Zaterdag 17/08/2019

Mijmeren over eindigheid

Van Martin Heidegger is de uitspraak dat mensen voortdurend catrastrofes veroorzaken omdat ze hun eindigheid niet willen zien. Filosoof Dirk De Schutter nam de gedachte als uitgangspunt voor een intrigerend essay.

Dirk De Schutter maakte naam als kenner van het werk van de Duits-Joodse filosofe Hannah Arendt, die indringende analyses publiceerde van het proces-Eichmann en 'de banaliteit van het kwaad'. Samen met Remy Peeters vertaalde De Schutter een groot deel van haar oeuvre, en in januari verschijnt ook nog de studie Hannah Arendt, politiek denker, waarin de beide filosofen haar theorieën over de samenleving belichten.

In afwachting moeten we het stellen met De Schutters essay over de eindigheid, waarin de auteur behalve Arendt vooral haar ex-partner en filosofische spitsbroeder Martin Heidegger aan het woord laat. Uitgangspunt is diens stelling dat de mens niet alleen de ene catastrofe na de andere veroorzaakt - denk aan Auschwitz of de opwarming van de aarde - maar op zich een catastrofe is omdat hij koppig wegkijkt van zijn sterfelijkheid en eindigheid.

Het is niet meteen duidelijk of Heidegger met die uitspraak vooral doelt op een fabricagefout in onze menselijke aard, op een antropologisch fenomeen of een trekje van de westerse cultuur. Het raadselachtige citaat dateert wel uit het oorlogsjaar 1942, en Heidegger werkte in die tijd een poosje samen met het naziregime. Zo heb je meteen stof genoeg voor een forse brok denkwerk.

Bewondering

Gelukkig vormt Het catastrofale niet één essay maar een suite van 37 korte beschouwingen (van twee kantjes tot een dozijn bladzijden), die je elk apart te lijf kunt gaan. Het is goed dat de lezer niet al te lang onder water moet blijven, want vooral in de passages waarin De Schutter de bezwerende, om hun eigen as tollende en al te stellige beweringen van Heidegger laat opklinken, moet je naar adem happen.

Bovendien komen etymologische feeling en een mondje Grieks en Duits goed van pas, aangezien niet elk citaat vertaald wordt. Een filosofische bespiegeling hoeft natuurlijk geen ontspannende boswandeling te zijn. De Schutter beseft maar al te goed dat verzen of beelden minstens evenveel zeggen als een wijsgerig traktaat. Zorgvuldig last hij verzen van Rilke, Hölderlin of Celan in en gaat hij aan de slag met kunstenaars als Pergolesi, Kiefer en Almodóvar, die elk op hun manier iets zeggen over de menselijke beperking.

De auteur formuleert niet alleen kernachtig en gedreven, hij heeft ook een groot talent voor bewondering. Zo wordt Het catastrofale een soms weerbarstige maar altijd meeslepende rondleiding in zijn privémuseum.

Afgaande op de rode draad die De Schutter afwikkelt, lijkt dat museum toch wel een melancholische, sombere plek. Van Heideggers beschouwingen over het catastrofale beland je natuurlijk in een wip bij fenomenen als de shoah, totalitarisme en technologische ontsporing, massa en markt. Hoewel De Schutter zelden zal beweren dat alles vroeger beter was, klinkt door zijn essays een onbestemde heimwee. De moderniteit heeft deze filosoof vooral verwond(er)ing en een tragisch bewustzijn gebracht. De bevrijdende, zonnige glimlach van denkers als Nietzsche of Camus lijkt geen optie.

Dat nooit méér individuen actief met hun eindigheid in de weer waren dan vandaag - wat is het 'recht op waardig sterven' anders? - komt evenmin aan bod in de rijke, weemoedige bedenkingen van Het catastrofale. Maar De Schutter excelleert wel in het stellen van pertinente vragen.

Dirk De Schutter, Het catastrofale - Essay over de eindigheid, Klement-Pelckmans, 240 p., 22,50 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden