Donderdag 22/08/2019

Mijn ambitie is mijn goesting blijven doen

Op de tafel in woonboot van Tom Waes (40), half onder en half boven het water, ligt een pakje sigaretten. Een peuk smeult nog na in de asbak. Nog vijf andere sigaretten zal Tom Waes de komende twee uur oproken. Een gewoonte die hij moet afleren. En gaat afleren. Overmorgen. Maandag. Terwijl u dit leest, is Waes begonnen aan zijn laatste weekend als rokende medemens. Hij kan niet anders, wil hij op zijn minst een waterkans hebben om te slagen in de onmenselijkste proef die hij aangaat in het tweede seizoen van Tomtesterom. Tom Waes gaat een marathon lopen. Of beter: hij gaat zes marathons lopen. In evenveel dagen. De eerste dag moet hij 22 kilometer afleggen. De volgende dag 34 kilometer en de dag daarna 38 kilometer. De dag daarna moet hij opstaan om maar liefst 82 kilometer te lopen. De volgende twee dagen moet hij, als hij dan tenminste nog pap kan zeggen, nog eens 42 en 22 kilometer lopen. In Marokko. In de Sahara. In een verschroeiende hitte. Ziedaar het programma van de Marathon des Sables, bijgenaamd the toughest footrace on earth. De winnaar doet er gemiddeld 25 uur over, de laatste deelnemer 75. In april zal Tom Waes één van hen zijn. Hoopt hij. Als hij ten minste kan stoppen met roken. “Ik ga klevers gebruiken”, vertelt Waes. “Dan is de fysieke drang verdwenen. Ik denk dat het gaat lukken.”

Gaat die marathon ook lukken?

“Ik weet het niet. In principe moet je elke dag een marathon lopen en de vierde dag twee marathons. Het rottigste is dat je de volgende dag opnieuw klaar moet staan. Sommigen doen die vierde dag twintig uur over 82 kilometer. Dan kun je drie uur slapen, even je voeten verzorgen en hup, je mag weer een marathon gaan lopen. Dat lijkt me een hopeloze zaak. Pure roofbouw. Ik heb foto’s van de deelnemers van de voorbije jaren bekeken. Niet normaal. Terwijl je loopt, moet je ook je eten voor zes dagen, je slaapzak en je slaapmatje meesleuren. En aan je lichaam hangen flessen water. Ik denk dat het nog een stuk moeilijker is dan het Kanaal overzwemmen.”

En zelfs dat is je niet gelukt, tijdens het eerste seizoen van Tomtesterom.

“Neen, maar ik blijf ervan overtuigd dat het wel gelukt was als ik een pak had aangedaan. Fysiek was ik niet moe. ’s Avonds heb ik nog de koffers ingepakt samen met de cameraploeg. Ik had het gewoon veel te koud. Ik was onderkoeld. Dat vond ik frustrerend, want ik had het gevoel dat ik het had kunnen volhouden.”

Hoe ver staat jouw fysiek vandaag?

“Het klinkt absurd als ik dat vertel terwijl ik een sigaret aan het roken ben, maar ik denk dat ik nu één volledige marathon zou kunnen lopen. Momenteel loop ik drie à vier keer per week tien kilometer. Dat is haast niets. Ik moet dat volhouden, maar in het weekend zou ik 25 à 30 kilometer aan een stuk moeten lopen. Ik moet het vooral gewoon worden om uren aan een stuk bezig te zijn.”

Had je enkel die marathon willen lopen, dan was het al straf geweest. Maar ik neem aan dat je tijdens je voorbereiding nog andere opdrachten aan het opnemen bent?

“Ja, en de voorbije weken heb ik een opdracht gefilmd waarvoor ik 85 kilo moest wegen. Ik kom van 78. Er moest 7 kilo bij, waardoor ik tot nu geen lange afstanden kon lopen, want anders zou ik opnieuw vermageren. Mijn ideale gewicht om te lopen zou 70 kilo moeten zijn. Er moeten er dus nog vijftien af. Na dit weekend is de eerste opdracht van Tomtesterom wel volledig opgenomen. Alle andere moet ik nog doen, maar die zouden normaal mijn voorbereiding voor de Marathon des Sables niet in het gedrang mogen brengen. Dat hebben we zo gepland.”

Klopt het dat jij voor het eerst in een paar jaar de volgende zes maanden niet op tv te zien zal zijn?

“Ik weet het niet. De oplichters ligt nog altijd op het schap. Ik weet niet of VT4, de zender waarvoor we dat programma gemaakt hebben, van plan is om het uit te zenden.”

Ik heb nog niets in die zin vernomen.

“Wel, ik ook niet.”

Vind je niet dat ze jou daarvan op de hoogte zouden mogen brengen?

“Dat vind ik wel, ja. Nu heb ik echt geen idee wat ze ermee gaan doen. Dat vind ik vreemd. De tapes liggen daar al maanden. Het programma is volledig klaar. Als het nooit uitgezonden wordt, zou ik dat zeer erg vinden. We hebben er met het hele team een half jaar van ons leven voor gegeven. Maar ik vind het wel fijn dat ik eens een half jaar niet met mijn kop op tv te zien zal zijn. Want ze blijven bellen. Voor alles en nog wat. Van Sterren op de dansvloer tot Hole in the Wall. Ik heb zelf genoeg van dat soort telefoons moeten doen, ik ken de truken van de foor. Dan zeggen ze: ‘Je staat al maanden op onze lijst.’ Maar als je vraagt wanneer de opnames zijn, antwoorden ze: vanavond. (lacht)”

Begin dit jaar tekende je een exclusiviteitscontract met productiehuis deMensen. Een paar weken later presenteerde je al de quiz The One Man Show, alsof je snel nog een programma voor het productiehuis moest maken.

“Veel mensen hadden die indruk. Toen ik tekende, dacht ik ook: laat ons eerst samen een nieuwe reeks van Tomtesterom maken en dan kijken we wat de volgende stap wordt. Maar plots kwamen ze met het voorstel van The One Man Show af en de trein was meteen vertrokken. Spijt heb ik er niet van, maar ik heb er wel veel door geleerd. En dan vooral wat mijn beperkingen zijn. Van de 35 afleveringen waren er tien waarop ik erg fier ben. Maar er zijn er ook tien waarvan ik dacht: ‘Zo moest het niet.’ Het was veel beter geweest als we wat meer tijd gehad hadden, maar die luxe was er niet.”

Slecht vond ik het niet, maar ik zag je liever in programma’s als Trigger Happy en Tomtesterom.

“Ik ook.”

Of anders uitgedrukt: Erik Van Looy is een betere quizmaster.

“Vind ik ook. Ik heb het er vaak met Erik over gehad. Hij zei me: ‘Tom, ik zal eerlijk zijn: in het begin vond ik het verschrikkelijk, maar naar het einde toe was het waanzinnig veel verbeterd.’ Dat was ook zo, maar de perceptie was na een paar afleveringen dat het niet goed genoeg was. Erik zei me dat ik ook eens naar zijn eerste seizoen van De slimste mens moest kijken. De evolutie die hij doorgemaakt heeft, is onvoorstelbaar. In het begin was hij ook erg zenuwachtig en stond hij voortdurend naar zijn kaartjes te kijken.”

Tegen het derde seizoen van The One Man Show ben jij dus een volleerde quizmaster?

“Het is een goede les geweest, maar ik moet tegen mezelf durven te zeggen dat quizmaster spelen niets voor mij is. Ik vond dat ik best goed met de kandidaten kon omgaan, maar het lukte me niet om van daaruit over te gaan naar: ‘Goedenavond dames en heren, dan spelen we nu de volgende ronde.’”

Wat wil je in de toekomst wél nog graag doen?

“Mijn goesting. Dat is tot nu ook altijd vrij goed gelukt. Ik heb onlangs nog een idee bedacht en bij de VRT afgeleverd, en dat zagen ze daar meteen zitten. Ze hebben me gevraagd om het uit te werken.”

Er zit een rode draad in wat je gedaan hebt in Het geslacht De Pauw, Trigger Happy en Tomtesterom. Altijd lijkt het alsof je vooral het kleine kind in jezelf wil loslaten.

“Dat is ook wie ik ben. Ik sta open om nieuwe dingen te ontdekken, maar ik ben geen AS Adventuremens, die op sandalen op avontuurlijke reis gaat. Alles wat ik doe, moet écht zijn. Ooit ben ik met een goede vriend op wereldreis geweest. Na twee maanden vroegen we ons af: ‘Wat zijn wij eigenlijk aan het doen, behalve het volgen van de Lonely Planet?’ Na een paar weken kwamen we weer dezelfde mensen tegen. Eerst zeg je: ‘Wat doe jij hier?’ Maar dan besef je dat zij diezelfde Lonely Planet volgen. We zaten op de trein van Delhi naar Bombay met twee Duitsers, die al jaren aan het reizen waren. Zij zeiden: ‘Wil je écht reizen? Stap dan uit aan het volgende station.’ Dat hebben we gedaan. Vanaf toen waren we op reis.“Met Rob (Vanoudenhoven, bdc) hebben we dat vaak gedaan. Toen we Via Vanoudenhoven draaiden, moesten we een dag in São Paulo wachten voor we konden terugvliegen. Toen hebben we aan een taxichauffeur gevraagd: ‘Mogen wij eens zien hoe u leeft?’ Die man was doodgelukkig, belde naar zijn vrouw en nam ons mee naar een achterbuurt van São Paulo waar je als toerist nooit zou komen. Een hele middag hebben we met zijn kinderen gevoetbald in zijn tuin, ’s avonds had zijn vrouw eten voor ons gemaakt en daarna heeft die man ons aan de luchthaven afgezet. Dat heb ik nadien nog vaak gedaan.”

Van welke tv-maker heb je achter de schermen het meeste geleerd?

“Van Bart De Pauw. Van hem heb ik geleerd dat je jezelf in vraag moet blijven stellen en moet blijven nadenken over wat nog beter kan. Hij weet dat ik hem bewonder, en daar lacht hij altijd mee. Als ik erbij ben, noemt hij zichzelf de goeroe. Onlangs ging ik naar de opnames van zijn nieuwe programma en hij zei: ‘Watch, listen and learn.’ (lacht) Maar het was ook weer zo. Ik heb met open ogen staan kijken. Alweer zit het ongelooflijk straf in elkaar.”

Hij lijkt geen gemakkelijke mens om mee samen te werken.

“Neen, maar dat is bij al die mannen zo, Uytterhoeven op kop. Ik heb Alles komt terug met hem gemaakt. Dikwijls zaten we tot drie uur ’s nachts een filmpje te monteren. Toen hij ’s morgens arriveerde, zei hij dat we iets anders zouden doen, omdat hij het niet goed genoeg vond. Ik begrijp dat. Ik ben zelf ook zo. Mijn medewerkers lopen soms ook met hun kop tegen de muur, omdat ik het niet goed vind. Maar dat is de manier waarop ik het geleerd heb.”

Je hebt de eerste twee seizoenen van De Planckaerts gemaakt. Wie kwam destijds op het idee om over hen een docusoap te draaien?

“Steven Demets en ik. Op café. Wij werkten als eindredacteur slash regisseur bij JokFoe. Samen hebben we De nationale test en Zonnekinderen gemaakt. Plots werd De Pfaffs uitgezonden. Chris Cockmartin, de ex-man van Goedele Liekens en gedelegeerd bestuurder van JokFoe, zei: ‘Waarom hebben wij dat niet bedacht?’ Daarna vroeg hij ons na te denken met wie we dat nog konden doen. We kwamen af met twee families: de Van Saksen-Coburgs of de Planckaerts. Wij dachten: ‘Als je met prins Laurent een docusoap kunt maken, dan heb je top-tv.’ Maar de Van Saksen-Coburgs waren een beetje moeilijk bereikbaar, dus zijn we naar de Planckaerts getrokken. De dag dat we Eddy voor het eerst opzochten, vergeet ik nooit. Chris zat binnen met Eddy over het contract te praten, terwijl Francesco, toen een jaar of zestien, ons buiten een rondleiding gaf, wat wij met een klein cameraatje filmden. Hij toonde ons de auto waarmee ze elektriciteit maakten. Als de wasmachine draaide, moest de motor in derde versnelling gezet worden. Steven en ik keken naar elkaar en dachten: ‘Wat is dat hier?’ “En dat ging van kwaad naar erger. Eddy vertelde dat hij een houtzagerij had in Polen. Een fantastisch verhaal! Toen we opnieuw in de auto zaten, vroeg Chris ons: ‘Zit er iets in?’ En wij: ‘Natuurlijk!’ In één dag hebben we een filmpje gemaakt. Dat hebben we op vrijdag afgegeven aan Eric Claeys, de toenmalige secretaris-generaal van vtm. Op maandag heeft hij ons gebeld, op dinsdag was het contract getekend, de volgende maandag stonden we op de berg en drie weken later was Eddy failliet. Je kunt je niet voorstellen wat we toen meegemaakt hebben. Ze hadden geen roste frank meer. ’s Avonds kwamen ze bij ons eten en zaten ze te wenen. Off camera. Eddy weende. Ik weende. Nico en Pascal (de vaste camera- en geluidsmannen van Tom Waes, bdc) weenden. Op de duur zaten we daar met vier volwassen mannen bij de open haard te janken.”

Toen ik in die jaren Eddy Planckaert wilde interviewen, moest ik jou bellen, alsof jij zijn manager was.

“Ik leefde zijn leven. Ik was toen ook nog vrij jong, wat vrij raar was, want ik maakte een tv-programma met een volwassen man die volledig aan de grond zat. Francesco heeft me vaak gezegd dat het voor Eddy een godsgeschenk was dat wij daar waren. Niet dat hij zichzelf iets zou aangedaan hebben, maar hij zat wel zeer diep. We huurden een huis op een paar kilometer daarvandaan. Op de duur waren wij vrienden. Toch moesten we een zekere afstand inbouwen, wat zeer moeilijk was. Vlak na zijn faillissement kreeg Eddy een aantal werkaanbiedingen. Hij overliep ze en wij dachten: ‘Hij gaat toch niet als garçon in een discotheek gaan werken?’ En wat koos Eddy? Dat natuurlijk. Als vriend denk je dan: ‘Eddy, doe dat toch niet.’ Maar als tv-maker denk je: ‘Fantastische tv!’”

Hoe ben je eigenlijk in de tv-wereld terechtgekomen?

“Ik heb een jaar of zeven als beroepsduiker gewerkt, maar toen ik kinderen kreeg, wilde ik iets anders doen. Iedereen denkt dat wij op tropische eilanden naar scheepswrakken doken, maar niets is minder waar. We zaten voortdurend in het slijk, voor de funderingen van alle tunnels van het volledige tgv-traject. Ik heb onder het station van Berlijn en onder het Centraal Station van Antwerpen in bouwputten gedoken. Dan zaten we weken in Berlijn, tien uur per dag te werken. Ging ik ’s avonds met de collega’s iets drinken, dan waren we na twee minuten uitgepraat. Het beroep stompte me af. Maar ik had alleen maar een diploma onderwaterwerken. Wat moet je dan doen? “Ik had al gemerkt dat ze in de tv-sector zelden vragen wat je gestudeerd hebt, maar wel wat je kan. Dus heb ik Tom Lenaerts gebeld om te vragen of hij geen job voor mij had. Tom was al jaren een goede vriend, al hadden we op dat moment niet zoveel contact meer. We hadden samen deel uitgemaakt van ’t Muzertje in Antwerpen, een collectief creatievelingen waarin ook Adriaan Van den Hoof, Johan Terryn en Bert Embrechts zaten. Pieter en Tine Embrechts ook, maar dat waren toen nog kinderen.”“Na een maand of drie belde Tom terug, om te zeggen dat Bart De Pauw met een nieuw programma zou beginnen en dat ik het best eens met hem kon bellen. Dat was voor De quizmaster. Vanaf toen is het niet meer gestopt.”

Aan welk programma houd je de mooiste herinneringen over?

“Via Vanoudenhoven. Omdat de voldoening bij elke geslaagde ontmoeting zo overweldigend was. Van de tien ontmoetingen heb ik er acht geregeld. Maar hoe begin je eraan als iemand zegt dat hij Jean-Claude Van Damme of Gorbatsjov wil ontmoeten? Dat was letterlijk: een wit blad, een telefoon en de vraag: Hoe raken we in godsnaam bij Gorbatsjov? Als je dan uiteindelijk met Filip Peeters in Moskou bent en Gorbatsjov opent de deur en komt hem de hand schudden, dan ben je de gelukkigste mens ter wereld.”

Waren er ontmoetingen die niet zijn gelukt en dus nooit zijn uitgezonden?

“Ja. Harry Van Barneveld wilde Fidel Castro ontmoeten. Na maanden aandringen had Castro laten weten dat hij nog nooit van Van Barneveld gehoord had en dat hij maar één Belg wilde ontmoeten: Eddy Merckx. Wij dus naar Eddy Merckx om hem te vragen of hij dat zag zitten. Hij antwoordde ‘ja’, maar ik denk dat hij niet goed besefte hoeveel maanden wij al van alles aan het proberen waren om tot bij Castro te geraken. De Belgische ambassadeur in Cuba heeft voor ons hemel en aarde verzet. Ineens had die het gevonden: in Cuba werd een wielerronde gereden en Castro had gevraagd dat Eddy Merckx de trofee zou uitreiken. Daarna zouden we samen naar het paleis van Castro mogen gaan. We zouden Harry Van Barneveld opleiden als klankman, zodat hij erbij zou staan. Alles klopte. “Maar toen Eddy Merckx hoorde op welke dag we daar moesten zijn, antwoordde hij: ‘Ik kan dan niet, want dan moet ik op de fietsbeurs van Zürich zijn.’ Man! Wouter Vandenhaute is op zijn knieën naar Eddy Merckx getrokken, maar die zei: ‘Die fietsbeurs, dat is mijn werk. Ik móét daar zijn.’ Ik zweer het je: bel dan maar eens naar die ambassadeur om te zeggen dat we niet konden komen. Castro! Zo’n figuur! Dat was legendarische tv geweest.”

Je bent van dezelfde generatie als Tom Lenaerts en Bart De Pauw, maar je bent pas veel later op het scherm gekomen. Heb je daar geen spijt van?

“Het had anders kunnen lopen, maar spijt heb ik niet. Na mijn jaren als portier en beroepsduiker was ik gewoonlijk een stuk ouder dan de meeste redacteurs, wat op één of andere manier een voordeel was. Als je als twintigjarige naar de woordvoerder van Gorbatsjov moet bellen, dan is dat moeilijker dan wanneer je dertig bent. Dan weet je veel beter hoe je dat aanpakt.”

Achtervolgt je personage Tom De Pauw, broer van Bart in Het geslacht De Pauw, je nog?

“Neen, maar dat heeft hij wel lang gedaan. Pas sinds Tomtesterom is dat gestopt. Zowel in Het geslacht De Pauw als in Trigger Happy had ik de rol van de harde. Duizend keer heb ik moeten antwoorden op de vraag: ‘Ben jij in het echt ook zo?’ Durf die vraag nu ook niet te stellen.”

Ze was net de volgende op mijn lijstje.

“(lacht) Er zit iets van mij in die types, maar dat is uitvergroot. Geen haar op mijn hoofd dat er bij de gynaecoloog aan denkt om hem aan te vallen zodra hij met zijn vingers aan mijn vriendin zit, zoals Tom De Pauw doet. Maar ik denk op dat moment wel: ‘Kunt u het kort houden, alstublieft.’”

Was je een deugniet op de middelbare school?

“Ja. Ik heb op vier middelbare scholen gezeten. Ik haalde voortdurend kattenkwaad uit. Als ik geslaagd was, zeiden ze me: ‘Je bent erdoor, maar je moet volgend jaar wel naar een andere school.’”

Dachten je ouders dat het nooit goed zou komen met jou?

“Ja, en ik denk dat mijn moeder nog niet zo lang denkt dat het wel goed komt. (lacht) Let op, ik heb dat ook lang gedacht. Ik heb drie keer het vierde middelbaar moeten doen. Toen is er bij mij een snaar gesprongen. Nadat ik het één keer opnieuw gedaan had, zeiden mijn ouders dat het genoeg was en dat ik naar de militaire school moest. Ik ben naar de opendeurdag van de cadettenschool geweest en daarna heb ik mijn ouders op mijn knieën gesmeekt of ik het nog één keer mocht proberen. Dat jaar was ik er wél door.“Ik haalde veel kattenkwaad uit en was vaak het onderwerp van gesprek in de leraarskamer, maar crapuul was ik niet. Ik was het soort gast dat een brandblusapparaat in de handen werd geduwd waarna iemand zei: ‘Durf je op dat knopje te duwen?’ Ja, natuurlijk durfde ik dat. Maar ik wist niet dat dat ding zou blijven spuiten en ik wist ook niet hoe je het weer kon afzetten, zodat de leraar binnenkwam en meteen zo wit als sneeuw zag. En als de leraar biologie een klein blokje fosfor in wat water gooide, had hij zijn rug nog niet gedraaid of ik had de hele pot fosfor al vast. (lacht)”

Nadien heb je een paar jaar als portier gewerkt in de beroemde discotheek Café d’Anvers. Ik kan me niet voorstellen dat jouw ouders toen dachten: ‘Ah, nu is het goed gekomen met onze Tom.’

“Neen, natuurlijk niet, maar toen ik als portier werkte, was er nog geen portiersoorlog. Café d’Anvers was ook geen crapuleuze discotheek, maar echt happy waren mijn ouders niet met de job. Ons mama was blij toen ik ermee stopte.”

Had je als portier geen bizar leven?

“Absurd was het. We dronken de hele nacht geen druppel alcohol, maar ’s morgens hadden we wel verschrikkelijk veel honger. Dus zaten we op een terras van de Groenplaats steak bearnaise te eten, om acht uur ’s morgens, tussen bomma’s die een koffie aan het drinken waren. (lacht)”

Zag je er toen als een bodybuilder uit?

“Ik was in ieder geval zwaarder, maar ik heb eigenlijk nooit moeten vechten. Mijn collega was homo. Hij had een kathedraal van een lichaam, maar hij was een enorm vriendelijke jongen en leerde me dat je altijd vriendelijk moest zijn. Hij kon perfect aan iemand uitleggen waarom hij niet binnen mocht. Dat is het vervelende aan de job, want jij bent altijd de klootzak. Als er tien zatte studenten afkwamen of een bende mannen van wie er één verkleed was als banaan, dan wist je dat het miserie zou worden.”

Je bent veertig geworden. Heeft dat iets met jou gedaan?

“Neen, integendeel. Ik heb vorige week de vrijgezellenavond gevierd van een vriend die vijftig is. Die man ziet er geen vijftig uit en het voelt ook niet aan alsof hij zo oud is. Bij mezelf heb ik dat ook. Vroeger dacht ik dat iemand van veertig een oude man was, maar dat gevoel heb ik nu niet. Als ik in de spiegel kijk, zie ik nog altijd dezelfde als vroeger. Ik zou ook geen 25 meer willen zijn. Het moet erg triestig zijn als je op je veertigste voortdurend denkt: was ik maar weer 25. Dat heb ik niet. Het leven is goed nu. Echt goed.”

Als je 40 wordt, ga je je dan niet afvragen wat je nog allemaal wilt doen?

“Neen, maar wat ik wel fijn vind, is dat mijn medewerkers allemaal jonge gasten zijn. Ik merk dat ik graag met jonge mensen werk. Dat houdt me zelf ook jong. Soms ben ik bang om niet mee te zijn. Bart De Pauw, Tom Lenaerts, ik... Wij weten zeer goed wat er leeft in de tv- sector, welke programma’s opkomen en gaan scoren. Als de programma’s voor een nieuw seizoen worden aangekondigd en een tv-maker zegt dat hij een bepaald programma nog nooit gezien heeft, dan vind ik dat vreemd. Ik kijk tv via satelliet en ben voortdurend al die kanalen aan het screenen naar nieuwe dingen. Ik neem van alles op. “Mijn hoofdredacteur komt morgen naar hier, om samen naar een paar dingen te kijken die ik heb opgenomen. Dat geldt ook voor muziek. Ik wil weten naar wat die jonge gasten luisteren. Het leukste wat er bestaat, is een paar dagen van iPod wisselen en die dan op shuffle zetten. Zo ontdek je fantastische muziek. Dit weekend filmen we in Zwitserland, maar mijn regisseur kan niet mee, want hij moet optreden op Pukkelpop. Hij zat daar verveeld mee, maar ik zei: ‘Jongen toch, ga naar Pukkelpop en amuseer je daar!’”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden