Donderdag 27/06/2019

'Mij overkomt zoiets nooit'

Problemen, agressie in bus en metro? De bloedige onderdrukking van het studentenprotest in Kosovo, zijn land, dertig jaar geleden, 'dát was pas agressie'. De necrologie van Iliaz Tahiraj, vermoorde busbegeleider en principiële optimist.

Je kon niet zomaar een goedkope woning komen huren in de Eugène Smitsstraat in Schaarbeek. Bij het binnenhijsen van de meubelen kwam de mijnheer van het nummer 49 een praatje maken, en ook hulp aanbieden. Hij kon vrienden bellen, als je dat wou - goede vrienden, en goede verhuizers. Kreeg je daar trouwens geen honger van, van dat heffen? Er konden altijd een bord en een stoel bij worden geschoven, eventueel meer. Toe dan. Echt geen moeite.

Sommigen vonden het leuk, anderen op het randje van het opdringerige, maar niemand kwam in deze straat wonen zonder op z'n minst een herinnering aan een stevige handdruk en een persoonlijke verwelkoming van de mijnheer die bij de STIB werkte, de Brusselse vervoersmaatschappij.

"Een vaderfiguur voor alle stibistes", zegt een collega. "Een principiële optimist. Hij wist wel van de toenemende gevallen van agressie en vandalisme, misschien zelfs meer dan wie ook. Hij kende alle verhalen wel, en meestal zelfs als eerste. Toch hield hij altijd vol dat hij zelf, na bijna dertig jaar dienst, nooit in een crisissituatie had gestaan. Mij overkomt zoiets nooit, zei hij. Hij straalde rust uit, voelde situaties altijd heel goed aan. Hij was ook een oudere man, inmiddels, iemand naar wie wordt geluisterd."

Iliaz Tahiraj (56) reed door Brussel in een zilverkleurige Peugeot 308 met het logo van de vervoersmaatschappij. Hij droeg een geel fluohesje met op de rug de letters 'ACB', wat mooi tweetalig samengebald staat voor Agent Contact Bus. Rond zijn hals hing een badge en daarop stond: 'Supervisor'.

"Mijn man hield van iedereen", prevelde zijn echtgenote, toen ze maandag tijdens een van de witte marsen wat buitenlucht trotseerde. "Hij stond er altijd voor iedereen. Hij was trots op zijn job, en op zijn positie als supervisor."

Ze traden in 1974 in het huwelijk in Ferizaj, een stad in het toenmalige Joegoslavië zoals dat werd ingedeeld volgens de grillen van maarschalk Josip Broz Tito. Kosovo, zo had hij bedacht, hoorde niet echt bij de club. Kosovo moest een autonome provincie zijn. Anders dan bij de Serviërs, de Bosniërs, de Macedoniërs, de Kroaten, de Slovenen en de Montenegrijnen had het lot van de geschiedenis gewild dat de Albanese Kosovaren waren achtergebleven in een land dat niet echt het hunne was, en dat nooit zou zijn.

1974 was het jaar van experimentele Kosovaarse autonomie. De provincie Kosovo kreeg groen licht van Tito om na dertig jaar het Albanees, hun moedertaal, weer in te voeren in de scholen, de kranten, de radio en de televisie. Dat hoefde geen twee keer te worden gezegd. De Kosovaarse Albanezen stichtten een eigen nationaal theater, een universiteit, een academie der wetenschappen. Ze importeerden massaal lesboeken uit het communistische Albanië, sloten een vriendschapsverdrag met wat ze beschouwden als hun echte moederland en hingen de Albanese vlag uit aan alle openbare gebouwen.

Het is diezelfde dieprode vlag, met de zwarte tweekoppige adelaar, waarmee donderdagmiddag de kist van Iliaz Tahiraj werd gedrapeerd. Hij was stibiste, moslim en ACB, maar voor alles Albanees.

"Veiligheid is vanaf nu de bekommernis van ons allemaal", sprak iemand een menigte toe. "Het kan niet langer dat één chauffeur om vijf uur 's ochtends in z'n eentje door een wijk moet waarvan wij allemaal weten dat het een risicozone is. Als Iliaz er dan werkelijk niet meer is, laat zijn dood dan op z'n minst tot iets dienen."

Het personeel van de Brusselse vervoersmaatschappij weet zeer goed dat de fatale vuistslag is toegebracht buiten de context van bus, metro of tram. Het was een dronken verkeersagressor, en in die zin een andere vorm van agressie dan waarvoor nu federale politiemannen in Brussel gaan meerijden in de bus. Toch is dit voor de stibistes een keerpunt, een moment van voor en na. Op de stadsbussen plakken stickers: 'J'aime mon chauffeur'. Wie na 7 april 2012 nog een dreigende vinger opsteekt naar een chauffeur of wattman, mag zich niet langer gesterkt voelen door de overtuiging dat de overige passagiers de schouders gaan ophalen en de andere kant opkijken. Tenminste, zo wordt gehoopt. Er circuleert een voorstel om een bushalte te vernoemen naar Iliaz Tahiraj. Of beter nog: een metrostation.

Kakkerlak

Zelf besefte de supervisor als geen ander dat elke grote brand begint met een klein vuurtje, met een mineur incident in de marge. In Kosovo begon het op 11 maart 1981 met een kakkerlak. Een kakkerlak in een bord soep die werd opgelepeld door een student aan de universiteit van Pristina.

De kakkerlak werd gezien als symbool voor de schandelijk armoedige voorzieningen voor de studenten aan die ene Albanees-Kosovaarse universiteit. Het was de aanleiding voor een betoging van drieduizend Kosovaarse studenten, met in hun midden ook de toen 25-jarige Iliaz Tahiraj, helemaal vol van wat hij rondom zich zag gebeuren. Hij behoorde tot wat Balkankenner Raymond Detrez ooit omschreef als een "academisch proletariaat van geschoolde, maar werkloze, ontevreden en meestal zeer nationalistisch gevormde jongeren" die nog decennia later aan de basis zouden liggen van het Kosovaarse ongenoegen.

Tahiraj en zijn vrienden hadden hun neus opgehaald voor exacte wetenschappen. Ze waren massaal historicus geworden, letterkundige, filosoof of expert op het gebied van de Albanese cultuur en tradities. Ze studeerden vooral helemaal niets dat ooit zou kunnen helpen bij de wederopbouw van hun provincie tot land. Rond 1981 waren al zo'n 54.000 jongeren afgestudeerd aan de Albanese universiteit in Pristina, met het ene diploma al nuttelozer dan het andere. De studenten waren wel vol van de nationalistische romantiek en tradities. Ze wilden zich losmaken van Joegoslavië. "Dan pas kwam hij helemaal op dreef", zegt een collega bij de ACB. "Als hij begon te vertellen over zijn studentenperiode en over door de wereld miskende Albanese schrijvers."

Op 2 april 1981 trok het Joegoslavische leger Kosovo binnen. Volgens de regering in Belgrado vielen er 11 doden en 257 gewonden. De Kosovaarse Albanezen spreken van 1.600 doden en een vergelijkbaar aantal gewonden. De differencijacija trad in, een twee jaar durende etnische zuivering van de niet meer zo autonome provincie Kosovo. Tweeduizend jonge Kosovaren werden gevangengezet, 72 staatsvijandig geachte organisaties werden verboden. Albanese ambtenaren werden massaal vervangen door Serviërs.

Vluchten of gevangenis

"Zijn vlucht naar Brussel was er niet een uit vrije keuze", zegt Abdelhaq Bouazza, collega-supervisor bij de MIVB en een van de beste vrienden van Iliaz. "Het was vluchten of de gevangenis, zoals zijn vrienden op het thuisfront. Tegen mij had hij het niet zo vaak over het Kosovo dat hij moest ontvluchten. Bij de MIVB vloeien zoveel culturele achtergronden samen dat men de neiging heeft om politiek als gespreksonderwerp uit de weg te gaan. Wel zo van: 'Als je denkt: dit is erg, laat mij dan vertellen over die jaren in Kosovo. Dát was pas erg.' Hij is in 1981 of 1982 Brussel aangekomen met lege handen. Hij, de grote intellectueel, is dan gaan solliciteren als buschauffeur."

De politie telde 2.000 stibistes, allen vastbesloten om erbij te zijn en aan de begraafplaats van Schaarbeek een erehaag voor hem te vormen. Al die gezichten op een rij: jonge, verbeten en meestal mediterrane koppen, met elkaar verbonden door de kleur van de hesjes of de badge om hun hals. Sommigen begroeten elkaar met plagerige vuistslagen, anderen met een minutenlange omarming. De STIB, in het Nederlands MIVB, wordt wel eens omschreven als 's lands meest geslaagde integratieproject voor laaggeschoolde allochtone bevolkingsgroepen. Het is slechts hoogst uitzonderlijk een ambitie of levensdroom om buschauffeur te worden in Brussel. De werkuren zijn onmogelijk, het loon net voldoende. Het gebruikelijke arbeidstraject bij de MIVB is er een van enkele jaren, hooguit een jaar of tien. Daarna ben je sociaal vaardig(er), heb je wat spaarcenten en kun je op zoek gaan naar een ernstige baan. Er zijn niet zoveel vijftigers bij de MIVB, en al zeker niet in buitendienst. Dat er op zaterdagochtend iemand van ACB ter plaatse wordt geroepen en 56 jaar oud blijkt te zijn, is uitzonderlijk.

"Nagenoeg iedereen bij de STIB kende Iliaz", zegt Abdelhaq Bouazza. "De dienst ACB bestaat hoofdzakelijk uit chauffeurs die vanwege stress of ziekte niet langer geschikt zijn om bussen te besturen. In de plaats daarvan gaan zij jonge chauffeurs opleiden, begeleiden en meerijden. Wij waren allebei supervisors. Dan ken je gaandeweg elke buschauffeur op het net persoonlijk. Iliaz hielp die jonge gasten met hun paperassen. Waren er problemen in een wijk, dan ging hij voor verenigingen spreken. Liep er een jonge stibiste uit de pas, dan ging hij met de ouders praten. Hij was syndicaal actief, hij kwam op voor de rechten van de jonge gasten rondom hem. Hij maakte er ook een erezaak van om altijd aanwezig te zijn op de uitvaart als iemand van de STIB een vader, moeder, broer of zus had verloren. Er werken bij ons meer dan zesduizend mensen. Iliaz is echt wel op héél veel begrafenissen verschenen. Dan mag het niet verbazen dat op de zijne het verkeer in Brussel vastloopt."

Iliaz Tahiraj heeft vijf kinderen, drie jongens en twee meisjes. Hij hielp twee van hen aan een baan bij de MIVB. Dochter Sabdare werkt op de directie, bij de afdeling die zich bezighoudt met betwistingen en klachten. Zoon Nexhat trad in september van vorig jaar met een tijdelijk contract van een jaar in de voetsporen van zijn vader, bij de veiligheidsdienst. Het was een van de laatste dingen waar Iliaz Tahiraj blij om kon zijn: de gunstige evaluatie van Nexhat, vorige week. De jongen krijgt eerstdaags een vast contract aangeboden, eventueel als buschauffeur, zoals zijn vader zo graag had zien gebeuren.

Nog acht maanden en de man zou met prepensioen gaan. Hij had de documenten al ingevuld en opgestuurd, en dat nieuws had zich onder de mediterrane koppen verspreid als een onheilsmare. Iliaz niet langer bij de MIVB? Dat kon toch niet? Hij wou zijn land herontdekken, zei hij zelf. Zijn leven in België was één grote verwezenlijking van dromen geweest. De kinderen waren op hun pootjes terechtgekomen, hij bezat een huis. Hij had meer vrienden dan tijd die voor hen kon worden vrijgemaakt. En Kosovo werd nu door bijna de helft van de leden van de Verenigde Naties erkend als natie. Het was een kwestie van geduld, dacht hij, van misschien hooguit nog een jaar of twee, of hij zou op zijn oude dag door de straten van Pristina stappen met de rode vlag. Met zijn vrienden van toen.

Balkantaks

In Brussel vestigde zich in de vroege jaren tachtig een uitgebreide Kosovaars-Albanese kolonie. Net als alle Kosovaren stond Iliaz Tahiraj maandelijks netjes 3 procent van zijn loon af aan de geheime Kosovaarse socialezekerheidskas. De Balkantaks was een legendarisch gegeven in de Brusselse onderwereld van de vroege jaren tachtig. Want de taks gold niet enkel voor een doodbrave buschauffeur als Tahiraj. Ook bankovervallers en ander geboefte hielden zich plichtbewust aan de regel dat 3 procent van de buit moest worden afgestaan.

De Balkantaks was de basis waarmee de Kosovaren in 1989 onder leiding van Ibrahim Rugova een ondergrondse schaduwsamenleving tot leven wekten, met een eigen ondergrondse regering en een parlement, met scholen, ziekenhuizen en een sociaal zorgstelsel. Meer nog dan een financieel wapen was het een navelstreng voor uitgeweken Kosovaren. Oké, het land bewerkstelligde dan toch zijn onafhankelijkheid. Maar niet ondanks diegenen die ooit vluchtten.

"Iliaz wou deze zomer hoe dan ook naar Kosovo", zegt Abdelhaq Bouazza. "Hij wou dat ik meeging, zodat hij me alle belangrijke plekken kon laten zien. Men heeft mij als een van de eersten gebeld, zaterdagochtend. Met de vraag of ik de familie op de hoogte kon brengen. Daar zaten we toen plots, met zijn vrouw en enkelen van zijn kinderen, in de wachtzaal van het AZ in Jette. 'Wij gaan die reis maken', zei ik. 'Hij heeft me dat beloofd.' Zo spraken we elkaar moed in. Dat kon niet, dat kon gewoon niet zijn, dat Iliaz er niet meer zou zijn."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden