!' Met het grootste plezier vertel ik hem dat hij achter het gordijn met een rolstoel tot aan zijn barkruk zal gereden worden, dat het doek dan pas opengaat, dat zijn band zal inzetten en dat hij dan zelf 'Laat me' mag beginnen te zingen. De 17.000 mensen in de zaal zullen klappen, dan mag hij 'Zing, vecht, huil, bid...' zingen en dan gaat het doek dicht. Dat gebeurt, ik kondig hem aan, het doek gaat open en je denkt: die is dood. Maar plots zet hij z'n micro aan de mond en ik hoor hem 'Ik ben misschien te laat geboren zingen...' Ongelooflijk. De dag nadien moest ik die hele uitleg opnieuw doen, hij wist er niks meer van. Toch ging het weer goed. Maar iets later was hij dood."

Met trots afmaken

Het zegt Peeters dit: "Grote geesten hebben, denk ik, een realitycheck nodig. Ze moeten hun grootste hits nog eens in het Sportpaleis voor een publiek kunnen brengen. Alsof ze dan pas rustig kunnen gaan."

En dat zag hij nog veel dichterbij toen zijn vriend Robert Mosuse de dood in de ogen keek. "Er bestond een soort omerta over die hersentumor die ook nog eens in de hersenschors zat. Maar wat wij allemaal geprobeerd hebben... Via Paul Ambach lokten we Amerikaanse topchirurgen met kaartjes voor optredens van Helmut Lotti, allemaal om een second opinion te krijgen. Robert had blauw haar, een zonnebril op, een afgetraind lichaam door de fitness en op optredens kwamen wij met een busje en hij met een geblindeerde limousine aan. Hij mocht maar heel even het podium op, zonder lichtflitsen. Dat mensen over die limousine zouden roddelen, trok hij zich niet aan. Ik heb liever dat ze denken dat ik een pretentieuze rockster ben dan een hulpbehoevende zieke. Verder wilde hij niks zeggen. Tot plots, helemaal aan het einde. Misschien wil ik er wel met iemand over spreken. Hij heeft dat gedaan met een journalist van Humo, dat is een prachtig interview geworden dat door mensen met terminale kanker vandaag nog altijd gezien wordt als een gevechtswapen en een troost. Wel, letterlijk de nacht na dat interview is Robert gestorven."

Hij ademt even, en zegt: "Ik vind het een hele schone vorm van trots dat mensen zo nog iets willen afmaken."

Een laatste groet, maandag om 20u40 op Canvas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234